Spring naar inhoud

9. Verslag Pensioenkring Aon Groep Nederland

9.1 Kerngegevens

  2024   2023
Aantal deelnemers      
Actieven en arbeidsongeschikten 364   453
Gewezen deelnemers 1.399   1.400
Pensioengerechtigden 1.154   1.111
Totaal 2.917   2.964
       
Dekkingsgraad      
Beleidsdekkingsgraad 147,6%   143,1%
Feitelijke dekkingsgraad 145,6%   143,6%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,0%   104,0%
Vereiste dekkingsgraad 115,8%   116,0%
       
Financiële positie (in € 1.000)      
Pensioenvermogen 719.380   686.803
Technische voorzieningen risico pensioenkring 494.060   477.990
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 91   201
Eigen vermogen 225.229   208.612
Minimaal vereist eigen vermogen 19.784   19.151
Vereist eigen vermogen 78.116   76.511
       
Premies en uitkeringen (in € 1.000)      
Kostendekkende premie 4.252   599
Gedempte premie 0   0
Feitelijke premie 4.252   599
Pensioenuitkeringen 20.551   13.415
       
Toeslagen**      
Actieven middelloonregeling 1,00%   0,00%
Actieven eindloonregeling*** 4,00%   0,00%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 2,58%   0,00%
Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) 1,27%   0,00%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief)
1,27%   0,00%
       
Beleggingsrendement*      
Per jaar 7,4%   6,7%
       
Kostenratio`s      
Pensioenuitvoeringskosten 0,14%   0,08%
Vermogensbeheerkosten 0,26%   0,14%
Transactiekosten 0,06%   0,07%
       
Gemiddelde duration (in jaren)      
Actieven en arbeidsongeschikten 18,8   19,3
Gewezen deelnemers 19,8   19,7
Pensioengerechtigden 9,1   9,0
Totaal gemiddelde duration 13,8   14,1
       
Gemiddelde rekenrente 2,23%   2,39%

9.2 Algemene informatie

Pensioenkring Aon Groep Nederland is vanaf 1 mei 2023 operationeel. Per deze datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland in liquidatie overgedragen aan Stap Pensioenkring Aon Groep Nederland door middel van een collectieve waardeoverdracht. De aangesloten werkgever en Stap zijn per 1 april 2023 een uitvoeringsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd.

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt.

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Arjen de Korver (1964), voorzitter
namens de werkgever
01-05-2023 01-05-2025 01-05-2029 01-05-2033
Gerben Pasman (1983), lid
namens de werkgever
01-05-2023 01-05-2026 01-01-2030 01-01-2034
Rob Verhoef (1973), lid
namens de deelnemers
04-07-2024 01-05-2028 01-05-2032 01-05-2036
Maurice Buijzen (1969), lid
namens de gewezen deelnemers
22-02-2024 22-02-2028 01-01-2032 01-01-2036
Fred Dozy (1950), lid
namens de pensioengerechtigden
01-05-2023 01-05-2027 01-05-2031 01-05-2035

Bij de start van Pensioenkring Aon Groep Nederland op 1 mei 2023 is het belanghebbendenorgaan ingesteld met leden die zijn voorgedragen door de werkgever of de voormalige Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland. De vertegenwoordigers van de deelnemers en pensioengerechtigden dienen na de start binnen één jaar te worden gekozen vanuit de eigen geleding. Hoi-Wah Yip heeft aangegeven haar positie als lid voor de deelnemers beschikbaar te willen stellen en Fred Dozy was herkiesbaar als lid voor de pensioengerechtigden. Vervolgens zijn verkiezingen uitgeschreven, waarvoor Rob Verhoef zich kandidaat heeft gesteld namens de deelnemers en Fred Dozy namens de pensioengerechtigden. Er waren geen tegenkandidaten namens de deelnemers en pensioengerechtigden. Fred Dozy is op 1 mei 2024 herbenoemd als lid van het belanghebbendenorgaan namens de pensioengerechtigden en Rob Verhoef is op 4 juli 2024 benoemd als lid van het belanghebbendenorgaan namens de deelnemers. 

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Aon Groep Nederland heeft in 2024 twee keer overleg gehad met het bestuur. In mei 2024 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2023 en het tweede overleg heeft in december 2024 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het jaarplan 2025, de toeslagverlening per 31 december 2024, het communicatiejaarplan 2025 en het pensioenreglement 2025 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur heeft het belanghebbendenorgaan in mei 2024 een overleg gehad met de raad van toezicht en zeven eigen vergaderingen gehouden. Bij de eigen vergaderingen was een delegatie van het bestuursbureau aanwezig.

9.3 Pensioen paragraaf

Kenmerken regeling

Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten zijn de pensioenreglementen zoals deze laatstelijk golden bij de voormalige Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland in liquidatie van toepassing.

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De Pensioenkring Aon Groep Nederland voert de onderstaande pensioenregelingen uit. De pensioenregelingen zijn uitkeringsovereenkomsten in de zin van artikel 10 van de Pensioenwet.
• de regeling voormalig eindloonpensioen 2015;
• de regeling middelloonpensioen 2014.
Vanaf 1 januari 2009 is Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland een gesloten fonds. Pensioenkring Aon Groep Nederland is een gesloten kring.


Pensioenleeftijd Leeftijd 65 jaar

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief* Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 1 januari 2024 453 1.096 15 1.400 2.964
Bij 0 86 1 69 156
Af 89 44 0 70 203
Per 31 december 2024 364 1.138 16 1.399 2.917

Financieringsbeleid

In de uitvoeringsovereenkomst tussen Aon Groep Nederland B.V. en Stap is bepaald dat de werkgever het fonds gedurende de duur van die overeenkomst jaarlijks een premie ter beschikking stelt.

Feitelijke premie

De feitelijke premie is minimaal gelijk aan de kostendekkende premie. De kostendekkende premie is gebaseerd op de door de pensioenkring vastgestelde grondslagen en bestaat uit:

  • de inkoop van de aangroei van alle onvoorwaardelijke pensioenaanspraken en de onvoorwaardelijke toeslagen over het betreffende boekjaar
  • een solvabiliteitsopslag. De solvabiliteitsopslag is gelijk aan de verhouding tussen het vereist eigen vermogen en de voorziening pensioenverplichtingen ultimo van het voorafgaande jaar
  • de risicopremie voor het (tijdelijke) partner- en wezenpensioen
  • een opslag voor het weerstandvermogen. Deze opslag bedraagt 0,2% over de som van de bovengenoemde onderdelen 1 tot en met 3 van de kostendekkende premie
  • een opslag die nodig is voor uitvoeringskosten

Bij het vaststellen van de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals deze door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring Aon Groep Nederland bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Pensioenkring Aon Groep Nederland.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring Aon Groep Nederland, komen ten goede aan respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring Aon Groep Nederland.

Klachten

Sinds 11 september 2023 is de "Gedragslijn Goed omgaan met Klachten" (hierna gedragslijn) van kracht geworden. In deze gedragslijn is vastgelegd hoe de pensioensector wil omgaan met klachten en het afleggen van verantwoording hierover. 

De wettelijke definitie van een klacht in de Wet toekomst pensioenen luidt: “Elke uiting van ontevredenheid van een persoon, gericht aan de pensioenuitvoerder, wordt beschouwd als een klacht”. Onder deze uitgebreidere wettelijke definitie valt ook een deelnemer die in een telefoongesprek aangeeft ‘niet zo blij te zijn’. De gedragslijn en de wettelijke definitie hebben behoorlijk veel impact op de wijze waarop pensioenuitvoeringsorganisatie TKP klachten registreert en rapporteert. Vanaf medio 2024 worden alle klantsignalen direct geregistreerd, ongeacht of deze schriftelijk of mondeling zijn geuit. 

Onder een geëscaleerde klacht wordt verstaan: "Klachten die in eerste instantie niet naar tevredenheid van de klant zijn opgelost en intern verder in behandeling worden genomen". 

Om de dienstverlening aan deelnemers voortdurend te verbeteren, wordt een gestructureerde en geïntegreerde aanpak gehanteerd. Hierbij staat de klantbeleving centraal: de manier waarop deelnemers alle interacties ervaren gedurende de volledige klantreis en via alle kanalen. De klachten van deelnemers worden geanalyseerd om de dienstverlening continu te verbeteren en te optimaliseren. Door klachten systematisch te onderzoeken, wordt inzicht verkregen in knelpunten en mogelijke verbeterkansen.

In onderstaande tabel staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2024 voor de vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn en volgens de AFM classificatie. In 2024 zijn 25 klachten afgehandeld, waaronder negen klachten over de pensioenberekening en -betaling.

Onderwerp Aantal klachten Geëscaleerde klachten
Afgehandelde klachten 2024 per onderwerp:    
- service en klantgerichtheid 2 0
- behandelingsduur 0 0
- informatieverstrekking 4 0
- deelnemersportaal 2 0
- keuzebegeleiding 0 0
- pensioenberekening en -betaling 9 0
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 1 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0
- financiële situatie 6 0
- duurzaamheid 0 0
- overig 1 0
Totaal 25 0

9.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2024 opgenomen.

    2024     2023  
  in € miljoen Actuele mix in % Strategische mix in % in € miljoen Actuele mix in % Strategische mix in %
Aandelen 241,4 33,6 32,0 222,6 32,4 32,0
Opkomende markten 0,0 0,0 0,0 47,9 7,0 6,5
Europa 189,1 26,3 25,5 44,1 6,4 6,5
Wereldwijd 52,4 7,3 6,5 130,6 19,0 19,0
Vastrentende waarden 473,9 66,4 68,0 448,6 65,3 66,0
Bedrijfsobligaties Europa 66,0 9,2 9,0 62,8 9,1 9,0
Hoogrentende bedrijfsobligaties 27,4 3,8 3,0 25,4 3,7 3,0
Hypotheken Nederland 100,7 14,0 12,5 94,1 13,7 12,5
Staatsleningen opkomende markten 52,5 7,3 6,5 46,4 6,8 6,5
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 227,4 31,7 37,0 219,9 32,0 35,0
Liquiditeiten 14,2 2,0 18,5 2,7 2,0
Overlay -11,6 -1,6 -3,1 -0,4
Interest Rate Swap -6,0 -0,8 -3,1 -0,4
FX Forward -5,6 -0,8 0,0 0,0
Totaal * / ** 718,0 100,4 100,0 686,7 100,0 100,0

In december 2024 is het beleggingsplan 2025 vastgesteld. Het beleggingsplan 2025 heeft als ingangsdatum 1 januari 2025.

Ten opzichte van het beleggingsplan 2024 zijn er voor het beleggingsplan 2025 geen wijzigingen in de strategische allocatie van de beleggingen aangebracht.

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2024 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 22,1 22,1 0,0 7,0
Aandelen Europa
(MM European Equity Index Fund Hedged)
-0,6 -0,3 -0,3 0,0
Aandelen wereldwijd
(MM Developed World Equity Index Fund Hedged)
1,7 2,0 -0,3 0,4
Aandelen wereldwijd
(MM Developed World Equity Index Fund)
23,1 22,4 0,5 5,7
Aandelen opkomende markten
(MM Global Emerging Markets Fund)
13,6 14,7 -1,0 0,9
Vastrentende waarden 3,9 2,2 1,6 2,5
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Euro Credit ESG Fund)
5,1 4,7 0,4 0,5
Hoogrentende bedrijfsobligaties
(MM Global High Yield Fund Hedged)
0,0 0,2 -0,2 0,4
Hoogrentende bedrijfsobligaties
(MM Global High Yield Fund)
11,8 12,8 -0,9 0,0
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
7,1 1,0 6,0 0,9
Hypotheken Nederland
(ASR Mortgage Fund - met NHG-garantie)
2,2 -1,3 3,5 0,0
Staatsleningen opkomende markten
(MM Global Emerging Market Debt Fund Hedged)
-1,6 -1,9 0,3 -0,1
Staatsleningen opkomende markten
(MM Global Emerging Market Debt Fund)
17,2 13,8 3,0 1,1
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties -1,0 -1,0 0,0 -0,4
Liquiditeiten       0,1
Totaal exclusief overlay 9,6 8,5 1,0 9,5
Totaal overlay       -2,1
Interest Rate Swap       -0,3
FX Forward       -1,8
Totaal inclusief overlay** 7,4     7,4

Toelichting resultaten beleggingen 2024

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 7,0%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM Developed World Equity Index Fund had met 5,7%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen 2,5%-punt bij aan het totaal rendement. Het MM Global Emerging Market Debt Fund leverde met 1,1%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode -2,1%-punt negatief bij aan het rendement.

De renteswaps droegen met -0,3%-punt negatief bij aan het totale beleggingsresultaat. De afdekking van het renterisico heeft het gehele jaar rond het strategische niveau van 60% gefluctueerd, waarbij de verplichtingen qua looptijd evenredig zijn afgedekt. De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot de negatieve bijdrage vanwege de hogere kortetermijn rente. Dit effect was groter dan het positieve rendement op de swaps als gevolg van de dalende swaprente in 2024.

Per saldo leidde de afdekking van het valutarisico tot een negatieve bijdrage aan het rendement van -1,8%. Dit is met name een gevolg van het afdekken van de Amerikaanse dollar die sterker werd ten opzichte van de euro.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
Attributie beleggingscategorieën eind 2024    
Cijfers in % Allocatie effect Selectie effect
Aandelen 0,0 0,0
Vastrentende waarden 0,0 1,0
Liquiditeiten 0,0 0,0
Totaal 0,0 1,0

Het positieve relatieve rendement wordt veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Dutch Mortgage Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 0,7%-punt.

Uitvoering MVB-beleid

Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.

Screening en engagement

Eind 2024 werd met 44 bedrijven, waarin de pensioenkring via de MM-beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Eind 2024 werd de dialoog gevoerd met:

  • 23 bedrijven over incidenten in relatie tot de toeleveringsketen
  • 10 bedrijven over incidenten in relatie tot biodiversiteit, al dan niet in combinatie met de toeleveringsketen
  • 10 bedrijven over het mogelijk niet naleven van de OESO-richtlijnen of over specifiek mensenrechten
  • 12 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:
Mensenrechten Milieu Corruptie
10 1 1

De resultaten van alle engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 39 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd. Met 5 bedrijven is nog geen engagement traject gestart. In het merendeel van de gevallen omdat het bedrijf nog betrokken is bij lopende rechtszaken waardoor engagement veelal nog niet opportuun is. In één geval is engagement gestopt omdat het betreffende bedrijf zou worden uitgesloten per 2025.

Mijlpaal 1 Mijlpaal 2 Mijlpaal 3 Mijlpaal 4
5 9 24 1

De mijlpalen houden het volgende in:

  •  Mijlpaal 1: Probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
  •  Mijlpaal 2: Reactie van een bedrijf ontvangen
  •  Mijlpaal 3: Bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
  •  Mijlpaal 4: Doelstelling van de engagement bereikt

Uitsluitingen

De pensioenkring belegt in multi-manager beleggingsfondsen beheerd door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen.

Stemmen

De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.

Thema Overname Kapitaal-structuur Bestuur Reorganisatie & fusies Mensen-rechten Bedrijfs-specifiek Compensatie Overig
Uitgebrachte
stemmen
140 1.197 12.558 205 99 4.028 2.140 369
Afwijkend van
management
onderneming
8 72 961 30 79 186 305 177
Afwijkend van advies
stemadviesbureau
0 0 0 0 0 0 0 0

Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij negentien Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.

Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:
• Er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld
• Bij een onderneming is er tegen het  langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen
• Er is tegen een eenmalige discretionaire toegekende beloning gestemd, omdat verondersteld wordt dat dit niet in het belang is van langetermijn (aandeelhouders)waardecreatie

9.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2024 2023 2024 2023
Soort kosten €** % * % */**
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 956 528 0,14 0,08
Kosten vermogensbeheer 1.800 885 0,26 0,14
Transactiekosten 405 434 0,06 0,07
Totaal *** 3.161 1.848 0,45 0,28

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

  2024 2023 2024 2023
Soort kosten €** % * % */**
Administratiekostenvergoeding 551 351 0,08 0,05
Administratiekostenvergoeding meerwerk 50 13 0,01 0,00
Exploitatiekosten 385 211 0,05 0,03
Overige kosten 94 20 0,01 0,00
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -124 -67 -0,02 -0,01
Totaal *** 956 528 0,14 0,08

De administratievergoeding meerwerk bestaat in 2024 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening. 

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (385). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer.

Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen.

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven. Doordat de uitvoeringskosten pensioenbeheer in 2023 zijn vastgesteld over de periode van 1 mei 2023 tot en met 31 december 2023 geven de kosten per actieve deelnemer/pensioengerechtigde een vertekend beeld.

    2024 2023
Uitvoeringskosten pensioenbeheer
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer (in € 1.000)   956 575
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * 630 338

Voor de kosten per actieve deelnemer/pensioengerechtigde is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 1.800 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

      2024 2023*
Kosten vermogensbeheer    
Directe kosten vermogensbeheer     855 481
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat)     944 404
Totale kosten van vermogensbeheer**     1.800 885

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst.
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten.
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.

De hoogte van directe kosten vermogensbeheer (855) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (903).  Een deel van de overige kosten (41) wordt bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag onder indirecte kosten verantwoord. Daarnaast is er sprake van beheerkosten met betrekking tot de ASR-hypotheekbelegging (7) waar de pensioenkring begin 2024 is uitgetreden. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager.
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Een deel van de kosten is geschat. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2024 2023 2024 2023
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 318 155 0,05 0,02
Vastrentende waarden 1.044 528 0,15 0,08
Overig 313 136 0,04 0,02
Totaal 1.676 818 0,24 0,12
Allocatie vanuit pensioenbeheer 124 67 0,02 0,01
Totaal ** 1.800 885 0,26 0,14

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2024 0,12%-punt hoger dan in 2023 (0,14%). Dit kan met name worden verklaard doordat de pensioenkring gestart is per 1 mei 2023, waardoor de kosten in 2023 zijn vastgesteld over een kortere periode. Daarnaast zijn de prestatieafhankelijke vergoedingen gestegen binnen de portefeuille met vastrentende waarden.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen.
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen.

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2024 2023 2024 2023
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 122 80 0,02 0,01
Vastrentende waarden 268 354 0,04 0,05
Derivaten 15 0 0,00 0,00
Totaal ** 405 434 0,06 0,07

In bovenstaande kosten is een bedrag van 12 (2023: 2) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen. 

De transactiekosten in 2024 zijn 0,01%-punt lager dan vorig jaar (2023: 0,07%-punt). Deze daling is voornamelijk het gevolg van de lagere kosten in de categorie vastrentende waarden. Dit kan worden verklaard doordat er binnen de beleggingsfondsen van deze categorie minder transactiekosten gemaakt zijn ten opzichte van vorig jaar. Bovendien hebben de transactiekosten van 2023 betrekking op een kortere periode vergeleken met 2024.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2024 bedroegen 0,26% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,03%-punt (2023: 0,00%-punt afgerond) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Hier stond een gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen van 0,14%-punt ten opzichte van de benchmarks tegenover. Deze percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde standen in 2024 en op basis van de totale portefeuille. In absolute getallen heeft het actief beheer een opbrengst opgeleverd van 1.254 ten opzichte van 241 aan kosten.

Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2024 0,3% op jaarbasis. Een tracking error van 0,3% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,3% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,67% is. En er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,6% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen.

Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen.
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn.
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten).
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten.

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

9.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2024 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. De rente heeft in 2024 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 7,4% zorgde daarentegen voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2024 gestegen van 143,6% naar 145,6%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2024 gestegen van 143,1% naar 147,6% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 115,8%. Daarmee is er ultimo 2024 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2024 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 145,6%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2024 2023
Beleidsdekkingsgraad 147,6 143,1
Feitelijke Dekkingsgraad 145,6 143,6
Dekkingsgraad op basis van marktrente 145,6 143,6
Reële dekkingsgraad 113,0 108,3
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,0 104,0
Vereiste dekkingsgraad 115,8 116,0
Rekenrente vaststelling TV 2,23 2,39

Herstelplan

De pensioenkring hoefde in 2024 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (143,1%) oer 31 december 2023 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoorde bij het vereist eigen vermogen per 31 december 2023 (116,0%). Daardoor had Pensioenkring Aon Groep Nederland eind 2023 geen reservetekort.

De situatie is eind 2024 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (147,6%) hoger ligt dan vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (115,8%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (147,6%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2024 voor Pensioenkring Aon Groep Nederland daarom niet aan de orde.

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen. De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) is de grens waarop de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring Aon Groep Nederland per 30 september 2024 gelijk aan 133,9%. 

Toeslagbeleid

Pensioenkring Aon Groep Nederland kent voor deelnemers met een actief dienstverband in de regeling voormalig eindloonpensioen 2015 en de deelnemers met een actief dienstverband in de regeling middelloonpensioen 2014 een onvoorwaardelijk toeslagbeleid waarbij de toeslagen worden gefinancierd uit de premiebijdrage van de werkgever. De pensioenkring verleent jaarlijks per 1 april respectievelijk 1 januari van het betreffende jaar een toeslag. De hoogte van de toeslag in de regeling voormalig eindloonpensioen 2015 bedraagt 2% per jaar. De hoogte van de toeslag in de regeling middelloonpensioen 2014 is gekoppeld aan het percentage waarmee de lonen bij de werkgever zijn gestegen (algemene Aon loonstijging). Het bestuur heeft in december 2024 besloten om per 1 januari 2025 een toeslag van 1% toe te kennen.

Voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden kent de pensioenkring een voorwaardelijk toeslagbeleid waarbij de toeslagen uit het eigen vermogen van de pensioenkring worden gefinancierd, afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad. De toeslag wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) voor alle huishoudens. Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de toeslagverlening.

per 1 januari 2025 is een toeslag verleend van 2,58% aan de gewezen en arbeidsongeschikte deelnemers van Pensioenkring Aon Groep Nederland.

Richtlijnen voor toeslagen

Het voorwaardelijke toeslagbeleid voor de pensioengerechtigden en gewezen deelnemers is als volgt vormgegeven:

  • Het toeslagbeleid is voorwaardelijk en financiering van de toeslagen vindt plaats uit het vrije eigen vermogen. Er is derhalve geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst toeslagen worden verleend. Er is geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen
  • Het uitgangspunt voor de toeslagen is de stijging van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde afgeleide consumentenprijsindex (CPI) voor alle huishoudens over de periode 31 oktober tot 31 oktober voorafgaande aan de toelsagdatum.
  • De toeslag zal in enig kalenderjaar niet meer bedragen dan 4% en kan niet negatief zijn. Indien de maatstaf in enig jaar negatief is (deflatie), zal deze bij het vaststellen van de cumulatieve toeslagachterstand niet in aanmerking genomen worden.
  • De toeslagambitie bedraagt 100% van de stijging van de CPI. In de jaarlijkse haalbaarheidstoets zal de verwachte realisatie van de toeslag worden bepaald.
  • Wanneer de beleidsdekkingsgraad (reguliere) toeslagverlening niet toestaat, of leidt tot gedeeltelijke toeslagverlening, komt de niet toegekende toeslag, tot een maximum van 4%, in aanmerking voor inhaaltoeslag in de toekomst.

Inhaaltoeslag

Het bestuur kan besluiten om in het verleden niet toegekende toeslagen in te halen indien:

  • die toeslagverlening geen nadelige gevolgen heeft voor de toeslagverlening in de toekomst,
  • de beleidsdekkingsgraad het niveau van het vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 132 van de Pensioenwet, behoudt en
  • in enig jaar ten hoogste een vijfde van het vermogen dat voor deze toeslagverlening beschikbaar is, wordt aangewend.

De gemiste toeslagen van 1 januari 2015, 1 januari 2016 en een deel van de gemiste toeslag per 1 januari 2017 zijn ingehaald per 1 januari 2024. De toeslag die maximaal wordt ingehaald bedraagt 1,0375%. 

9.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen, de verleende toeslagen en de collectieve waardeoverdracht vanuit de voormalige Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland in liquidatie.

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2024 2023
Resultaat op beleggingen 34.507 29.648
Resultaat op wijziging RTS -5.650 -16.592
Resultaat op premie 437 0
Resultaat op waardeoverdrachten 45 194.223
Resultaat op kosten 0 0
Resultaat op uitkeringen 70 45
Resultaat op kanssystemen -1.107 1.494
Resultaat op toeslagverlening -13.101 0
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen 1.386 -232
Resultaat op overige oorzaken 30 26
Totaal saldo van baten en lasten 16.617 208.612

Toelichting actuarieel resultaat

In 2024 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 34.507. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2024 positief bij aan de dekkingsgraad

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2024 ligt gemiddeld onder de RTS per ultimo 2023. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -5.650.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt -1.107.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 1.386. Dit resultaat wordt veroorzaakt door de overgang naar de Prognosetafel AG2024 (980), de actualisatie van de ervaringssterfte (-560), de actualisatie van de partnerfrequentie (202), de aanpassing in de waardering van het wezenpensioen (36) en de kostenvoorziening (728)

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 115,8%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen zou deze uitkomen op 116,6%.

​9.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring en het financieel crisisplan. In 2024 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring Aon Groep Nederland
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring Aon Groep Nederland voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding).

Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van tracking error en het vereist eigen vermogen (VEV). Hierbij geldt voor de tracking error een hoogte van ca. 9% met een bandbreedte tussen 7% en 11%. Voor het VEV geldt een hoogte van ca. 15% met een bandbreedte tussen 12,5% en 17,5%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.



Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring Aon Groep Nederland is dit vertaald naar: een onvoorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf voor deelnemers met een actief dienstverband bij de werkgever en een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Hierbij is de maatstaf in de regeling voormalig eindloonpensioen voor deelnemers met een actief dienstverband bij de werkgever gelijk aan 2% en is de maatstaf in de regeling voormalig middelloonpensioen voor deelnemers met een actief dienstverband bij de werkgever gelijk aan het percentage waarmee de lonen bij de werkgever zijn gestegen (algemene Aon loonstijging). De maatstaf voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is gelijk aan de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle bestedingen (afgeleid) per 30 september*.
Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van tracking error en het vereist eigen vermogen (VEV). Hierbij geldt voor de tracking error een hoogte van ca. 9% met een bandbreedte tussen 7% en 11%. Voor het VEV geldt een hoogte van ca. 15% met een bandbreedte tussen 12,5% en 17,5%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.


Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de “aanvangs”- haalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 85%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 85%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 30%.

Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring Aon Groep Nederland Nederland is dit vertaald naar:
1. Een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.
2. Kennis en inzicht verschaffen aan de werkgever voor een passende arbeidsvoorwaarde pensioen.
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2024 is de RSA eind 2024 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. 

Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.

Matching/Renterisico

Het matching en renterisico is in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.

Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2024 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
  • De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
  • De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
  • De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement). 
  • De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.

Gedurende 2024 is de afdekking van het renterisico onveranderd 60,0% geweest. 

Marktrisico

In hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.

Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar

De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 136,5 142,6 148,9 155,4 161,9 168,5 175,3
10% 132,6 138,4 144,4 150,5 156,7 163,0 169,4
0% 128,7 134,2 139,8 145,6 151,5 157,4 163,5
-10% 124,7 130,0 135,3 140,7 146,2 151,9 157,6
-20% 120,8 125,7 130,7 135,8 141,0 146,3 151,6

9.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Aon Groep Nederland

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Aon Groep Nederland

Pensioenkring Aon Groep Nederland is vanaf 1 mei 2023 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland in liquidatie door middel van een collectieve waardeoverdracht overgedragen aan Stap Pensioenkring Aon Groep Nederland. De Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland is vervolgens geliquideerd.

Samenstelling belanghebbendenorgaan Pensioenkring Aon Groep Nederland

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit vijf leden en deze leden vertegenwoordigen de geledingen van de werkgever, de deelnemers, de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden.

In februari 2024 is Maurice Buijzen benoemd als lid van het belanghebbendenorgaan namens de gewezen deelnemers. In juni 2024 is mevrouw Yip, lid namens de deelnemers, teruggetreden als lid van het belanghebbendenorgaan. Zij is in juli 2024 opgevolgd door de heer Verhoef. Per 1 februari 2025 is de heer Pasman uit dienst gegaan en daarmee is hij ook teruggetreden als lid van het belanghebbendenorgaan.

De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per datum van publicatie van het jaarverslag 2024 als volgt: 

  • Arjen de Korver (voorzitter) - namens de werkgever
  • Vacature – namens de werkgever
  • Maurice Buijzen - namens de gewezen deelnemers
  • Fred Dozy - namens de pensioengerechtigden
  • Rob Verhoef – namens de deelnemers

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Reglement Belanghebbendenorgaan Aon Groep Nederland.

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2024

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 twee vergaderingen gehad met het bestuur. De eerste vergadering met het bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het deel-jaarverslag 2023 met de financiële opstelling van Pensioenkring Aon Groep Nederland, alsmede de stand van zaken rondom de Wet toekomst pensioen (Wtp). In december vond de tweede vergadering plaats. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het pensioenreglement 2025 en de reglementsfactoren, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2025 van de pensioenkring behandeld.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 zes eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau namens het bestuur aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld: 

  • Pilot videobellen
  • Resultaten campagnes 2023
  • Verkiezingen
  • Zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
  • Jaarwerk 2023
  • Wet toekomst pensioenen
  • Haalbaarheidstoets Grondslagen en ervaringssterfte

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.

Informatie-uitwisseling

Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is.

Stap heeft in 2024 twee themadagen voor leden van belanghebbendenorganen georganiseerd. Op de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals de Wtp en de “lessons learned” met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap die zal invaren in het nieuwe stelsel, namelijk Pensioenkring Holland Casino. Daarnaast is aandacht besteed aan digitale vaardigheden, interne auditfunctie en compliance onderwerpen. Een aantal leden van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Aon Groep Nederland heeft deze themadagen bijgewoond. 

Zelfevaluatie

Het belanghebbendenorgaan heeft in mei 2025 de zelfevaluatie over 2024 uitgevoerd onder begeleiding van een externe begeleiding. Hierbij is onder meer in kaart gebracht in welke aandachtsgebieden de behoefte aan kennisverdieping ligt bij de leden, de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het bestuur en het bestuursbureau. 

Goedkeuring en advies in 2024

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 goedkeuring verleend aan:

  • Het jaarplan en de begroting 2025 van de pensioenkring
  • Het reglement belanghebbendenorgaan
  • Het voorgenomen besluit van het bestuur m.b.t. het verlenen van een inhaaltoeslag

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 advies gegeven over:

  • Het deel-jaarverslag 2023 en de financiële opstelling van de pensioenkring over 2023
  • De ABTN 2024 van de pensioenkring
  • Het pensioenreglement inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2025 van de pensioenkring
  • Het communicatiejaarplan 2025 van de pensioenkring

Bevindingen

Deze verklaring heeft betrekking op het verslagjaar 2024. Het belanghebbendenorgaan heeft over deze periode de volgende bevindingen.

Financieel

Per eind december 2024 bedroeg de actuele dekkingsgraad 145,6% (143,6% per eind 2023) en de beleidsdekkingsgraad 147,6% (143,1% per eind 2023). Het positieve verloop van de dekkingsgraad werd in 2024 bepaald door twee factoren. Enerzijds is de rente licht gedaald, anderzijds was het beleggingsrendement over alle beleggingscategorieën in die periode positief. Per saldo was het effect van de rente en het beleggingsrendement op de dekkingsgraad positief.

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in 2024 bedroeg 7,4%. De categorie aandelen droeg 7,0% bij aan het totaalrendement, en de vastrentende waardes 2,5%. De overlay resulteerde in een effect van  -2,1%.

Toeslagverlening

De pensioenen zijn per 1 januari 2025 verhoogd. De maatstaf voor toeslagverlening was positief (+2,58%) en op basis van de financiële positief per 30 september 2024 kon er per 1 januari 2025 aan alle gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de pensioenkring een voorwaardelijke toeslag verleend worden (voor zowel regeling voormalig eindloonpensioen2015 als regeling middelloon 2014) van 2,58%.

Aangezien de beleidsdekkingsgraad hoger was dan de TBI-grens was het mogelijk om een inhaaltoeslag te verlenen. Door de adviserend actuaris is vastgesteld dat de gehele toeslagachterstand (maximaal 1,27%) voor de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden per 1 januari 2025 kan worden ingehaald. De inhaalindexatie wordt op individueel niveau bepaald. Na toekenning van de inhaaltoeslag is er geen toeslagachterstand meer bij Pensioenkring Aon Groep Nederland.

Verslaglegging en verantwoording

Ten aanzien van verslagleggingen en verantwoording is het belanghebbendenorgaan van mening dat er adequate maand- en kwartaalrapportages en risicomanagementrapportages worden verstrekt die ruim voldoende diepgang verschaffen om de taken en verantwoordelijkheden uit te voeren. Het belanghebbendenorgaan heeft voorts een professionele indruk van het bestuur en het bestuursbureau. Wij spreken ons vertrouwen uit dat dit in de toekomst in het belang van de deelnemers wordt gecontinueerd.

Vooruitblik

De komende periode zal in het teken staan van de voorbereidingen op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot  een positief advies over het deel-jaarverslag 2024 en spreekt tevens zijn waardering uit naar het Bestuur van Stap en het bestuursbureau over de manier waarop zij het belanghebbendenorgaan betrekken bij het te voeren beleid.

Rotterdam, 12 mei 2025
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Aon Groep Nederland

  • Arjen de Korver
  • Maurice Buijzen
  • Fred Dozy
  • Rob Verhoef

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Aon Groep Nederland en het positieve oordeel over de collectieve waardeoverdracht en het in 2024 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Pensioenkring Aon Groep Nederland voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report