Spring naar inhoud

7. Verslag Pensioenkring GE Nederland

7.1 Kerngegevens

  2024   2023   2022   2021
Aantal deelnemers              
Actieven en arbeidsongeschikten 529   516   505   500
Gewezen deelnemers 1.849   1.854   1.907   1.868
Pensioengerechtigden 223   200   166   158
Totaal 2.601   2.570   2.578   2.526
               
Dekkingsgraad              
Beleidsdekkingsgraad 140,3%   138,3%   125,6%   116,4%
Feitelijke dekkingsgraad 140,7%   135,9%   129,4%   122,4%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,1%   104,1%   104,1%   104,1%
Vereiste dekkingsgraad 125,1%   126,0%   125,2%   127,6%
               
Financiële positie (in € 1.000)              
Pensioenvermogen 656.320   576.368   458.757   635.768
Technische voorzieningen risico pensioenkring* 464.277   420.659   351.836   515.857
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 2.140   2.530   1.899   2.503
Technische voorzieningen risico deelnemers 0   798   813   991
Eigen vermogen 189.903   152.381   104.209   116.417
Minimaal vereist eigen vermogen 18.962   17.269   14.483   21.121
Vereist eigen vermogen 116.916   110.071   89.280   143.162
               
Premies en uitkeringen (in € 1.000)              
Kostendekkende premie 26.286   28.828   14.796   9.684
Gedempte premie 19.755   33.872   12.560   7.766
Feitelijke premie ** 30.654   35.172   12.807   7.838
Pensioenuitkeringen 5.307   4.587   3.710   1.045
               
Toeslagen              
Actieven en arbeidsongeschikten 6,94%   6,31%   3,39%   2,00%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden *** 3,50%   0,21%   13,22%   2,70%
Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) 0,00%   0,00%   0,00%   0,00%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief)
0,00%   0,00%   0,00%   0,00%
               
Beleggingsrendement ****              
Beleggingsrendement risico pensioenkring 8,3%   14,2%   -27,4%   0,0%
Beleggingsrendement risico deelnemer 8,6%   11,9%   -17,9%   13,3%
               
Kostenratio`s *****              
Pensioenuitvoeringskosten 0,13%   0,13%   0,13%   0,04%
Vermogensbeheerkosten 0,22%   0,21%   0,18%   0,06%
Transactiekosten 0,03%   0,11%   0,01%   0,04%
               
Gemiddelde duration (in jaren)              
Actieven en arbeidsongeschikten 23,8   23,8   23,8   26,0
Gewezen deelnemers 23,7   23,8   24,8   26,7
Pensioengerechtigden 10,9   10,9   11,0   12,8
Totaal gemiddelde duration 21,2   21,5   22,4   24,7
               
Gemiddelde rekenrente 2,13%   2,30%   2,48%   0,60%

7.2 Algemene informatie

Pensioenkring GE Nederland is vanaf 1 september 2021 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van Stichting Pensioenfonds General Electric Nederland in liquidatie overgedragen aan Stap Pensioenkring GE Nederland door middel van een collectieve waardeoverdracht. De aangesloten werkgevers en Stap zijn per 1 september 2021 een uitvoeringsovereenkomst aangegaan voor een periode van vijf jaar. De uitvoeringsovereenkomsten met de aangesloten ondernemingen zijn per 1 januari 2023 aangepast omdat het General Electric concern is opgesplitst in drie separate vennootschapsrechtelijke groepen (GE Healthcare, GE Vernova en GE Aerospace). De aangesloten ondernemingen behoren tot een van deze drie groepen.

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Nina Nijs (1953), voorzitter
namens de deelnemers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Taugir Sardar (1978), vice voorzitter
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Arjan van der Linde (1976), lid
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Sjoerd Lousberg (1981), lid
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Dirk van Unnik (1964), lid
namens de deelnemers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Fred Bos (1945), lid
namens de pensioengerechtigden
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland heeft in 2024 twee keer overleg gehad met het bestuur. In mei 2024 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2023 en het tweede overleg heeft in december 2024 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het jaarplan 2025, de toeslagverlening per 31 december 2024, het communicatiejaarplan 2025 en het pensioenreglement 2025 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur, heeft het belanghebbendenorgaan ook vijf eigen vergaderingen gehad waarbij een delegatie van het bestuursbureau aanwezig was.

7.3 Pensioen paragraaf

Kenmerken regeling

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een onvoorwaardelijke middelloonregeling voor actieve deelnemers en met voorwaardelijke toeslagen voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. De voorwaardelijke toeslagen worden gefinancierd vanuit de pensioenpremie. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst.

Pensioenleeftijd Leeftijd 68 jaar

Toetredingsleeftijd Leeftijd 18 jaar

Pensioengevend salaris 12 maal het overeengekomen basissalaris en de overeengekomen ploegentoeslag, alsmede de door de werkgever schriftelijk aangewezen vaste (persoonlijke) toeslagen vermeerderd met de bijbehorende vakantietoeslag en de dertiende maand. Het pensioengevend salaris is gemaximeerd € 137.800 (2024).

Franchise € 17.547 (2024), verhoging volgt het bruto minimumloon.

Pensioengrondslag De pensioengrondslag bedraagt het pensioengevend salaris minus de franchise. De pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met de parttimefactor.

Opbouwpercentage ouderdomspensioen Het opbouwpercentage is 1,875%.

Partnerpensioen Het partnerpensioen bedraagt 70% van het bereikbare ouderdomspensioen.

Wezenpensioen Het wezenpensioen bedraagt per kind 14% van het bereikbare ouderdomspensioen. Het totale bedrag aan wezenpensioen bedraagt niet meer dan 70% van het bereikbare ouderdomspensioen.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Arbeidsongeschiktheids-pensioen 70% van het positieve verschil tussen het pensioengevend salaris en het maximum jaarloon waarover uitkeringen ingevolge de WIA worden genoten, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 31 december 2023 516 185 15 1.854 2.570
Bij 56 26 3 45 130
Af 43 4 2 50 99
Per 31 december 2024 529 207 16 1.849 2.601

In de volgende tabel zijn per groep de aangesloten ondernemingen en het aantal (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden vermeld.

Groep Aangesloten ondernemingen Actieven Pensioengerechtigden Gewezen
Healthcare • GE Healthcare B.V. (Medical systems)
• GE International (Benelux) B.V.
• GE Healthcare B.V. (MDx)
427 106 854
Vernova • GE Power Netherlands B.V.
• GE Albany G. Holding B.V.
• GE International INC. – Netherlands branch
• GE Global Services GmbH
• GE Renewable Holding
• GE Digital Netherlands B.V.
82 102 760
Aerospace • GE Captial Finance
• AerCap Aircraft Leasing Netherlands B.V.
• GE Aviation Netherlands B.V.
20 15 235

Financieringsbeleid

Pensioenfondsen zijn verplicht om een kostendekkende premie te berekenen. De kostendekkende premie is het (wettelijk) ijkpunt bij de beoordeling van de feitelijke premie. Bij de berekening van de kostendekkende premie moet worden uitgegaan van dezelfde grondslagen als die waarmee de technische voorzieningen worden vastgesteld volgens artikel 2 van het Besluit ftk. In afwijking daarvan mag de kostendekkende premie worden gedempt op basis van een voortschrijdend gemiddelde van de rente met een maximumperiode van 10 jaar of met het verwachte portefeuillerendement. Voor Pensioenkring GE Nederland wordt de premie gedempt op basis van het verwachte portefeuillerendement.

Feitelijke premie

De feitelijke premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente en de solvabiliteitsopslag. Bij de feitelijke premie wordt een vaste rekenrente van 1,7% gehanteerd. Tevens wordt de solvabiliteitsopslag gehanteerd zoals deze geldt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Naast de componenten genoemd in de gedempte premie bevat de feitelijke premie de volgende aanvullende componenten:  
• Een aanvullende werkgeversbijdrage van 0,8% van de brutoloonsom van alle actieve deelnemers in de pensioenkring. De brutoloonsom bestaat uit de som van de bruto jaarsalarissen van de actieve deelnemers. Peildatum is 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de aanvullende werkgeversbijdrage wordt betaald. Over deze bijdrage is geen opslag voor toekomstige uitvoeringskosten en solvabiliteitsopslag verschuldigd.
• Herstelpremies (alleen indien op basis van de maatregelen in een herstelplan herstelpremies verschuldigd zijn).

Om het weerstandsvermogen op peil te houden dient er tevens een bijdrage te worden geleverd aan het weerstandsvermogen

Gedempte premie

Om conform de Pensioenwet te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de pensioenkring de zogenoemde gedempte premie. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van onder andere de volgende uitgangspunten en wordt uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslagsom.

Basispremie Actuariële koopsom voor het in het jaar op te bouwen ouderdomspensioen en de toegekende toeslagen vermeerderd met de risicopremies voor nog niet opgebouwde aanspraken op partnerpensioenen en wezenpensioen en de premievrijstelling en het arbeidsongeschiktheidspensioen.

Premie extra pensioenaanspraken Dit betreft inkoop van een extra pensioenaanspraak op grond van het addendum bij het Pensioenreglement 67 jaar.

Toeslagen De indexatie van de aanspraken van actieve en arbeidsongeschikte deelnemers maakt deel uit van de pensioenovereenkomst, en is derhalve onvoorwaardelijk. De actuariële koopsom voor de onvoorwaardelijke toeslag voor actieve deelnemers is onderdeel van de
premie.
De indexatie van de aanspraken van gewezen deelnemers en van de pensioenrechten van pensioengerechtigden (waaronder arbeidsongeschiktheidspensioenen) is voorwaardelijk. De actuariële koopsom voor de voorwaardelijke onderdelen van het toeslagbeleid is onderdeel van de premie en wordt verminderd met de vrijval uit de exit
voorziening.

Rekenrente De berekening van de gedempte premie is gebaseerd op een verwacht rendement op basis van het huidige strategisch beleggingsbeleid. Hierbij is gebruik gemaakt van het in artikel 36b Besluit financieel toetsingskader geboden overgangsrecht door voor de premiestelling vanaf het jaar 2024 het rendement op vastrentende waarden opnieuw vast te zetten voor een periode van vijf jaar op basis van de rentetermijnstructuur van 30 september 2023. Voor de risicopremies (meetkundig) zijn de hoogtes gelijk gesteld aan de maximale rendementsparameters zoals vastgesteld in artikel 23a van het Besluit FTK en geldend per 1 juli 2023. De curve is verlaagd met inflatie op basis van de minimale verwachtingswaarde van de prijsinflatie (2,0%) en het ingroeipad zoals dit door De Nederlandsche Bank op 6 oktober 2023 is gepubliceerd. De resulterende rentecurve geldt voor de periode van 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2029 (of de eerdere transitiedatum naar het nieuwe pensioenstelsel).

Solvabiliteit De solvabiliteitsopslag is gelijk aan nul, tenzij de verlaging van de rekenrente door rekening te houden met de inflatie leidt tot een lagere opslag op de premie dan een solvabiliteitsopslag ter hoogte van het vereist eigen vermogen. In dat geval dient de hoogte van de solvabiliteitsopslag gelijk te zijn aan het percentage dat behoort bij het vereist eigen vermogen op basis van het strategische beleggingsbeleid. De rendementscurve wordt dan niet verlaagd met de inflatie op basis van het ingroeipad.

Sterftekansen Ontleend aan de meest recente prognosetafel, zoals gepubliceerd door het Koninklijke Actuarieel Genootschap. Bij gebruik van de prognosetafel wordt rekening gehouden met leeftijdsafhankelijke ervaringssterftefactoren die zijn vastgesteld met behulp van het Demographic HorizonsTM Model (Aon).

Kostendekkende premie

Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente en de solvabiliteitsopslag. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar. Tevens wordt de solvabiliteitsopslag gehanteerd zoals deze geldt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring GE Nederland bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Pensioenkring GE Nederland.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring GE Nederland, komen ten goede aan respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring GE Nederland.

Klachten

Sinds 11 september 2023 is de "Gedragslijn Goed omgaan met Klachten" (hierna gedragslijn) van kracht geworden. In deze gedragslijn is vastgelegd hoe de pensioensector wil omgaan met klachten en het afleggen van verantwoording hierover. 

De wettelijke definitie van een klacht in de Wet toekomst pensioenen luidt: “Elke uiting van ontevredenheid van een persoon, gericht aan de pensioenuitvoerder, wordt beschouwd als een klacht”. Onder deze uitgebreidere wettelijke definitie valt ook een deelnemer die in een telefoongesprek aangeeft ‘niet zo blij te zijn’. De gedragslijn en de wettelijke definitie hebben behoorlijk veel impact op de wijze waarop pensioenuitvoeringsorganisatie TKP klachten registreert en rapporteert. Vanaf medio 2024 worden alle klantsignalen direct geregistreerd, ongeacht of deze schriftelijk of mondeling zijn geuit. 

Onder een geëscaleerde klacht wordt verstaan: "Klachten die in eerste instantie niet naar tevredenheid van de klant zijn opgelost en intern verder in behandeling worden genomen".

Om de dienstverlening aan deelnemers voortdurend te verbeteren, wordt een gestructureerde en geïntegreerde aanpak gehanteerd. Hierbij staat de klantbeleving centraal: de manier waarop deelnemers alle interacties ervaren gedurende de volledige klantreis en via alle kanalen. De klachten van deelnemers worden geanalyseerd om de dienstverlening continu te verbeteren en te optimaliseren. Door klachten systematisch te onderzoeken, wordt inzicht verkregen in knelpunten en mogelijke verbeterkansen.

In onderstaande tabel staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2024 voor de vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn en volgens de AFM classificatie. In 2024 zijn drie klachten afgehandeld, waaronder twee klachten over informatieverstrekking. 

Onderwerp Aantal klachten Geëscaleerde klachten
Afgehandelde klachten 2024 per onderwerp:    
- service en klantgerichtheid 0 0
- behandelingsduur 0 0
- informatieverstrekking 2 0
- deelnemersportaal 0 0
- keuzebegeleiding 0 0
- pensioenberekening en -betaling 1 0
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0
- financiële situatie 0 0
- duurzaamheid 0 0
- overig 0 0
Totaal 3 0

7.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2024 en 2023 opgenomen.

    2024     2023  
  in € miljoen Actuele
mix in %
Strategische
mix in %
in € miljoen Actuele
mix in %
Strategische
mix in %
Aandelen 362,4 54,3 50,0 305,1 50,3 50,0
Opkomende markten 42,2 6,3 6,5 36,8 6,1 6,5
Ontwikkelde markten 320,2 47,9 43,5 268,3 44,2 43,5
Vastrentende waarden * 270,9 45,7 50,0 267,4 49,7 50,0
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) 39,1 5,9 6,3 36,1 5,9 6,3
Bedrijfsobligaties Europa 38,7 5,8 6,3 36,8 6,1 6,3
Hypotheken Nederland 56,7 8,5 10,0 52,9 8,7 10,0
Green Bonds 14,7 2,2 2,5 14,3 2,4 2,5
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 121,6 18,2   127,3 21,0  
Liquiditeiten 28,2 4,2   23,4 3,9  
Overlay 6,5 1,0 25,0 11,1 1,8 25,0
Interest Rate Swap 12,7 1,9   8,3 1,4  
FX Forward -6,2 -0,9   2,8 0,5  
Totaal ** / *** 667,9 100,0 100,0 607,1 100,0 100,0

In december 2024 is het beleggingsplan 2025 vastgesteld. Het beleggingsplan 2025 heeft als ingangsdatum 1 januari 2025.

Ten opzichte van het beleggingsplan 2024 zijn er voor het beleggingsplan 2025 geen wijzigingen in de strategische allocatie van de beleggingen aangebracht.

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2024 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 18,8 18,2 0,5 9,6
Aandelen ontwikkelde markten
(MM Developed World Equity Index Fund)
15,5 16,1 -0,5 0,6
Aandelen ontwikkelde markten
(MM World Equity Index SRI Fund)
18,5 18,1 0,4 8,1
Aandelen opkomende markten
(Northern Trust Emerging Markets ESG Fund)
14,9 14,7 0,2 0,9
Vastrentende waarden -0,4 -1,7 1,4 -0,3
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Euro Credit ESG Fund)
5,1 4,7 0,4 0,3
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
(MM Global Credit Ex Financials Fund - Unhedged)
4,9 4,9 0,0 0,3
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
7,1 1,0 6,1 0,6
Green Bonds
(MM Global Green Bond Fund)
3,2 3,0 0,2 0,1
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties -6,9 -6,9 0,0 -1,6
Liquiditeiten       0,1
Totaal exclusief overlay 9,6 8,8 0,8 9,5
Totaal overlay       1,1
Interest Rate Swap       0,3
FX Forward       -1,4
Totaal inclusief overlay 8,3     8,3

Toelichting resultaten beleggingen 2024

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 9,6%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM World Equity Index SRI Fund had met 8,1%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen 0,3%-punt negatief bij aan het totaal rendement. De portefeuille met discretionaire nominale staatobligaties leverde met 1,6%-punt de grootste negatieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode -1,1%-punt bij aan het rendement.

De renteswaps droegen met 0,3%-punt postief bij aan het totale beleggingsresultaat. De afdekking van het renterisico heeft het gehele jaar rond het strategische niveau van 70% gefluctueerd, waarbij de verplichtingen qua looptijd evenredig zijn afgedekt.  De te betalen floating rente van de renteswaps was vanwege de hogere kortetermijn rente hoger dan de te ontvangen vaste rente. Dit effect van het negatieve rentedifferentieel was kleiner dan het positieve rendement op de swaps als gevolg van de dalende swaprente in 2024.

Per saldo leidde de afdekking van het valutarisico tot een negatieve bijdrage aan het rendement van -1,4%. Dit is met name een gevolg van het afdekken van de Amerikaanse dollar die sterker werd ten opzichte van de euro.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
Attributie beleggingscategorieën eind 2024
Cijfers in % * Allocatie effect Selectie effect
Aandelen -0,1 0,3
Vastrentende waarden 0,0 0,6
Liquiditeiten 0,0 0,0
Totaal -0,1 0,8

Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Dutch Mortgage Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 0,5%- punt.

Uitvoering MVB-beleid

Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.
Voor de beleggingen in het Northern Trust Emerging Markets Fund voert de fondsbeheerder stem- en engagement activiteiten uit en bepaalt de fondsbeheerder de uitsluitingslijst. Het MVB- instrumentarium binnen het Northern Trust Emerging Markets Fund wordt hieronder separaat toegelicht.

Screening en engagement

Eind 2024 werd met 20 bedrijven, waarin de pensioenkring via de MM-beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Eind 2024 werd de dialoog gevoerd met:

  • 12 bedrijven over incidenten in relatie tot de toeleveringsketen 
  • 4 bedrijven over incidenten in relatie tot biodiversiteit, al dan niet in combinatie met de toeleveringsketen
  • 5 bedrijven over het mogelijk niet naleven van de OESO-richtlijnen of over specifiek mensenrechten
  • 3 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:
Mensenrechten Milieu Corruptie
3 0 0

De resultaten van alle engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 18 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd. Met 2 bedrijven is nog geen engagement traject gestart. In het merendeel van de gevallen omdat het bedrijf nog betrokken is bij lopende rechtszaken waardoor engagement veelal nog niet opportuun is.

Mijlpaal 1 Mijlpaal 2 Mijlpaal 3 Mijlpaal 4
0 4 13 1

De mijlpalen houden het volgende in:

  • Mijlpaal 1: Probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
  • Mijlpaal 2: Reactie van een bedrijf ontvangen
  • Mijlpaal 3: Bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
  • Mijlpaal 4: Doelstelling van de engagement bereikt

Het engagementbeleid van Northern Trust Asset Management is gericht op governance, risicobeheer, audit, bedrijfscultuur, energie, sociale & ethische waarden en duurzame waarde creatie. Engagement activiteiten worden uitgevoerd door een intern ESG team en via de stewardship service provider Hermes EOS. Per eind 2024 vinden er met 55 ondernemingen engagement activiteiten plaats over in totaal 156 environmental, social en governance vraagstukken en doelstellingen.

Uitsluitingen

De pensioenkring belegt het grootste deel van het belegd vermogen in de multi-manager beleggingsfondsen beheerd door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in de hoofdstuk 1.5 Beleggingen.

Het Global Sustainable Investing Team van Northern Trust is verantwoordelijk voor het bepalen van de uitsluitingen van ondernemingen die deel uitmaken van de MSCI Emerging Markets. Op basis van de uitsluitingen construeert MSCI de MSCI Emerging Markets Custom ESG Index.

Per eind 2024 werden 117 ondernemingen uitgesloten van het MSCI Emerging Markets universum met een gewicht van 5,5%.

Ondernemingen binnen het beleggingsfonds worden uitgesloten op basis van onderstaande criteria:
- Tabak, Adult Entertainment, gokken
- Governance restricties
- Wapens
- Thermische kolen, Artic Oil & Gas, teerzand
- Commerciële gevangenissen
- Het niet voldoen aan de UN’s Global Compact Ten Principles

Stemmen

De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.

Thema Overname Kapitaal-structuur Bestuur Reorganisatie & fusies Mensen-rechten Bedrijfs-specifiek Compensatie Overig
Uitgebrachte
stemmen
117 990 11.084 104 89 3.335 1.907 335
Afwijkend van
management
onderneming
 8   48  775 11 70 158 259 157
Afwijkend van advies
stemadviesbureau
 -   -   -   -   -   -   -   - 

Nederlandse beurgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij negentien Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.

Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:

  • Er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld
  • Bij een onderneming is er tegen het langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen
  • Er is tegen een eenmalige discretionaire toegekende beloning gestemd, omdat verondersteld wordt dat dit niet in het belang is van langetermijn (aandeelhouders)waardecreatie

Northern Trust stemt namens de beleggingen in het beleggingsfonds. De Northern Trust Policy heeft specifiek betrekking op SRI-richtlijnen die mensenrechten, dierenrechten, aandacht voor vrouwen in raden van bestuur, diversiteit en gelijke werkgelegenheid, milieu en duurzaamheid en liefdadigheidsbijstand overwegen. De Northern Trust’s Proxy Committee is verantwoordelijk voor de inhoud, interpretatie en toepassing van de proxy voting guidelines.

7.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2024 2023 2024 2023
Soort kosten % * % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 842 719 0,13 0,13
Kosten vermogensbeheer 1.370 1.116 0,22 0,21
Transactiekosten 214 614 0,03 0,11
Totaal ** 2.426 2.449 0,38 0,45

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

  2024 2023 2024 2023
Soort kosten % * % *
Administratiekostenvergoeding 428 454 0,07 0,08
Administratiekostenvergoeding meerwerk 48 12 0,01 0,00
Exploitatiekosten 435 341 0,07 0,06
Overige kosten 81 18 0,01 0,00
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -150 -106 -0,02 -0,02
Totaal ** 842 719 0,13 0,13

De administratiekostenvergoeding is in 2024 enerzijds toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 2,52% voor 2024. Anderzijds is deze afgenomen door het wegvallen van actuariële advisering. De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2024 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening. Deze is voornamelijk gestegen door actuariële advisering voor Wtp.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance. Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. De exploitatiekosten zijn in 2023 toegenomen. Deze kosten zijn in 2024 met name toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap.

Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen, uitgevoerde onderzoeken, (juridische) advieskosten en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen. De overige kosten zijn in 2024 toegenomen doordat er meer onderzoeken zijn uitgevoerd, hogere advieskosten en de kosten voor voorbereidende werkzaamheden voor Wtp door externe adviseurs hoger waren dan in 2023.

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

      2024 2023
Uitvoeringskosten pensioenbeheer        
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( in € 1.000) 842 719
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) *     1.120 1.004

De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2023 op totaalniveau met 12% gestegen door de toename van de totale uitvoeringskosten pensioenbeheer. Deze kosten zijn met name toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp.

Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigde is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 1.370 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

      2024 2023
Kosten vermogensbeheer    
Directe kosten vermogensbeheer     859 741
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) 511 376
Totale kosten van vermogensbeheer *     1.370 1.116

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie; 
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst;
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (859) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (888).  Een deel van de directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (21) en deze zijn in het bestuursverslag in de paragraaf "Transactiekosten" verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (8) bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager.
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2024 2023 2024 2023
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 386 274 0,06 0,05
Vastrentende waarden 440 366 0,07 0,07
Overig 394 371 0,06 0,07
Totaal 1.220 1.011 0,19 0,19
Allocatie vanuit pensioenbeheer 150 106 0,02 0,02
Totaal ** 1.370 1.117 0,22 0,21

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2024 0,01%- punt hoger dan in 2023 (0,21%). De lichte stijging van de kosten vermogensbeheer is voornamelijk het gevolg van de stijging van de overige kosten binnen het MM World Equity Index SRI Fund, dat onderdeel is van de aandelenportefeuille.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen.

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2024 2023 2024 2023
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 77 65 0,01 0,01
Vastrentende waarden 113 500 0,02 0,09
Derivaten 25 48 0,00 0,01
Totaal ** 214 614 0,03 0,11

In bovenstaande kosten is een bedrag van 30 (2023: 196) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten in 2024 zijn 0,08%-punt lager dan vorig jaar (2023: 0,11%). Deze daling is voornamelijk het gevolg van de lagere kosten in de categorie vastrentende waarden. Dit kan worden verklaard doordat er binnen de beleggingsfondsen van deze categorie minder transactiekosten gemaakt zijn ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast is de portefeuille met vastrentende waarden begin 2023 gewijzigd, waardoor de transactiekosten in dat jaar hoger waren dan in 2024.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2024 bedroegen 0,22% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat niets (2023: 0,00%-punt afgerond) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Hier stond een gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen van 0,03%-punt ten opzichte van de benchmarks tegenover. Deze percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde standen in 2024 en op basis van de totale portefeuille. In absolute getallen heeft het actief beheer een opbrengst opgeleverd van 192 ten opzichte van 0 aan kosten.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen.
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn.
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten).
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten.

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

7.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2024 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. De rente heeft in 2024 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 8,3% zorgde daarentegen voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2024 gestegen van 135,9% naar 140,7%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2024 gestegen van 138,3% naar 140,3% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 125,1%. Daarmee is ultimo 2024 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2024 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 140,7%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2024 2023
Beleidsdekkingsgraad 140,3 138,3
Feitelijke dekkingsgraad 140,7 135,9
Dekkingsgraad op basis van marktrente 140,7 135,9*
Reële dekkingsgraad 102,5 99,5
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,1 104,1
Vereiste dekkingsgraad 125,1 126,0
Rekenrente vaststelling TV 2,13 2,30

Herstelplan

De pensioenkring hoefde in 2024 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (138,3%) per 31 december 2023 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen per 31 december 2023 (126,0%). Daardoor had Pensioenkring GE Nederland eind 2023 geen reservetekort.

De situatie is eind 2024 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (140,3%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (125,1%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (140,3%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,1%). De MVEV-korting is per 31 december 2024 voor Pensioenkring GE Nederland daarom niet aan de orde.

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

De Nederlandsche Bank heeft aan Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor Pensioenkring GE Nederland ontheffing verleend van het bij of krachtens artikel 137, lid 2 van de Pensioenwet bepaalde onder de volgende voorwaarden:

  1. Het verlenen van de voorwaardelijke toeslagen is alleen mogelijk als de dekkingsgraad ligt boven het niveau behorend bij het minimaal vereist vermogen;
  2. De ontheffing vervalt met ingang van het moment dat de voorwaardelijke toeslagverlening niet langer wordt gefinancierd door een opslag op de premie;
  3. De ontheffing vervalt met ingang van het moment dat de verplichting van de aangesloten ondernemingen om herstelpremies te betalen, wordt aangepast, tenzij Stap ten genoegen van DNB kan onderbouwen dat de aanpassing geen gevolgen heeft voor de herstelpremies die Stap voor de Pensioenkring GE Nederland ontvangt of zal ontvangen.

De verleende ontheffing heeft tot doel dat Stap jaarlijks de door de ondernemingen betaalde premie voor toeslagverlening voor de inactieve deelnemers behorend bij Pensioenkring GE Nederland kan aanwenden voor toeslagverlening aan de inactieve deelnemers, voor zover de feitelijke dekkingsgraad boven het niveau behorend bij het minimaal vereist vermogen ligt. DNB kan de verleende ontheffing wijzigen of intrekken, bijvoorbeeld indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven of omstandigheden/feiten bekend worden, waar DNB op het tijdstip van het verlenen van de ontheffing, niet van op de hoogte was.

Toeslagbeleid

De indexatie van de aanspraken van actieve en arbeidsongeschikte deelnemers maakt deel uit van de pensioenovereenkomst, en is derhalve onvoorwaardelijk. De toeslag voor actieve en arbeidsongeschikte deelnemers wordt gefinancierd uit de premie.

De indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken van gewezen deelnemers en van de ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden (waaronder arbeidsongeschiktheidspensioenen) is voorwaardelijk. De toeslag wordt gefinancierd uit de premie. De Nederlandsche Bank heeft voor Pensioenkring GE Nederland aan Stap ontheffing verleend voor de toepassing van de methodiek van toekomstbestendig indexeren (TBI), zoals vastgelegd in artikel 137 lid 2 van de Pensioenwet. Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken van gewezen deelnemers en de ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden voorwaardelijk (gedeeltelijk) kunnen worden verhoogd bij een feitelijke dekkingsgraad die hoger is dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen.

De opgebouwde pensioenen zijn per 1 januari 2025 voor actieve en arbeidsongeschikte deelnemers met 6,94% (2023: 6,31%) verhoogd. De opgebouwde pensioenen zijn per 1 januari 2025 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden met 3,50% (2023: 0,21%) verhoogd.

Per 1 januari 2023 is aan gewezen deelnemers een toeslag verleend van 13,22% op de tot en met 31 december 2022 opgebouwde aanspraken en rechten. Per 1 januari 2024 is aan gewezen deelnemers een toeslag van 0,21% toegekend op de tot en met 31 december 2023 opgebouwde aanspraken en rechten. Beide toeslagbesluiten zijn in 2023 door het bestuur genomen. In het jaarverslag 2023 zijn beide toeslagen daarom als één percentage van 13,43% bij 2023 gepresenteerd. Omdat de toeslagen een verschillende ingangsdatum hebben en betrekking hebben op verschillende aanspraken/rechten, zijn ze in dit jaarverslag afzonderlijk weergegeven.

Richtlijnen voor toeslagen

Zowel de onvoorwaardelijke toeslag voor de deelnemers als de voorwaardelijke toeslag voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt uit de premie gefinancierd. 

Eenmalige bijdrage bij uittreding (sub)onderneming

Indien en nadat een onderneming al dan niet als gevolg van een overdracht de status van aangesloten onderneming verliest, is deze onderneming aan de pensioenkring een eenmalige bijdrage verschuldigd ter dekking van de lasten voor de toekomstige toeslagverlening aan de gewezen deelnemers die op het moment waarop de onderneming niet langer kan worden aangemerkt als aangesloten onderneming, in dienst zijn van deze onderneming.

Inhaaltoeslag

De Nederlandsche Bank heeft voor Pensioenkring GE Nederland aan Stap ontheffing verleend voor de toepassing van de methodiek van toekomstbestendig indexeren (TBI). Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken voor gewezen deelnemers en ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden voorwaardelijk (gedeeltelijk) kunnen worden verhoogd bij een feitelijke dekkingsgraad die hoger is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen. Indien er een toeslag wordt gemist doordat de feitelijke dekkingsgraad lager is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen kan deze toeslag worden ingehaald op het moment dat de feitelijke dekkingsgraad hoger is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen. Voorwaarde hierbij is wel dat ook na de toekenning, de feitelijke dekkingsgraad hoger is dan (of gelijk aan) de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen.

Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal als volgt worden toegepast:

  • volledige toeslagverlening;
  • herstel van kortingen;
  • inhaal van indexatieachterstand (verjaringstermijn 10 jaar).

7.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen en de verleende toeslagen. 

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2024 2023
Resultaat op beleggingen 36.508 62.252
Resultaat op wijziging RTS -10.083 -11.561
Resultaat op premie 7.924 10.075
Resultaat op waardeoverdrachten 221 -111
Resultaat op kosten 0 0
Resultaat op uitkeringen 474 -122
Resultaat op kanssystemen -280 1.744
Resultaat op toeslagverlening 1.802 -14.684
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen 883 509
Resultaat op andere oorzaken 73 70
Totaal saldo van baten en lasten 37.522 48.172

Toelichting actuarieel resultaat

In 2024 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 36.508. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2024 positief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2024 ligt gemiddeld genomen onder de RTS ultimo 2023. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2024 met circa 0,17%-punt gedaald. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -10.083.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt -280.

Toeslagverlening

Per 1 januari 2025 is aan de actieve deelnemers een toeslag van 6,94% en aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden een toeslag van 3,50% verleend. Beide worden gefinancierd uit premie. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt 1.802.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 883. Dit resultaat wordt veroorzaakt door de overgang naar de Prognosetafel AG2024 (475), de actualisatie van de ervaringssterfte (-157) en de kostenvoorziening (565).

Kostendekkende premie

De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw, de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de solvabiliteitsopslag en de opslag voor directe en toekomstige uitvoeringskosten.

In de volgende tabel is een overzicht van de kostendekkende premie opgenomen. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. De gedempte premie bestaat uit dezelfde componenten als de kostendekkende premie. Bij de gedempte premie wordt uitgegaan van een verwacht rendement op basis van het huidige strategisch beleggingsbeleid. Hierbij is gebruik gemaakt van het in artikel 36b Besluit financieel toetsingskader geboden overgangsrecht door voor de premiestelling vanaf het jaar 2024 het rendement op vastrentende waarden opnieuw vast te zetten voor een periode van vijf jaar op basis van de rentetermijnstructuur van 30 september 2023. Voor de risicopremies (meetkundig) zijn de hoogtes gelijk gesteld aan de maximale rendementsparameters zoals vastgesteld in artikel 23a van het Besluit FTK en geldend per 1 juli 2023. De curve is verlaagd met inflatie op basis van de minimale verwachtingswaarde van de prijsinflatie (2,0%) en het ingroeipad zoals dit door De Nederlandsche Bank op 6 oktober 2023 is gepubliceerd. De resulterende rentecurve geldt voor de periode van 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2029 (of de eerdere transitiedatum naar het nieuwe pensioenstelsel)

Premie voor risico pensioenkring        
(bedragen x € 1.000)   Premie
RTS
Premie
gedempt
Premie
feitelijk
Actuarieel benodigde premie voor inkoop
onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling
regulier 10.412 5.628 11.710
  risicopremie
overlijden
318 318 318
Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten   292 158 328
De risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit   182 182 182
Solvabiliteitsopslag   5.116 2.946 5.705
Toetswaarde premie *   16.320 9.232 18.243
         
Overige premie        
Directe uitvoeringskosten   995 995 2.218
Actuarieel benodigd voor inkoop voorwaardelijke onderdelen van de regeling   8.971 9.528 9.907
Extra bijdrage werkgever   0 0 286
Totaal *   26.286 19.755 30.654
         

De pensioenkring voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie. 

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 125,3%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele portefeuille zou deze uitkomen op 126,4%.

7.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring en het financieel crisisplan. In 2024 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring GE Nederland
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring GE Nederland voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding).
Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van vereist eigen vermogen (VEV). Deze is gelijk aan 25,5% met een bandbreedte tussen 20,5% en 30,5%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Bijstortingsverplichting
Op basis van de bijstortingsverplichting van de aangesloten onderneming is korting van aanspraken in principe nooit aan de orde. Uitsluitend indien de aangesloten ondernemingen onevenredig worden geschaad kan het Fonds het instrument van korten toepassen.
Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring GE Nederland is dit vertaald naar: een onvoorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf voor actieve en arbeidsongeschikte deelnemers en een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Hierbij is de maatstaf voor actieve en arbeidsongeschikte deelnemers gelijk aan de procentuele jaarstijging van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen per 30 september. De maatstaf voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is gelijk aan de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle bestedingen per 30 september (niet afgeleid).
Risicobereidheid op korte termijn
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV. Deze is gelijk aan 25,5% met een bandbreedte tussen 20,5% en 30,5%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit het HBT gelijk aan 90%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit het HBT gelijk aan 90%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 15%.
Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring GE Nederland is dit vertaald naar:
1. Een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.
2. Kennis en inzicht verschaffen aan de werkgever voor een passende arbeidsvoorwaarde pensioen.
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2024 is de RSA eind 2024 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. 

Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.

Matching/Renterisico

Het matching en renterisico is in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.

Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2024 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
  • De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
  • De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
  • De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement). 
  • De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.

Gedurende 2024 is de strategische afdekking van het renterisico onveranderd 70,0% geweest.

Marktrisico

In hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.

Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar

De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 130,6 138,8 147,3 156,3 165,7 175,5 185,7
10% 125,0 132,5 140,3 148,5 157,0 166,0 175,2
0% 119,4 126,2 133,3 140,7 148,4 156,4 164,8
-10% 113,8 119,9 126,3 132,9 139,8 146,9 154,3
-20% 108,2 113,6 119,3 125,1 131,1 137,4 143,8

7.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland is per 1 september 2021 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring GE Nederland van start is gegaan. 

Samenstelling Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de aangesloten werkgevers, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

  • Nina Nijs (voorzitter) - namens de deelnemers
  • Taugir Sardar - namens de werkgevers
  • Sjoerd Lousberg - namens de werkgevers
  • Dirk van Unnik - namens de deelnemers
  • Fred Bos - namens de pensioengerechtigden
  • Arjan van der Linde - namens de werkgevers

  • Herman van der Breggen - aspirant lid BO

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Reglement Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland.

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2024

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 twee vergaderingen gehad met het bestuur. De eerste vergadering met het bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het deel-jaarverslag 2023 met de financiële opstelling van Pensioenkring GE Nederland. De tweede vergadering vond plaats in december. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, de pensioenopbouw en premie voor 2025, het pensioenreglement 2025, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2025 van de pensioenkring behandeld. Ook werd er uitgebreid gesproken over de visie en aanpak van het bestuur richting de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) voor onze kring.

In december 2024 heeft het belanghebbendenorgaan overleg gevoerd met de raad van toezicht. Er is gesproken over de gang van zaken bij Stap en de voorbereiding op de implementatie van de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp).

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 vijf eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau aanwezig geweest In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld:

  • DC-regeling
  • Pilot videobellen
  • Resultaten campagnes 2023
  • Zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
  • Jaarwerk 2023
  • Wet toekomst pensioenen
  • Haalbaarheidstoets
  • Ervaringssterfte

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.

Informatie-uitwisseling

Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Daarnaast hebben de leden van het belanghebbendenorgaan toegang tot SPO-Perform.

Stap heeft in 2024 twee themadagen voor leden van belanghebbendenorganen georganiseerd. Op de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals de Wtp en de “lessons learned” met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap die zal invaren in het nieuwe stelsel, namelijk Holland Casino. Daarnaast is aandacht besteed aan digitale vaardigheden, interne auditfunctie en compliance onderwerpen. Een aantal leden van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland heeft deze themadagen bijgewoond. 

Goedkeuring en advies in 2024

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 goedkeuring verleend aan:

  • Het jaarplan en de begroting 2025 van de pensioenkring
  • Het reglement belanghebbendenorgaan
  • Het omzetten van de DC kapitalen in DB aanspraken
  • De premie- en premieopbouw 2025
  • Na de pilot een vervolg geven aan de inzet van videogesprekken in de keuzebegeleiding
  • Het deel-jaarverslag 2023 met de financiële opstelling van de pensioenkring over 2023
  • Het pensioenreglement inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2025 van de pensioenkring
  • Het communicatiejaarplan 2025 van de pensioenkring De ABTN 2024 van de pensioenkring

 Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 advies gegeven over:

Bevindingen

De bevindingen hebben betrekking op het verslagjaar 2024. Het belanghebbendenorgaan heeft de volgende bevindingen:

Financieel

Het verloop van de dekkingsgraad werd in 2024 bepaald door twee factoren. Enerzijds is de rente licht gedaald, anderzijds was het beleggingsrendement over de meeste beleggingscategorieën positief. Per saldo was het effect van de rente en het beleggingsrendement op de dekkingsgraad positief. Per eind december 2023 bedroeg de actuele dekkingsgraad 140,7% (135,9% per eind 2023) en de beleidsdekkingsgraad 140,3% (138,3% per eind 2023).

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in 2024 bedroeg 8,3%. De categorie aandelen droeg 9,6% bij aan het totaalrendement en de categorie vastrentend -0,3%. Verder leverde de overlay nog een bijdrage van 1,1%.

Toeslagverlening

De pensioenen zijn per 31 december 2024 verhoogd. De maatstaf voor toeslagverlening was positief (+6,94% actieven, +3,50% inactieven) en op basis van de financiële positief per 30 september 2024 kon er per 31 december 2024 aan alle deelnemers van de pensioenkring een toeslag verleend worden van 6,94% (actieven – onvoorwaardelijke toeslag) en 3,50% (inactieven – voorwaardelijke toeslag). Verder geldt voor Pensioenkring GE Nederland dat de pensioengrondslag van arbeidsongeschikte deelnemers is verhoogd conform de toeslag voor de niet-actieve deelnemers.

Verslaglegging en verantwoording

Het belanghebbendenorgaan is van mening dat de verslaglegging en het afleggen van verantwoording goed en professioneel geregeld zijn. De maandelijkse verslaglegging en de kwartaalrapportages stellen het belanghebbendenorgaan voldoende in staat het bestuur en de uitvoerders te beoordelen.

Vooruitblik

Het BO voorziet in het jaar 2025 frequenter overleg met het bestuursbureau om mee genomen te worden in de afwegingen richting het nieuwe stelsel. Dit zal zeker een positief effect hebben op het nemen van een gewogen besluit zodra het nog op te stellen transitieplan gereed is.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel.

Het belanghebbendenorgaan heeft de samenwerking met Stap, het bestuur en het bestuursbureau als constructief en plezierig ervaren. Er is altijd bereidheid voor meer overleg en aanvullende expertise om tot het beste besluit te kunnen komen.  Binnen het belanghebbendenorgaan is de samenwerking goed en harmonieus verlopen.

Rotterdam, 27 mei 2025
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Nina Nijs
Taugir Sardar
Sjoerd Lousberg
Dirk van Unnik
Fred Bos
Arjan van der Linde   

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland en het positieve oordeel over het in 2024 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report