10.1 Kerngegevens
| 2024 | |
|---|---|
| Aantal deelnemers | |
| Actieven en arbeidsongeschikten | 681 |
| Gewezen deelnemers | 1.014 |
| Pensioengerechtigden | 377 |
| Totaal | 2.072 |
| Dekkingsgraad | |
| Beleidsdekkingsgraad | 125,6% |
| Feitelijke dekkingsgraad | 123,6% |
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,0% |
| Vereiste dekkingsgraad | 118,4% |
| Financiële positie (in € 1.000) | |
| Pensioenvermogen | 498.208 |
| Technische voorzieningen risico pensioenkring | 378.827 |
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 1.777 |
| Technische voorzieningen risico deelnemers | 22.355 |
| Eigen vermogen | 95.249 |
| Minimaal vereist eigen vermogen | 16.085 |
| Vereist eigen vermogen | 74.317 |
| Premies en uitkeringen (in € 1.000) | |
| Kostendekkende premie | 15.446 |
| Gedempte premie | 12.599 |
| Feitelijke premie | 15.598 |
| Pensioenuitkeringen | 8.443 |
| Toeslagen | |
| Actieven en arbeidsongeschikten | 1,62% |
| Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden | 1,62% |
| Niet toegekende toeslagen actieven en arbeidsongeschikten (cumulatief) | 0,00% |
| Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers en pensioengerechtigden (cumulatief) |
0,00% |
| Beleggingsrendement | |
| Beleggingsrendement risico pensioenkring | 8,6% |
| Beleggingsrendement risico deelnemer | 8,9% |
| Kostenratio`s | |
| Pensioenuitvoeringskosten | 0,25% |
| Vermogensbeheerkosten | 0,26% |
| Transactiekosten | 0,07% |
| Gemiddelde duration (in jaren) | |
| Actieven en arbeidsongeschikten | 25,2 |
| Gewezen deelnemers | 22,4 |
| Pensioengerechtigden | 9,6 |
| Totaal gemiddelde duration | 19,4 |
| Gemiddelde rekenrente | 2,13% |
10.2 Algemene informatie
Pensioenkring Astellas is vanaf 1 januari 2024 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van Stichting Pensioenfonds Astellas in liquidatie overgedragen aan Stap Pensioenkring Astellas door middel van een collectieve waardeoverdracht.
De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:
| Naam lid belanghebbendenorgaan | Ingangsdatum zittingstermijn | Einddatum 1ste zittingstermijn | Einddatum 1ste herbenoeming | Laatste termijn eindigt op |
|---|---|---|---|---|
| Norma Van den Berg (1959), voorzitter namens de werkgever |
01-01-2024 | 01-01-2028 | 01-01-2032 | 01-01-2036 |
| Freek Amsing (1969), lid namens de werkgever |
01-01-2024 | 01-01-2028 | 01-01-2032 | 01-01-2036 |
| Gerwin Braam (1970), lid namens de werkgevers |
01-01-2024 | 01-01-2027 | 01-01-2031 | 01-01-2035 |
| Olaf van den Hoven (1984), lid namens de deelnemers |
01-01-2024 | 01-01-2028 | 01-01-2032 | 01-01-2036 |
| Bernard ter Schure (1962), lid namens de deelnemers |
01-01-2024 | 01-01-2027 | 01-01-2031 | 01-01-2035 |
| Geertjan Roders (1954), lid namens de pensioengerechtigden |
01-01-2024 | 01-01-2027 | 01-01-2031 | 01-01-2035 |
Bij de start van Pensioenkring Astellas op 1 januari 2024 is het belanghebbendenorgaan ingesteld met leden die zijn voorgedragen door de werkgever of de voormalige Stichting Pensioenfonds Astellas.
Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Astellas heeft op 10 juli 2024 kennisgemaakt met het bestuur. Daarnaast heeft het belanghebbendenorgaan in 2024 één keer overleg gehad met het bestuur. Het overleg heeft in december 2024 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het jaarplan 2025, de toeslagverlening per 31 december 2024, het communicatiejaarplan 2025 en het pensioenreglement 2025 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur, heeft het belanghebbendenorgaan ook vijf eigen vergaderingen gehad waarbij een delegatie van het bestuursbureau aanwezig was.
10.3 Pensioen paragraaf
Kenmerken regeling
De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:
| Pensioenregeling | De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met een vaste premie (CDC-regeling). |
|---|---|
| Pensioenleeftijd | Leeftijd 68 jaar. |
| Pensioengevend salaris | Het pensioengevend salaris is twaalf maal het maandsalaris, zoals vastgesteld op de datum van aanvang deelname en vervolgens op 1 januari van ieder kalenderjaar, vermeerderd met de daarbij behorende vakantietoeslag, alsmede in enig kalenderjaar aan de deelnemer uitgekeerde (variabele) ploegentoeslag, vermeerderd met de daarbij behorende vakantietoeslag. Het pensioengevend salaris is gemaximeerd op € 137.800 (2024). |
| Franchise | De franchise bedraagt per 1 januari 2024 € 18.799 (2024). De franchise bedraagt in ieder geval de minimaal fiscaal toegestane franchise. |
| Pensioengrondslag | De pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend salaris verminderd met de franchise. |
| Opbouwpercentage ouderdomspensioen | Het opbouwpercentage is 1,875%. |
| Partnerpensioen | Het partnerpensioen bedraagt 1,3125% van de pensioengrondslag. |
| Wezenpensioen | Het wezenpensioen bedraagt per kind 20% van het partnerpensioen. De uitkering loopt door tot het kind de 18-jarige leeftijd bereikt, dan wel de 27-jarige leeftijd indien het kind studeert. |
| Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid | Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. |
Ontwikkelingen in aantallen deelnemers
In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.
| Deelnemers | Actief | Ingegaan OP/NP | Ingegaan WzP | Gewezen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2024 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Collectieve waardeoverdracht | 685 | 305 | 28 | 1.035 | 2.053 |
| Bij | 37 | 54 | 3 | 36 | 130 |
| Af | 41 | 9 | 4 | 57 | 111 |
| Per 31 december 2024 | 681 | 350 | 27 | 1.014 | 2.072 |
Financieringsbeleid
Pensioenfondsen zijn verplicht om een kostendekkende premie te berekenen. De kostendekkende premie is het (wettelijk) ijkpunt bij de beoordeling van de feitelijke premie. Bij de berekening van de kostendekkende premie moet worden uitgegaan van dezelfde grondslagen als die waarmee de technische voorzieningen worden vastgesteld volgens artikel 2 van het Besluit ftk. In afwijking daarvan mag de kostendekkende premie worden gedempt op basis van een voortschrijdend gemiddelde van de rente met een maximumperiode van 10 jaar of met het verwachte portefeuillerendement. Voor Pensioenkring Astellas wordt de premie gedempt op basis van het verwachte portefeuillerendement.
Feitelijke premie
De feitelijke premie is gelijk aan een vaste pensioenpremie van 25,4% van de loonsom. De loonsom wordt hierbij gedefinieerd als de optelsom – voor alle medewerkers – van twaalf keer het maandsalaris, verhoogd met de vakantietoeslag en de 13e maand plus de in enig kalenderjaar uitgekeerde (variabele) ploegentoeslag vermeerderd met de daarbij behorende vakantietoeslag. De totale vaste pensioenpremie wordt jaarlijks – per 30 september – voorafgaand aan het nieuwe kalenderjaar – op basis van het dan aanwezige deelnemersbestand omgerekend naar een vaste premie die wordt uitgedrukt als percentage van de pensioengrondslagsom.
Gedempte premie
Om conform de Pensioenwet te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de pensioenkring de zogenoemde gedempte premie. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van onder andere de volgende uitgangspunten en wordt uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslagsom.
| Basispremie | Actuariële koopsom voor het in het jaar op te bouwen ouderdoms- en nabestaandenpensioen vermeerderd met de risicopremies. |
|---|---|
| Rekenrente | De gedempte kostendekkende premie is gebaseerd op een systematiek van gedempte premie op basis van verwacht rendement met inachtneming van artikel 128 PW. Bij de vaststelling van de gedempte kostendekkende premie wordt uitgegaan van een verwachte rendementscurve – die bij hernieuwde vaststelling gebaseerd wordt op de marktomstandigheden per 30 september van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar. Ten behoeve van het verwacht rendement wordt daarbij uitgegaan van de maximale parameters conform de Commissie Parameters en de strategische beleggingsmix van Pensioenkring Astellas. Het maximale rendement op vastrentende waarden volgt de forwards uit de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 30 september van het vaststellingsjaar. Doordat de strategische invulling van obligaties naar ratings niet vastligt, wordt uitgegaan van de feitelijke onderverdeling per 30 september. Bij de vaststelling van het verwachte rendement (rendementscurve) is gebruik gemaakt van het in artikel 36b Besluit financieel toetsingskader geboden overgangsrecht door voor de premiestelling vanaf het jaar 2024 het rendement op vastrentende waarden opnieuw vast te zetten voor een periode van vijf jaar op basis van de rentetermijnstructuur per 30 september 2023. De curve is verlaagd i.v.m. inflatie op basis van de minimale verwachtingswaarde van de prijsinflatie (2,0%) en het ingroeipad zoals deze door De Nederlandsche Bank is gepubliceerd op 6 oktober 2023. Ook deze inflatiecurve is voor een periode van vijf jaar vastgezet (ten behoeve van de financiering van 2024 tot en met 2028). |
| Solvabiliteit | De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het percentage dat behoort bij het vereist eigen vermogen op basis van het strategische beleggingsbeleid. |
| Sterftekansen | Ontleend aan de meest recente prognosetafel, zoals gepubliceerd door het Koninklijke Actuarieel Genootschap. Bij gebruik van de prognosetafel wordt rekening gehouden met leeftijdsafhankelijke ervaringssterftefactoren die zijn vastgesteld met behulp van het Demographic HorizonsTM Model (Aon). |
Kostendekkende premie
Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente en de solvabiliteitsopslag. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar. Tevens wordt als solvabiliteitsopslag het percentage vereist eigen vermogen gehanteerd zoals deze geldt per 31 december van het voorafgaande jaar.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring Astellas bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit is het vermogen dat het Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Pensioenkring Astellas.
Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring Astellas komen ten goede aan, respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring Astellas.
Klachten
Sinds 11 september 2023 is de "Gedragslijn Goed omgaan met Klachten" (hierna gedragslijn) van kracht geworden. In deze gedragslijn is vastgelegd hoe de pensioensector wil omgaan met klachten en het afleggen van verantwoording hierover.
De wettelijke definitie van een klacht in de Wet toekomst pensioenen luidt: “Elke uiting van ontevredenheid van een persoon, gericht aan de pensioenuitvoerder, wordt beschouwd als een klacht”. Onder deze uitgebreidere wettelijke definitie valt ook een deelnemer die in een telefoongesprek aangeeft ‘niet zo blij te zijn’. De gedragslijn en de wettelijke definitie hebben behoorlijk veel impact op de wijze waarop pensioenuitvoeringsorganisatie TKP klachten registreert en rapporteert. Vanaf medio 2024 worden alle klantsignalen direct geregistreerd, ongeacht of deze schriftelijk of mondeling zijn geuit.
Onder een geëscaleerde klacht wordt verstaan: "Klachten die in eerste instantie niet naar tevredenheid van de klant zijn opgelost en intern verder in behandeling worden genomen".
Om de dienstverlening aan deelnemers voortdurend te verbeteren, wordt een gestructureerde en geïntegreerde aanpak gehanteerd. Hierbij staat de klantbeleving centraal: de manier waarop deelnemers alle interacties ervaren gedurende de volledige klantreis en via alle kanalen. De klachten van deelnemers worden geanalyseerd om de dienstverlening continu te verbeteren en te optimaliseren. Door klachten systematisch te onderzoeken, wordt inzicht verkregen in knelpunten en mogelijke verbeterkansen.
In onderstaande tabel staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2024 voor de vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn en volgens de AFM classificatie. In 2024 zijn 21 klachten afgehandeld, waaronder 13 klachten over de pensioenberekening en -betaling.
| Onderwerp | Aantal klachten | Geëscaleerde klachten |
|---|---|---|
| Afgehandelde klachten 2024 per onderwerp: | ||
| - service en klantgerichtheid | 0 | 0 |
| - behandelingsduur | 0 | 0 |
| - informatieverstrekking | 5 | 0 |
| - deelnemersportaal | 0 | 0 |
| - keuzebegeleiding | 0 | 0 |
| - pensioenberekening en -betaling | 13 | 0 |
| - registratie werknemersgegevens/datakwaliteit | 0 | 0 |
| - toepassing wet- en regelgeving: algemeen | 0 | 0 |
| - toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie | 0 | 0 |
| - financiële situatie | 3 | 0 |
| - duurzaamheid | 0 | 0 |
| - overig | 0 | 0 |
| Totaal | 21 | 0 |
10.4 Vermogensbeheer
Beleggingsmix
In onderstaande tabellen zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2024 opgenomen.
| 2024 | |||
|---|---|---|---|
| in € miljoen | Actuele mix in % |
Strategische mix in % |
|
| Aandelen | 171,7 | 36,3 | 33,5 |
| Ontwikkelde markten | 146,4 | 31,0 | 28,0 |
| Opkomende markten | 25,3 | 5,3 | 5,5 |
| Vastgoed | 47,7 | 10,1 | 11,5 |
| Beursgenoteerd | 35,8 | 7,6 | 8,5 |
| Niet-beursgenoteerd | 11,9 | 2,5 | 3,0 |
| Vastrentende waarden * | 228,1 | 53,6 | 55,0 |
| Bedrijfsobligaties Europa | 34,5 | 7,3 | 8,0 |
| Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties | 193,6 | 41,0 | 47,0 |
| Liquiditeiten | 24,5 | 5,2 | 0,0 |
| Overlay | 0,7 | 0,2 | |
| Interest Rate Swap | 0,7 | 0,2 | |
| Totaal ** / *** | 472,7 | 100,0 | 100,0 |
In december 2024 is het beleggingsplan 2025 vastgesteld. Het beleggingsplan 2025 heeft als ingangsdatum 1 januari 2025.
Ten opzichte van het beleggingsplan 2024 zijn er voor het beleggingsplan 2025 geen wijzigingen in de strategische allocatie van de beleggingen aangebracht.
Resultaten beleggingen
In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2024 weergegeven.
| Cijfers in % | Pensioenkring * | Benchmark | Relatief | Bijdrage aan totaal rendement |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 19,5 | 18,9 | 0,5 | 6,8 |
| Aandelen ontwikkelde markten (Northern Trust World Custom ESG Equity Index Fund) |
20,3 | 19,7 | 0,6 | 6,0 |
| Aandelen opkomende markten (Northern Trust Emerging Markets ESG Fund) |
14,9 | 14,7 | 0,2 | 0,8 |
| Vastgoed | 6,1 | 5,4 | 0,7 | 0,6 |
| Beursgenoteerd vastgoed (Northern Trust Developed Real Estate Index Fund) |
8,6 | 7,7 | 0,9 | 0,7 |
| Niet-beursgenoteerd vastgoed (Aberdeen Standard - European Balanced Property Fund) |
-9,0 | -9,0 | 0,0 | -0,1 |
| Niet-beursgenoteerd vastgoed (CBRE Dutch Residential Fund) |
4,3 | 4,3 | 0,0 | 0,1 |
| Vastrentende waarden | 1,4 | 1,3 | 0,1 | 0,6 |
| Bedrijfsobligaties Europa (Aberdeen Standard - Euro Corporate Sustainable Bond) |
5,0 | 4,5 | 0,4 | 0,4 |
| Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties | 0,7 | 0,7 | -0,0 | 0,2 |
| Liquiditeiten | 0,1 | |||
| Totaal exclusief overlay | 7,9 | 7,8 | 0,1 | 8,1 |
| Totaal overlay | 0,5 | |||
| Interest Rate Swap | 0,5 | |||
| Totaal inclusief overlay | 8,6 | 8,6 |
Toelichting resultaten beleggingen 2024
In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.
(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.
Toelichting resultaten aandelen
Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 6,8%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het Northern Trust World Custom ESG Equity Index Fund had met 6,0%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.
Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.
Toelichting resultaten vastgoed
Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastgoed is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.
Toelichting resultaten vastrentende waarden
Vastrentende waarden droegen 0,6%-punt bij aan het totaal rendement. Het Aberdeen Standard - Euro Corporate Sustainable Bond fonds leverde met 0,4%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.
Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.
Toelichting resultaten overlay
De overlay, bestaande uit renteswaps, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode 0,5%-punt bij aan het rendement.
De renteswaps droegen met 0,5%-punt positief bij aan het totale beleggingsresultaat. De afdekking van het renterisico heeft het gehele jaar rond het strategische niveau van 60% gefluctueerd, waarbij de verplichtingen qua looptijd evenredig zijn afgedekt. De te betalen floating rente van de renteswaps was vanwege de hogere kortetermijn rente hoger dan de te ontvangen vaste rente. Dit effect van het negatieve rentedifferentieel was kleiner dan het positieve rendement op de swaps als gevolg van de dalende swaprente in 2024.
Attributie analyse
De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:
- allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
- selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
| Attributie beleggingscategorieën eind 2024 | ||
|---|---|---|
| Cijfers in % * | Allocatie effect | Selectie effect |
| Aandelen | -0,1 | 0,2 |
| Vastgoed | 0,0 | 0,1 |
| Vastrentende waarden | 0,0 | 0,0 |
| Liquiditeiten | -0,0 | -0,0 |
| Totaal | -0,1 | 0,2 |
Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het Northern Trust World Custom ESG Equity Index Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 0,2%-punt.
Uitvoering MVB-beleid
Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.
Voor de beleggingen in het Northern Trust World Custom ESG Equity Index Fund, het Northern Trust Emerging Markets ESG Fund, het Northern Trust Developed Real Estate Index Fund en het Aberdeen Standard Euro Corporate Sustainable Bond fonds voeren de fondsbeheerders stem- en engagement activiteiten uit en bepalen de fondsbeheerders de uitsluitingslijst. Het MVB- instrumentarium binnen deze fondsen wordt hieronder separaat toegelicht.
Screening en engagement
Het engagementbeleid van Northern Trust Asset Management is gericht op governance, risicobeheer, audit, bedrijfscultuur, energie, sociale & ethische waarden en duurzame waarde creatie. Engagement activiteiten worden uitgevoerd door een intern ESG team en via de stewardship service provider Hermes EOS. Per eind 2024 vinden er met 55 ondernemingen engagement activiteiten plaats in het opkomende markten universum over in totaal 156 environmental, social en governance vraagstukken en doelstellingen. Binnen het universum van ontwikkelde markten vinden er per eind 2024 met 196 ondernemingen engagement activiteiten plaats over in totaal 655 environmental, social en governance vraagstukken en doelstellingen. Bij beursgenoteerd vastgoed vinden er per eind 2024 met 4 ondernemingen engagement activiteiten plaats over in totaal 7 environmental, social en governance vraagstukken en doelstellingen.
Voor de beleggingen in het Aberdeen Standard Euro Corporate Sustainable Bond fonds geldt het engagement beleid van de vermogensbeheerder dat gericht is op meerdere duurzame thema’s.
Uitsluitingen
Het Global Sustainable Investing Team van Northern Trust is verantwoordelijk voor het bepalen van de uitsluitingen van ondernemingen die deel uitmaken van de benchmarks. Op basis van de uitsluitingen construeert MSCI de aangepaste indices.
Per eind 2024 werden 117 ondernemingen uitgesloten van het MSCI Emerging Markets universum met een gewicht van 5,5%, en 101 ondernemingen uitgesloten van het MSCI World universum met een gewicht van 5,2%.
Ondernemingen binnen aandelenfondsen worden uitgesloten op basis van onderstaande criteria:
- Tabak, Adult Entertainment, gokken
- Governance restricties
- Wapens
- Thermische kolen, Artic Oil & Gas, teerzand
- Commerciële gevangenissen
- Het niet voldoen aan de UN’s Global Compact Ten Principles
Het Northern Trust Developed Real Estate Index Fund is een passief fonds welke de standaard FTSE EPRA/NAREIT Developed index volgt. Het fonds sluit geen ondernemingen uit op basis van ESG-criteria.
Stembeleid
Northern Trust stemt namens de beleggingen in het beleggingsfonds. De Northern Trust Policy heeft specifiek betrekking op SRI-richtlijnen die mensenrechten, dierenrechten, aandacht voor vrouwen in raden van bestuur, diversiteit en gelijke werkgelegenheid, milieu en duurzaamheid en liefdadigheidsbijstand overwegen. De Northern Trust’s Proxy Committee is verantwoordelijk voor de inhoud, interpretatie en toepassing van de proxy voting guidelines.
10.5 Kostentransparantie
Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.
| 2024 | 2024 | |
|---|---|---|
| Soort kosten | € | % * |
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer | 1.112 | 0,25 |
| Kosten vermogensbeheer | 1.186 | 0,26 |
| Transactiekosten | 331 | 0,07 |
| Totaal ** | 2.629 | 0,58 |
De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.
Uitvoeringskosten pensioenbeheer
Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
| 2024 | 2024 | |
|---|---|---|
| Soort kosten | € | % * |
| Administratiekostenvergoeding | 738 | 0,16 |
| Administratiekostenvergoeding meerwerk | 55 | 0,01 |
| Exploitatiekosten | 387 | 0,09 |
| Overige kosten | 57 | 0,01 |
| Allocatie naar kosten vermogensbeheer | -125 | -0,03 |
| Totaal ** | 1.112 | 0,25 |
De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2024 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening.
De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (387). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer.
Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen, uitgevoerde onderzoeken en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen.
Kosten per deelnemer
De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.
| 2024 | |
|---|---|
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer | |
| Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( in € 1.000) | 1.112 |
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * | 1.051 |
Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigde is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.
Kosten vermogensbeheer
Het bedrag van 1.186 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).
| 2024 | |
|---|---|
| Kosten vermogensbeheer | € |
| Directe kosten vermogensbeheer | 706 |
| Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) | 479 |
| Totale kosten van vermogensbeheer * | 1.186 |
De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:
- dienstverlening integraal balansbeheerder:
- beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
- vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst
- overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten
- allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer
De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (706) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (937). Een deel van de overige kosten wordt bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag onder indirecte kosten verantwoord (218). Daarnaast is er sprake van beheerkosten met betrekking tot de ASR-hypotheekbelegging (13) waar de pensioenkring begin 2024 is uitgetreden. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.
De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:
- beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
- performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager
- overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten
De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.
| 2024 | 2024 | |
|---|---|---|
| Categorie beleggingen | € | % * |
| Aandelen | 112 | 0,02 |
| Vastgoed | 94 | 0,02 |
| Vastrentende waarden | 86 | 0,02 |
| Overig | 769 | 0,17 |
| Totaal | 1.060 | 0,23 |
| Allocatie vanuit pensioenbeheer | 125 | 0,03 |
| Totaal ** | 1.186 | 0,26 |
De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2024 0,26% en zijn bepaald over het gehele jaar 2024.
Transactiekosten
Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.
Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:
- aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen
- vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen
- beursgenoteerd en niet-beursgenoteerd vastgoed: de transactiekosten zijn gebaseerd op werkelijke kosten, vanuit opgave van de manager. Voorbeelden van deze transactiekosten zijn acquisitie-, aan- en verkoopkosten en notariskosten
De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.
| 2024 | 2024 | |
|---|---|---|
| Categorie beleggingen | € | % * |
| Aandelen | 211 | 0,05 |
| Vastrentende waarden | 89 | 0,02 |
| Derivaten | 31 | 0,01 |
| Totaal ** | 331 | 0,07 |
Bovenstaande kosten betreffen werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.
Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten
De totale kosten vermogensbeheer in 2024 bedroegen 0,26% van het gemiddeld belegd vermogen.
Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen.

| Toelichting grafiek: | |
| Netto rendement | Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen. |
| Kosten niet in gerapporteerd rendement | Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn. |
| Gerapporteerd rendement | Gerapporteerd rendement van de beleggingen |
| Kosten in gerapporteerd rendement | Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten). |
| Bruto rendement | Rendement zonder het effect van kosten. |
Uitvoeringskosten en oordeel bestuur
Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.
Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.
Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.
10.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)
Dekkingsgraden
In 2024 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. De rente heeft in 2024 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 8,6% zorgde daarentegen voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2024 uitgekomen op 123,6%.
Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad van 125,6% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 118,4%. Daarmee is ultimo 2024 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2024 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 123,6%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.
| Dekkingsgraad- en renteniveaus | |
|---|---|
| Cijfers in % | 2024 |
| Beleidsdekkingsgraad | 125,6 |
| Feitelijke dekkingsgraad | 123,6 |
| Dekkingsgraad op basis van marktrente | 123,6 |
| Reële dekkingsgraad | 94,4 |
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,0 |
| Vereiste dekkingsgraad | 118,4 |
| Rekenrente vaststelling TV | 2,13 |
Herstelplan
De pensioenkring hoeft geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (125,6%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (118,4%).
Minimaal vereist vermogen
Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.
Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (125,6%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2024 voor Pensioenkring Astellas daarom niet aan de orde.
Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)
Vanwege de wettelijke toeslagdrempel van 110% mag in beginsel alleen toeslag worden verleend indien de beleidsdekkingsgraad boven de 110% ligt. Op grond van het feit dat Pensioenkring Astellas zowel een uitkerings- als een zuivere premieovereenkomst uitvoert, heeft Pensioenkring Astellas - in het belang van de aanspraak- en pensioengerechtigden - bij DNB een ontheffing aangevraagd voor artikel 137 lid 2, onderdeel a PW, en daarmee van artikel 15, lid 2, Besluit FTK. Dat wil zeggen het hanteren van een gewogen ondergrens voor toekomstige toeslagverlening. Pensioenkring Astellas heeft van DNB toestemming om van een pro rata toepassing van de toeslagdrempel uit te gaan. Er wordt derhalve een gewogen ondergrens vastgesteld, waarbij voor het eigen beheer deel de 110%-grens wordt gehanteerd. Voor het deel dat betrekking heeft op de zuivere premieovereenkomst wordt de grens van de technische voorziening plus het minimaal vereist eigen vermogen gehanteerd. Ook de gewogen toeslagdrempel wordt jaarlijks vastgesteld.
De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) is de grens waarop de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring Astellas per 31 oktober 2024 gelijk aan 137,5%.
Toeslagbeleid
De indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken en van ingegane pensioenrechten is voorwaardelijk. Voor deze voorwaardelijke toeslagverlening is geen reserve gevormd en wordt geen premie betaald. De toeslag wordt gefinancierd uit het beleggingsrendement.
Per 1 januari 2025 is een toeslag van 1,62% verleend aan zowel de actieve deelnemers en arbeidsongeschikten als de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring Astellas.
Richtlijnen voor toeslagen
Uitgangspunt is dat het toeslagbeleid voorwaardelijk is en afhankelijk is van het behaald beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van Pensioenkring Astellas. Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement wat rest na de toevoeging aan de technische voorziening van rendement en wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.
Inhaaltoeslag
Gekorte pensioenaanspraken en in het verleden gemiste toeslagen worden niet hersteld.
10.7 Actuariële paragraaf
Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen, de verleende toeslagen en de collectieve waardeoverdracht vanuit de voormalig Stichting Pensioenfonds Astellas.
In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.
| (bedragen x € 1.000) | |
|---|---|
| Categorie resultaat | 2024 |
| Resultaat op beleggingen | 22.500 |
| Resultaat op wijziging RTS | -7.792 |
| Resultaat op premie | -737 |
| Resultaat op waardeoverdrachten | 85.941 |
| Resultaat op kosten | -301 |
| Resultaat op uitkeringen | -97 |
| Resultaat op kanssystemen | -600 |
| Resultaat op toeslagverlening | -5.898 |
| Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen | 2.290 |
| Resultaat op andere oorzaken | -87 |
| Totaal saldo van baten en lasten | 95.219 |
Toelichting actuarieel resultaat
In 2024 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.
Beleggingen
Onder beleggingsrendementen worden verstaan:
- alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer
- de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.
Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 22.500. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2024 positief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad.
Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)
De RTS ultimo 2024 ligt gemiddeld genomen onder de RTS ultimo 2023. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2024 met circa 0,17%-punt gedaald. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -7.792.
Waardeoverdrachten
Per 1 januari 2024 zijn de pensioenaanspraken en pensioenrechten van Stichting Pensioenfonds Astellas via een collectieve waardeoverdracht overgegaan naar Stap Pensioenkring Astellas. Dit verklaart grotendeels het resultaat op waardeoverdrachten van 85.941. Het verschil tussen het ontvangen vermogen en de waarde van de pensioenverplichtingen worden verantwoord als (positief) resultaat op waardeoverdrachten. Dit betrof een resultaat van 85.704.
Kanssystemen
Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt -600.
Toeslagverlening
In het boekjaar is een toeslag verleend van 1,62% aan de actieven en arbeidsongeschikten, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring Astellas. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt -5.898.
Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen
Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 2.290. Dit resultaat wordt veroorzaakt door de overgang naar de Prognosetafel AG2024 (-494), de actualisatie van de ervaringssterfte (-774), de aanpassing van de partnerfrequenties (-87), leeftijdsverschil (-830), de overgang naar de nieuwe WZP-opslag (527) en de actualisatie van de kostenvoorziening (-632).
Kostendekkende premie
De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw, de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de solvabiliteitsopslag en de opslag voor directe en toekomstige uitvoeringskosten.
In de volgende tabel is een overzicht van de kostendekkende premie opgenomen. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. De gedempte premie bestaat uit dezelfde componenten als de kostendekkende premie. De gedempte premie is gebaseerd op de rendementscurve die is vastgesteld met het verwachte rendement op basis van het strategische beleggingsbeleid en daarna gecorrigeerd voor inflatie. Deze curve geldt voor de periode van 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2029 ( of de eerdere datum naar het nieuwe pensioenstelsel). De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het vereist vermogen gebaseerd op het strategische beleggingsbeleid. Als peildatum voor het vereist eigen vermogen geldt het jaareinde van het jaar voorafgaand aan het gerapporteerde verslagjaar.
| Premie voor risico pensioenkring | ||||
|---|---|---|---|---|
| (bedragen x € 1.000) | Premie RTS |
Premie gedempt |
Premie feitelijk |
|
| Actuarieel benodigde premie voor inkoop onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling |
regulier | 11.110 | 5.939 | 11.416 |
| risicopremie overlijden |
279 | 206 | 279 | |
| Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten | 354 | 191 | 357 | |
| De risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit | 399 | 215 | 215 | |
| Solvabiliteitsopslag | 2.525 | 1.363 | 2.552 | |
| Toetswaarde premie * | 14.667 | 7.914 | 14.819 | |
| Overige premie | ||||
| Directe uitvoeringskosten | 779 | 779 | 779 | |
| Actuarieel benodigd voor inkoop voorwaardelijke onderdelen van de regeling | 0 | 3.906 | 0 | |
| Totaal * | 15.446 | 12.599 | 15.598 |
De pensioenkring voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie.
Premiedepot
Indien de toetspremie in enig jaar lager is dan de feitelijke premie dan wordt het premieoverschot gereserveerd in het premiedepot. Dit premiedepot kan worden aangewend in jaren dat de toetspremie hoger is dan de feitelijke premie om een verlaging van het opbouwpercentage te voorkomen of te beperken. De hoogte van het premiedepot is enerzijds afhankelijk van de toevoeging danwel onttrekking aan het premiedepot gedurende het jaar. Anderzijds wordt rekening gehouden met behaald rendement. De toevoeging dan wel onttrekking wordt vastgesteld op basis van het ex-ante bepaalde premieoverschot dan wel –tekort (in procentpunten van de pensioengrondslagsom) en een schatting van de gemiddelde parttime pensioengrondslagsom (bepaald als het gemiddelde van de pensioengrondslagsom primo en ultimo jaar). Als bij beëindiging van het premiedepot een overschot resteert in het premiedepot, dan wordt dat overschot aangewend ten behoeve van de pensioenen van de op dat moment actieve deelnemers, voor zover regelgeving dat toestaat.
De berekende mutatie van het premiedepot wordt vervolgens aangepast op basis van het rendement op de beleggingen voor risico Pensioenkring Astellas. Hierbij wordt verondersteld dat de mutatie van het premiedepot evenredig gedurende het jaar plaatsvindt (per maand).
Vereist vermogen
Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 118,4%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele portefeuille zou deze uitkomen op 118,6%.
10.8 Risicoparagraaf
Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring. In 2024 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.
Integraal risicomanagement
In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen.
Doelstellingen en risicobereidheid
Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement.
| Doelstelling niveau pensioenkring | Risicobereidheid Pensioenkring Astellas |
|---|---|
| Financiële doelstellingen | |
| Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. | De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring Astellas voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding). |
| Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. | Risicobereidheid op korte termijn Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) en is gelijk aan 20% met een bandbreedte tussen 15% en 25%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode. |
| Streven naar waardevast houden van pensioenrechten. Specifiek voor Pensioenkring Astellas is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf. De maatstaf wordt jaarlijks vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 31 oktober. |
Risicobereidheid op korte termijn Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) en is gelijk aan 20% met een bandbreedte tussen 15% en 25%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode. Risicobereidheid op lange termijn: Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd: ⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 81%; ⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 77%; ⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 33%. |
| Niet-financiële doelstellingen | |
| Adequate communicatie. Specifiek voor Pensioenkring Astellas is dit vertaald naar: een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen. |
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden. |
Risico-inschatting en -beheersing
Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.
Voor boekjaar 2024 is de RSA eind 2024 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.
Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring
Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind.
Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.
Matching/Renterisico
Het matching en renterisico is in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.
Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2024 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
- De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
- De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
- De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement).
- De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.
Gedurende 2024 is de renterisico-afdekking verhoogd naar een nieuw strategisch niveau van 60,0%.
Marktrisico
In hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.
Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar
De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.
| Rente | -1,50% | -1,00% | -0,50% | 0,00% | 0,50% | 1,00% | 1,50% |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | |||||||
| 20% | 113,9 | 119,8 | 125,9 | 132,2 | 138,6 | 145,3 | 152,0 |
| 10% | 110,7 | 116,2 | 122,0 | 127,9 | 134,0 | 140,2 | 146,5 |
| 0% | 107,5 | 112,7 | 118,1 | 123,6 | 129,3 | 135,1 | 141,0 |
| -10% | 104,3 | 109,2 | 114,2 | 119,3 | 124,6 | 130,0 | 135,5 |
| -20% | 101,1 | 105,6 | 110,3 | 115,0 | 119,9 | 124,9 | 130,0 |
10.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Astellas
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Astellas
Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Astellas is per 1 januari 2024 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring Astellas van start is gegaan.
Samenstelling Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Astellas
Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de werkgever, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. Het belanghebbendenorgaan bestaat uit zes leden.
Het afgelopen jaar hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van het belanghebbendenorgaan.
De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per datum van publicatie van het jaarverslag 2024 als volgt:
- Norma van den Berg (voorzitter) – namens de werkgever
- Freek Amsing – namens de werkgever
- Gerwin Braam – namens de werkgever
- Bernard ter Schure – namens de deelnemers
- Olaf van den Hoven – namens de deelnemers
- Geert Jan Roders – namens de pensioengerechtigden
Taken en bevoegdheden
De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Reglement Belanghebbendenorgaan Astellas.
Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2024
Het belanghebbendenorgaan heeft een kennismakingsgesprek gehad met het bestuur van Stap en tevens één formele vergadering met het bestuur. De vergadering met het bestuur vond plaats in december. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het pensioenreglement 2025 en reglementsfactoren, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2025 van de pensioenkring behandeld.
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 vijf eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld:
- Aansluiting werkgever Delpharm
- Pilot videobellen
- Verkiezingen
- Wet toekomst pensioenen
- Ervaringssterfte en grondslagen
- Gegevensaanlevering vanuit de werkgevers Delpharm en Astellas
- De wet toekomst pensioenen (WTP)
In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.
Informatie-uitwisseling
Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is.
Stap heeft in 2024 twee themadagen voor leden van belanghebbendenorganen georganiseerd. Op de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals de Wtp en de “lessons learned” met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap die inmiddels is ingevaren in het nieuwe stelsel. Daarnaast is aandacht besteed aan digitale vaardigheden, interne auditfunctie en compliance onderwerpen. Een aantal leden van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Astellas heeft deze themadagen bijgewoond.
Goedkeuring en advies in 2024
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 goedkeuring verleend aan:
- Het jaarplan en de begroting 2024 van de pensioenkring, met uitzondering van de kosten Wtp
- Het jaarplan en de begroting 2025 van de pensioenkring, met uitzondering van de kosten Wtp
- Het reglement belanghebbendenorgaan
- Een pilot voor de duur van en jaar voor de inzet van videogesprekken als invulling van keuzebegeleiding
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 advies gegeven over:
- De ABTN van de pensioenkring
- Het pensioenreglement inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2025 van de pensioenkring
- Het communicatiejaarplan 2025 van de pensioenkring
Bevindingen
Deze verklaring heeft betrekking op het verslagjaar 2024. Het belanghebbendenorgaan heeft de volgende bevindingen.
Financieel
Het verloop van de dekkingsgraad werd in 2024 bepaald door twee factoren. Enerzijds is de rente licht gedaald, anderzijds was het beleggingsrendement over alle beleggingscategorieën positief. Per saldo was het effect van de rente en het beleggingsrendement op de dekkingsgraad positief. Per eind december 2024 bedroeg de actuele dekkingsgraad 123,6% (122,3% per eind 2023) en de beleidsdekkingsgraad 125,6% (122,3% per eind 2023).
Beleggingen
In 2024 was het totale beleggingsrendement 8,6%. De aandelen droegen 6,8% bij aan het totaalrendement, terwijl de vastrentende waarden goed waren voor 0,6%. Daarnaast zorgde de overlay (resultaten uit valutaswaps en renteafdekking) voor een extra bijdrage van 0,5%.
Toeslagverlening
De pensioenen zijn per 31 december 2024 verhoogd. De maatstaf voor toeslagverlening was positief (+2,58%) en op basis van de financiële positie per 31 oktober 2024 kon er per 31 december 2024 aan alle deelnemers van de pensioenkring een gedeeltelijke toeslag verleend worden van 1,62%. Er is sprake van een gedeeltelijke toeslag omdat de dekkingsgraad nog onder de TBI (toekomst bestendige indexatie) grens lag.
Verslaglegging en verantwoording
Ten aanzien van verslagleggingen en verantwoording is het belanghebbendenorgaan van mening dat er adequate maand- en kwartaalrapportages en risicomanagementrapportages worden verstrekt die voldoende diepgang verschaffen om de taken en verantwoordelijkheden uit te voeren. Het belanghebbendenorgaan heeft voorts een professionele indruk van het bestuur en het bestuursbureau en dankt het bestuur en het bestuursbureau voor de constructieve en plezierige samenwerking.
Vooruitblik
Het belanghebbendenorgaan ziet uit naar de verdere samenwerking met bestuur en bestuursbureau en meer in het bijzonder naar de implementatie van de wet toekomst pensioenen.
Het totale oordeel
Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel.
Het belanghebbendenorgaan adviseert positief ten aanzien van het deelverslag over 2024 met de financiële opstelling van de pensioenkring Astellas. Het belanghebbendenorgaan blikt terug op een goede start van de pensioenkring Astellas en kijkt met vertrouwen richting de toekomst.
Leiden, 21 mei 2025
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Astellas
Norma van den Berg (voorzitter)
Freek Amsing
Gerwin Braam
Bernard ter Schure
Olaf van den Hoven
Geert Jan Roders
Reactie bestuur
Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Astellas en het positieve oordeel over het in 2024 gevoerde beleid.
Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Astellas voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.