19.1 Balans per 31 december 2024
(na resultaatbestemming)
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | ||||||||
| ACTIVA | ||||||||
| Beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 1 | |||||||
| Aandelen | 362.381 | 305.132 | ||||||
| Vastrentende waarden | 270.858 | 267.444 | ||||||
| Derivaten | 13.011 | 11.301 | ||||||
| Overige beleggingen | 28.238 | 23.436 | ||||||
| 674.488 | 607.313 | |||||||
| Beleggingen voor risico deelnemers | 2 | 0 | 798 | |||||
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 3 | 2.140 | 2.530 | |||||
| Vorderingen en overlopende activa | 4 | 12.067 | 772 | |||||
| Overige activa | 5 | 731 | 2.839 | |||||
| TOTAAL ACTIVA | 689.426 | 614.252 | ||||||
| PASSIVA | ||||||||
| Algemene reserve Pensioenkring GE Nederland | 6 | 189.903 | 152.381 | |||||
| Technische voorzieningen | ||||||||
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 7 | 466.417 | 423.189 | |||||
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemer | 8 | 0 | 798 | |||||
| Overige voorzieningen | 9 | 26.100 | 31.379 | |||||
| Derivaten | 10 | 6.553 | 210 | |||||
| Overige schulden en overlopende passiva | 11 | 453 | 6.295 | |||||
| TOTAAL PASSIVA | 689.426 | 614.252 |
19.2 Staat van baten en lasten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | ||||||||
| BATEN | ||||||||
| Premiebijdragen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 12 | 30.695 | 35.237 | |||||
| Beleggingsresultaten risico Pensioenkring GE Nederland | 13 | 49.681 | 73.886 | |||||
| Beleggingsresultaten risico deelnemer | 14 | 42 | 89 | |||||
| Baten uit herverzekering | 15 | -390 | 631 | |||||
| Overige baten | 16 | 77 | 72 | |||||
| TOTAAL BATEN | 80.105 | 109.915 | ||||||
| LASTEN | ||||||||
| Pensioenuitkeringen | 17 | 5.307 | 4.587 | |||||
| Pensioenuitvoeringskosten | 18 | 842 | 719 | |||||
| Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 19 | |||||||
| Pensioenopbouw | 5.721 | 5.370 | ||||||
| Toeslagverlening | 17.833 | 42.203 | ||||||
| Rentetoevoeging | 14.604 | 12.840 | ||||||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten | -4.835 | -4.141 | ||||||
| Wijziging marktrente | 10.083 | 11.561 | ||||||
| Wijziging actuariële grondslagen | -318 | -10 | ||||||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | 669 | 579 | ||||||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | -139 | 421 | ||||||
| 43.618 | 68.823 | |||||||
| Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 20 | -390 | 631 | |||||
| Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemers | 21 | -798 | -15 | |||||
| Mutatie overige voorzieningen | 22 | -5.279 | -10.169 | |||||
| Saldo herverzekering | 23 | -670 | -2.471 | |||||
| Saldo overdrachten van rechten | 24 | -50 | -364 | |||||
| Overige lasten | 25 | 3 | 2 | |||||
| TOTAAL LASTEN | 42.583 | 61.743 | ||||||
| Saldo van baten en lasten | 37.522 | 48.172 | ||||||
| Bestemming van het saldo van baten en lasten | ||||||||
| Algemene reserve Pensioenkring GE Nederland | 37.522 | 48.172 | ||||||
| Totaal saldo van baten en lasten | 37.522 | 48.172 |
19.3 Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode.
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| KASSTROOM UIT PENSIOENACTIVITEITEN | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Ontvangen premiebijdragen voor risico Pensioenkring GE Nederland |
13.162 | 39.013 | ||||||
| Ontvangen in verband met overdracht van rechten | 987 | 1.543 | ||||||
| Ontvangen uitkeringen van herverzekeraars | 1.617 | 2.823 | ||||||
| Overig ontvangsten | 97 | 110 | ||||||
| 15.863 | 43.489 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Betaalde pensioenuitkeringen | -5.370 | -4.481 | ||||||
| Betaalde premies herverzekering | -354 | -517 | ||||||
| Betaalde pensioenuitvoeringskosten | -1.062 | -799 | ||||||
| Afdracht weerstandsvermogen | -187 | -79 | ||||||
| Betaald in verband met overdracht van rechten | -937 | -1.145 | ||||||
| Overig uitgaven | -3 | -2 | ||||||
| -7.913 | -7.023 | |||||||
| Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten | 7.950 | 36.466 | ||||||
| KASSTROOM UIT BELEGGINGSACTIVITEITEN | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Directe beleggingsopbrengsten voor risico Pensioenkring GE Nederland | 347 | 2.663 | ||||||
| Verkopen en aflossingen van beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 106.211 | 419.632 | ||||||
| 106.558 | 422.295 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Aankopen beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | -112.165 | -469.393 | ||||||
| Betaalde kosten van vermogensbeheer | -725 | -662 | ||||||
| -112.890 | -470.055 | |||||||
| Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten | -6.332 | -47.760 | ||||||
| Netto kasstroom | 1.618 | -11.294 | ||||||
| Koers-/omrekenverschillen | 0 | -1 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | 1.618 | -11.295 | ||||||
| Liquide middelen per 1 januari | -3.855 | 7.440 | ||||||
| Liquide middelen per 31 december | -2.237 | -3.855 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | 1.618 | -11.295 |
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarvan: | ||||||||
| Voor risico pensioenkring (5) | 731 | 2.839 | ||||||
| Binnen de beleggingsportefeuille | -2.968 | -6.694 | ||||||
| Liquide middelen per 31 december | -2.237 | -3.855 | ||||||
| Liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille: | ||||||||
| - Cash collateral | -8.468 | -14.123 | ||||||
| - Liquide middelen bij de vermogensbeheerder | 5.500 | 7.429 | ||||||
| Totaal (1) | -2.968 | -6.694 |
19.4 Toelichting op de financiële opstelling van Pensioenkring GE Nederland
Algemeen
In deze paragraaf wordt ingegaan op de specifieke grondslagen voor waardering van activa en passiva en bepaling van het resultaat voor Pensioenkring GE Nederland. De grondslagen die voor alle pensioenkringen van toepassing zijn, worden toegelicht in 24.1 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling.
Grondslagen
Schattingswijziging
De financiële opstelling in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.
Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende posten in de financiële opstelling. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
In september 2024 heeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap de Prognosetafel AG2024 gepubliceerd. De pensioenkring is per eind september 2024 overgegaan op deze prognosetafel en dit heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 475 en daardoor een positief effect op de dekkingsgraad van 0,2%-punt. Ook heeft een aanpassing van de correctiefactoren op de sterftekansen, ofwel ervaringssterfte, plaatsgevonden. Deze aanpassing is ook per eind september 2024 doorgevoerd en heeft een verhogend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 157 en daardoor een negatief effect op de dekkingsgraad, maar afgerond 0,0%-punt.
Presentatiewijziging
In 2024 zijn de vermogensbeheerkosten uit de gedempte en kostendekkende premie gehaald. Hiervoor zijn de vergelijkende cijfers van 2023 ook aangepast.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Technische voorzieningen
De berekeningen voor de voorziening pensioenverplichtingen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen:
- De voorziening pensioenverplichtingen wordt berekend als de contante waarde van de op de balansdatum opgebouwde pensioenen inclusief de eventueel op 1 januari daaropvolgend toe te kennen verhoging in verband met toeslagverlening.
- Voor arbeidsongeschikte deelnemers wordt de voorziening pensioenverplichtingen voor het arbeidsongeschikte deel berekend als de contante waarde van de op de pensioendatum in uitzicht gestelde pensioenen bij een tot die datum voortgezette pensioenopbouw.
- Voor mannen en vrouwen is gebruik gemaakt van de door het Koninklijk Actuarieel Genootschap gepubliceerde Prognosetafel AG2024 (2023: Prognosetafel AG2022). Om rekening te houden met het gegeven dat de populatie van de pensioenkring af kan wijken van de totale populatie waarop de prognosetafel gebaseerd, worden leeftijdsafhankelijke correctiefactoren op de sterftekansen toegepast. Deze correctiefactoren zijn in 2024 vastgesteld met het Demographic Horizons™ model van Aon (Aon ervaringssterfte 2024, 2023: Aon ervaringssterfte 2022).
- De leeftijd per de berekeningsdatum wordt vastgesteld in maanden nauwkeurig, waarbij de geboortedatum gelijk wordt gesteld aan de 1e dag van de geboortemaand.
- De reservering voor partnerpensioen wordt voor pensioendatum bepaald op basis van partnerfrequenties. Na pensioendatum wordt uitgegaan van een bepaalde partner.
- Het leeftijdsverschil tussen man en vrouw wordt gesteld op 3 jaar.
- Ter dekking van toekomstige administratiekosten en excassokosten is een separate kostenvoorziening gevormd.
- Voor het latent wezenpensioen wordt 1,5% van de voorziening pensioenverplichtingen voor het latent nabestaandenpensioen van actieve, premievrije en arbeidsongeschikte deelnemers gereserveerd.
- Als rekenrente voor de voorziening pensioenverplichtingen wordt de rentetermijnstructuur per 31 december van het betreffende boekjaar zoals die door DNB is gepubliceerd, gehanteerd.
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Uitgaande herverzekeringspremies worden verantwoord in de periode waarop de herverzekering betrekking heeft. Vorderingen uit herverzekeringscontracten op risicobasis worden verantwoord op het moment dat de verzekerde gebeurtenis zich voordoet.
Bij de waardering worden de verzekerde uitkeringen contant gemaakt met de rentetermijnstructuur en de actuariële grondslagen van Pensioenkring GE Nederland. Bij de waardering van de vorderingen wordt rekening gehouden met de kredietwaardigheid van de herverzekeraar (afslag voor kredietrisico).
Vorderingen uit hoofde van winstdelingsregelingen in herverzekeringscontracten worden verantwoord op het moment van toekenning door de herverzekeraar.
Overige voorzieningen
Onder overige voorzieningen zijn de verschillende exit-bijdragen van vertrekkende ondernemingen opgenomen. Deze bedragen betreffen premies voor toekomstige toeslagverlening voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
Voor de ondernemingen waarvan een deel van de deelnemers zijn vertrokken geldt dat over een periode van 30 jaar er elk jaar een vrijval ten behoeve van indexatie plaatsvindt vanuit het exit-depot. Voor de ondernemingen die in zijn geheel zijn vertrokken wordt de vrijval vanuit het exit-depot bepaald op basis van de toeslagkoopsom voor inactieven van de vertrokken deelnemers van deze ondernemingen. De vrijgevallen bedragen worden toegevoegd aan het indexatiedepot, indien er geen toeslag wordt verleend.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland
Toeslagverlening
Pensioenkring GE Nederland streeft ernaar de opgebouwde pensioenrechten van de actieve deelnemers jaarlijks aan te passen aan de loonontwikkeling volgens de cao. De toeslagverlening heeft een onvoorwaardelijk karakter voor de actieven en een voorwaardelijk karakter voor de inactieven.
Pensioenkring GE Nederland streeft ernaar de ingegane pensioenen en de premievrije pensioenrechten (gewezen deelnemers) jaarlijks aan te passen aan de ontwikkeling van de prijsindex.
19.5 Toelichting op de balans per 31 december 2024
ACTIVA
1. Beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 362.381 | 305.132 | ||
| Vastrentende waarden | 270.858 | 267.444 | ||
| Derivaten | 13.011 | 11.301 | ||
| Overige beleggingen | 28.238 | 23.436 | ||
| Totaal | 674.488 | 607.313 |
| (bedragen x € 1.000) | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 305.132 | 267.444 | 11.091 | 23.436 | 607.103 | |||||
| Aankopen | 57.735 | 5.296 | 0 | 49.135 | 112.166 | |||||
| Verkopen | -56.878 | 62 | 545 | -49.100 | -105.371 | |||||
| Herwaardering | 56.392 | -1.943 | -5.178 | 947 | 50.218 | |||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 3.820 | 3.820 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 362.381 | 270.858 | 6.458 | 28.238 | 667.935 | |||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 6.553 | |||||||||
| Totaal | 674.488 |
De overige mutaties onder de overige beleggingen bestaan uit toe- en afname van liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille en de mutaties binnen de vorderingen en schulden voor de beleggingen, die onder de overige beleggingen worden gepresenteerd.
Het economisch risico ligt bij Pensioenkring GE Nederland. Het juridisch eigendom is ondergebracht bij Stap.
| (bedragen x € 1.000) | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2023 | 256.575 | 227.080 | 6.844 | 6.497 | 496.996 | |||||
| Aankopen | 276.056 | 158.142 | 0 | 35.195 | 469.393 | |||||
| Verkopen | -274.730 | -132.854 | -5.547 | -6.500 | -419.631 | |||||
| Herwaardering | 47.231 | 15.076 | 9.794 | 347 | 72.448 | |||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | -12.103 | -12.103 | |||||
| Stand per 31 december 2023 | 305.132 | 267.444 | 11.091 | 23.436 | 607.103 | |||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 210 | |||||||||
| Totaal | 607.313 |
In 2023 heeft de fondsbeheerder de structuur van een aantal beleggingsfondsen vereenvoudigd. Dit betekent dat beleggingen in bepaalde 'feeder' fondsen verkocht werden en dat voor dezelfde waarde werd belegd in het 'master' fonds. De pensioenkring behield daarmee dezelfde onderliggende beleggingen. De hieruit voortvloeiende transacties zijn in bovenstaande overzicht meegenomen onder verkopen respectievelijk aankopen.
Aandelen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beursgenoteerde en niet beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen | 362.381 | 305.132 | ||
| Totaal | 362.381 | 305.132 |
Pensioenkring GE Nederland belegt niet in de werkgever.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tesla Inc. | 20.322 | 5,6% | 11.450 | 3,8% | ||||
| Totaal | 20.322 | 5,6% | 11.450 | 3,8% |
Vastrentende waarden
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Obligatiefondsen | 121.595 | 127.316 | ||
| Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden | 92.610 | 87.238 | ||
| Hypothekenfondsen | 56.653 | 52.890 | ||
| Totaal | 270.858 | 267.444 |
De waarde in de Hypothekenfondsen betreffen de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Duitse staatsobligaties | 47.046 | 17,4% | 47.527 | 17,8% | ||||
| Franse staatsobligaties | 36.492 | 13,5% | 43.330 | 16,2% | ||||
| Nederlandse staatsobligaties | 20.571 | 7,6% | 19.436 | 7,3% | ||||
| Totaal | 104.109 | 38,4% | 110.293 | 41,2% |
De totale waarde van de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund bedraagt bij de vastrentende waarden 56.653 en is meer dan 5% van de totale beleggingscategorie. De beleggingen in deze vastrentende waarden zijn uiteindelijk verspreid over een veelvoud van debiteuren en worden daarom niet aangemerkt als concentratierisico.
Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | -6.195 | 2.777 | ||
| Rentederivaten | 12.653 | 8.314 | ||
| Totaal | 6.458 | 11.091 |
In de bovenstaande weergave zijn zowel de positieve als negatieve derivatenposities meegenomen. Een toelichting op de derivatenpositie is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.
Overige beleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Money Market fund | 31.025 | 30.043 | ||
| Cash collateral | -8.468 | -14.123 | ||
| Beleggingsvorderingen | 180 | 90 | ||
| Beleggingsschulden | 0 | -3 | ||
| Liquide middelen bij de vermogensbeheerder | 5.501 | 7.429 | ||
| Totaal | 28.238 | 23.436 |
De beleggingsvorderingen en beleggingsschulden zijn kortlopend.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Morgan Stanley Liquidity Funds - Euro Liquidity Fund | 10.449 | 37,0% | 10.663 | 45,5% | ||||
| Fidelity Institutional Liquidity Fund PLC - The Euro Fund | 10.457 | 37,0% | 9.940 | 42,4% | ||||
| BlackRock ICS Euro Liquidity Fund | 10.119 | 35,8% | 9.440 | 40,3% | ||||
| Totaal | 31.025 | 109,9% | 30.043 | 128,2% |
Binnen deze goed gespreide geldmarktfondsen wordt weer nader belegd en daarom is het concentratierisico in feite beperkt.
Securities lending
Pensioenkring GE Nederland participeert niet in securities lending programma's.
Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van Pensioenkring GE Nederland gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.
Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van Pensioenkring GE Nederland kan gebruik worden gemaakt van afgeleide marktnoteringen. Echter, voor de onderliggende beleggingen binnen het MM Dutch Mortgage Fund wordt gebruik gemaakt van waardering door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. De tabel is gebaseerd op de levelindeling van het beleggingsfonds waarin wordt belegd. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:
| (bedragen x € 1.000) | Genoteerde marktprijzen | Afgeleide markt-noteringen |
Waarderings-modellen | Overig | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 42.170 | 320.211 | 0 | 0 | 362.381 | |||||
| Vastrentende waarden | 121.595 | 92.610 | 56.653 | 0 | 270.858 | |||||
| Derivaten | 0 | 6.458 | 0 | 0 | 6.458 | |||||
| Overige beleggingen | 0 | 31.026 | 0 | -2.788 | 28.238 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 163.765 | 450.305 | 56.653 | -2.788 | 667.935 |
De posities uit hoofde van de derivaten betreffen zowel positieve als negatieve posities. Een toelichting op de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.
| (bedragen x € 1.000) | Genoteerde marktprijzen | Afgeleide markt-noteringen |
Waarderings-modellen | Overig | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 36.816 | 268.316 | 0 | 0 | 305.132 | |||||
| Vastrentende waarden | 127.316 | 87.239 | 52.889 | 0 | 267.444 | |||||
| Derivaten | 0 | 11.091 | 0 | 0 | 11.091 | |||||
| Overige beleggingen | 0 | 30.043 | 0 | -6.607 | 23.436 | |||||
| Stand per 31 december 2023 | 164.132 | 396.689 | 52.889 | -6.607 | 607.103 |
2. Beleggingen voor risico deelnemers
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vastgoed | 0 | 88 | ||
| Aandelen | 0 | 329 | ||
| Vastrentende waarden | 0 | 371 | ||
| Overige beleggingen | 0 | 10 | ||
| Totaal | 0 | 798 |
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed | Aandelen | Vastrentende waarden | Overige beleggingen | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 88 | 329 | 371 | 10 | 798 | |||||
| Aankopen | 0 | 0 | 123 | 4 | 127 | |||||
| Verkopen | 34 | 119 | 95 | 2 | 250 | |||||
| Herwaardering | 4 | 16 | 2 | 0 | 22 | |||||
| Overige mutaties | -64 | -222 | 56 | 4 | -226 | |||||
| Collectieve waardeoverdracht | -62 | -242 | -647 | -20 | -971 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Begin september is deze regeling beëindigd en heeft er een interne collectieve waardeoverdracht plaatsgevonden van de beleggingen voor risico deelnemers naar de beleggingen voor risico pensioenkring.
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed | Aandelen | Vastrentende waarden | Overige beleggingen | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2023 | 78 | 356 | 373 | 6 | 813 | |||||
| Aankopen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| Verkopen | 1 | 76 | 25 | 1 | 104 | |||||
| Herwaardering | 6 | 28 | 25 | 1 | 60 | |||||
| Overige mutaties | 3 | -132 | -52 | 2 | -179 | |||||
| Stand per 31 december 2023 | 88 | 329 | 371 | 10 | 798 |
Voor de waardering van de Beleggingen voor risico deelnemers van de pensioenkring is gebruik gemaakt van genoteerde marktprijzen.
Vastgoed
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Indirecte vastgoedbeleggingen, zijn de participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed | 0 | 88 | ||
| Totaal | 0 | 88 |
Aandelen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beursgenoteerde en niet beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen | 0 | 329 | ||
| Totaal | 0 | 329 |
Vastrentende waarden
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden | 0 | 371 | ||
| Totaal | 0 | 371 |
Overige beleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Liquide middelen | 0 | 10 | ||
| Totaal | 0 | 10 |
3. Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Herverzekeringsdeel technische voorziening | 2.140 | 2.530 | ||
| Totaal | 2.140 | 2.530 |
Het aandeel herverzekeraar betreft zeven AO-gevallen, waarvoor de contante waarde van de toekomstige uitkeringen van de herverzekeraar aan de pensioenkring bepaald is. Hierbij is er gerekend met een revalidatiekans van 0%, wat betekent dat het uitgangspunt is dat de deelnemer arbeidsongeschikt blijft. Conform RJ 610 paragraaf 224 is het aandeel herverzekeraar gelijkgesteld aan het herverzekeringsdeel technische voorzieningen. Dit betreft een latente vordering op de herverzekeraar.
Het herverzekeringsdeel van de technische voorzieningen bestaat uit een vordering op elipsLife van 2.140. De vordering op de herverzekeraar betreft pensioenuitkeringen die door de herverzekeraar aan de pensioenkring worden betaald en betalingen voor de pensioenopbouw van arbeidsongeschikten. Op de vordering is geen kredietafslag opgenomen gezien de kredietwaardigheid van elipsLife.
4. Vorderingen en overlopende activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen werkgevers | 12.044 | 0 | ||
| Vorderingen uit herverzekeringen | 0 | 734 | ||
| Overige vorderingen en overlopende activa | 23 | 38 | ||
| Totaal | 12.067 | 772 |
De vorderingen werkgevers hebben betrekking op de premieafrekening over 2024.
De overige vorderingen en overlopende activa bestaan uit nog te ontvangen interest van 13 en de voorlopige afrekening voor de administratiekostenvergoeding 2024 van 10.
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
5. Overige activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Liquide middelen | 731 | 2.839 | ||
| Totaal | 731 | 2.839 |
Pensioenkring GE Nederland heeft twee bankrekeningen, waarvan één met name wordt gebruikt voor de financiële verrekening met Stap. Stap betaalt de pensioenuitkeringen aan de pensioengerechtigden van Pensioenkring GE Nederland en betaalt een deel van de pensioenuitvoeringskosten aan crediteuren. De tweede bankrekening wordt gebruikt voor de verwerking van waardeoverdrachten klein pensioen.
De liquide middelen bij banken staan ter vrije beschikking van Pensioenkring GE Nederland.
De liquide middelen komen economisch toe aan Pensioenkring GE Nederland. Het juridisch eigendom ligt bij Stap.
PASSIVA
6. Algemene reserve Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 152.381 | 104.209 | ||
| Bestemming saldo van baten en lasten boekjaar | 37.522 | 48.172 | ||
| Stand per 31 december | 189.903 | 152.381 |
Dekkingsgraad, vermogenspositie en herstelplan
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Feitelijke dekkingsgraad | 140,7% | 135,9% | ||
| Reële dekkingsgraad | 102,5% | 99,5% | ||
| Beleidsdekkingsgraad | 140,3% | 138,3% |
De feitelijke dekkingsgraad van Pensioenkring GE Nederland wordt berekend door op de balansdatum het pensioenvermogen te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.
De reële dekkingsgraad wordt berekend door de beleidsdekkingsgraad te delen door de grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) per 30 september 2024. De TBI-grens per 30 september van een jaar is bepalend voor het besluit of de volledige toeslag op basis van Toekomst Bestendig Indexeren kan worden toegekend.
De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.
Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt Pensioenkring GE Nederland gebruik van het standaard model. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van Pensioenkring GE Nederland. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de paragraaf 'Risicobeheer'.
Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist eigen vermogen op 31 december:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Algemene reserve Pensioenkring GE Nederland | 189.903 | 40,7% | 152.381 | 35,9% | ||||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 18.962 | 4,1% | 17.269 | 4,1% | ||||
| Vereist eigen vermogen | 116.916 | 25,1% | 110.071 | 26,0% |
De vermogenspositie van Pensioenkring GE Nederland wordt gekarakteriseerd als een situatie met een toereikende solvabiliteit (2023: idem).
Herstelplan
De pensioenkring hoefde in 2024 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (138,3%) per 31 december 2023 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen per 31 december 2023 (126,0%). Daardoor had Pensioenkring GE Nederland eind 2023 geen reservetekort.
De situatie is eind 2024 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (140,3%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (125,1%).
Minimaal vereist vermogen
Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen horende bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en -rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.
Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (140,3%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,1%). De MVEV-korting is per 31 december 2024 voor Pensioenkring GE Nederland dus niet aan de orde.
Statutaire regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten
Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 37.522 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring GE Nederland.
7. Technische voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 464.277 | 420.659 | ||
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 2.140 | 2.530 | ||
| Totaal | 466.417 | 423.189 |
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 420.659 | 351.836 | ||
| Pensioenopbouw | 5.721 | 5.370 | ||
| Toeslagverlening | 17.833 | 42.203 | ||
| Rentetoevoeging | 14.604 | 12.840 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringkosten | -4.835 | -4.141 | ||
| Wijziging marktrente | 10.083 | 11.561 | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | -318 | -10 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | 669 | 579 | ||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | -139 | 421 | ||
| Stand per 31 december | 464.277 | 420.659 | ||
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.
Toeslagverlening
Pensioenkring GE Nederland streeft ernaar de pensioenaanspraken en -rechten van actieve en arbeidsongeschikte deelnemers jaarlijks aan te passen aan de loonontwikkeling volgens de CAO. Het betreft een onvoorwaardelijke toeslagverlening die gefinancierd wordt door premiebetaling.
Voor inactieve deelnemers probeert Pensioenkring GE Nederland ieder jaar het pensioen te verhogen met het consumenten prijsindexcijfer alle huishoudens over de periode 30 september van het voorafgaande jaar tot en met 30 september van het jaar waarover de verhoging plaatsvindt, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het betreft een voorwaardelijke toeslagverlening die gefinancierd wordt door premiebetaling. Het bestuur van Stap neemt ieder jaar een besluit over de toeslagverlening. Per 1 januari 2025 is een volledige toeslag verleend van 6,94% (2023: 6,31%) aan de actieve en arbeidsongeschikte deelnemers van Pensioenkring GE Nederland. De opgebouwde pensioenen zijn per 1 januari 2025 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden met 3,50% (2023: 0,21%) verhoogd.
Per 1 januari 2023 is aan gewezen deelnemers een toeslag verleend van 13,22% op de tot en met 31 december 2022 opgebouwde aanspraken en rechten. Per 1 januari 2024 is aan gewezen deelnemers een toeslag van 0,21% toegekend op de tot en met 31 december 2023 opgebouwde aanspraken en rechten. Beide toeslagbesluiten zijn in 2023 door het bestuur genomen. In het jaarverslag 2023 zijn beide toeslagen daarom als één percentage van 13,43% bij 2023 gepresenteerd. Omdat de toeslagen een verschillende ingangsdatum hebben en betrekking hebben op verschillende aanspraken/rechten, zijn ze in dit jaarverslag afzonderlijk weergegeven.
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 3,439% (2023: 3,264%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2023 (2023: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2022).
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder deze regel opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.
Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder deze regel opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitvoeringskosten in de verslagperiode.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder wijziging marktrente.
| Rentepercentage per | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| 2,13% | 2,30% |
Wijziging actuariële grondslagen
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van de veronderstellingen voor sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van de pensioenkring.
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het fonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële grondslagen worden herzien.
In september 2024 heeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap de Prognosetafel AG2024 gepubliceerd. De pensioenkring is per eind september 2024 overgegaan op deze prognosetafel en dit heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 475 en daardoor een positief effect op de dekkingsgraad van 0,2%-punt. Ook heeft een aanpassing van de correctiefactoren op de sterftekansen, ofwel ervaringssterfte, plaatsgevonden. Deze aanpassing is ook per eind september 2024 doorgevoerd en heeft een verhogend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 157 en daardoor een negatief effect op de dekkingsgraad, maar afgerond 0,0%-punt.
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Toevoeging aan de technische voorzieningen | 995 | 1.677 | ||
| Onttrekking aan de technische voorzieningen | -326 | -1.098 | ||
| Totaal | 669 | 579 |
Onderdeel van de inkomende waardeoverdrachten is de interne collectie waardeoverdracht van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemers naar de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring.
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Resultaat op kanssystemen: | ||||
| - Sterfte | 490 | 506 | ||
| - Arbeidsongeschiktheid | -107 | 154 | ||
| - Mutaties | 43 | 260 | ||
| Overige | -565 | -499 | ||
| Totaal | -139 | 421 |
Onder sterfte is de afwijking tussen de werkelijke sterfte ten opzichte van de veronderstelde sterfte weergegeven. Het effect onder arbeidsongeschiktheid ontstaat doordat de werkelijke schade als gevolg van invalidering afwijkt van de in de premiestelling veronderstelde invalidering.
Onder Overige is het effect voor de mutatie van de kostenvoorziening in de voorziening pensioenverplichtingen opgenomen.
De voorziening pensioenverplichtingen, inclusief het herverzekerde deel van de technische voorzieningen is naar categorieën deelnemers als volgt samengesteld:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening | Aantallen | Voorziening | Aantallen | |||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 86.127 | 529 | 75.681 | 516 | ||||
| Pensioengerechtigden | 88.866 | 223 | 72.812 | 200 | ||||
| Gewezen deelnemers | 270.533 | 1.849 | 254.790 | 1.854 | ||||
| 445.526 | 2.601 | 403.283 | 2.570 | |||||
| Overig | 20.891 | 0 | 19.906 | 0 | ||||
| Voorziening pensioenverplichtingen | 466.417 | 2.601 | 423.189 | 2.570 | ||||
'Overig' bestaat uit de reservering voor toekomstige uitvoeringskosten voor de uitvoering van de pensioenregeling (inclusief kostenvoorziening voor vooruitontvangen toeslagpremie), de toegekende indexatie per 1 januari 2025 over de protocolbedragen en een correctie voor een waardeoverdracht.
Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Meer in het bijzonder betreft het een middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 68 jaar. Jaarlijks wordt een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd van 1,875% van de in dat jaar geldende pensioengrondslag met een franchise van 17.547. Het pensioengevend salaris is gemaximeerd op 137.800 (voor het WIA-excedentpensioen geldt de maximering van het salaris op 137.800 niet). Tevens bestaat het recht op nabestaandenpensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen en wezenpensioen. Als ambitie geldt een onvoorwaardelijke toeslagverlening van reeds opgebouwde pensioenaanspraken van de actieven. De toeslagen van inactieven zijn voorwaardelijk en afhankelijk van de financiële positie. Als de actuele dekkingsgraad boven het niveau behorend bij het minimaal vereist vermogen ligt wordt er een toeslag verleend aan de inactieven. Jaarlijks beslist het bestuur van Stap de mate waarin de opgebouwde aanspraken van inactieven worden geïndexeerd.
Toeslagverlening
De indexatie van de aanspraken van actieve en arbeidsongeschikte deelnemers maakt deel uit van de pensioenovereenkomst, en is derhalve onvoorwaardelijk. De toeslagverlening voor actieve deelnemers en arbeidsongeschikten wordt gefinancierd uit de premie.
De indexatie van de aanspraken van gewezen deelnemers en van de pensioenrechten van pensioengerechtigden (waaronder arbeidsongeschiktheidspensioenen) betreft een voorwaardelijke toeslagverlening die afhankelijk is van de financiële situatie van de pensioenkring. De toeslag wordt gefinancierd door overrendement en uit de premie. De Nederlandsche Bank heeft ten aanzien van de pensioenkring aan Stap een ontheffing verleend voor toepassing van de methodiek van toekomstbestendig indexeren (TBI), zoals vastgelegd in artikel 137 lid 2 van de Pensioenwet. Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken voor gewezen deelnemers en ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden voorwaardelijk (gedeeltelijk) kunnen worden verhoogd bij een feitelijke dekkingsgraad die hoger is dan behorend bij het minimaal vereist eigen vermogen. Indien er geen toeslag toegekend wordt, dan wordt de premie inclusief opslagen toegevoegd aan het indexatiedepot.
Per 1 januari 2025 is een volledige toeslag verleend van 6,94% (2023: 6,31%) aan de actieve en arbeidsongeschikte deelnemers van Pensioenkring GE Nederland. De opgebouwde pensioenen zijn per 1 januari 2025 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden met 3,50% (2023: 0,21%) verhoogd.
Per 1 januari 2023 is aan gewezen deelnemers een toeslag verleend van 13,22% op de tot en met 31 december 2022 opgebouwde aanspraken en rechten. Per 1 januari 2024 is aan gewezen deelnemers een toeslag van 0,21% toegekend op de tot en met 31 december 2023 opgebouwde aanspraken en rechten. Beide toeslagbesluiten zijn in 2023 door het bestuur genomen. In het jaarverslag 2023 zijn beide toeslagen daarom als één percentage van 13,43% bij 2023 gepresenteerd. Omdat de toeslagen een verschillende ingangsdatum hebben en betrekking hebben op verschillende aanspraken/rechten, zijn ze in dit jaarverslag afzonderlijk weergegeven.
Inhaaltoeslagen
Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Bij de start van de pensioenkring was er geen toeslagachterstand voor actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Het bestuur van Stap geeft in de financiële opstelling elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen.
Voor de actieve deelnemers is deze specificatie in de volgende tabel opgenomen.
| Actieve deelnemers | Volledige toeslag- verlening |
Toegekende toeslagen |
Verschil | Cumulatief verschil (t.o.v. ambitie) |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | 2,00% | 2,00% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2023 | 3,39% | 3,39% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2024 | 6,31% | 6,31% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2025 | 6,94% | 6,94% | 0,00% | 0,00% |
Voor de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden is deze specificatie in de volgende tabel opgenomen.
| Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden | Volledige toeslag- verlening |
Toegekende toeslagen |
Verschil | Cumulatief verschil (t.o.v. ambitie) |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | 2,70% | 2,70% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2023 | 13,22% | 13,22% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2024 | 0,21% | 0,21% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2025 | 3,50% | 3,50% | 0,00% | 0,00% |
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Pensioenkring GE Nederland heeft een herverzekeringscontract overgenomen van PF GE met betrekking tot het risico van arbeidsongeschiktheid met elipsLife, onderdeel van Swiss Re.
Mutatie overzicht herverzekeringsdeel technische voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.530 | 1.899 | ||
| Rentetoevoeging | 79 | 70 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten | -477 | -458 | ||
| Wijziging marktrente | 4 | 64 | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | 0 | 0 | ||
| Overige wijzigingen | 4 | 955 | ||
| Totaal per 31 december | 2.140 | 2.530 | ||
In 2024 is er voor één overleden deelnemer een overlijdenskapitaal uitgekeerd door Aegon. De pensioenkring ontvangt in 2024 voor 7 arbeidsongeschikten een jaarlijkse uitkering van 498. Voor deze deelnemers heeft de vordering op elipsLife geleid tot de vorming van een herverzekerd deel van de technische voorziening op de balans. Hierbij is gerekend met een revalidatiekans van 0% conform de grondslagen van de pensioenkring.
8. Voorziening pensioenverplichtingen risico deelnemer
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 798 | 813 | ||
| Onttrekkingen | -138 | -104 | ||
| Beleggingsresultaten | 42 | 89 | ||
| Collectieve waardeoverdracht | -702 | 0 | ||
| Totaal per 31 december | 0 | 798 |
Begin september is deze regeling beëindigd en heeft er een interne collectieve waardeoverdracht plaatsgevonden van de beleggingen voor risico deelnemers naar de beleggingen voor risico pensioenkring. Het DC-kapitaal is omgezet in aanspraken.
9. Overige voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 31.379 | 41.548 | ||
| Onttrekking voor toekenning indexatie | -5.279 | -10.169 | ||
| Totaal per 31 december | 26.100 | 31.379 |
Onder overige voorzieningen zijn de verschillende exit-bijdragen van vertrekkende ondernemingen opgenomen. Deze bedragen betreffen premies voor toekomstige toeslagverlening voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Voor de ondernemingen waarvan een deel van de deelnemers zijn vertrokken geldt dat over een periode van 30 jaar er elk jaar een vrijval ten behoeve van indexatie plaats vindt vanuit het exit-depot. Voor de ondernemingen die in zijn geheel zijn vertrokken wordt de vrijval vanuit het exit-depot bepaald op basis van de toeslagkoopsom voor inactieven van de vertrokken deelnemers van deze ondernemingen. De vrijgevallen bedragen worden toegevoegd aan een indexatiedepot, indien er geen toeslag wordt verleend. In 2024 is een bedrag van 5.279 onttrokken in verband met de indexatie per 1 januari 2025 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
10. Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Derivaten | 6.553 | 210 | ||
| Totaal | 6.553 | 210 |
Een uitgebreide toelichting op de derivatenpositie is opgenomen onder paragraaf risicobeheer.
11. Overige schulden en overlopende passiva
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Schulden werkgevers | 0 | 5.489 | ||
| Schulden uit herverzekering | 0 | 141 | ||
| Belastingen en premie sociale verzekeringen | 121 | 184 | ||
| Overige schulden en overlopende passiva | 332 | 481 | ||
| Totaal | 453 | 6.295 |
Belastingen en premies sociale verzekeringen betreffen de nog af te dragen loonheffing aan Stap, die hoort bij de pensioenuitkeringen van december 2024. De betaling van de loonheffing aan de Belastingdienst wordt door Stap gedaan en aan de pensioenkring doorbelast. Deze afdracht heeft in januari 2025 plaatsgevonden.
De overige schulden en overlopende passiva bestaan uit de overlopende kosten uit 2024 van 235, de nog met Stap af te rekenen exploitatiekosten over het vierde kwartaal van 2024 van 36, crediteuren van 35 en de schuld voor het weerstandvermogen van 26.
Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
Risicobeheer
Pensioenkring GE Nederland wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van de pensioenkring is het nakomen van de pensioentoezeggingen en daarmee is het solvabiliteitsrisico het belangrijkste risico voor de pensioenkring.
In deze paragraaf wordt ingegaan op het beheer van de specifieke risico's voor Pensioenkring GE Nederland. Het beheer van de risico's die voor alle pensioenkringen van toepassing zijn, wordt toegelicht in 24.2 Grondslagen risicobeheer pensioenkringen.
Solvabiliteitsrisico's
De aanwezige dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:
| Ontwikkeling dekkingsgraad | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Dekkingsgraad per 1 januari | 135,9% | 129,4% | ||
| Premie | 1,5% | 2,4% | ||
| Uitkeringen | 0,6% | 0,3% | ||
| Toeslagverlening | -1,0% | -6,8% | ||
| Wijziging rentetermijnstructuur voorziening pensioenverplichtingen | -3,1% | -4,1% | ||
| Beleggingsrendementen (excl. renteafdekking) | 7,2% | 15,9% | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | 0,0% | 0,0% | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | 0,1% | -0,1% | ||
| Kanssystemen | -0,1% | 0,3% | ||
| Kosten | 0,0% | -0,1% | ||
| Overige (incidentele) mutaties | 0,3% | 0,2% | ||
| Andere oorzaken | 0,1% | 0,0% | ||
| Kruiseffecten | -0,8% | -1,5% | ||
| Dekkingsgraad per 31 december | 140,7% | 135,9% |
De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende surplus aan het einde van het boekjaar is als volgt:
| Vereist Eigen Vemogen | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| S1 Renterisico | 3,6% | 3,9% | ||
| S2 Risico zakelijke waarden | 19,5% | 19,9% | ||
| S3 Valutarisico | 5,8% | 5,8% | ||
| S4 Grondstoffenrisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S5 Kredietrisico | 4,8% | 5,4% | ||
| S6 Verzekeringstechnische risico | 3,6% | 3,7% | ||
| S7 Liquiditeitsrisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S8 Concentratierisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S9 Operationeel risico | 0,0% | 0,0% | ||
| S10 Actief risico | 0,0% | 0,0% | ||
| Diversificatie-effect | -12,2% | -12,7% | ||
| Totaal | 25,1% | 26,0% |
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vereist pensioenvermogen | 583.333 | 534.058 | ||
| Voorziening pensioenverplichtingen -/- | 466.417 | 423.987 | ||
| Vereist eigen vermogen | 116.916 | 110.071 | ||
| Aanwezig pensioenvermogen (totaal activa -/- schulden) | 189.903 | 152.381 | ||
| Surplus | 72.987 | 42.310 |
De buffers zijn berekend op basis van het standaardmodel, waarbij voor de samenstelling van de beleggingen wordt uitgegaan van de strategische beleggingsmix in de evenwichtssituatie. Het surplus wordt bepaald op basis van de vermogensstand ultimo 2024. De feitelijke dekkingsgraad (140,7%) is per 31 december 2024 hoger dan de dekkingsgraad op basis van het vereist vermogen (125,1%).
Renterisico (S1)
De duration en het effect van de afdekking van het renterisico kan als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarde | Duration | Waarde | Duration | |||||
| Vastrentende waarden (exclusief derivaten) | 12,0 | 13,6 | ||||||
| Vastrentende waarden (inclusief derivaten) | 21,4 | 22,2 | ||||||
| (nominale) Pensioenverplichtingen | 466.417 | 21,2 | 423.189 | 21,5 | ||||
Het renteafdekkingspercentage van 68,6% leidt ertoe dat de duration van de vastrentende waarden na afdekking van het renterisico stijgt met 9,4 naar 21,4.
De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 1 jaar | 3.999 | 1,5% | 4.916 | 1,8% | ||||
| Resterende looptijd > 1 < 5 jaar | 44.042 | 16,3% | 41.064 | 15,4% | ||||
| Resterende looptijd > 5 < 10 jaar | 48.984 | 18,1% | 38.122 | 14,3% | ||||
| Resterende looptijd > 10 < 20 jaar | 71.116 | 26,3% | 61.493 | 23,0% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 102.717 | 37,9% | 121.849 | 45,6% | ||||
| Totaal | 270.858 | 100,0% | 267.444 | 100,0% | ||||
De presentatie van de vastrentende waarden naar bovenstaande looptijden hangt samen met het lange termijn karakter van de investeringen van Pensioenkring GE Nederland en het hiermee samenhangende beleid.
Ter vergelijking zijn de resterende looptijden van de pensioenverplichtingen (inclusief herverzekerd deel) in onderstaand overzicht weergegeven:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 5 jaar | 35.045 | 7,5% | 29.983 | 7,1% | ||||
| Resterende looptijd > 5 < 10 jaar | 49.967 | 10,7% | 43.205 | 10,2% | ||||
| Resterende looptijd > 10 < 20 jaar | 138.578 | 29,7% | 123.698 | 29,2% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 242.827 | 52,1% | 226.303 | 53,5% | ||||
| Totaal | 466.417 | 100,0% | 423.189 | 100,0% | ||||
Valutarisico (S3)
Het totaalbedrag dat in 2024 in euro's is belegd, bedraagt vóór afdekking 321.104 ofwel 47,6% (2023: 51,1%) en na afdekking 466.536 ofwel 69,8% (2023: 70,4%).
Per einde boekjaar is de waarde van de uitstaande valutatermijncontracten -6.195 (2023: 2.777).
De valutapositie per 31 december 2024 is vóór en na afdekking door valutaderivaten als volgt weer te geven:
| 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
||||
| EUR | 321.104 | 145.432 | 466.536 | |||
| GBP | 10.839 | -5.700 | 5.139 | |||
| JPY | 22.780 | -11.419 | 11.361 | |||
| USD | 237.620 | -134.508 | 103.112 | |||
| Overige | 81.787 | 0 | 81.787 | |||
| Totaal niet EUR | 353.026 | -151.627 | 201.399 | |||
| Totaal | 674.130 | -6.195 | 667.935 |
De valutapositie per 31 december 2023 is vóór en na afdekking door valutaderivaten als volgt weer te geven:
| 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
||||
| EUR | 308.769 | 118.849 | 427.618 | |||
| GBP | 10.379 | -5.172 | 5.207 | |||
| JPY | 19.367 | -9.465 | 9.902 | |||
| USD | 195.054 | -101.435 | 93.619 | |||
| Overige | 70.757 | 0 | 70.757 | |||
| Totaal niet EUR | 295.557 | -116.072 | 179.485 | |||
| Totaal | 604.326 | 2.777 | 607.103 |
De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar regio is, op look through basis, als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 287.264 | 43,0% | 283.899 | 46,8% | ||||
| Noord-Amerika | 268.838 | 40,2% | 219.734 | 36,2% | ||||
| Zuid-amerika | 3.156 | 0,5% | 3.526 | 0,6% | ||||
| Azië-Pacific | 72.552 | 10,9% | 64.097 | 10,6% | ||||
| Afrika | 1.335 | 0,2% | 1.221 | 0,2% | ||||
| Gemixt | 94 | 0,0% | 99 | 0,0% | ||||
| Subtotaal aandelen en vastrentende waarden | 633.239 | 94,8% | 572.576 | 94,3% | ||||
| Derivaten | 6.458 | 1,0% | 11.091 | 1,8% | ||||
| Overige beleggingen | 28.238 | 4,2% | 23.436 | 3,9% | ||||
| Totaal | 667.935 | 100,0% | 607.103 | 100,0% | ||||
De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar sectoren is, op look through basis, als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Energie | 14.622 | 2,2% | 12.898 | 2,1% | ||||
| Bouw- en grondstoffen | 14.734 | 2,2% | 16.362 | 2,7% | ||||
| Industrie | 54.117 | 8,1% | 42.248 | 7,0% | ||||
| Duurzame consumentengoederen | 67.791 | 10,1% | 50.456 | 8,3% | ||||
| Consumentengebruiksgoederen | 38.134 | 5,7% | 34.236 | 5,6% | ||||
| Gezondheidszorg | 41.918 | 6,3% | 41.631 | 6,9% | ||||
| Hypotheken | 55.650 | 8,3% | 51.726 | 8,5% | ||||
| Informatietechnologie | 68.692 | 10,3% | 63.097 | 10,4% | ||||
| Telecommunicatie | 24.853 | 3,7% | 22.884 | 3,8% | ||||
| Nutsbedrijven | 13.693 | 2,1% | 11.848 | 2,0% | ||||
| Overheid en overheidsinstellingen | 122.929 | 18,4% | 129.688 | 21,4% | ||||
| Financiële instellingen | 100.510 | 15,0% | 81.424 | 13,4% | ||||
| Vastgoed | 9.695 | 1,5% | 7.928 | 1,3% | ||||
| Liquiditeiten | 3.671 | 0,5% | 3.787 | 0,6% | ||||
| Overige | 2.230 | 0,3% | 2.363 | 0,4% | ||||
| Subtotaal aandelen en vastrentende waarden | 633.239 | 94,8% | 572.576 | 94,3% | ||||
| Derivaten | 6.458 | 1,0% | 11.091 | 1,8% | ||||
| Overige beleggingen | 28.238 | 4,2% | 23.436 | 3,9% | ||||
| Totaal | 667.935 | 100,0% | 607.103 | 100,0% | ||||
Kredietrisico (S5)
Ultimo 2024 voldeed Pensioenkring GE Nederland aan het opgestelde beleid ten aanzien van beheersing van het kredietrisico binnen vastrentende waarden categorieën. Het resultaat hiervan is opgenomen in de verschillende onderstaande overzichten met segmentatie naar regio, bedrijfstak en creditrating.
De samenstelling van de vastrentende waarden naar regio's kan, op look through basis, als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 233.834 | 86,3% | 234.113 | 87,5% | ||||
| Noord-Amerika | 32.830 | 12,1% | 29.630 | 11,1% | ||||
| Zuid-Amerika | 285 | 0,1% | 205 | 0,1% | ||||
| Azië-Pacific | 3.744 | 1,4% | 3.318 | 1,2% | ||||
| Afrika | 71 | 0,0% | 78 | 0,0% | ||||
| Gemixt | 94 | 0,0% | 100 | 0,0% | ||||
| Totaal | 270.858 | 100,0% | 267.444 | 100,0% | ||||
De samenstelling van de vastrentende waarden naar sectoren is, op look through basis, als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Energie | 5.618 | 2,1% | 5.201 | 1,9% | ||||
| Bouw- en grondstoffen | 0 | 0,0% | 150 | 0,1% | ||||
| Industrie | 9.856 | 3,6% | 8.255 | 3,1% | ||||
| Duurzame consumentengoederen | 9.316 | 3,4% | 8.264 | 3,1% | ||||
| Consumentengebruiksgoederen | 14.329 | 5,3% | 11.832 | 4,4% | ||||
| Gezondheidszorg | 2.885 | 1,1% | 3.370 | 1,3% | ||||
| Hypotheken | 55.650 | 20,5% | 51.726 | 19,3% | ||||
| Informatietechnologie | 5.987 | 2,2% | 6.146 | 2,3% | ||||
| Telecommunicatie | 6.522 | 2,4% | 5.667 | 2,1% | ||||
| Nutsbedrijven | 6.370 | 2,4% | 5.658 | 2,1% | ||||
| Overheid en overheidsinstellingen | 122.929 | 45,4% | 129.688 | 48,5% | ||||
| Financiële instellingen | 27.160 | 10,0% | 26.642 | 10,0% | ||||
| Liquiditeiten | 2.007 | 0,7% | 2.555 | 1,0% | ||||
| Overige | 2.229 | 0,8% | 2.290 | 0,9% | ||||
| Totaal | 270.858 | 100,0% | 267.444 | 100,0% | ||||
De samenvatting van de vastrentende waarden op basis van de ratings zoals eind 2024 gepubliceerd is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AAA | 81.800 | 30,2% | 79.638 | 29,8% | ||||
| AA | 110.014 | 40,6% | 114.448 | 42,8% | ||||
| A | 48.262 | 17,8% | 44.289 | 16,6% | ||||
| BBB | 27.173 | 10,0% | 25.009 | 9,4% | ||||
| BB | 1.358 | 0,5% | 1.190 | 0,4% | ||||
| Geen rating | 2.251 | 0,8% | 2.870 | 1,1% | ||||
| Totaal | 270.858 | 100,0% | 267.444 | 100,0% | ||||
De beleggingen met 'Geen rating' betreffen met name cash en nog afgewikkelde transacties in vastrentende waarden.
Verzekeringstechnische risico's (actuariële risico's, S6)
Overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico
Pensioenkring GE Nederland heeft per 1 januari 2023 het overlijdensrisico bij Aegon herverzekerd en het arbeidsongeschiktheidsrisico bij SCOR. Beide verzekeringen zijn op kapitaalbasis.
Toeslagrisico
De toeslagverlening voor wat betreft gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is voorwaardelijk en voor wat betreft de actieve deelnemers heeft de toeslagverlening een onvoorwaardelijk karakter.
Ultimo 2024 bedraagt de reële dekkingsgraad 102,5% (2023: 99,5%). Pensioenkring GE Nederland heeft deze risico's verwerkt in de buffer voor het verzekeringstechnisch risico ultimo 2024.
Concentratierisico (S8)
De spreiding in de beleggingsportefeuille is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico.
Ultimo 2024 zijn de volgende posten met meer dan 2% van het balanstotaal aanwezig:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | ||||||||
| Microsoft Corp | 0 | 0,0% | 12.736 | 2,1% | ||||
| Tesla Inc. | 20.322 | 2,9% | 11.450 | 1,9% | ||||
| NVIDIA Corp | 15.279 | 2,2% | 1.178 | 0,2% | ||||
| Vastrentende waarden | ||||||||
| Franse staatsobligaties | 36.492 | 5,3% | 43.330 | 7,1% | ||||
| Duitse staatsobligaties | 47.046 | 6,8% | 47.527 | 7,7% | ||||
| Nederlandse staatsobligaties | 20.571 | 3,0% | 19.436 | 3,2% | ||||
| Totaal | 139.711 | 20,3% | 135.657 | 22,1% | ||||
De totale waarde van de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund bedraagt 56.653 en is meer dan 2% van het balanstotaal. De beleggingen zijn uiteindelijk verspreid over meerdere beleggingsfondsen.
Actief risico (S10)
Voor Pensioenkring GE Nederland bedraagt de tracking error van de aandelenportefeuille per eind december 0,00% (2023: 0,00%).
Derivaten - posities
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenposities op 31 december 2024:
| (bedragen x € 1.000) Type contract |
Maximum looptijd | Contract-omvang | Saldo waarde |
Positieve waarde | Negatieve waarde | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 7 maart 2025 | 145.432 | -6.195 | 248 | 6.443 | |||||
| Rentederivaten | 4 april 2063 | 170.000 | 12.654 | 12.763 | 109 | |||||
| Totaal | 315.432 | 6.458 | 13.011 | 6.553 |
Ultimo 2024 zijn voor een bedrag van 12.100 aan zekerheden ontvangen voor de derivatenposities (2023: 14.195) en voor 5.820 zekerheden gesteld (2023: 16). Tevens zijn er zekerheden gesteld als initial margin voor 18.424 (2023: 16.242).
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenposities op 31 december 2023:
| (bedragen x € 1.000) Type contract |
Maximum looptijd | Contract-omvang | Saldo waarde |
Positieve waarde | Negatieve waarde | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 1 maart 2024 | 118.849 | 2.777 | 2.878 | 101 | |||||
| Rentederivaten | 4 april 2063 | 147.100 | 8.314 | 8.423 | 109 | |||||
| Totaal | 265.949 | 11.091 | 11.301 | 210 |
19.6 Niet in de balans opgenomen verplichtingen
Langlopende contractuele verplichtingen
Bij de Akte van Overdracht tussen PF GE en Stap is een Uitvoeringsovereenkomst overeengekomen. Het contract heeft een looptijd tot en met 31 augustus 2026 en kent een opzegtermijn van minimaal 6 maanden. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de kosten die in mindering worden gebracht op het vermogen. De kosten per jaar waarvoor een langlopende verplichting geldt zijn, kosten vermogensbeheer (2024: 711, 2023: 660), uitvoeringskosten pensioenbeheer (2024: 428, 2023: 454) en exploitatiekosten (2024: 194, 2023: 139).
Zolang Pensioenkring GE Nederland is aangesloten bij Stap, is Pensioenkring GE Nederland continu gehouden het benodigd weerstandsvermogen beschikbaar te stellen aan Stap.
Met ingang van 1 januari 2023 is de risicoherverzekering voor overlijden ondergebracht bij Aegon. Het contract bij Aegon is 5 jaar geldig. De geschatte verplichting aan premies voor de resterende periode van de looptijd bedraagt 1.022.
Met ingang van 1 januari 2023 is de risicoherverzekering voor arbeidsongeschiktheid ondergebracht bij SCOR/De Goudse. Het contract bij SCOR/Goudse is 5 jaar geldig. De geschatte verplichting aan premies voor de resterende periode van de looptijd bedraagt 471.
Investeringsverplichtingen
Pensioenkring GE Nederland heeft ultimo 2024 geen investeringsverplichtingen (2023: geen).
Verbonden partijen
Identiteit van verbonden partijen
Er is sprake van een relatie tussen het bestuur van Stap en Pensioenkring GE Nederland.
Transacties met (voormalige) bestuurders
Behoudens de betaling van vaste bestuursvergoedingen (en overeengekomen premies) vinden er geen andere transacties tussen de verbonden partijen plaats. Er zijn geen leningen verstrekt aan, noch is er sprake van vorderingen op, (voormalige) bestuurders. De bestuurders van Stap hebben geen pensioenaanspraken of –rechten in de pensioenregeling van Pensioenkring GE Nederland.
19.7 Toelichting op de staat van baten en lasten
12. Premiebijdragen voor risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Pensioenpremie huidig jaar | 30.695 | 35.237 | ||
| Totaal | 30.695 | 35.237 |
De premieopbrengsten zijn niet gesplitst naar een werkgevers- en een werknemersdeel, omdat de totale premie volgens overeenkomst aan de werkgever in rekening wordt gebracht. Een deel van de premie wordt door de werkgever ingehouden op het salaris van de werknemers. Aangezien er geen directe relatie is tussen het werkgevers- en het werknemersdeel, kunnen deze niet afzonderlijk worden weergegeven.
De kostendekkende premie is de benodigde premie voor voorwaardelijke toezeggingen gebaseerd op ambitie en inschattingen. Pensioenkring GE Nederland maakt gebruik van de mogelijkheid om de kostendekkende premie te dempen. Pensioenkring GE Nederland voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte kostendekkende premie. De kostendekkende, gedempte en feitelijke premie zijn als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Kostendekkende premie | 26.286 | 28.828 | ||
| Feitelijke premie | 30.654 | 35.172 | ||
| Gedempte premie | 19.755 | 33.872 |
De aan het boekjaar toe te rekenen feitelijke premie is als bate in de staat van baten en lasten verantwoord.
In 2024 zijn de vermogensbeheerkosten uit de gedempte en kostendekkende premie gehaald. Hiervoor zijn de vergelijkende cijfers van 2023 ook aangepast.
De samenstelling van de kostendekkende premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 11.204 | 9.467 | ||
| Solvabiliteitsopslag | 5.116 | 2.386 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 995 | 824 | ||
| Actuarieel benodigd voor voorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 8.971 | 16.151 | ||
| Totaal | 26.286 | 28.828 |
De actuarieel benodigde koopsom voor de onvoorwaardelijke onderdelen van de pensioenopbouw wordt in de kostendekkende premie voor het grootste deel bepaald op basis van de rentetermijnstructuur per 31 december 2023, alleen voor de toeslag koopsom aan de actieven per 1 januari 2025 wordt de rentetermijnstructuur per 31 december 2024 gehanteerd. De gedempte kostendekkende premie is gebaseerd op een verwacht rendement op basis van het huidige strategisch beleggingsbeleid.
De solvabiliteitsopslag wordt bepaald als percentage van de actuarieel benodigde koopsom voor de onvoorwaardelijke en voorwaardelijke onderdelen van de pensioenopbouw.
De premie voorwaardelijke onderdelen heeft betrekking op de toeslagverlening aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
De samenstelling van de feitelijk premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 12.538 | 10.983 | ||
| Solvabiliteitsopslag | 5.705 | 2.789 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 2.218 | 1.860 | ||
| Actuarieel benodigd voor voorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 9.907 | 19.276 | ||
| Extra bijdrage werkgever | 286 | 264 | ||
| Totaal | 30.654 | 35.172 | ||
De feitelijke premie, zoals deze in bovenstaande uitsplitsing is opgenomen wijkt 41 (2023: 65) af van de premie die daadwerkelijk is ontvangen. Dit verschil betreft de opslag voor het weerstandsvermogen van 55 (2023: 65) en premie voorgaand boekjaar van -14 (2023: 0).
De solvabiliteitsopslag betreft het vereist eigen vermogen per 31 december 2023 van 26,0% zoals vastgesteld is in het jaarverslag van 2023.
De opslag voor uitvoeringskosten betreft zowel de pensioenuitvoeringskosten als de vermogensbeheerkosten.
De samenstelling van de gedempte premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 6.286 | 10.983 | ||
| Solvabiliteitsopslag | 2.946 | 2.789 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 995 | 824 | ||
| Actuarieel benodigd voor voorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 9.528 | 19.276 | ||
| Totaal | 19.755 | 33.872 |
De premie voor 2024 wordt getoetst aan de hand van de voorschriften van het FTK. De feitelijke premie is minimaal gelijk aan de gedempte premie. Pensioenkring GE Nederland voldoet hiermee aan de wettelijke eisen.
13. Beleggingsresultaten risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||||||||
| Aandelen | 983 | 56.392 | -151 | 57.224 | ||||||
| Vastrentende waarden | 1.082 | -1.943 | -21 | -882 | ||||||
| Derivaten | -1.545 | -5.178 | -173 | -6.896 | ||||||
| Overige beleggingen | -79 | 947 | 0 | 868 | ||||||
| Kosten vermogensbeheer | - | - | -543 | -543 | ||||||
| Totaal | 441 | 50.218 | -888 | 49.771 | ||||||
| Mutatie weerstandsvermogen | -90 | |||||||||
| 49.681 |
De kosten vermogensbeheer omvatten de kosten die door de vermogensbeheerder direct in rekening zijn gebracht. Daarnaast wordt in het kader van de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie een deel van de totale pensioenuitvoeringskosten toegerekend aan vermogensbeheer.
De transactiekosten van het vermogensbeheer zijn inbegrepen in de indirecte beleggingsopbrengsten. Dit geldt ook voor de kosten vermogensbeheer die binnen de beleggingsinstellingen worden verrekend.
De mutatie van het weerstandsvermogen, het bedrag dat in 2024 aan Stap is betaald, bedraagt 90 en is onttrokken aan het totale beleggingsresultaat na aftrek van kosten (2023: 155 betaald aan Stap en onttrokken aan het totale beleggingsresultaat na aftrek van kosten).
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | ||||||||||
| Aandelen | 1.560 | 47.231 | -126 | 48.665 | ||||||
| Vastrentende waarden | 1.105 | 15.076 | -158 | 16.023 | ||||||
| Derivaten | -540 | 9.794 | -25 | 9.229 | ||||||
| Overige beleggingen | 254 | 347 | 0 | 601 | ||||||
| Kosten vermogensbeheer | - | - | -477 | -477 | ||||||
| Totaal | 2.379 | 72.448 | -786 | 74.041 | ||||||
| Mutatie weerstandsvermogen | -155 | |||||||||
| 73.886 |
14. Beleggingsresultaten voor risico deelnemer
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||||||
| Vastgoed | 4 | 4 | 0 | 8 | ||||
| Aandelen | 14 | 16 | 0 | 30 | ||||
| Vastrentende waarden | 2 | 2 | 0 | 4 | ||||
| Overige beleggingen | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Totaal | 20 | 22 | 0 | 42 |
De transactiekosten van het vermogensbeheer zijn inbegrepen in de indirecte beleggingsopbrengsten.
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | ||||||||
| Vastgoed | 5 | 6 | 0 | 11 | ||||
| Aandelen | 21 | 29 | -1 | 49 | ||||
| Vastrentende waarden | 3 | 26 | -1 | 28 | ||||
| Overige beleggingen | 0 | 1 | 0 | 1 | ||||
| Totaal | 29 | 61 | -1 | 89 |
15. Baten uit herverzekering
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen | -390 | 631 | ||
| Totaal | -390 | 631 |
16. Overige baten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Interest baten overig | 76 | 67 | ||
| Interest baten waardeoverdrachten | 1 | 5 | ||
| Totaal | 77 | 72 |
17. Pensioenuitkeringen
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Ouderdomspensioen | 4.489 | 3.861 | ||
| Partnerpensioen | 551 | 447 | ||
| Wezenpensioen | 56 | 63 | ||
| WAO-aanvulling | 168 | 197 | ||
| Afkopen | 13 | 1 | ||
| Overige uitkeringen | 30 | 18 | ||
| Totaal | 5.307 | 4.587 |
De overige uitkeringen bevatten overlijdensuitkeringen in verband met invaliditeit/arbeidsongeschiktheid.
18. Pensioenuitvoeringskosten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Administratiekostenvergoeding | 476 | 466 | ||
| Exploitatiekosten | 435 | 341 | ||
| Dwangsommen en boetes | 0 | 0 | ||
| Overige kosten | 81 | 18 | ||
| Algemene kosten toegerekend aan kosten vermogensbeheer | -150 | -106 | ||
| Totaal | 842 | 719 |
De administratiekostenvergoeding bestaat, naast de kosten die voortvloeien uit de uitbestedingsovereenkomst met TKP voor Pensioenkring GE Nederland (428), uit kosten voor meerwerkactiviteiten vanuit wet- en regelgeving en aanvullende dienstverlening (48).
De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (435). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer.
Onder overige kosten (81) zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen, uitgevoerde onderzoeken, (juridische) advieskosten en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp opgenomen.
Aantal personeelsleden
Bij Pensioenkring GE Nederland zijn geen werknemers in dienst. De werkzaamheden worden verricht door het bestuursbureau Stap. De hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van Stap.
19. Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Pensioenopbouw | 5.721 | 5.370 | ||
| Toeslagverlening | 17.833 | 42.203 | ||
| Rentetoevoeging | 14.604 | 12.840 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten | -4.835 | -4.141 | ||
| Wijziging marktrente | 10.083 | 11.561 | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | -318 | -10 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | 669 | 579 | ||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | -139 | 421 | ||
| Totaal | 43.618 | 68.823 | ||
20. Mutatie herverzekeringsdeel technisch voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen | -390 | 631 | ||
| Totaal | -390 | 631 |
21. Mutatie pensioenverplichtingen voor risico deelnemers
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemers | -798 | -15 | ||
| Totaal | -798 | -15 |
22. Mutatie overige voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatie overige voorzieningen | -5.279 | -10.169 | ||
| Totaal | -5.279 | -10.169 |
In 2024 is een bedrag van 5.279 onttrokken in verband met de indexatie per 1 januari 2025 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
23. Saldo herverzekering
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Premie herverzekeringen | 422 | 517 | ||
| Uitkeringen uit herverzekeringen | -1.092 | -2.988 | ||
| Totaal | -670 | -2.471 |
Pensioenkring GE Nederland heeft de volgende verzekeringscontracten afgesloten:
- Het overlijdensrisico is op kapitaalbasis herverzekerd bij Aegon zonder eigen behoud en zonder winstdeling. Het betreft de herverzekering van het partner- en wezenpensioen. De afspraken ten aanzien van de herverzekering zijn in een separate herverzekeringsovereenkomst vastgelegd die loopt van 1 januari 2023 tot ene met 31 december 2027.
- Het arbeidsongeschiktheidsrisico is op kapitaalbasis herverzekerd bij SCOR zonder eigen behoud en zonder winstdeling. Het betreft de herverzekering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en de uitkering van een arbeidsongeschiktheidspensioen. De afspraken ten aanzien van de herverzekering zijn in een separate herverzekeringsovereenkomst vastgelegd die loopt van 1 januari 2023 tot ene met 31 december 2027.
Daarnaast worden er nog rente-uitkeringen ontvangen uit hoofde van beëindigde verzekeringscontracten bij ElipsLife.
In 2024 is er voor één overleden deelnemer een overlijdenskapitaal uitgekeerd door Aegon. Voor zeven arbeidsongeschikten ontvangt Pensioenkring GE Nederland een jaarlijkse uitkering van 498, voor zover deze deelnemers arbeidsongeschikt blijven.
24. Saldo overdrachten van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Inkomende waardeoverdrachten | -258 | -1.384 | ||
| Inkomende waardeoverdrachten klein pensioen | -27 | -159 | ||
| Inkomende collectieve waardeoverdrachten | -702 | 0 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten | 208 | 1.005 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten klein pensioen | 27 | 140 | ||
| Uitgaande collectieve waardeoverdrachten | 702 | 0 | ||
| Onttrekkingen voor risico deelnemer | 0 | 34 | ||
| Totaal | -50 | -364 |
De inkomende en uitgaande collectieve waardeoverdrachten betreffen de interne collectieve waardeoverdracht van de beleggingen voor risico deelnemers naar de beleggingen voor risico pensioenkring.
25. Overige lasten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Betaalde interest waardeoverdrachten | 2 | 2 | ||
| Overige lasten | 1 | 0 | ||
| Totaal | 3 | 2 |
19.8 Gebeurtenissen na balansdatum
Op het moment van vaststellen van het jaarverslag zijn er geen gebeurtenissen na balansdatum bij Pensioenkring GE Nederland.
Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap
Den Haag, 11 juni 2025
Het bestuur
Marga Schaap
Huub Popping
Danielle Melis
Fred Ooms