Spring naar inhoud

Overige gegevens en bijlagen

27.1 Resultaatbestemming

Bedragen x € 1.000

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten Stap

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten Stap

Er zijn geen statutaire bepalingen betreffende de bestemming van het resultaat. Het negatieve saldo van de staat van baten en lasten van -7 over het boekjaar wordt op basis van een bestuursbesluit van Stap onttrokken aan het weerstandsvermogen. Het resterende saldo van baten en lasten van -668 wordt onttrokken aan de overige reserves.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Eastman

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Eastman

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 2.258 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring Eastman.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring SVG

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring SVG

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 5.039 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring SVG.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Holland Casino

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Holland Casino

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het negatieve saldo van de staat van baten en lasten, van -354.778 over het boekjaar, verlaagd de algemene reserve van Pensioenkring Holland Casino. 

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Douwe Egberts

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Douwe Egberts

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 27.459 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring Douwe Egberts.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Ballast Nedam

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Ballast Nedam

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 71.575 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring Ballast Nedam.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring GE Nederland

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring GE Nederland

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 64.112 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring GE Nederland.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring TotalEnergies Nederland

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring TotalEnergies Nederland

Er zijn geen statutaire bepalingen voorde bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 16.417 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring TotalEnergies Nederland.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Aon Groep Nederland

​​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Aon Groep Nederland

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 55.051 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring Aon Groep Nederland.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Astellas

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring Astellas

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 47.916 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring Astellas.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring IFF

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Pensioenkring IFF

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 152.274 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring IFF.

Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Multi-cliënt Pensioenkring 2

​Regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten van Multi-cliënt Pensioenkring 2

Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 50.499 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Multi-client Pensioenkring 2.

27.2 Actuariële verklaringen

Actuariële verklaring Pensioenkring Eastman

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap te Den Haag is voor collectiviteitskring Pensioenkring Eastman aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Eastman, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A - Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A - Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening.

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 1.429.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 71.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn.

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. Aangezien het pensioenfonds gebruik heeft gemaakt van de versoepelde toeslagregels zoals vastgelegd in het tijdelijke artikel 15c van het Besluit Financieel Toetsingskader (Toeslag vanwege dynamiseren indiening implementatieplan) is artikel 137 van de Pensioenwet niet volledig van toepassing. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard.

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten.

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. Hierbij is in aanmerking genomen dat het pensioenfonds gebruik heeft gemaakt van de versoepelde toeslagregels zoals vastgelegd in het tijdelijke artikel 15c van het Besluit Financieel Toetsingskader (Toeslag vanwege dynamiseren indiening implementatieplan), waardoor artikel 137, tweede lid, onderdelen a en b van de Pensioenwet niet van toepassing zijn. Het pensioenfonds heeft onderbouwd te hebben voldaan aan de in dat artikel gestelde voorwaarden voor het gebruik van de versoepelde toeslagregels.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen.

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring Eastman is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening voldoende. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen beperkt zijn.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring SVG

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap te Den Haag is voor collectiviteitskring Pensioenkring SVG aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring SVG, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V.  beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V.  wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening. 

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 4.358.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 217.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn.

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard.

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of: 

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld 
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel  

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten.

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel. 

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring SVG is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening voldoende. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen beperkt zijn.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring Holland Casino

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap te Den Haag is voor collectiviteitskring Pensioenkring Holland Casino aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Holland Casino, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening. 

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 22.567.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 1.128.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn. 

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan: 

  • de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet, voor zover van toepassing in verband met het karakter van de pensioenregeling als geheel
  • de correcte toepassing van de toedelingsregels en
  • de regels ten aanzien van de risicohouding 

De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard.

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen is vastgesteld
  • de toedelingsregels correct zijn toegepast
  • de uitkeringen voor pensioengerechtigden zijn vastgesteld op basis van de vastgestelde rekenregels
  • de risicohouding is vastgesteld in lijn met onder andere de risicopreferentie van de deelnemers en is vastgelegd, en of het beleggingsbeleid past binnen de risicohouding
  • het beleggingsbeleid verder in overeenstemming is met de prudentperson regel

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. 

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten. 

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum ten minste gelijk aan het wettelijk minimaal vereist eigen vermogen. Dit eigen vermogen, ook aangeduid met toetsvermogen, vertegenwoordigt het eigen vermogen exclusief bestemmingsfondsen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet, voor zover van toepassing in verband met het karakter van de pensioenregeling als geheel, die voor risico van de deelnemers is. Daarbij heb ik mij ervan overtuigd dat de factoren voor het omzetten van het persoonlijk pensioenvermogen naar een ingegane uitkering conform de vastgestelde rekenregels zijn vastgesteld en toegepast. Tevens heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de correcte toepassing van de toedelingsregels en de regels ten aanzien van de risicohouding. 

Wel plaats ik de volgende opmerkingen:

Wij zijn van mening dat de vaststelling van het direct ingaand partnerpensioen correct is vastgesteld, echter de berekening van het bijbehorende persoonlijke pensioenvermogen is niet altijd correct gedaan. Dit is inmiddels verholpen. De gevolgen hiervan zijn zeer beperkt, aangezien jaarlijks automatisch een herrekening voor het gehele uitkeringscollectief plaatsvindt. 

Wij hebben geen integrale controle kunnen uitvoeren op de omzetting van pensioenvermogens naar pensioenrechten en baseren onze conclusie op een deelwaarneming. Wij kunnen daardoor niet uitsluiten dat gedurende de verslagperiode geen sprake is geweest van een onjuiste omzetting van een pensioenvermogen in een pensioenrecht.

Daar komt bij dat wij geen bevestiging van juistheid van de maandelijks behaalde rendementen hebben ontvangen (de accountant kan dit alleen bevestigen bij het op jaarbasis behaalde rendement) en wij hebben aangenomen dat deze maandrendementen correct zijn. Gegeven die aanname hebben wij ons ervan overtuigd dat de toedeelregels correct zijn toegepast; we kunnen echter niet uitsluiten dat deze toedeelregels zijn toegepast op een verkeerd maandrendement.

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring Holland Casino is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en daarbij is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen. Het toetsvermogen is naar mijn mening voldoende, mede doordat het toetsvermogen sinds het invaarmoment (1 mei 2025) toegenomen is.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring Douwe Egberts

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Douwe Egberts te Den Haag is aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Douwe Egberts, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening.

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 12.059.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 602.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn.

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard. 

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten. 

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring Douwe Egberts is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening goed. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen toereikend zijn.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring Ballast Nedam

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap te Den Haag is voor collectiviteitskring Pensioenkring Ballast Nedam aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Ballast Nedam, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

​Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening. 

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 7.261.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 363.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn.

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard.

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten.

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring Ballast Nedam is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening voldoende. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen beperkt zijn.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring GE Nederland

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring GE Nederland te Den Haag is aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring GE Nederland, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A - Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A - Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

​Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening.

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 3.997.000. Met de accountant ben ik rapporteren Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 199.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn. 

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard. 

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen  onjuistheden van materieel belang bevatten. 

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel. 

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen. Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring GE Nederland is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening goed. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen toereikend zijn. De pensioenkring heeft een korting op de premie verleend in verband met de goede financiële positie. Ik ben van mening dat de korting in lijn is met wet- en regelgeving.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring TotalEnergies Nederland

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap te Den Haag is voor collectiviteitskring Pensioenkring TotalEnergies Nederland aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring TotalEnergies Nederland, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

​Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening.

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 4.010.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 200.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn.

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. Aangezien het pensioenfonds gebruik heeft gemaakt van de versoepelde toeslagregels zoals vastgelegd in het tijdelijke artikel 15c van het Besluit Financieel Toetsingskader (Toeslag vanwege dynamiseren indiening implementatieplan) is artikel 137 van de Pensioenwet niet volledig van toepassing. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard.

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten.  

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum lager dan het wettelijk vereist eigen vermogen, maar hoger dan het wettelijk minimaal vereist eigen vermogen

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. Hierbij is in aanmerking genomen dat het pensioenfonds gebruik heeft gemaakt van de versoepelde toeslagregels zoals vastgelegd in het tijdelijke artikel 15c van het Besluit Financieel Toetsingskader (Toeslag vanwege dynamiseren indiening implementatieplan), waardoor artikel 137, tweede lid, onderdelen a en b van de Pensioenwet niet van toepassing zijn. Het pensioenfonds heeft onderbouwd te hebben voldaan aan de in dat artikel gestelde voorwaarden voor het gebruik van de versoepelde toeslagregels.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is lager dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen, doch hoger dan de dekkingsgraad bij het minimaal vereist eigen vermogen.

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring TotalEnergies Nederland is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening voldoende. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen beperkt zijn.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring Aon Groep Nederland

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Aon Groep Nederland te Den Haag is aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen`Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Aon Groep Nederland, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

​Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening.

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 4.464.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 223.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn. 

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard. 

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten.

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen.

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Aon Groep Nederland is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening goed. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen toereikend zijn. 

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring Astellas

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap te Den Haag is voor collectiviteitskring Pensioenkring Astellas aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring Astellas, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

​Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening. 

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 3.562.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 178.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn. 

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. Aangezien het pensioenfonds gebruik heeft gemaakt van de versoepelde toeslagregels zoals vastgelegd in het tijdelijke artikel 15c van het Besluit Financieel Toetsingskader (Toeslag vanwege dynamiseren indiening implementatieplan) is artikel 137 van de Pensioenwet niet volledig van toepassing. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard.

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten. 

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel. 

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. Hierbij is in aanmerking genomen dat het pensioenfonds gebruik heeft gemaakt van de versoepelde toeslagregels zoals vastgelegd in het tijdelijke artikel 15c van het Besluit Financieel Toetsingskader (Toeslag vanwege dynamiseren indiening implementatieplan), waardoor artikel 137, tweede lid, onderdelen a en b van de Pensioenwet niet van toepassing zijn. Het pensioenfonds heeft onderbouwd te hebben voldaan aan de in dat artikel gestelde voorwaarden voor het gebruik van de versoepelde toeslagregels.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen.

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring Astellas is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening voldoende. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen beperkt zijn.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Pensioenkring IFF

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap te Den Haag is voor collectiviteitskring IFF aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Pensioenkring IFF, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

​Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening. 

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 3.196.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 159.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn.

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. Aangezien het pensioenfonds gebruik heeft gemaakt van de versoepelde toeslagregels zoals vastgelegd in het tijdelijke artikel 15c van het Besluit Financieel Toetsingskader (Toeslag vanwege dynamiseren indiening implementatieplan) is artikel 137 van de Pensioenwet niet volledig van toepassing. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard.

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen;
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld;
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten;
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel.

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten. 

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. Hierbij is in aanmerking genomen dat het pensioenfonds gebruik heeft gemaakt van de versoepelde toeslagregels zoals vastgelegd in het tijdelijke artikel 15c van het Besluit Financieel Toetsingskader (Toeslag vanwege dynamiseren indiening implementatieplan), waardoor artikel 137, tweede lid, onderdelen a en b van de Pensioenwet niet van toepassing zijn. Het pensioenfonds heeft onderbouwd te hebben voldaan aan de in dat artikel gestelde voorwaarden voor het gebruik van de versoepelde toeslagregels.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen.

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor collectiviteitskring Pensioenkring IFF is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening goed. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen toereikend zijn. 

Ik merk op dat de pensioenkring feitelijk voor 56,3% belegt op gereglementeerd markten. Dit is minder dan de 75% - 80% die het Koninklijk Actuarieel Genootschap voorschrijft in de leidraad prudent person. Ik ben van mening dat gezien de aard van de beleggingen, het toezicht op de betreffende beleggingsfondsen en de beheersmaatregelen van liquiditeits- en waarderingsrisico’s van de pensioenkring er geen bezwaren tegen zijn tegen de beperkte allocatie naar gereglementeerde markten, maar heb de pensioenkring wel geadviseerd om deze allocatie binnen de voorschriften van het Koninklijk Actuarieel Genootschap te brengen.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

Actuariële verklaring Multi-client Pensioenkring 2

Opdracht

Door Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Multi-Client Pensioenkring 2 te Den Haag is aan Triple A – Risk Finance Certification B.V. de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2025.

Onafhankelijkheid

Als waarmerkend actuaris ben ik onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Multi-Client Pensioenkring 2, zoals vereist conform artikel 148 van de Pensioenwet. Ik verricht geen andere werkzaamheden voor het pensioenfonds, anders dan de werkzaamheden uit hoofde van de actuariële functie. Omdat Triple A – Risk Finance Certification B.V. beschikt over een door de toezichthouder goedgekeurde gedragscode, is het toegestaan dat andere actuarissen en deskundigen aangesloten bij Triple A – Risk Finance Certification B.V. wel andere werkzaamheden verrichten voor het pensioenfonds.

Gegevens

De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening.

Afstemming accountant

Op basis van de door mij en de accountant gehanteerde Handreiking heeft afstemming plaatsgevonden over de werkzaamheden en de verwachtingen bij de controle van het boekjaar. Voor de toetsing van de technische voorzieningen en voor de beoordeling van de vermogenspositie als geheel heb ik de materialiteit bepaald op € 6.495.000. Met de accountant ben ik overeengekomen om geconstateerde afwijkingen boven € 324.000 te rapporteren. Deze afspraken zijn vastgelegd en de uitkomsten van mijn bevindingen zijn met de accountant besproken.

Ik heb voorts gebruik gemaakt van de door de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole onderzochte basisgegevens. De accountant van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn.

Werkzaamheden

Ter uitvoering van de opdracht heb ik, conform mijn wettelijke verantwoordelijkheid zoals beschreven in artikel 147 van de Pensioenwet, onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Op grond van overgangsrecht gelden genoemde artikelen, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden. De door de pensioenkring verstrekte basisgegevens zijn zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb aanvaard. 

Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht heb ik onder meer onderzocht of:

  • toereikende technische voorzieningen zijn vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen;
  • het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen conform de wettelijke bepalingen zijn vastgesteld;
  • de kostendekkende premie voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten;
  • het beleggingsbeleid in overeenstemming is met de prudent-person regel.

Voorts heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van de pensioenkring. Daarbij heb ik mij gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen en is mede het financieel beleid van de pensioenkring in aanmerking genomen.

Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten. 

De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken en vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Oordeel

Overeenkomstig de beschreven berekeningsregels en uitgangspunten zijn toereikende technische voorzieningen vastgesteld met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. Het eigen vermogen van de pensioenkring is op de balansdatum hoger dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. Hierbij merk ik op dat op grond van overgangsrecht de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet gelden, zoals deze tot de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen luidden.

De beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring op balansdatum is hoger dan de dekkingsgraad bij het vereist eigen vermogen

Mijn oordeel over de vermogenspositie van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap - Multi-Client Pensioenkring 2 is gebaseerd op de tot en met balansdatum aangegane verplichtingen en de op dat moment aanwezige middelen. De vermogenspositie is naar mijn mening goed. Daarbij is in aanmerking genomen dat de mogelijkheden tot het realiseren van de beoogde toeslagen toereikend zijn.

Amsterdam, 16 juni 2026
drs. Pieter Heesterbeek AAG
verbonden aan Triple A – Risk Finance Certification B.V

27.3 Controle verklaring van onafhankelijke accountant

Aan: het bestuur van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap

Verklaring over de jaarrekening 2025

Ons oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap (‘de stichting’) een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de stichting op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (‘BW’).

Wat we hebben gecontroleerd

Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025 van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap te Den Haag gecontroleerd.

De jaarrekening bestaat uit:

  • de balans per 31 december 2025;
  • de staat van baten en lasten over 2025; en
  • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de jaarrekening is Titel 9 Boek 2 BW.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Onafhankelijkheid

Wij zijn onafhankelijk van Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Informatie ter ondersteuning van ons oordeel

Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot fraude en continuïteit, en de aangelegenheden daaruit, bepaald in de context van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Daarom geven wij geen afzonderlijke oordelen of conclusies over de informatie ter ondersteuning van ons oordeel, zoals onze bevindingen en observaties ten aanzien van de controleaanpak gericht op de frauderisico’s en continuïteit.

Controleaanpak frauderisico’s

Wij hebben risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg zijn van fraude geïdentificeerd en ingeschat. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap en haar omgeving en de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van toezicht toezicht uitoefent en de uitkomsten daarvan. Wij verwijzen naar hoofdstuk 1.4 , 'Integraal Risicomanagement' paragraaf 'Frauderisico' van het jaarverslag waarin het bestuur van de stichting aangeeft dat het bij het identificeren en inschatten van risico's met behulp van de Systematische Integriteitsrisico Analyse (SIRA) specifieke aandacht besteedt aan het inschatten van frauderisico’s bij het integriteitsrisico.

Hierbij worden ook risico’s bij de uitbestedingspartners betrokken.

Wij hebben ten aanzien van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude de opzet en implementatie van de interne beheersing geëvalueerd, waaronder de frauderisicoanalyse van het bestuur, zoals opgenomen in de SIRA, de gedragscode, klokkenluidersregeling, en voor zover wij dat noodzakelijk achtten voor onze controle, de werking getoetst van deze interne beheersmaatregelen.

We hebben inlichtingen ingewonnen bij leden van het bestuur en het bestuursbureau gevraagd om onze fraudevragenlijst in te vullen en hebben we de uitkomsten van deze vragenlijst besproken. Wij hebben tevens gevraagd of zij op de hoogte waren van feitelijke, vermeende of vermoede fraude. Hieruit volgden geen signalen van feitelijke, vermeende of vermoede fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.

Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van frauderisico’s, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van frauderisico’s.

De door ons geïdentificeerde frauderisico’s en uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt:

Geïdentificeerde frauderisico’s Onze controlewerkzaamheden en observaties
Het risico dat het bestuur maatregelen van interne beheersing doorbreekt Wij hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de processen voor het genereren en verwerken van journaalposten en het maken van schattingen.

Daarnaast hebben wij inzicht verkregen in de ISAE 3402-rapportages van de pensioenuitvoeringsorganisatie, als partij die primair de financiële administratie van het pensioenfonds voert, en de hierin opgenomen interne beheersings-maatregelen ten aanzien van toegangsbeveiliging in het IT-systeem.

Wij hebben de werkzaamheden die de accountant van de pensioenuitvoeringsorganisatie heeft verricht, geëvalueerd.

Wij hebben journaalposten geselecteerd op basis van risicocriteria en hierop specifieke controlewerkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden omvatten onder meer inspectie van informatie uit brondocumenten.

Wij hebben geen significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening geïdentificeerd.

Daarnaast hebben wij specifieke controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van belangrijke schattingen van het bestuur, zijnde de waardering van de niet beursgenoteerde beleggingen en de fondsspecifieke elementen in de waardering van de technische voorzieningen. Wij hebben in het bijzonder aandacht gehad voor het inherente risico van mogelijke vooringenomenheid van het bestuur bij schattingen.

Onze werkzaamheden op de waardering van de niet beursgenoteerde beleggingen waren:
• Door middel van de ISAE 3402-rapportage van de vermogensbeheerder zekerheid verkregen omtrent de opzet, het bestaan en de werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de waardering van niet-beursgenoteerde beleggingen. De rapportage is voorzien van een goedkeurend assurancerapport.
Het bestuur bevindt zich in een unieke positie om fraude te plegen, omdat het in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en frauduleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken die anderszins effectief lijken te werken. Daarom besteden wij bij al onze controles aandacht aan het risico van het doorbreken van maatregelen van interne beheersing door het bestuur met betrekking tot:
• journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de jaarrekening zijn gemaakt;
• schattingen;
• significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening.

Wij hebben daarbij bijzondere aandacht voor tendenties als gevolg van mogelijke belangen van het bestuur.
  • Waar mogelijk de intrinsieke waarde per particpatie aangesloten met de gecontroleerde jaarrekeningen van de niet-beursgenoteerde vastgoed- en private equitybeleggingsfondsen. Indien dit niet mogelijk was hebben we de meest recent beschikbare kwartaalrapportage van de vermogensbeheerder en waarderingsinformatie aangesloten en backtesting uitgevoerd middels vergelijking van de voorlopige en de gecertificeerde intrinsieke waarde per participatie.

Onze werkzaamheden op de waardering van de technische voorzieningen waren:
• Door middel van de ISAE 3402-rapportages van de pensioenuitvoeringsorganisatie zekerheid verkregen omtrent de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de waardering van de technische voorziening. De rapportage aangaande de processen voor kringen onder FTK is voorzien van een goedkeurend assurancerapport. De rapportage aangaande Wtp-processen heeft een verklaring met beperking. Wij hebben de impact hiervan op het jaarverslag geevalueerd en aanvullende gegevensgerichte werkzaamheden verricht.
• Evaluatie van de uitkomsten van de actuariële analyse over 2025, waaronder de vertaling naar de fondsspecifieke grondslagen, alsmede bespreking van deze analyse met het bestuur, het management van het bestuursbureau en de certificerend actuaris.
• Overleg met en beoordeling van de rapporten van de certificerend actuaris.

Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van het doorbreken van de interne beheersing door het bestuur.
Frauderisico inzake de kostendoorbelasting aan de Pensioenkringen Wij hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing en de werking van de maatregelen getoetst in de processen voor het doorbelasten van kosten vanuit Stap aan de Pensioenkringen.

Daarnaast hebben wij inzicht verkregen in de ISAE 3402-rapportage van de pensioenuitvoeringsorganisatie, als partij die primair de financiële administratie van het pensioenfonds voert, en de hierin opgenomen interne beheersings-maatregelen ten aanzien van toegangsbeveiliging in het IT-systeem. Wij hebben de werkzaamheden die de accountant van de pensioenuitvoeringsorganisatie heeft verricht, geëvalueerd.

Wij hebben getoetst of de journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de jaarrekening zijn aangebracht aanvaardbaar zijn. Hierbij hebben wij bijzondere aandacht gehad voor tendenties als gevolg van mogelijke belangen van het bestuur.

Wij hebben gegevensgerichte werkzaamheden uitgevoerd op de doorbelaste kosten vanuit Stap aan de Pensioenkringen.

Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van het verantwoorden van deze doorbelaste kosten.
Op grond van de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement tussen de Pensioenkring en Stap worden diverse categorieën van de uitvoeringskosten ten laste gebracht van de kostenvoorziening, premie of het belegd pensioenvermogen van de Pensioenkring.

Het frauderisico inzake de kostendoorbelasting aan de Pensioenkringen wordt met name beïnvloed door de financiële positie van het pensioenfonds. Vanwege het bestaande exploitatietekort van Stap (ontvangen exploitatievergoedingen -/-uitvoeringskosten) bestaat het risico dat er uitvoeringskosten onterecht worden doorbelast naar de Pensioenkringen, om op deze wijze het exploitatieresultaat van Stap te sturen.

Wij besteden bij onze controle aandacht aan het risico dat de kostendoorbelasting van Stap aan de Pensioenkringen onjuist is.

Wij hebben daarbij bijzondere aandacht voor tendenties als gevolg van mogelijke belangen van het bestuur.

Wij hebben in onze controle een element van onvoorspelbaarheid ingebouwd. Daarnaast hebben we kennisgenomen van advocatenbrieven en correspondentie met toezichthouders en zijn wij tijdens de controle alert gebleven op indicaties voor fraude. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen waren die een aanwijzing vormden voor fraude.

Controleaanpak continuïteit

Het bestuur heeft de jaarrekening opgemaakt uitgaande van de continuïteit van het geheel van de werkzaamheden van de stichting voor ten minste twaalf maanden vanaf de datum van opmaken van de jaarrekening.

Onze werkzaamheden om de continuïteitsbeoordeling van het bestuur te evalueren omvatten onder andere het verkrijgen van controle-informatie omtrent het continuïteitsrisico en de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling bij de vaststelling van bedragen en in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen.

Op basis van de verkregen controle-informatie hebben wij vastgesteld of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Daarnaast hebben wij de correspondentie met relevante toezichthoudende instanties geïnspecteerd.

Ook hebben wij geanalyseerd of de huidig een benodigde financiering voor het kunnen continueren van het geheel van de werkzaamheden is gewaarborgd. Hierbij hebben wij inlichtingen ingewonnen bij het bestuur over haar kennis van continuïteitsrisico’s na de periode van de door het bestuur verrichte continuïteitsbeoordeling.

Zoals opgenomen in hoofdstuk 1.4 ‘Integraal Risicomanagement’ paragraaf ‘Krediet- en liquiditeitsrisico’ van het jaarverslag is de afwikkeling van de garantstelling door Aegon Nederland N.V. over eerdere jaren nog onderhanden. En is een nadere financieringsovereenkomst aangegaan met Aegon Asset Management Holding B.V. ten behoeve van de ontwikkeling propositie FPR.

Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen en aannames van het bestuur over de gehanteerde continuïteitsveronderstelling.

Naleving vereisten van Regelgevende Technische Standaard van SBR, inclusief XBRL-markering, niet gecontroleerd

De accountantscontrole bevat de toetsing dat de opgemaakte jaarrekening voldoet aan de wettelijke bepalingen in Titel 9 Boek 2 BW. Onze controleverklaring is afgegeven bij de opgemaakte jaarrekening en zal worden gevoegd bij de digitaal te deponeren jaarrapportage. De naleving van alle vereisten van de Regelgevende Technische Standaard van het SBR-domein Handelsregister, waaronder de aangebrachte eXtensible Business Reporting Language (XBRL) markeringen, is geen onderdeel van de accountantscontrole geweest.

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Het jaarverslag omvat ook andere informatie. Dat betreft alle informatie in het jaarverslag anders dan de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het bestuursverslag en de overige gegevens.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening en de accountantscontrole

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor:

  • het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW; en voor
  • een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de stichting in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het genoemde verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de stichting te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. 

De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de stichting.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze doelstellingen zijn een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten en een controleverklaring uit te brengen waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid en is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de controlestandaarden is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer hier sprake van is.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieelbelang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
  • Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de stichting.
  • Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
  • Het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Ook op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven.
  • Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de het bestuur en de raad van toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Rotterdam, 16 juni 2026
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.



Origineel getekend door E. Brienesse RA

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V., Fascinatio Boulevard 350, 3065 WB Rotterdam, Postbus 8800, 3009 AV Rotterdam, T: 088 792 00 10, www.pwc.nl 

‘PwC’ is het merk waaronder PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (KvK 34180285), PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs N.V. (KvK 34180284), PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. (KvK 34180287), PricewaterhouseCoopers Compliance Services B.V. (KvK 51414406), PricewaterhouseCoopers Pensions, Actuarial & Insurance Services B.V. (KvK 54226368), PricewaterhouseCoopers B.V. (KvK 34180289) en andere vennootschappen handelen en diensten verlenen. Op deze diensten zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin onder meer aansprakelijkheidsvoorwaarden zijn opgenomen. Op leveringen aan deze vennootschappen zijn algemene inkoopvoorwaarden van toepassing. Op www.pwc.nl treft u meer informatie over deze vennootschappen, waaronder deze algemene (inkoop)voorwaarden die ook zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam.

Bijlage 1 - Naleving Code Pensioenfondsen 2024

Norm Thema’s en beschrijving norm Past toe Legt uit Toelichting
  Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden      
1 Het pensioenfonds heeft een missie, visie en strategie. Daarin beschrijft het pensioenfonds wat het pensioenfonds wil betekenen en bereiken voor zijn belanghebbenden, rekening houdend met hun voorkeuren en belangen. Op deze wijze bepaalt het pensioenfonds wat zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, zijn. Het pensioenfonds evalueert zijn missie, visie en strategie periodiek en rapporteert hierover in zijn bestuursverslag.   V Het bestuur geeft in de paragraaf ‘Karakteristieken van Stap’ de missie, visie en strategie van Stap weer. In het hoofdstuk “Verslag van het boekjaar” rapporteert het bestuur over de missie, visie en strategie in 2025.
2 Het pensioenfonds heeft, rekening houdend met de voorkeuren en belangen van belanghebbenden, een beleggingsbeleid waarvan milieu- en klimaat- alsmede sociale en governance factoren een uitdrukkelijk en kenbaar onderdeel zijn. Het pensioenfonds houdt op een proportionele wijze rekening met mogelijke langetermijneffecten van het beleggingsbeleid op mens, milieu en maatschappij en de effecten van duurzaamheidsrisico’s op beleggingsbeslissingen. V    
3 Het pensioenfonds voert de pensioenregeling naar beste vermogen uit op basis van een evenwichtige afweging van belangen en is transparant in hoe deze afweging plaatsvindt. V    
4 Het pensioenfonds verdiept zich in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en betrekt deze voorkeuren bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en gaat daarover met de belanghebbenden in gesprek. Het pensioenfonds rapporteert hierover in het bestuursverslag.   V Het bestuur geeft in het hoofdstuk “Verslag van het boekjaar” weer op welke wijze het bestuur zich verdiept in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en hoe het deze voorkeuren betrekt bij de strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten.
5 Het pensioenfonds heeft een beleid over de wijze waarop het deelnemers keuzebegeleiding biedt bij keuzes binnen de pensioenregeling. Het pensioenfonds evalueert periodiek de uitvoering en de effectiviteit van dit beleid en stuurt waar nodig bij. V    
6 Het pensioenfonds heeft een visie op de kwaliteit van de uitvoering van de pensioenregeling en het daarbij behorende kostenniveau. Het pensioenfonds monitort de kwaliteit en kosten van uitvoering en evalueert deze jaarlijks. V    
7 Het pensioenfonds legt in zijn uitbestedingsbeleid vast wanneer en onder welke voorwaarden het pensioenfonds besluit tot (onder)uitbesteding van taken of werkzaamheden. Bij uitbesteding van taken of werkzaamheden neemt het pensioenfonds adequate maatregelen in de overeenkomst op voor als de dienstverlener of een door hem ingeschakelde derde onvoldoende presteert, de overeenkomst niet naleeft en/of schade veroorzaakt door handelen of nalaten. V    
  Goed besturen      
8 Het bestuur legt duidelijk vast op grond van welke overwegingen een besluit is genomen, wat de relatie is met de strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en op welke wijze het bestuur de overige organen van het pensioenfonds betrekt of heeft betrokken. V    
9 Het bestuur weegt de aanbevelingen van het intern toezicht en
andere organen zorgvuldig en motiveert afwijkingen.
V    
10 Het bestuur legt vast wanneer het bestuur het oordeel van de sleutelfunctiehouders in zijn besluiten betrekt. Wanneer het bestuur het oordeel van de sleutelfunctiehouders in zijn besluiten betrekt, legt het bestuur vast hoe het bestuur dit oordeel heeft gewogen en betrokken in zijn besluiten. V    
11 Het bestuur legt zijn beleid op strategische aandachtsgebieden schriftelijk vast en zorgt voor een gedocumenteerde beleids- en verantwoordingscyclus. Daarnaast toetst het bestuur periodiek de effectiviteit van zijn beleid en stuurt waar nodig bij. V    
12 Het bestuur zorgt voor een heldere en expliciete taak- en rolverdeling tussen bestuur en uitvoering. Daarbij betrekt het bestuur de taak- en rolverdeling van bestuur, bestuurlijke commissies en sleutelfunctiehouders. V    
13 Het bestuur is collectief verantwoordelijk voor zijn functioneren. De voorzitter is het eerste aanspreekpunt en is als eerste verantwoordelijk voor zorgvuldige besluitvorming en procedures waarin ruimte en aandacht is voor de inbreng en diverse perspectieven van alle leden van het bestuur. V    
14 Elk bestuurslid heeft stemrecht. V    
15 Het bestuur vervult zijn taken op een voor belanghebbenden transparante, open en toegankelijke wijze. Het bestuur informeert de belanghebbenden in ieder geval over:
− de missie, visie en strategie;
− de naleving van deze Code en de interne gedragscode;
− de evaluatie van het functioneren van het bestuur;
− de afhandeling van klachten en geschillen en de wijzigingen in regelingen of processen die daaruit voortvloeien.
V    
16 Het bestuur bevordert en borgt een cultuur waarin risicobewustzijn vanzelfsprekend is. Het bestuur zorg ervoor dat het integrale risicomanagement adequaat georganiseerd is en dat er een noodprocedure beschikbaar is om in spoedeisende situaties te kunnen handelen. V    
  Effectief intern toezichthouden en controle uitvoeren      
17 Het intern toezicht legt een toezichtvisie ten grondslag aan zijn toezicht. Deze visie omvat tenminste de volgende elementen:
- de doelstelling van het intern toezicht;
- de rol, rolinvulling en de werkwijze van het intern toezicht;
- de interactie tussen intern toezicht en bestuur;
- de interactie tussen intern toezicht en de diverse sleutelfunctiehouders;
- de interactie tussen intern toezicht en het verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan.
V    
18 Het intern toezicht legt vast hoe het intern toezicht het functioneren van het bestuur toetst, wat daarbij het normenkader is, wat het intern toezicht daarvoor nodig heeft, over welke onderwerpen het intern toezicht zich in een specifieke periode een oordeel wenst te vormen en waarover het in gesprek wil met bestuur en verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan. V    
19 Het intern toezicht is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid als toezichthouder en gedraagt zich ernaar. V    
20 Het intern toezicht stelt zich op als gesprekspartner van het bestuur. V    
21 Het intern toezicht stelt zich onafhankelijk op ten opzichte van andere toezichthouders, overige fondsorganen en van welk ander belang dan ook en kan kritisch opereren. V    
22 Het bestuur draagt de accountant en actuaris die controle uitvoert c.q. certificeert in beginsel geen andere werkzaamheden op dan controle c.q. certificering. Geeft het bestuur wel een andere opdracht, dan vraagt dit een zorgvuldige afweging en een afzonderlijke opdrachtformulering. V    
23 Het bestuur beoordeelt vierjaarlijks het functioneren van de accountant en de actuaris en stelt het intern toezicht en verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan van de uitkomst op de hoogte. V    
  Verantwoording en inspraak organiseren      
24 Het bestuur legt verantwoording af over het beleid dat het voert, de gerealiseerde uitkomsten van dit beleid en de beleidskeuzes die het voor de toekomst maakt. Het bestuur maakt daarbij inzichtelijk hoe het de verschillende belangen heeft afgewogen. Ook geeft het bestuur inzicht in de risico’s van de belanghebbenden op korte en lange termijn. V    
25 Het bestuur gaat met het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan bij het afleggen van verantwoording in gesprek. V    
26 Het intern toezicht legt in het bestuursverslag, op basis van een vooraf door het intern toezicht vastgestelde toezichtvisie en een eerder geformuleerd normenkader, verantwoording af over de verrichte werkzaamheden, rapporteert de bevindingen en doet (zo nodig) aanbevelingen. V    
27 Het intern toezicht is aanspreekbaar op de wijze waarop het toezicht houdt en is bereid in gesprek te gaan over de wijze waarop het toezicht is uitgevoerd en hoe daarover is gerapporteerd. V    
28 Het verantwoordingsorgaan maakt het mogelijk dat het bestuur en het intern toezicht verantwoording kunnen afleggen en geeft een oordeel over het handelen van het bestuur. Daarnaast oefent het verantwoordingsorgaan de aan hem toegekende adviesrechten uit, tenzij het verantwoordingsorgaan daar gemotiveerd niet voor kiest. Het verantwoordingsorgaan houdt bij zijn taken rekening met alle belanghebbenden.   V Niet van toepassing
29 Het verantwoordingsorgaan bewaakt of het bestuur de verschillende belangen evenwichtig afweegt.   V Niet van toepassing
30 Het belanghebbendenorgaan maakt het mogelijk dat het bestuur en het intern toezicht verantwoording kunnen afleggen en geeft een oordeel over het handelen van het bestuur. Daarnaast oefent het belanghebbendenorgaan de aan hem toegekende adviesrechten uit- tenzij het belanghebbendenorgaan daar gemotiveerd niet voor kiest. Ook oefent het belanghebbendenorgaan de aan hem toegekende goedkeuringsrechten uit. Het belanghebbendenorgaan houdt bij zijn taken rekening met alle belanghebbenden. V    
31 Het belanghebbendenorgaan bewaakt of het bestuur de verschillende belangen evenwichtig afweegt. V    
32 Het bestuur organiseert en stimuleert zijn dialoog met belanghebbenden op een manier die past bij het pensioenfonds en zijn (diverse groepen van) belanghebbenden. V    
  Effectief functioneren van fondsorganen      
33 De samenstelling van fondsorganen is wat betreft geschiktheid, complementariteit, diversiteit en inclusie, afspiegeling van belanghebbenden en continuïteit, vastgelegd in beleid. V    
34 Het pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid vastgesteld om de diversiteit en inclusie in zijn fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Dit beleid stelt passende doelen op ten aanzien van de mate van diversiteit op alle voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten, waaronder tenminste geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Op basis van dit beleid heeft het pensioenfonds een planmatige aanpak gericht op het bereiken van deze doelen. Het bestuur herijkt dit beleid periodiek en rapporteert in het bestuursverslag over de resultaten van dit beleid.   V Stap heeft diversiteits- en inclusiebeleid om de diversiteit en inclusie in de fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Bij de werving en selectie en herbenoeming van leden van de fondsorganen wordt rekening gehouden met het diversiteits- en inclusiebeleid. Het bestuur geeft in de paragrafen ‘bestuur’, ‘bestuursbureau’, ‘raad van toezicht’ en ‘geschiktheidsbevordering en bestuurlijke effectiviteit’ een toelichting op de samenstelling van fondsorganen en de geschiktheid van de leden, alsmede de zelfevaluatie en de tussentijdse check die plaatsvindt.
35 Ten aanzien van leeftijdsdiversiteit geldt als minimum dat er tenminste een persoon zitting heeft in het bestuur en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan die jonger is dan 40 jaar. Ten aanzien van genderdiversiteit geldt als minimum dat er in de organen variatie is in geslacht of genderidentiteit.   V Stap ziet diversiteit niet sec als gender- of leeftijdsdiversiteit, maar streeft naar diversiteit gebaseerd op onder meer: kennis, ervaring, achtergrond en persoonlijkheid. Het onderscheid in gender en leeftijd is daarin een factor, maar geen doel op zich.
36 Het bestuur, het intern toezicht, het verantwoordingsorgaan en het belanghebbendenorgaan houden rekening met het diversiteit- en inclusiebeleid bij het opstellen van de eisen waaraan nieuwe leden van het orgaan dienen te voldoen. V    
37 De eerste zittingstermijn van een lid van het bestuur, de raad van toezicht, het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan is maximaal vier jaar. Deze leden kunnen voor een tweede termijn van maximaal vier jaar worden benoemd. Een bestuurslid en een lid van het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan kunnen als daarvoor aanleiding bestaat voor een derde termijn van maximaal vier jaar worden benoemd. In dat geval onderbouwt het bestuur de aanleiding voor een derde benoeming en deelt het bestuur dit met de overige organen. Leden van een visitatiecommissie zijn maximaal acht jaar betrokken bij hetzelfde pensioenfonds V    
38 Benoeming en ontslag van de leden van de organen van het pensioenfonds zijn geregeld in de statuten van het pensioenfonds waarbij – behoudens in het geval van beroepspensioenfondsen – de procedure voor benoeming en ontslag als beschreven in bijlage 2 wordt gevolgd. Schorsing van de leden van het bestuur, het belanghebbendenorgaan, het verantwoordingsorgaan en het intern toezicht wordt geregeld in de statuten of reglementen van het pensioenfonds. V    
39 Het pensioenfonds voert een beheerst en duurzaam beloningsbeleid. Dit beleid is in overeenstemming met de doelstellingen van het pensioenfonds. Ook is het beleid passend gelet op de bedrijfstak, onderneming of beroepsgroep waarvoor het fonds de pensioenregeling uitvoert. V    
40 De beloningen staan in redelijke verhouding tot verantwoordelijkheid, functie-eisen en tijdsbeslag. V    
41 Het bestuur is terughoudend als het gaat om prestatie gerelateerde beloningen. Prestatie gerelateerde beloningen zijn niet hoger dan 20 procent van de vaste beloning. Ze zijn niet gerelateerd aan de financiële resultaten van het fonds. V    
42 Bij tussentijds ontslag van een bestuurslid zonder arbeidsovereenkomst of van een lid van het intern toezicht verstrekt het bestuur geen transitie- of ontslagvergoeding. Bij ontslag van een (andere) medebeleidsbepaler moet een eventuele transitie- of ontslagvergoeding passend zijn gelet op de functie en de ontslagreden. V    
43 Het bestuur spreekt zich uit over de gewenste cultuur en gedraagt zich daarnaar. Aspecten in de cultuur waar het bestuur zich rekenschap van geeft zijn onder meer het openstaan voor kritiek, het leren van fouten en risicobewustzijn, de mate van inclusie in de manier van besluiten en functioneren. V    
44 Tegenstrijdige belangen, reputatierisico’s en nevenfuncties worden gemeld. De leden van het bestuur, het verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan, het intern toezicht en andere medebeleidsbepalers vermijden elke vorm en elke schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling. Zij laten zich op hun functioneren toetsen. V    
45 Het bestuur zorgt dat onregelmatigheden kunnen worden gemeld en dat betrokkenen weten hoe en bij wie. V    
46 De leden van het bestuur, het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan, het intern toezicht en andere medebeleidsbepalers ondertekenen de interne gedragscode van het pensioenfonds en een jaarlijkse nalevingsverklaring en gedragen zich daarnaar. V    
47 De voorzitter is samen met het bestuur verantwoordelijk om een open cultuur te bevorderen waarin sprake is van een lerende omgeving waarin ruimte en aandacht is voor de inbreng en diverse perspectieven van alle leden van het bestuur. V    
48 Het bestuur waarborgt dat de leden van de organen van het pensioenfonds onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De organen hebben daarnaast een eigen verantwoordelijkheid om het mogelijk te maken dat dat hun leden onafhankelijk en kritisch kunnen functioneren. V    
49 Het eigen functioneren is voor het bestuur, het intern toezicht, het belanghebbendenorgaan en het verantwoordingsorgaan een continu aandachtspunt. Deze organen evalueren in elk geval jaarlijks het eigen functioneren van het orgaan als geheel en van de individuele leden. Hierbij betrekken zij één keer in de drie jaar een onafhankelijke derde partij. De organen besteden daarbij in elk geval periodiek aandacht aan bestuursmodel, integriteit, geschiktheid, continuïteit, diversiteit en inclusie, de wijze van opereren en de mate waarin de individuele leden zich voldoende onafhankelijk en kritisch kunnen opstellen. V    

Bijlage 2 - Nevenfuncties bestuur en raad van toezicht

Naam Neven-
functie 1
Neven-
functie 2
Neven-
functie 3
Neven-
functie 4
Neven-
functie 5
Neven-
functie 6
Neven-
functie 7 en 8
Jeroen de Munnik Lid raad van toezicht vluchtelingen Werk Nederland Lid van het audit committee van
de raad van toezicht van vluchtelingen Werk Nederland
         
Huub
Popping
Geen
nevenfuncties
           
Danielle
Melis
Lid Raad van Commissarissen PGGM NV Senior Fellow bij het International Center for Financial Law & Governance (ICFG) Docent/adviseur en
participant
in kennis en
expertise
gremia
Lid Monitoring Commissie Corporate governancecode Lid raad van toezicht
DSI
Bestuurslid Stichting Hanarth Fonds Lid Raad van Commissarissen Achmea Real Estate & sen Achmea Investment Management
Fred
Ooms
Zelfstandig adviseur Executive Compensation & Benefits            
Marlies van Loon Werknemersvoorzitter Bpf Schilders Lid raad van toezicht Pensioenfonds DSM (PDN) Lid Visitatiecommissie Stichting Beroepspensioenfonds Loodsen        
Martine Menko Stichting NIMF - Penningmeester Lid raad van
toezicht
Stichting
Molenaars-
pensioenfonds
Voorzitter VvE "De Hofmeester" Voorzitter VvE Pootstraat 16-18-20      
Peter Dorrestijn Bestuurslid Pensioenfonds PostNL Stichting Pensioenfonds Openbare Apothekers - Bestuurslid          

Bijlage 3 - Bedrijven in portefeuilles Stap waarmee dialoog is gevoerd

In deze bijlage zijn de bedrijven in de portefeuilles van Stap vermeld waarmee in 2025 dialoog is gevoerd.

Naam Motivering dialoog Mijlpaal Acties
ADIDAS AG Duitse producent van (sport) kleding. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
ALIBABA GROUP HOLDING LTD Chinees technologie en online retail bedrijf met vermeende betrokkenheid op inbreuk op de burgerlijke vrijheden van etnische minderheden door de levering van bewakingstechnologie aan de staat. 2 Dialoog wordt voortgezet.
AMAZON.COM, INC. Amerikaans online retailbedrijf. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
ANGLO AMERICAN PLC Brits mijnbouwbedrijf. Vermeende betrokkenheid bij ernstige milieuverontreiniging door bedrijfsvoering. 2 Dialoog wordt voortgezet.
ANTA SPORTS PRODUCTS LTD Chinese producent van (sport) kleding. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 2 Dialoog wordt voortgezet.
APPLE INC. Amerikaanse producent van consumentenelektronica. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. Verder betrokken bij vermeende data- en privacy schendingen en mededingingszaken. 3 Dialoog wordt voortgezet.
ArcelorMittal SA Indiase staalproducent betrokken bij schadelijke luchtemissies voortkomende uit bedrijfsvoering in regio's van Frankrijk. Emissies hebben een mogelijke impact op gezondheid omwonenden. 2 Dialoog wordt voortgezet.
ARCHER-DANIELS-MIDLAND COMPANY Amerikaanse producent en verwerker van agrarische producten. Vermeende indirecte betrokkenheid bij ontbossing veroorzaakt door leveranciers van palmolie en soja. 3 Dialoog wordt voortgezet.
ASSOCIATED BRITISH FOODS PLC Britse holding en eigenaar van Primark, een retailer van kleding. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij toeleveranciers in Myanmar. 3 Dialoog wordt voortgezet.
Barry Callebaut AG Zwitserse voedselproducent. Vermeende indirecte betrokkenheid bij kinderarbeid, slechte arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden bij toeleveranciers van cacao. 3 Dialoog wordt voortgezet.
BOLIDEN Zweeds mijnbouwbedrijf en staalproducent. Betrokken bij het storten van giftig mijnafval in de jaren '80 in Chili.   Dialoog wordt gestart bij meer duidelijkheid status lopende rechtszaken.
BOLLORE Franse onderneming die via een belang in een derde onderneming indirect betrokken is bij vermeende mensenrechtenschendingen op plantages in Afrika en Cambodja. 1 Dialoog wordt voortgezet.
BP P.L.C. Brits olie- en gasbedrijf. BP was betrokken bij het ernstig incident in de Golf van Mexico in 2010. Als gevolg hiervan ontstonden er diverse olielekkages met ernstige milieuvervuiling als gevolg.   Dialoog wordt gestart bij meer duidelijkheid status lopende rechtszaken.
Bunge Global SA Amerikaanse producent en verwerker van agrarische producten. Vermeende indirecte betrokkenheid bij ontbossing veroorzaakt door leveranciers van soja. 3 Dialoog wordt voortgezet.
Carrefour SA Franse supermarktketen en retailer. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij Indiase en Chinese toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
CEMEX, S.A.B. de C.V. Mexicaanse producent van bouwmaterialen (cement). Het Duitse dochterbedrijf van Cemex is verantwoordelijk voor uitzonderlijke hoge CO2-emissies die bijdragen aan klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. 3 Dialoog wordt voortgezet.
Centrais Eletricas Brasileiras S.A. Braziliaans energiebedrijf. Vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen en schending van de rechten van de lokale, inheemse, bevolking bij de ontwikkeling van stuwdammen voor elektriciteitsproductie. 3 Dialoog wordt voortgezet.
CHOCOLADEFABRIKEN LINDT & SPRUENGL Zwitserse voedselproducent. Vermeende indirecte betrokkenheid bij kinderarbeid, slechte arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden bij toeleveranciers van cacao.   Dialoog nog niet gestart.
CISCO SYSTEMS, INC. Amerikaans technologiebedrijf. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
COMPAGNIE DE SAINT-GOBAIN SA Franse producent van bouwmaterialen. Wordt verantwoordelijk gehouden voor diverse milieu-gerelateerde incidenten en incidenten in relatie tot de (brand)veiligheid van geleverde producten.   Dialoog wordt gestart bij meer duidelijkheid status lopende rechtszaken.
COSTCO WHOLESALE CORP Amerikaanse groothandel en retailketen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 2 Dialoog wordt voortgezet.
DELL TECHNOLOGIES INC. Amerikaans technologiebedrijf. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
DOLLAR GENERAL CORP Amerikaans discount retail keten. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
ECOPETROL S.A. Colombiaans olie- en gasbedrijf. Ecopetrol zou betrokken zijn bij diverse olielekkages met ernstige milieuvervuiling als gevolg. 1 Dialoog wordt voortgezet.
EDISON INTERNATIONAL Amerikaans elektriciteitsbedrijf. Vermeende betrokkenheid bij grootschalige bosbranden in Californie met een negatieve impact het milieu en de lokale bevolking. 2 Dialoog wordt voortgezet.
ELECTROLUX AB Zweedse producent van elektrische huishoudapparatuur. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
ENEL S.P.A. Italiaans elektriciteitsbedrijf. Vermeende betrokkenheid bij milieuverstoring en een negatieve impact op de lokale bevolking door de constructie van een waterkrachtcentrale in Colombia. 3 Dialoog wordt voortgezet.
ENI S.P.A. Italiaans olie- en gasbedrijf. Door bedrijfsactiviteiten en milieuvervuiling vermeende betrokkenheid bij schendingen van het leefgebied van inheemse bevolking. Vermeende betrokkenheid bij diverse corruptieschandalen. 3 Dialoog wordt voortgezet.
FAST RETAILING CO., LTD. Japanse retailer van kleding. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
FERROVIE DELLO STATO ITALIANE S.P.A. Italiaanse exploitant van spoorwegen. Vermeende betrokkenheid bij een ernstige spoorweg incident bij een Griekse joint venture.   Dialoog wordt gestart bij meer duidelijkheid status lopende rechtszaken.
FIRST QUANTUM MINERALS LTD. Canadees mijnbouwbedrijf. Vermeende betrokkenheid bij ernstige milieuverontreiniging bij mijnbouwactiviteiten bij een kopermijn in Panama. 3 Dialoog wordt voortgezet.
GAP INC Amerikaanse retailer van kleding en accessoires. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
GEO GROUP Amerikaans bedrijf met private detentiecentra en psychiatrische inrichtingen. Beschuldigingen van mensenrechtenschendingen, slechte leefomstandigheden en scheiding van gezinnen in de detentiecentra voor immigratie.   Bedrijf is per 1 januari 2026 uitgesloten voor de MM fondsen.
HENNES & MAURITZ AB Zweedse retailer van kleding. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
HERSHEY FOODS Amerikaanse voedselproducent. Vermeende indirecte betrokkenheid bij kinderarbeid, slechte arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden bij toeleveranciers van cacao. 3 Dialoog wordt voortgezet.
HON HAI PRECISION INDUSTRY LTD Taiwanese producent van elektronica. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
HONDA MOTERS LTD Honda is een Japanse autobouwer. Het bedrijf is betrokken bij veiligheidsproblemen en terugroepacties van, door een derde partij geleverde, airbags in auto's. 3 Dialoog wordt voortgezet.
HP INC Amerikaanse technologiebedrijf en producent van laptops. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 2 Dialoog wordt voortgezet.
HUDBAY MINERALS INC Canadees mijnbouwbedrijf. Mijnbouwactiviteiten in Guatemala zouden resulteren ernstig verstoorde relaties met de lokale, inheemse, bevolking. Beschuldiging omvatten onder meer gedwongen uitzetting, seksueel misbruik en ongepast geweld door beveiligingsdiensten, werkzaam voor de het bedrijf en haar lokale joint ventures. 3 Dialoog wordt voortgezet.
Industria de Diseno Textil, S.A. Spaanse retailer van kleding. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
INTUITIVE SURGICAL, INC. Amerikaanse producent van medische apparatuur. Door het bedrijf geproduceerde apparatuur zou diverse tekortkomingen hebben rondom veiligheid en kwaliteit. Gebruik zou geresulteerd hebben in overlijden en ernstige verwonding van patiënten. Dit resulteerde in onderzoek en diverse schadeclaims. 1 Dialoog wordt voortgezet.
KINGSPAN GROUP PLC Ierse producent van bouwmateriaal. Gevelisolatie materiaal mogelijk onjuist gemaakt of onjuist gebruikt met ernstige gevolgen voor brandveiligheid en (indirecte) betrokkenheid bij een groot incident.   Dialoog wordt gestart bij meer duidelijkheid status lopende rechtszaken.
Koninklijke Philips N.V. Nederlandse producent van medische apparaten. Vermeende tekortkomingen op het gebied van kwaliteits- en veiligheidstoezicht en verantwoordelijkheid voor product gerelateerde gezondheidsrisico's. 2 Dialoog wordt voortgezet.
KROGER Amerikaanse supermarktketen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 1 Dialoog wordt voortgezet.
LM ERICSSON Zweedse producent van telecommunicatieapparatuur. Vermeende betrokkenheid bij omkoping en corruptie om zo contracten te kunnen verkrijgen. 3 Dialoog wordt voortgezet.
LOBLAW COMPANIES LTD Canadese supermarktketen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
MACYS INC Amerikaanse retailer van kleding en accessoires. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
MATTEL, INC. Amerikaanse producent van speelgoed. Betrokken bij product-gerelateerde veiligheidsincidenten met dodelijke gevolgen voor kinderen. 1 Dialoog wordt voortgezet.
MEDTRONIC PUBLIC LIMITED COMPANY Amerikaanse producent van medische apparatuur. Door het bedrijf geproduceerde apparatuur zou diverse tekortkomingen hebben rondom veiligheid en kwaliteit. Gebruik zou geresulteerd hebben in overlijden en ernstige verwonding van patiënten. 2 Dialoog wordt voortgezet.
Mitsui O.S.K. Lines, Ltd. Japanse rederij. Na het stranden van een schip van Mitsui bij Mauritius, betrokkenheid bij een olielekkage. 3 Dialoog wordt voortgezet.
MONDELEZ INTERNATIONAL INC Amerikaanse producent van verpakt voedsel. Vermeende indirecte betrokkenheid bij kinderarbeid, slechte arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden bij toeleveranciers van cacao. 3 Dialoog wordt voortgezet.
NESTLE SA Zwitserse voedselproducent. Vermeende betrokkenheid bij ontbossing en mensenrechtenschendingen in Zuidoost Azië. 3 Dialoog wordt voortgezet.
NEXT PLC Britse retailer van kleding en accessoires. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
NIKE, INC. Amerikaanse ontwerper en retailer van (sport) schoenen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 4 Afhankelijk van nieuwe controverses wordt de dialoog gestopt gegeven de status van mijlpaal 4.
NINTENDO LTD Japanse producent van home entertainment systemen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
NOKIA Finse producent van telecommunicatie apparatuur. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
NORSK HYDRO Noorse producent van aluminium en elektriciteit. Betrokkenheid bij milieuverontreiniging door lekkage in dam met bauxietafval bij een Braziliaanse onderdeel van het bedrijf. 2 Dialoog wordt voortgezet.
PANASONIC HOLDINGS CORP Japanse producent van consumenten elektronica. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij Chinese en Maleisische toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
PERTAMINA PERSERO PT Indonesisch olie- en gasbedrijf. Verantwoordelijk voor ernstige milieuschade door een gesprongen oliepijplijn. 3 Dialoog wordt voortgezet.
Petroleo Brasileiro S.A. (Petrobras) Braziliaans olie- en gasbedrijf. Betrokken bij ernstige vormen van corruptie. Tevens betrokken bij diverse incidenten rondom arbeidsomstandigheden en controverses rondom arbeidsverhoudingen.   Dialoog wordt gestart bij meer duidelijkheid status lopende rechtszaken.
Petroleos del Peru - Petroperu S.A. Peruaans petrochemisch bedrijf. Petroperu zou betrokken zijn bij olielekkages met ernstige milieuvervuiling als gevolg. Deze vervuiling zou het leefgebied en de gezondheid van inheemse bevolking hebben aangetast.   Bedrijf is per 1 januari 2026 uitgesloten voor de MM fondsen.
PROCTER & GAMBLE Amerikaanse producent van persoonlijke hygiëne- en consumentenproducten. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en ontbossing veroorzaakt door leveranciers van palmolie. 3 Dialoog wordt voortgezet.
PTT EXPLORATION AND PRODUCTION Thais olie- en gasbedrijf. Verantwoordelijk voor ernstige milieuschade met een negatieve impact op de lokale bevolking door lekkage bij een offshore olieboorplatform. 2 Dialoog wordt voortgezet.
PUMA Duitse producent van sportschoenen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
PVH CORP Amerikaanse retailer van kleding en accessoires. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
RALLYE SA Franse holding met belangen in Franse supermarkten waaronder Casino. Via toeleveringsketen in verband gebracht met ontbossing in het Amazone gebied. 1 Dialoog wordt voortgezet.
RALPH LAUREN CORP Amerikaanse producent en retailer van kleding en accessoires. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 4 Afhankelijk van nieuwe controverses wordt de dialoog gestopt gegeven de status van mijlpaal 4.
RECKITT BENCKISER GROUP PLC Britse producent huishoudproducten. Beschuldigingen van vermeende betrokkenheid bij de dood en ernstig letsel bij Koreaanse consumenten veroorzaakt door geproduceerde producten. 3 Dialoog wordt voortgezet.
REPSOL SA Spaanse olieproductie, raffinage en Retail organisatie. Via een joint venture betrokken bij vervuiling in het regenwoud van Ecuador met negatieve gevolgen voor het milieu en de inheemse bevolking. 3 Dialoog wordt voortgezet.
RIO TINTO PLC Brits-Australisch mijnbouwbedrijf. Bedrijf wordt in verband gebracht met diverse vormen van milieuschade en verontreiniging door mijnbouwactviteiten. 3 Dialoog wordt voortgezet.
SAMSUNG ELECTRONICS LTD Koreaanse producent van consumenten elektronica. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
SEMPRA Amerikaans energie- en netwerkbedrijf. Wordt in navolging van grote stroomstoringen verantwoordelijk gehouden voor vermeende nalatigheid, materiele schade en het overlijden van personen. 3 Dialoog wordt voortgezet.
SHELL PLC Britse olie- en gasbedrijf. Beschuldigingen van betrokkenheid bij milieuvervuiling en mensenrechtenschendingen voortkomende uit bedrijfsvoering in delen van Nigeria.   Dialoog nog niet gestart.
SHIMANO INC. Japanse producent van (componenten voor) sportartikelen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Maleisische) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
SIEMENS ENERGY Duitse fabrikant van energietechnologie. Vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen door commerciële activiteiten in de Westelijke Sahara, een betwist gebied aan de noordwestkust van Afrika. 2 Dialoog wordt voortgezet.
SONY GROUP CORP Japanse producent van consumenten elektronica. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij Chinese en Maleisische toeleveranciers. 1 Dialoog wordt voortgezet.
SYSCO GROUP Amerikaanse voedsel groothandel en distributeur. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
TDK CORP Japanse producent van elektronische componenten. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
Tencent Holdings Limited Chinese producent en leverancier van internet software en sociale media producten. Vermeende betrokkenheid bij censuur en surveillance door de Chinese overheid van het internet en inperking van de vrijheid van meningsuiting. 3 Dialoog wordt voortgezet.
TESCO PLC Britse supermarktketen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers.   Engagement nog niet gestart.
THE CAMPBELL S COMPANY Amerikaanse producent van verpakt voedsel. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 1 Dialoog wordt voortgezet.
TOTALENERGIES SE Frans olie- en gasbedrijf. Potentiële milieu impact veroorzaakt door een oliepijpleiding - de East African Crude Oil Pipeline (EACOP) - in Uganda en Tanzania. 2 Dialoog wordt voortgezet.
UNIVERSAL HEALTH SERVICES, INC. Amerikaanse gezondheids- en zorginstelling. Vermeende nalatigheid in aan het bedrijf toevertrouwde zorgtaken. Aanvullend beschuldigingen van seksueel misbruik tegen patiënten. 2 Dialoog wordt voortgezet.
VOLKSWAGEN AG Duitse producent van personen- en vrachtauto's. Via bedrijfsactiviteiten in China - joint ventures en toeleveranciers - vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten. 3 Dialoog wordt voortgezet.
WALMART INC. Amerikaanse warenhuisketen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij diverse toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
WELLS FARGO & COMPANY Amerikaanse systeembank. Vermeende betrokkenheid bij frauduleuze handelingen en activiteiten die de belangen van consumenten zouden schaden. 3 Dialoog wordt voortgezet.
WESFARMERS LIMITED Australische retailer. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 3 Dialoog wordt voortgezet.
WOOLWORTHS GROUP LTD Australische supermarktketen. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 2 Dialoog wordt voortgezet.
XIAOMI CORP Chinees technologie concern en producent van consumenten elektronica. Vermeende indirecte betrokkenheid bij slechte arbeidsomstandigheden, dwangarbeid en schendingen van mensenrechten bij (Chinese) toeleveranciers. 1 Dialoog wordt voortgezet.

De continuering van het engagement is afhankelijk van de aanwezigheid van een specifiek bedrijf in de portefeuille van de klant en de uitkomst van de screening in 2026. 

Bijlage 4 -
Begrippenlijst

A

  • ABTN

    Afkorting voor Actuariële en Bedrijfstechnische Nota. In deze, door de wet verplicht gestelde nota, wordt het beleid van een Pensioenkring beschreven op het gebied van financiering, beleggingen, pensioenen en toeslagverlening.

  • Actief risico

    Een actief beleggingsrisico ontstaat wanneer met het beleggingsbeleid binnen de beleggingscategorieën afgeweken wordt van het beleid volgens de benchmark. Een maatstaf voor de mate waarin actief wordt belegd is de zogenoemde 'tracking error'. De tracking error geeft aan hoe groot de afwijkingen van het rendement kunnen zijn ten opzichte van het rendement van de benchmark. Hoe hoger de tracking error, hoe hoger het actief risico.

  • AG Prognosetafels

    Prognosetafels geven de gemiddelde waargenomen overlevings- en sterftefrequenties binnen de Nederlandse bevolking weer over een afgelopen vijfjarige periode en projecteren die naar de toekomst op basis van de in de in het verleden waargenomen en naar de toekomst doorgetrokken trends in deze frequenties. Zij worden gebruikt bij het berekenen van pensioenpremies en de waardering van de pensioenverplichtingen. Er zijn voor mannen en vrouwen aparte prognosetafels afgeleid: GBM en GBV. 

  • Asset Liability Management (ALM)

    Analyse van de onderlinge samenhang van pensioenverplichtingen, premiebeleid en beleggingsportefeuille. 

B

  • Beleggingsfonds

    Instelling die geld van derden belegt in aandelen of andere beleggingssoorten. 

  • Beleggingsmix

    De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, zoals bijvoorbeeld aandelen, vastrentende waarden en overige beleggingen. Ook wel beleggingsportefeuille.

  • Benchmark

    Representatieve herbeleggingsindex waartegen de prestaties van de beleggingsportefeuille worden afgezet (bijvoorbeeld AEX-index, MSCI-index). 

D

  • Dekkingsgraad

    De dekkingsgraad is de procentuele verhouding tussen de bezittingen, verlaagd met overige schulden en de voorziening pensioenverplichtingen. De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre op lange termijn de pensioenverplichtingen kunnen worden nagekomen.

  • Derivaten

    Van effecten afgeleide financiële instrumenten (beleggingsproducten), waarvan de waarde afhankelijk is van de waarde van andere meer onderliggende variabelen als valuta’s, effecten en rentes. Voorbeelden zijn futures en swaps.

  • Discretionaire portefeuille/mandaat

    De beleggingen vinden plaats in andere financiële instrumenten dan deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen (discretionaire account).

  • DNB

    De Nederlandsche Bank.

  • Duration

    De gevoeligheid van een waarde voor fluctuaties in de kapitaalmarktrente, rekening houdend met de resterende looptijd van die waarde.

E

  • Eigen vermogen

    Buffer om mogelijke waardedalingen van de in de Pensioenkring aanwezige middelen op te vangen. Pensioenkringen zijn verplicht om te beschikken over een voldoende grote buffer.

  • Emerging markets (opkomende markten)

    Markten die eerder achterbleven bij de economische ontwikkeling, maar waarvan de vooruitzichten nu goed zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om markten in Midden- en Zuid-Amerika, Midden- en Oost-Europa, het Verre Oosten en Zuid-Afrika.

  • Ervaringssterfte

    Omdat aangenomen wordt dat de werkende bevolking gezonder is dan de niet werkende bevolking wordt op basis van ervaringscijfers op de sterftekansen zoals ontleend aan de prognosetafel een leeftijdsafhankelijke afslag toegepast. Door rekening te houden met deze ervaringssterfte hoeven geen leeftijdscorrecties te worden toegepast.

  • Euro OverNight Index Average (Eonia)

    De Eonia is het eendaags-renteniveau voor het eurogebied. De Eonia is een rente die veel als referentierente gehanteerd wordt binnen de financiële wereld, bij de handel in afgeleide producten.

F

  • Feitelijke premie

    De feitelijke premie is de premie zoals deze daadwerkelijk wordt geheven in het boekjaar.

  • Financieel Toetsingskader (FTK)

    De door de toezichthouder uitgevoerde methodiek voor de toetsing van de financiële opzet en toestand van pensioenfondsen die vanaf 1 januari 2007 verplicht is en per 1 januari 2015 is aangepast (nFTK).

  • FIRM

    FIRM is een methode voor de analyse van risico's bij alle typen ondernemingen waarop DNB toezicht houdt. 

  • Franchise

    Het deel van het salaris dat niet wordt meegenomen bij het berekenen van de pensioengrondslag.

  • Futures

    Termijncontract, waarin toekomstige aankoop en verkoop van financiële waarden zijn vastgelegd. Futures worden gebruikt om beleggingsrisico’s af te dekken, maar ook voor de uitvoering van tactische asset allocatie.

G

  • Gedempte kostendekkende premie

    De gedempte premie wordt berekend door de rente of het rendement te baseren op een voortschrijdend gemiddelde uit het verleden of het rendement op een verwachting voor de toekomst. 

  • Governance risico

    Risico dat door de ingerichte governance structuur en governance eisen die verbonden zijn aan de licentie en aan de doelstelling van Stap t.a.v. een integere en beheerste bedrijfsvoering afbreuk wordt gedaan.

  • Grondstoffen

    Grondstoffen en goederen waarvan de prijs in hoge mate wordt bepaald door de actuele vraag en aanbod. Voorbeelden zijn olie, graan en metalen.

H

  • Haalbaarheidstoets

    De wettelijk voorgeschreven periodiek door de Pensioenkring uit te voeren haalbaarheidstoets geeft inzicht in de samenhang tussen de financiële opzet, het verwachte pensioenresultaat en de risico’s die daarbij gelden.

  • Herstelplan

    In het geval dat de dekkingsgraad van een Pensioenkring lager is dan de vereiste dekkingsgraad dient de Pensioenkring een herstelplan op te stellen. In dit plan zijn maatregelen opgenomen waardoor de Pensioenkring binnen de wettelijke kaders kan herstellen.

  • High yield

    Obligaties met een kredietwaardigheid lager dan BBB. 

I

  • ICAAP

    Internal Capital Adequacy Assessment Process. ICAAP is een methodiek om te beoordelen in hoeverre de risico’s waaraan Stap is blootgesteld, de mate waarin de risico’s worden gemitigeerd en de hoeveelheid kapitaal die nodig is om netto risico’s af te dekken, inzichtelijk. 

  • Indexatie

    Zie toeslagverlening.

  • Integriteitsrisico

    Het risico dat de integriteit van Stap dan wel het financiële stelsel wordt beïnvloed door niet integere, onethische gedragingen van de organisatie, medewerkers, leiding en derden.

  • IRM

    Integraal Risicomanagement (IRM) is het interactieve proces van:

    1. Het opstellen van de strategie en hieraan gekoppeld het risicoprofiel en de risicobereidheid,
    2. Het identificeren van risico’s,
    3. Het opstellen en implementeren van het beleid voor risicobeheersing, tot
    4. De uitvoering, monitoring en terugkoppeling over risico’s en beheersmaatregelen.

  • ISDA/CSA overeenkomst

    Een ISDA overeenkomst is een standaard contract dat OTC-transacties (transacties die niet via de beurs verlopen, maar die direct tussen twee partijen afgesloten worden) tussen institutionele financiële partijen mogelijk maakt. CSA is een bijlage bij het ISDA-contract waarin partijen afspraken maken over het wederzijds te leveren en te accepteren onderpand.

  • IT risico

    Het risico dat bedrijfsprocessen en informatievoorziening onvoldoende integer, niet continu of onvoldoende beveiligd worden ondersteund door IT.

J

  • Juridische risico

    Het risico samenhangend met wet- en regelgeving, het mogelijk bedreigd worden van haar rechtspositie, met inbegrip van de mogelijkheid dat contractuele bepalingen niet afdwingbaar of niet correct gedocumenteerd zijn.

K

  • Kostendekkende premie

    De kostendekkende premie fungeert als (wettelijk) ijkpunt bij de beoordeling van de feitelijke premie die Stap in rekening brengt. De kostendekkende premie bestaat uit de actuarieel benodigde premie voor de pensioenverplichtingen, een opslag die nodig is voor het in stand houden van het vereist eigen vermogen, een opslag voor uitvoeringskosten van de Pensioenkring en de premie die actuarieel benodigd is voor de voorwaardelijke onderdelen van de regeling. 

  • Kredietrisico

    Het risico dat een tegenpartij contractuele of andere overeengekomen verplichtingen niet nakomt.

L

  • Liquiditeitsrisico

    Risico als gevolg van (al dan niet plotseling) optreden van verschillen in timing van ingaande en uitgaande kasstromen.

  • Lopende Kosten Factor

    De Lopende Kosten Factor geeft aan hoeveel doorlopende kosten aan een beleggingsfonds worden toegerekend.

M

  • Marktrisico

    Het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten en wijzigingen in relevante marktomstandigheden voor klanten van (Stap) t.a.v. prijsvolatiliteit (markt en beweging ten opzichte van de markt), concentratie en correlatie (Asset Classes, derivaten en fysieke portefeuille) en concurrentie.

  • Marktwaarde

    De marktwaarde is het bedrag waarvoor een recht of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.

  • Matching- / renterisico

    Risico als gevolg van het niet gematcht zijn van activa en passiva ten aanzien van rente-, valuta- en inflatierisico.

  • Middelloon(regeling)

    Het middelloon is de hoogte van het gemiddelde salaris gedurende de hele loopbaan. Bij de middelloonregeling hangt het uiteindelijke pensioen af van het aantal jaren dat een deelnemer bij de werkgever in dienst is geweest en het salarisverloop tijdens deze werkzame periode. Het op te bouwen pensioen is bij deze regeling een gewogen gemiddelde van alle pensioengrondslagen over de gehele periode van deelname aan de regeling.

  • Minimaal vereist vermogen

    Het minimaal vereist vermogen is de ondergrens van het vereist vermogen. Het minimaal vereist vermogen beweegt in een nauwe ruimte tussen de 104% en 105%. Een Pensioenkring mag niet te lang op deze ondergrens zitten. Dit staat in de Pensioenwet. 

O

  • Omgevingsrisico

    Het risico als gevolg van buiten Stap komende veranderingen op het gebied van concurrentieverhoudingen, belanghebbenden, reputatie en ondernemingsklimaat.

  • Operationele risico

    Het risico samenhangend met ondoelmatige of onvoldoende doeltreffende procesinrichting dan wel procesvoering.

  • Opkomende markten

    Markten die eerder achterbleven bij de economische ontwikkeling, maar waarvan de vooruitzichten nu goed zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om markten in Midden- en Zuid-Amerika, Midden- en Oost-Europa, het Verre Oosten en Zuid-Afrika.

  • Overlay

    Overlay zijn de beleggingen in derivaten posities waarmee het renterisico en/of het valutarisico wordt afgedekt.

P

  • Pensioengrondslag

    Het gedeelte van het salaris dat de grondslag vormt voor de pensioenopbouw van een deelnemer. De pensioengrondslag wordt berekend door het pensioengevend jaarsalaris te verminderen met de franchise. 

R

  • Raad van toezicht

    In het kader van de Principes voor Goed Pensioenfondsbestuur is voor het intern toezichthoudend orgaan gekozen worden voor een raad van toezicht die het functioneren van het bestuur toetst en jaarlijks daarover aan het bestuur rapporteert.

  • Renterisico

    Renterisico is het risico dat de waarde van de portefeuille vastrentende waarden en de waarde van de pensioenverplichtingen veranderen als gevolg van ongunstige veranderingen in de marktrente.

  • Renteswap

    Ruil van rendement op een vastgestelde lange rente tegen een variabele korte rente gedurende een vastgestelde looptijd.

  • Rentetermijnstructuur (RTS)

    Maandelijks door DNB gepubliceerde marktrente met een looptijd van 1 tot 60 jaar, waarmee de toekomstige kasstromen van de pensioenverplichtingen worden verdisconteerd.

  • Risicopremie

    Dit is de premie voor risicodekking.

S

  • SRI beleggingsfondsen

    SRI staat voor Social Responsible Investments. Bij dergelijke beleggingsfondsen worden expliciet maatschappelijk verantwoorde beleggingsaspecten meegewogen in het beleggingsbeleid en/of de benchmark.

  • Stichtingskapitaal en reserves

    Zie eigen vermogen.

  • Swap

    Een swap is een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico wisselt tegen dat van een andere partij. Deze twee componenten worden ook wel de 'legs' van de transactie genoemd. Swaps zijn derivaten, dat wil zeggen dat ze afgeleide producten zijn. 

T

  • Technische voorzieningen (voorziening pensioenverplichtingen)

    Technische voorzieningen worden gevormd om alle uit de pensioenregeling of andere overeenkomsten voortvloeiende pensioenverplichtingen te kunnen nakomen.

  • Toekomst bestendig indexeren (TBI)

    De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI) is de grens waarop de Pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens wordt jaarlijks bepaald en is afhankelijk van de rentestand van dat moment.

  • Toeslagverlening (indexatie)

    Om de koopkracht van pensioenen niet achteruit te laten gaan, kunnen pensioenen worden aangepast. Dit houdt in dat een toeslag kan worden gegeven op het pensioen. Het bestuur neemt jaarlijks een besluit over het al dan niet verhogen van de pensioenaanspraken. De toeslagverlening bij de pensioenkring is voorwaardelijk. Er wordt slechts toeslag verleend voor zover de middelen van de pensioenkring dit toelaten.

U

  • Uitbestedingsrisico

    Het risico dat de continuïteit, integriteit en/of kwaliteit van de aan derden uitbestede werkzaamheden dan wel door deze derden ter beschikking gestelde apparatuur en personeel wordt geschaad, door het in gevaar komen van continuïteit van de bedrijfsvoering, geschade reputatie en/of financiële positie en ontoereikende kwaliteit dienstverlening.

  • Ultimate Forward Rate (UFR)

    De UFR is een risicovrije rekenrente voor langjarige contracten, waarin wegens de lange looptijd onvoldoende handel plaatsvindt. Bij looptijden langer dan 20 jaar wordt de lange termijnrente vastgesteld richting een convergentiepunt.

V

  • Vereist eigen vermogen

    Het vermogen dat nodig is om te bewerkstelligen dat met een zekerheid van 97,5% wordt voorkomen dat de Pensioenkring binnen een periode van één jaar over minder waarden beschikt dan de hoogte van de voorziening pensioenverplichtingen. Het wordt berekend conform de daarvoor geldende wettelijke regels.

  • Vermogenstekort

    Onder het FTK is er niet langer sprake van de termen dekkingstekort en reservetekort. Indien een pensioenkring per kwartaaleinde een beleidsdekkingsgraad heeft die lager is dan het vereist eigen vermogen (bepaald op basis van de strategische beleggingsmix), dan is er sprake van een vermogenstekort. Stap dient voor de desbetreffende pensioenkring uiterlijk binnen drie maanden na het vaststellen van het vermogenstekort een herstelplan in te dienen bij DNB. In het herstelplan moet worden aangetoond hoe de beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring binnen de gekozen hersteltermijn herstelt tot het vereist eigen vermogen.

  • Verzekeringstechnische risico’s

    Het risico dat uitkeringen niet gefinancierd kunnen worden vanuit premie- en/of beleggingsinkomsten als gevolg van onjuiste en/of onvolledige technische aannames en grondslagen bij de ontwikkeling en premiestelling van de pensioenovereenkomst.

W

  • Waardeoverdracht(en)

    Het naar een andere pensioenregeling overdragen van de waarde van het opgebouwde pensioenrecht.

  • Weerstandsvermogen

    Stap houdt per pensioenkring ten minste een weerstandsvermogen aan van 20 basispunten van het beheerd pensioenvermogen. Het beheerd pensioenvermogen bestaat hierbij uit het balanstotaal van een pensioenkring, waarbij een eventuele negatieve waarde van de derivatenposities gesaldeerd bij de activa is opgenomen. Op grond van de voorschriften van DNB wordt dit liquide belegd. Conform wettelijke voorschriften is het totale minimum weerstandsvermogen € 0,5 miljoen en het totale maximum weerstandsvermogen is € 20 miljoen.

  • Werkgeverschaprisico

    Het risico dat door Stap geen invulling wordt gegeven aan de wettelijke en maatschappelijke eisen van goed werkgeverschap.

Z

  • Zakelijke waarden

    Zakelijke waarden zijn risicodragende beleggingen. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld  aandelen, vastgoed, afgeleide producten en grondstoffen.