11.1 Kerngegevens
| 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | 2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal deelnemers | |||||||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 353 | 350 | 1.016 | 1.182 | 1.095 | ||||
| Gewezen deelnemers | 6.843 | 6.998 | 8.832 | 8.765 | 4.555 | ||||
| Pensioengerechtigden | 1.619 | 1.524 | 1.448 | 1.343 | 1.139 | ||||
| Totaal | 8.815 | 8.872 | 11.296 | 11.290 | 6.789 | ||||
| Dekkingsgraad | |||||||||
| Beleidsdekkingsgraad | 118,3% | 116,5% | 111,2% | 108,7% | 97,0% | ||||
| Feitelijke dekkingsgraad | 117,4% | 116,0% | 112,7% | 113,3% | 102,1% | ||||
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,0% | 104,0% | 104,1% | 104,1% | 104,1% | ||||
| Vereiste dekkingsgraad | 113,1% | 112,8% | 112,6% | 113,5% | 113,3% | ||||
| Financiële positie (in € 1.000) | |||||||||
| Pensioenvermogen | 878.925 | 844.152 | 799.949 | 1.136.448 | 1.044.065 | ||||
| Technische voorzieningen risico pensioenkring* | 748.238 | 727.137 | 708.841 | 1.002.833 | 1.022.058 | ||||
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 576 | 693 | 684 | 572 | 501 | ||||
| Eigen vermogen | 130.111 | 116.323 | 90.414 | 133.043 | 21.506 | ||||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 30.105 | 29.239 | 28.719 | 40.725 | 41.785 | ||||
| Vereist eigen vermogen | 98.092 | 93.379 | 89.090 | 135.485 | 135.679 | ||||
| Premies en uitkeringen (in € 1.000) | |||||||||
| Kostendekkende premie | 2.810 | 2.479 | 8.858 | 13.354 | 13.063 | ||||
| Gedempte premie | 2.708 | 2.552 | 5.886 | 8.351 | 8.622 | ||||
| Feitelijke premie | 2.864 | 3.357 | 8.824 | 12.069 | 11.623 | ||||
| Pensioenuitkeringen | 21.185 | 20.430 | 19.299 | 17.672 | 14.502 | ||||
| Toeslagen | |||||||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 0,92% | 0,00% | 0,84% | 0,00% | 0,00% | ||||
| Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden | 0,92% | 0,00% | 0,84% | 0,00% | 0,00% | ||||
| Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) | 24,53% | 22,55% | 24,27% | 6,84% | 4,16% | ||||
| Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers en pensioengerechtigden (cumulatief) |
24,53% | 22,55% | 24,27% | 6,84% | 4,16% | ||||
| Beleggingsrendement | |||||||||
| Per jaar | 7,0% | 9,1% | -29,8% | 3,6% | 8,4% | ||||
| Kostenratio`s | |||||||||
| Pensioenuitvoeringskosten | 0,16% | 0,13% | 0,13% | 0,12% | 0,15% | ||||
| Vermogensbeheerkosten | 0,29% | 0,26% | 0,26% | 0,27% | 0,29% | ||||
| Transactiekosten | 0,05% | 0,09% | 0,07% | 0,08% | 0,14% | ||||
| Gemiddelde duration (in jaren) | |||||||||
| Actieve deelnemers | 22,7 | 22,1 | 25,4 | 26,7 | 25,8 | ||||
| Gewezen deelnemers | 21,7 | 22,0 | 22,8 | 24,5 | 24,7 | ||||
| Pensioengerechtigden | 9,4 | 9,5 | 9,5 | 10,9 | 11,4 | ||||
| Totaal gemiddelde duration | 16,8 | 17,1 | 17,8 | 20,2 | 20,6 | ||||
| Gemiddelde rekenrente | 2,18% | 2,35% | 2,60% | 0,56% | 0,16% |
11.2 Algemene informatie
Multi-client Pensioenkring 2 is vanaf 1 januari 2018 operationeel. Meerdere werkgevers hebben de pensioenregeling ondergebracht in deze pensioenkring. Daarnaast zijn vanuit de volgende voormalige pensioenfondsen de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenverplichtingen met een collectieve waardeoverdracht overgedragen aan Multi-client Pensioenkring 2:
- De voormalige Stichting Pensioenfonds Sanoma Nederland heeft de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenverplichtingen in mei 2018 overgedragen aan de pensioenkring.
- Per 1 maart 2020 heeft de voormalige Stichting Pensioenfonds Invista de opgebouwde pensioenaanspraken en –rechten en de bijbehorende pensioenverplichtingen overgedragen aan de pensioenkring. De werkgever die bij dat pensioenfonds was aangesloten heeft de pensioenregeling per 1 maart 2020 ook ondergebracht bij de pensioenkring.
- Stichting Pensioenfonds Fresenius Nederland heeft de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten en de bijbehorende pensioenverplichtingen in september 2020 overgedragen aan de pensioenkring.
- De voormalige Multi-client Pensioenkring 1 van Stap heeft het vermogen en de verplichtingen per 31 december 2020 naar de pensioenkring overgedragen. Daarbij hebben de aangesloten ondernemingen van de voormalige Multi-client Pensioenkring 1 hun pensioenregeling eveneens ondergebracht bij de pensioenkring.
De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:
| Naam lid belanghebbendenorgaan | Ingangsdatum zittingstermijn | Einddatum 1ste zittingstermijn | Einddatum 1ste herbenoeming | Laatste termijn eindigt op |
|---|---|---|---|---|
| Paul van Driessen (1954), voorzitter namens de pensioengerechtigden |
18-03-2020 | 18-03-2024 | 18-03-2028 | 18-03-2032 |
| Mark Marseille (1963), lid namens de werkgever |
15-12-2021 | 15-12-2025 | 15-12-2029 | 15-12-2033 |
| Lars Strijdonk (1970), lid namens de deelnemers |
15-12-2021 | 15-12-2025 | 15-12-2029 | 15-12-2033 |
| Gert Tuinsma (1964), lid namens de gewezen deelnemers |
18-03-2024 | 18-03-2028 | 18-03-2032 | 18-03-2036 |
Lia de Jongh is medio 2024 vrijwillig teruggetreden als lid van het belanghebbendenorgaan namens de deelnemers. Voor de ontstane vacature hadden zich geen kandidaten vanuit de deelnemers gemeld en zijn ook de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden aangeschreven. Uit deze deelnemersgroepen hebben zich drie kandidaten gemeld. De kiescommissie heeft kennis gemaakt met de kandidaten en de heer Lars Strijdonk voorgedragen als beoogd lid van het belanghebbendenorgaan namens de deelnemers. Het bestuur heeft Lars Strijdonk vervolgens benoemd in deze functie.
Per 1 januari 2025 is Jelmer Dijkstra vrijwillig teruggetreden als lid van het belanghebbendenorgaan namens de werkgever. Voor de vacature die hierdoor in het belanghebbendenorgaan is ontstaan, zijn de aangesloten werkgevers gevraagd kandidaten aan te dragen. Door de aangesloten werkgevers zijn geen kandidaten aangedragen. Daarop heeft het belanghebbendenorgaan Mark Marseille voorgedragen als beoogd lid en is Mark Marseille door het bestuur benoemd als lid van het belanghebbendenorgaan namens de werkgever.
Het belanghebbendenorgaan van Multi-client Pensioenkring 2 heeft in 2024 twee keer een overleg gehad met het bestuur. In mei 2024 heeft een overleg plaatsgevonden met als belangrijkste onderwerp het jaarverslag 2023. In december 2024 heeft een tweede overleg plaatsgevonden waarin diverse onderwerpen zoals de pensioenpremie 2025, het beleggingsplan 2025, het jaarplan 2025, de toeslagverlening per 31 december 2024, het communicatiejaarplan 2025 en het pensioenreglement 2025 zijn behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur heeft het belanghebbendenorgaan in mei 2024 een overleg gehad met de raad van toezicht en zes eigen vergaderingen gehouden. Bij de eigen vergaderingen was een delegatie van het bestuursbureau aanwezig.
11.3 Pensioen paragraaf
Kenmerken regeling
De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:
| Pensioenregeling | De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst. |
|---|---|
| Pensioenleeftijd | Leeftijd 68 jaar (en 67 jaar voor de (gewezen) deelnemers van Sanoma). |
| Pensioengevend salaris | Het pensioengevend salaris is gelijk aan: 1. het via de loonaangiftesystematiek voor de belastingdienst doorgegeven SV loon, of: 2. de opgave van de werkgever over de loonbestanddelen die volgens de afspraken tussen de werkgever en de deelnemers meetellen voor de pensioenopbouw. Het totaal van het pensioengevend salaris waarover pensioen wordt opgebouwd is een keuze van de aangesloten onderneming. Het maximum pensioengevend salaris zal nooit hoger zijn dan fiscaal toelaatbaar en bedraagt (in 2024) maximaal € 137.800 op jaarbasis, bij een voltijds dienstverband en wordt aangepast aan de fiscale maximering. |
| Franchise | De hoogte van de franchise is een keuze van de aangesloten onderneming. De franchise zal nooit lager zijn dan de fiscaal minimaal toegestane franchise (€ 17.545 per 1 januari 2024 bij een maximaal opbouwpercentage van 1,875%). |
| Pensioengrondslag | De pensioengrondslag bedraagt het pensioengevend salaris minus de franchise. De pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met de parttimefactor. |
| Opbouwpercentage ouderdomspensioen | Het opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen is door de aangesloten onderneming vrij te kiezen tot een maximum van 1,875%. |
| Partnerpensioen | Het percentage voor het partnerpensioen is door de aangesloten onderneming vrij te kiezen tot een maximum van 1,313%. De financiering voor het partnerpensioen is een keuze van de aangesloten onderneming en kan op opbouwbasis of risicobasis geschieden. |
| Wezenpensioen |
20% van het partnerpensioen. |
| Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid | Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. |
| Arbeidsongeschiktheids-pensioen (optioneel) | 70% van het salaris boven maximum WIA‐loon, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. De aangesloten onderneming maakt zelf de keuze om dit pensioen wel of niet aan te bieden. |
| Anw-hiaatpensioen (optioneel) |
Het Anw-hiaatpensioen wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de wettelijke Anw-uitkering. Het Anw-hiaatpensioen gaat in bij overlijden en eindigt op de laatste dag van de maand waarin de partner: • de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, of • 68 jaar wordt als dat eerder is, of • komt te overlijden als dat eerder is. De aangesloten onderneming maakt zelf de keuze om dit pensioen wel of niet aan te bieden. |
Ontwikkelingen in aantallen deelnemers
In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.
| Deelnemers | Actief | Ingegaan OP/NP | Ingegaan WzP | Gewezen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Per 31 december 2023 | 350 | 1.468 | 56 | 6.998 | 8.872 |
| Bij | 42 | 134 | 0 | 31 | 207 |
| Af | 39 | 31 | 8 | 186 | 264 |
| Per 31 december 2024 | 353 | 1.571 | 48 | 6.843 | 8.815 |
Financieringsbeleid
Voor de pensioenregeling wordt door de aangesloten onderneming jaarlijks een premie per deelnemer betaald op basis van een gedempte premie, zoals onderstaand onder feitelijke premie is uitgewerkt.
Feitelijke premie
De feitelijke jaarpremie in 2024 is minimaal gelijk aan de som van de berekende premies voor de individuele deelnemers op basis van onderstaande uitgangspunten.
| Basispremie | Actuariële koopsom voor het in het jaar op te bouwen ouderdomspensioen en eventueel het partnerpensioen, indien de aangesloten onderneming heeft gekozen voor een partnerpensioen op opbouwbasis. |
|---|---|
| Rekenrente | De rentetermijnstructuur zoals vastgesteld door DNB inclusief de UFR methode met een 12-maands middeling (periode oktober – september). |
| Sterftekansen | • Ontleend aan de meest recente Prognosetafel, zoals gepubliceerd door het Koninklijk Actuarieel Genootschap. • Bij gebruik van de Prognosetafel wordt rekening gehouden met leeftijdsafhankelijke ervaringssterfte op basis van het Demographic Horizons TM Model van Aon. • Voor kinderen worden de sterftekansen verwaarloosd. |
| Kostenopslag | Ter dekking van toekomstige administratiekosten en excassokosten is een opslag opgenomen van 3,0% over de totale netto premie. Daarnaast wordt voor elke actieve deelnemer een bedrag van € 79,05 (in 2024) gerekend. |
| Toeslagen | De premie bevat geen opslag voor toekomstige toeslagen. |
| Weerstandsvermogen | Ten behoeve van het vormen van het weerstandsvermogen voor Stap wordt een opslag van 0,2% op de premie gelegd. |
| Leeftijd | Voor de actieve deelnemer wordt de leeftijd voor vaststelling van de premie op de berekeningsdatum vastgesteld in maanden nauwkeurig door de pensioenleeftijd te verminderen met de toekomstige duur tot aan de pensioenleeftijd. |
| Nabestaandenpensioen | Voor het partner- en wezenpensioen worden jaarlijks herverzekeringspremies betaald dan wel een actuariële koopsom berekend afhankelijk van de keuze van de aangesloten onderneming voor de manier waarop het partnerpensioen is toegezegd. |
| Risico premievrijstelling | Voor het risico van premievrijstelling tijdens het deelnemerschap wordt de actuariële koopsom verhoogd met een opslag van: een percentage voor PVI, gelijk aan herverzekeringspremie. Deze premie wordt op werkgeversniveau vastgesteld. De opslag is zo bepaald dat deze gelijk is aan de aan de herverzekeraar verschuldigde premie. |
| Risico arbeidsongeschiktheidspensioen | Voor het risico van arbeidsongeschiktheidspensioen tijdens het deelnemerschap wordt de actuariële koopsom verhoogd met een opslag van: een percentage voor het WIA-excedent pensioen, gelijk aan de factor vanuit het herverzekeringscontract. Deze premie wordt op werkgeversniveau vastgesteld. De opslag wordt alleen vastgesteld wanneer een aangesloten onderneming voor deze optie heeft gekozen. In dat geval is de opslag zo bepaald dat deze gelijk is aan de aan de herverzekeraar verschuldigde premies. |
| Anw-hiaat pensioen | De factoren van de herverzekering worden toegepast wanneer een aangesloten onderneming voor deze optie gekozen heeft. Hiermee zijn de kosten gelijk aan de aan de herverzekeraar af te dragen premies voor dit pensioen. |
| Hertrouwkansen | Er wordt geen rekening gehouden met hertrouwkansen. |
| Solvabiliteit | De actuariële koopsom, inclusief de opslagen voor risico partnerpensioen en arbeidsongeschiktheid, wordt verhoogd met een opslag van 10% voor solvabiliteit. |
Gedempte premie
Om te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de pensioenkring een gedempte premie. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van de bovenstaande uitgangspunten voor de vaststelling van de feitelijke premie met uitzondering van de volgende onderdelen.
| Rekenrente | De rekenrente voor de berekening van de gedempte premie is gebaseerd op een verwacht rendement op basis van het huidige strategisch beleggingsbeleid. Hierbij is gebruik gemaakt van het in artikel 36b Besluit financieel toetsingskader geboden overgangsrecht door voor de premiestelling vanaf het jaar 2024 het rendement op vastrentende waarden opnieuw vast te zetten voor een periode van vijf jaar op basis van de rentetermijnstructuur van 30 september 2023. Voor de risicopremies (meetkundig) worden de hoogtes gelijkgesteld aan de maximale rendementsparameters zoals vastgesteld in artikel 23a van het Besluit FTK en geldend per 1 juli 2023. De curve is verlaagd met inflatie op basis van de minimale verwachtingswaarde van de prijsinflatie (2,0%) en het ingroeipad zoals deze door De Nederlandsche Bank op 6 oktober 2023 is gepubliceerd. |
|---|---|
| Solvabiliteitsopslag | De solvabiliteitsopslag is gelijk aan nul, tenzij de verlaging van de rekenrente door rekening te houden met de inflatie op basis van het ingroeipad CPI leidt tot een lagere opslag op de premie dan een solvabiliteitsopslag ter hoogte van het vereist eigen. In dat geval dient de hoogte van de solvabiliteitsopslag gelijk te zijn aan het percentage dat behoort bij het vereist eigen vermogen op basis van het strategische beleggingsbeleid. De curve van de rekenrente wordt dan niet verlaagd met de inflatie. |
| Weerstandsvermogen | De opslag wordt elk jaar toegevoegd aan het weerstandsvermogen van het fonds en is geen onderdeel van de gedempte premie of het vermogen in de pensioenkring. |
Kostendekkende premie
Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals deze door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar.
Toeslagendepot D – Multi-client Pensioenkring 1
Per 31 december 2020 heeft de collectieve waardeoverdracht plaatsgevonden van het vermogen en de verplichtingen van de voormalige Multi-client Pensioenkring 1 van Stap naar Multi-client Pensioenkring 2 van Stap. De collectieve waardeoverdracht van de voormalige Multi-client Pensioenkring 1 heeft plaatsgevonden op basis van de dekkingsgraad van Multi-client Pensioenkring 2. De feitelijke dekkingsgraad van Multi-client Pensioenkring 2 was per 31 december 2020 lager dan de feitelijke dekkingsgraad van de voormalige Multi-client Pensioenkring 1. Het dekkingsgraadverschil is in een toeslagdepot gestort voor de populatie van de voormalige Multi-client Pensioenkring 1 (toeslagdepot D).
Het saldo dat op basis van het dekkingsgraadverschil toekomt aan de populatie van de voormalige Multi-client Pensioenkring 1 is gestort in toeslagendepot D. De middelen in toeslagendepot D worden risicovrij in liquide middelen belegd.
Indien in enig jaar nog middelen resteren in het toeslagendepot en de op grond van het pensioenreglement verleende reguliere toeslag lager is dan de stijging van de consumentenprijsindex (afgeleid), kan het bestuur besluiten uit deze middelen een extra toeslag te verlenen. Voorwaarden hierbij zijn dat de verleende toeslag is toegestaan volgens de fiscale wet- en regelgeving en dat de te verlenen toeslag, met inbegrip van de toeslag volgens het pensioenreglement, niet hoger is dan de stijging van de consumentenprijsindex (afgeleid). Het bedrag dat onttrokken wordt aan het depot wordt ‘dekkingsgraadneutraal’ vastgesteld per 31 december van dat jaar. Dit gebeurt zodanig dat de dekkingsgraad per 31 december na verwerking van de reguliere toeslag, door verwerking van de extra toeslag ongewijzigd blijft. In tegenstelling tot de toeslagendepots A, B en C wordt er geen toeslag verleend indien en zolang de beleidsdekkingsgraad lager is dan de beleidsdekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van Multi-client Pensioenkring 2. Bij een beleidsdekkingsgraad tussen het niveau van het minimaal vereist vermogen en het vereist vermogen wordt er geen toeslag vanuit het toeslagendepot verleend.
Per 31 december 2024 lag de beleidsdekkingsgraad hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen. Daardoor is per die datum aan de populatie van de voormalige Multi-client Pensioenkring 1 een toeslag verleend van 0,91%. Door het verlenen van deze toeslag is de eindstand van dit toeslagendepot per 31 december 2024 nihil.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen voor Multi-client Pensioenkring 2 bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Multi-client Pensioenkring 2.
Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Multi-client Pensioenkring 2, komen ten goede aan, respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Multi-client Pensioenkring 2.
Klachten
Sinds 11 september 2023 is de "Gedragslijn Goed omgaan met Klachten" (hierna gedragslijn) van kracht geworden. In deze gedragslijn is vastgelegd hoe de pensioensector wil omgaan met klachten en het afleggen van verantwoording hierover.
De wettelijke definitie van een klacht in de Wet toekomst pensioenen luidt: “Elke uiting van ontevredenheid van een persoon, gericht aan de pensioenuitvoerder, wordt beschouwd als een klacht”. Onder deze uitgebreidere wettelijke definitie valt ook een deelnemer die in een telefoongesprek aangeeft ‘niet zo blij te zijn’. De gedragslijn en de wettelijke definitie hebben behoorlijk veel impact op de wijze waarop pensioenuitvoeringsorganisatie TKP klachten registreert en rapporteert. Vanaf medio 2024 worden alle klantsignalen direct geregistreerd, ongeacht of deze schriftelijk of mondeling zijn geuit.
Onder een geëscaleerde klacht wordt verstaan: "Klachten die in eerste instantie niet naar tevredenheid van de klant zijn opgelost en intern verder in behandeling worden genomen".
Om de dienstverlening aan deelnemers voortdurend te verbeteren, wordt een gestructureerde en geïntegreerde aanpak gehanteerd. Hierbij staat de klantbeleving centraal: de manier waarop deelnemers alle interacties ervaren gedurende de volledige klantreis en via alle kanalen. De klachten van deelnemers worden geanalyseerd om de dienstverlening continu te verbeteren en te optimaliseren. Door klachten systematisch te onderzoeken, wordt inzicht verkregen in knelpunten en mogelijke verbeterkansen.
In onderstaande tabel staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2024 voor de vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn en volgens de AFM classificatie. In 2024 zijn 18 klachten afgehandeld, waaronder negen klachten over de pensioenberekening en -betaling.
| Onderwerp | Aantal klachten | Geëscaleerde klachten |
|---|---|---|
| Afgehandelde klachten 2024 per onderwerp: | ||
| - service en klantgerichtheid | 0 | 0 |
| - behandelingsduur | 0 | 0 |
| - informatieverstrekking | 2 | 0 |
| - deelnemersportaal | 4 | 0 |
| - keuzebegeleiding | 0 | 0 |
| - pensioenberekening en -betaling | 9 | 0 |
| - registratie werknemersgegevens/datakwaliteit | 0 | 0 |
| - toepassing wet- en regelgeving: algemeen | 2 | 0 |
| - toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie | 0 | 0 |
| - financiële situatie | 1 | 0 |
| - duurzaamheid | 0 | 0 |
| - overig | 0 | 0 |
| Totaal | 18 | 0 |
11.4 Vermogensbeheer
Beleggingsmix
In onderstaande tabellen zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2024 en 2023 opgenomen, alsmede de beleggingen voor het indexatiedepot.
| 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in € miljoen | Actuele mix in % |
Strategische mix in % |
in € miljoen | Actuele mix in % |
Strategische mix in % |
|
| Aandelen | 249,0 | 28,4 | 26,0 | 215,6 | 25,6 | 26,0 |
| Wereldwijd | 208,3 | 23,7 | 21,5 | 126,8 | 15,0 | 15,0 |
| Europa | - | - | - | 53,1 | 6,3 | 6,5 |
| Opkomende markten | 40,6 | 4,6 | 4,5 | 35,8 | 4,2 | 4,5 |
| Private Equity | 1,8 | 0,2 | 0,0 | 2,5 | 0,3 | 0,0 |
| Vastrentende waarden * | 601,4 | 71,4 | 74,0 | 581,3 | 74,1 | 74,0 |
| Bedrijfsobligaties Europa | 138,0 | 15,7 | 16,5 | 131,8 | 15,6 | 16,5 |
| Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) | 137,5 | 15,7 | 16,5 | 131,1 | 15,5 | 16,5 |
| Hypotheken Nederland | 168,4 | 19,2 | 17,0 | 157,2 | 18,6 | 17,0 |
| Staatsleningen opkomende markten | 37,5 | 4,3 | 4,0 | 31,8 | 3,8 | 4,0 |
| Inflatie-gerelateerde staatsobligaties Duitsland | - | - | 20,0 | 83,3 | 9,9 | 10,0 |
| Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties | 120,0 | 13,7 | 46,1 | 5,5 | 10,0 | |
| Liquiditeiten | 134,3 | 15,3 | 173,7 | 20,6 | ||
| Overlay | -108,8 | -12,4 | -129,8 | -15,4 | ||
| Interest Rate Swap | -106,0 | -12,1 | -134,1 | -15,9 | ||
| FX Forward | -2,8 | -0,3 | 4,2 | 0,5 | ||
| Totaal ** / *** | 877,8 | 100,0 | 100,0 | 843,3 | 100,0 | 100,0 |
Beleggingsmix Toeslagendepot - Multi-client Pensioenkring 1
| 2024 | Actuele mix |
Strategische mix |
2023 | Actuele mix |
Strategische mix |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| in € miljoen | in % | in % | in € miljoen | in % | in % | |
| Liquiditeiten | 0,0 | 100,0 | 100,0 | 0,2 | 100,0 | 100,0 |
| Totaal | 0,0 | 100,0 | 100,0 | 0,2 | 100,0 | 100,0 |
In december 2024 is het beleggingsplan 2025 vastgesteld. Het beleggingsplan 2025 heeft als ingangsdatum 1 januari 2025.
Ten opzichte van het beleggingsplan 2024 zijn er voor het beleggingsplan 2025 geen wijzigingen in de strategische allocatie van de beleggingen aangebracht.
Resultaten beleggingen
In onderstaande tabellen worden de beleggingsresultaten van 2024 weergegeven.
| Cijfers in % | Pensioenkring * | Benchmark | Relatief | Bijdrage aan totaal rendement |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 17,4 | 17,1 | 0,2 | 4,5 |
| Aandelen wereldwijd (MM World Equity Index SRI Fund) |
18,6 | 18,1 | 0,5 | 3,9 |
| Aandelen Europa (MM European Equity Index Fund) |
0,0 | 0,1 | -0,1 | 0,0 |
| Aandelen opkomende markten (MM Global Emerging Markets Fund) |
13,6 | 14,7 | -1,0 | 0,6 |
| Private Equity | 11,7 | 11,7 | 0,0 | 0,0 |
| Private equity (Unigestion – Euro Choice IV) |
6,6 | 6,6 | 0,0 | 0,0 |
| Private equity (Unigestion – Euro Choice V) |
11,9 | 11,9 | 0,0 | 0,0 |
| Vastrentende waarden | 5,0 | 3,1 | 1,9 | 3,4 |
| Bedrijfsobligaties Europa (MM Credit Index Fund) |
4,7 | 4,7 | 0,0 | 0,7 |
| Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) (MM Global Credit Ex Financials Fund - Unhedged) |
4,9 | 4,9 | 0,0 | 0,8 |
| Hypotheken Nederland (MM Dutch Mortgage Fund) |
7,1 | 1,0 | 6,1 | 1,4 |
| Inflatie-gerelateerde staatsobligaties Duitsland (MM Inflation Index Linked Bond Fund - Germany) |
-2,8 | -2,4 | -0,4 | 0,0 |
| Staatsleningen opkomende markten (MM Global Emerging Market Debt Fund) |
17,8 | 13,6 | 3,6 | 0,7 |
| Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties | -1,3 | -1,3 | 0,0 | 0,1 |
| Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties | -1,9 | -1,9 | 0,0 | -0,2 |
| Liquiditeiten | 0,7 | |||
| Totaal exclusief overlay | 7,6 | 6,4 | 1,2 | 8,7 |
| Totaal overlay | -1,7 | |||
| Interest Rate Swap | -0,2 | |||
| FX Forward | -1,5 | |||
| Totaal inclusief overlay | 7,0 | 7,0 |
Beleggingsresultaten Toeslagendepot - Multi-client Pensioenkring 1
| Cijfers in % | Pensioenkring | Benchmark | Relatief | Bijdrage aan totaal rendement |
|---|---|---|---|---|
| Liquiditeiten | 3,6 | 3,8 | -0,2 | 3,6 |
| Totaal Indexatiedepot D - Multi-client Pensioenkring 1 | 3,6 | 3,8 | -0,2 | 3,6 |
Toelichting resultaten beleggingen 2024
In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.
(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.
Toelichting resultaten aandelen
Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 4,5%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM World Equity Index SRI Fund had met 3,9%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.
Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.
Toelichting resultaten private equity
Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in private equity is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.
Toelichting resultaten vastrentende waarden
Vastrentende waarden droegen 3,4%-punt bij aan het totaal rendement. Het MM Dutch Mortgage Fund leverde met 1,4%-punt de grootste positieve bijdrage bij aan deze beleggingscategorie.
Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.
Toelichting resultaten overlay
De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode -1,7%-punt bij aan het rendement.
De renteswaps droegen met -0,2%-punt negatief bij aan het totale beleggingsresultaat, De afdekking van het renterisico heeft het gehele jaar rond het strategische niveau van 70% gefluctueerd, waarbij de verplichtingen qua looptijd meer zijn afgedekt aan het korte eind van de rentecurve ten opzichte van het lange eind. De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot de negatieve bijdrage vanwege de hogere kortetermijn rente. Dit effect was groter dan het positieve rendement op de swaps als gevolg van de dalende swaprente in 2024.
Per saldo leidde de afdekking van het valutarisico tot een negatieve bijdrage aan het rendement van -1,5%. Dit is met name een gevolg van het afdekken van de Amerikaanse dollar die sterker werd ten opzichte van de euro.
| Attributie beleggingscategorieën eind 2024 | ||
|---|---|---|
| Cijfers in % | Allocatie effect | Selectie effect |
| Aandelen | 0,0 | 0,0 |
| Private Equity | 0,0 | 0,0 |
| Vastrentende waarden | 0,0 | 1,1 |
| Liquiditeiten | 0,0 | 0,0 |
| Totaal | 0,0 | 1,1 |
Attributie analyse
De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:
- allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal;
- selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark.
Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Dutch Mortgage Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 1,0%- punt.
Uitvoering MVB-beleid
Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.
Screening en engagement
Eind 2024 werd met 25 bedrijven, waarin de pensioenkring via de MM-beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Eind 2024 werd de dialoog gevoerd met:
- 15 bedrijven over incidenten in relatie tot de toeleveringsketen
- 6 bedrijven over incidenten in relatie tot biodiversiteit, al dan niet in combinatie met de toeleveringsketen
- 3 bedrijven over het mogelijk niet naleven van de OESO-richtlijnen of over specifiek mensenrechten
- 8 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:
| Mensenrechten | Milieu | Corruptie |
|---|---|---|
| 6 | 1 | 1 |
De resultaten van alle engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 43 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd. Met twee bedrijven is nog geen engagement traject gestart. In het merendeel van de gevallen omdat het bedrijf nog betrokken is bij lopende rechtszaken waardoor engagement veelal nog niet opportuun is.
| Mijlpaal 1 | Mijlpaal 2 | Mijlpaal 3 | Mijlpaal 4 |
|---|---|---|---|
| 2 | 5 | 15 | 1 |
De mijlpalen houden het volgende in:
- Mijlpaal 1: Probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
- Mijlpaal 2: Reactie van een bedrijf ontvangen
- Mijlpaal 3: Bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
- Mijlpaal 4: Doelstelling van de engagement bereikt
Uitsluitingen
De pensioenkring belegt in multi-manager beleggingsfondsen beheerd door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen.
Stemmen
De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.
| Thema | Overname | Kapitaalstructuur | Bestuur | Reorganisatie & fusies | Mensenrechten | Bedrijfsspecifiek | Compensatie | Overig |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitgebrachte stemmen |
52 | 445 | 4.390 | 122 | 19 | 1.601 | 712 | 106 |
| Afwijkend van management onderneming |
3 | 25 | 298 | 24 | 12 | 72 | 112 | 45 |
| Afwijkend van advies stemadviesbureau |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij vier Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.
Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:
- Er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld;
- Bij een onderneming is er tegen het langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen.
11.5 Kostentransparantie
Onderstaande overzichten zijn opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Soort kosten | € | € | % * | % * |
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer | 1.308 | 1.072 | 0,15 | 0,13 |
| Kosten vermogensbeheer | 2.449 | 2.126 | 0,29 | 0,26 |
| Transactiekosten | 399 | 695 | 0,05 | 0,09 |
| Totaal ** | 4.156 | 3.893 | 0,48 | 0,48 |
De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.
Uitvoeringskosten pensioenbeheer
Deze kosten betreffen de kosten pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Soort kosten | € | € | % * | % * |
| Administratiekostenvergoeding | 641 | 627 | 0,08 | 0,08 |
| Administratiekostenvergoeding meerwerk | 68 | 17 | 0,01 | 0,00 |
| Exploitatiekosten | 636 | 491 | 0,07 | 0,06 |
| Distributiekosten | 85 | 81 | 0,01 | 0,01 |
| Overige kosten | 99 | 29 | 0,01 | 0,00 |
| Allocatie naar kosten vermogensbeheer | -221 | -173 | -0,03 | -0,02 |
| Totaal ** | 1.308 | 1.072 | 0,15 | 0,13 |
De administratiekostenvergoeding is in 2024 enerzijds toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 2,52% voor 2024. Anderzijds is deze afgenomen door het wegvallen van actuariële advisering. De administratievergoeding meerwerk bestaat in 2024 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening. Deze is voornamelijk gestegen door actuariële advisering voor Wtp.
De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (635). Deze kosten bestaan uit een procentuele vergoeding over het belegd vermogen voor Stap, kosten voor de actuariële functie, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. De exploitatiekosten zijn in 2024 toegenomen. Deze kosten zijn onder meer toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap.
De distributiekosten betreffen kosten die worden betaald aan Stap. De kosten voor distributie en vertegenwoordiging hebben onder meer betrekking op het uitbrengen van offertes voor Multi-client Pensioenkring 2. De distributiekosten zijn met 4 toegenomen door de stijging van het belegd vermogen.
Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen, uitgevoerde onderzoeken en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen. De overige kosten zijn in 2024 vooral toegenomen door de kosten voor Wtp.
Kosten per deelnemer
De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven voor het subtotaal en het totaal van de uitvoeringskosten pensioenbeheer.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer | € | € |
| Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer (in € 1.000) | 1.308 | 1.072 |
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * | 663 | 572 |
De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2023 op totaalniveau met 16% gestegen door de toename van de totale uitvoeringskosten pensioenbeheer.
Voor de kosten per actieve deelnemer/pensioengerechtigde is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.
Kosten vermogensbeheer
Het bedrag van 2.449 (2023: 2.126) betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).
| 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Kosten vermogensbeheer | € | € | ||
| Directe kosten vermogensbeheer | 1.301 | 1.222 | ||
| Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) | 1.148 | 904 | ||
| Totale kosten van vermogensbeheer | 2.449 | 2.126 |
De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:
- dienstverlening integraal balansbeheerder:
- beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie;
- vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst;
- overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
- allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.
De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (1.301) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (1.351). Een deel van deze directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (43) en deze zijn hierna in de paragraaf "Transactiekosten" verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (7) bij de vermogensbeheerder hier onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.
De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:
- beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie;
- performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager;
- overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.
De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabellen geven dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Categorie beleggingen | € | € | % * | % * |
| Aandelen | 401 | 308 | 0,05 | 0,04 |
| Private Equity | 45 | 51 | 0,01 | 0,01 |
| Vastrentende waarden | 1.321 | 1.091 | 0,15 | 0,14 |
| Overig | 461 | 504 | 0,05 | 0,06 |
| Totaal | 2.228 | 1.953 | 0,26 | 0,24 |
| Allocatie vanuit pensioenbeheer | 221 | 173 | 0,03 | 0,02 |
| Totaal ** | 2.449 | 2.126 | 0,29 | 0,26 |
De kosten vermogensbeheer zijn als een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2024 0,03%-punt hoger dan in 2023 (0,26%). De stijging van de kosten vermogensbeheer is voornamelijk het gevolg van de gestegen prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de portefeuille met vastrentende waarden.
Transactiekosten
Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.
Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:
- aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
- vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen;
De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Categorie beleggingen | € | € | % * | % * |
| Aandelen | 120 | 105 | 0,01 | 0,01 |
| Vastrentende waarden | 227 | 566 | 0,03 | 0,07 |
| Overig | 52 | 24 | 0,01 | 0,00 |
| Totaal ** | 399 | 695 | 0,05 | 0,09 |
In bovenstaande kosten is een bedrag van 31 (2023: 40) begrepen voor toe-en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.
De transactiekosten in 2024 zijn 0,04%-punt lager dan vorig jaar (2023: 0,09%). Dit kan worden verklaard doordat er binnen de beleggingsfondsen van deze categorie minder transactiekosten gemaakt zijn ten opzichte van vorig jaar.
Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten
De totale kosten vermogensbeheer in 2024 bedroegen 0,29% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,02%-punt (2023: 0,00%-punt afgerond) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.
Hier stond een gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen van 0,10%-punt ten opzichte van de benchmarks tegenover. Deze percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde standen in 2024 en op basis van de totale portefeuille. In absolute getallen heeft het actief beheer een opbrengst opgeleverd van 1.055 ten opzichte van 170 aan kosten.
Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2024 op jaarbasis 0,2%. Een tracking error van 0,2% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,2% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,7% is. En er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,4% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark.
Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

| Toelichting grafiek: | |
| Netto rendement | Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen. |
| Kosten niet in gerapporteerd rendement | Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn. |
| Gerapporteerd rendement | Gerapporteerd rendement van de beleggingen |
| Kosten in gerapporteerd rendement | Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten). |
| Bruto rendement | Rendement zonder het effect van kosten. |
Uitvoeringskosten en oordeel bestuur
Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.
Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.
Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.
11.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)
Dekkingsgraden
In 2024 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. Per saldo heeft de rente in 2024 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 7,0% heeft gezorgd voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2024 gestegen van 116,0% naar 117,4%.
De beleidsdekkingsgraad is in 2024 gestegen van 116,5% naar 118,3% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 113,1%. Daarmee is ultimo 2024 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2024 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 117,4%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.
| Dekkingsgraad- en renteniveaus | ||
|---|---|---|
| Cijfers in % | 2024 | 2023 |
| Beleidsdekkingsgraad | 118,3 | 116,5 |
| Feitelijke Dekkingsgraad | 117,4 | 116,0 |
| Dekkingsgraad op basis van marktrente | 117,4 | 116,0 |
| Reële dekkingsgraad | 88,8 | 86,3 |
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,0 | 104,0 |
| Vereiste dekkingsgraad | 113,1 | 112,8 |
| Rekenrente vaststelling TV | 2,18 | 2,35 |
Herstelplan
De pensioenkring hoefde in 2024 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (116,5%) per 31 december 2023 hoger was dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen (112,8%). Daardoor had Multi-client Pensioenkring 2 eind 2023 geen reservetekort.
De situatie is eind 2024 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (118,3%) eveneens hoger is dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (113,1%).
Minimaal vereist vermogen
Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en -rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.
Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (118,3%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2024 voor Multi-client Pensioenkring 2 dus niet aan de orde.
Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)
Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang, toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen afgeleid. De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) is de grens waarbij de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Multi-client Pensioenkring 2 per 30 september 2024 gelijk aan 136,9%.
Toeslagbeleid
Het toeslagbeleid van Multi-client Pensioenkring 2 is voorwaardelijk. De toeslag op de pensioenaanspraken en -rechten van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de maand september van het jaar voorafgaande aan de toeslagverlening en de maand september van het daaraan voorafgaande jaar.
Een negatieve inflatie (deflatie) zal niet leiden tot een neerwaartse aanpassing. Het toeslagpercentage zal alsdan gesteld worden op 0. Een eventuele deflatie in enig jaar zal bij het vaststellen van de cumulatieve toeslagachterstand wel in aanmerking genomen worden. Het streven is een realistisch toeslagbeleid op basis van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Het beleid is erop gericht om op de lange termijn 50% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.
Per 31 december 2024 is een toeslag verleend van 0,92% (2023: 0,00%) aan de actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Multi-client Pensioenkring 2. Ook is per 31 december 2024 is een aanvullende toeslag verleend van 0,91% (2023: 0,00%) uit het toeslagdepot D voor de populatie van voormalig Multi-client Pensioenkring 1 binnen Multi-client Pensioenkring 2.
Richtlijnen voor toeslagen
Voor het toeslagbeleid van Multi-client Pensioenkring 2 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Het toeslagbeleid is voorwaardelijk en afhankelijk van het behaalde beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring.
- Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement dat resteert na de toevoeging aan de technische voorzieningen van het benodigde rendement en de wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.
- Toeslagen worden gegeven op grond van een toekomstbestendige toeslagverlening. Dit houdt in beginsel het volgende in:
- Bij een BDG die lager is dan 110% worden er geen toeslagen verleend;
- Bij een BDG boven de TBI-grens kan de volledige toeslag worden gegeven;
- Bij een BDG tussen de 110% en de TBI-grens kan een toeslag worden gegeven die naar verwachting in de toekomst te realiseren is (ongeveer naar rato).
- De BDG wordt bepaald door het gemiddelde van de feitelijke dekkingsgraden te nemen over de afgelopen 12 maanden. De BDG per 30 september is leidend voor de bepaling van de toeslag.
- De TBI-grens wordt jaarlijks bepaald door het vermogen vast te stellen wat nodig is boven een BDG van 110% om een levenslange samengestelde toeslag van de CPI te geven.
- Inhaaltoeslagen kunnen gegeven worden indien de BDG hoger is dan de TBI-grens en het vereist eigen vermogen-niveau.
- Het bestuur heeft de discretionaire bevoegdheid om binnen de wettelijke grenzen van de berekende toeslag af te wijken.
Inhaaltoeslag
Wanneer de BDG boven de TBI-grens uitkomt, mag 20% van het vermogen boven deze grens gebruikt worden voor het ongedaan maken van kortingen en of het inhalen van gemiste toeslagen. Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal in onderstaande volgorde worden toegepast:
- volledige toeslagverlening;
- herstel van kortingen;
- inhaal van indexatieachterstand.
11.7 Actuariële paragraaf
Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen en de verleende toeslagen.
In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de jaarrekening, die boekhoudkundig zijn bepaald.
| (bedragen x € 1.000) | ||
|---|---|---|
| Categorie resultaat | 2024 | 2023 |
| Resultaat op beleggingen | 31.908 | 47.059 |
| Resultaat op wijziging RTS | -12.146 | -24.649 |
| Resultaat op premie | 200 | 1.059 |
| Resultaat op waardeoverdrachten | 265 | 1.217 |
| Resultaat op kosten | -267 | 33 |
| Resultaat op uitkeringen | 46 | -127 |
| Resultaat op kanssystemen | -1.342 | -106 |
| Resultaat op toeslagverlening | -6.475 | 3 |
| Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen | 1.578 | 1.396 |
| Resultaat op andere oorzaken | 21 | 24 |
| Totaal saldo van baten en lasten | 13.788 | 25.909 |
Toelichting actuarieel resultaat
In 2024 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.
Beleggingen
Onder beleggingsrendementen worden verstaan:
- alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten van het vermogensbeheer;
- de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.
Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 31.908. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2024 positief bij aan de ontwikkeling van dekkingsgraad.
Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)
De RTS ultimo 2024 ligt gemiddeld genomen onder de RTS ultimo 2023. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2024 met circa 0,17%-punt gedaald. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -12.146.
Kanssystemen
Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt -1.342.
Toeslagverlening
Per 31 december 2024 is een toeslag van 0,92% (2023: geen) verleend aan de actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Multi-client Pensioenkring 2. Daarnaast is er ook een toeslag van 0,91% verleend per 31 december 2024 uit het toeslagendepot. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt -6.475.
Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen
Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 1.578. Dit resultaat wordt veroorzaakt door de overgang naar de Prognosetafel AG2024 (1.139), de actualisatie van de ervaringssterfte (237) en de kostenvoorziening (202).
Kostendekkende premie
De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw, de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid en de opslag voor uitvoeringskosten.
In de volgende tabel is een overzicht met de premies opgenomen. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. Voor de vaststelling van de gedempte premie wordt uitgegaan van het verwachte rendement. De berekening van de gedempte premie is gebaseerd op een verwacht rendement op basis van het huidige beleggingsbeleid, de looptijdsafhankelijke rendementscurve en de in te rekenen toeslagopslag van 2% als bedoeld in het nieuwe Financieel Toetsingskader Pensioenen. Deze curve geldt voor de periode 1 januari 2024 tot 1 januari 2029 (of de eerdere transitiedatum naar het nieuwe pensioenstelsel).
| Premie voor risico pensioenkring | ||||
|---|---|---|---|---|
| (bedragen x € 1.000) | Premie RTS |
Premie gedempt |
Premie feitelijk |
|
| Actuarieel benodigde premie voor inkoop onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling |
regulier | 2.231 | 1.340 | 2.335 |
| risicopremie overlijden |
89 | 89 | 89 | |
| Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten | 95 | 65 | 97 | |
| De risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit | 109 | 109 | 109 | |
| Solvabiliteitsopslag | 286 | 172 | 234 | |
| Actuarieel benodigd voor voorwaardelijke inkoop | 0 | 933 | 0 | |
| Toetswaarde premie | 2.810 | 2.708 | 2.864 | |
| Overige premie | ||||
| Afrekening vorig boekjaar | 0 | 0 | 0 | |
| Opslag weerstandvermogen | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal | 2.810 | 2.708 | 2.864 |
De pensioenkring voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie.
Vereist vermogen
Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 113,1%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele portefeuille zou deze uitkomen op 115,3%.
11.8 Risicoparagraaf
Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring en het financieel crisisplan. In 2024 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.
Integraal Risicomanagement
In het hoofdstuk Integraal Risicomanagement van Stap is de beschrijving van het Integraal Risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle Pensioenkringen.
Doelstellingen en risicobereidheid
Op het niveau van de Pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de Pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per Pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de Pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk Integraal Risicomanagement.
| Doelstelling niveau pensioenkring | Risicobereidheid Multi-client Pensioenkring 2 |
|---|---|
| Financiële doelstellingen | |
| Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. | De minimale premiedekkingsgraad van Multi-client Pensioenkring 2 voldoet aan de uitgangspunten van het premiebeleid. |
| Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. | Risicobereidheid op korte termijn: Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) en is gelijk aan 14% met een bandbreedte tussen 12% en 16%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode. |
| Streven naar waardevast houden van pensioenrechten. Specifiek voor Multi-client Pensioenkring 2 is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van 50% van de maatstaf. De maatstaf wordt jaarlijks vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 30 september. |
Risicobereidheid op korte termijn: Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV en is gelijk aan 14% met een bandbreedte tussen 12% en 16%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode. Risicobereidheid op lange termijn: Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd: ⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 85%; ⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 85%; ⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 29%. |
| Niet-financiële doelstellingen | |
| Adequate communicatie. Specifiek voor Multi-client Pensioenkring 2 is dit vertaald naar: 1. Een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen. 2. Kennis en inzicht verschaffen aan de werkgever voor een passende arbeidsvoorwaarde pensioen. |
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden. |
Risico-inschatting en -beheersing
Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.
Voor boekjaar 2024 is de RSA eind 2024 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.
Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring
Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind.
Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.
Matching/Renterisico
Het matching en renterisico is in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.
Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2024 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
- De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
- De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
- De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement).
- De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.
Gedurende 2024 is de tijdelijke afdekking van het renterisico onveranderd 70,0% geweest.
Marktrisico
In hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.
Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar
De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.
| Rente | -1,5% | -1,0% | -0,5% | 0,0% | 0,5% | 1,0% | 1,5% |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | |||||||
| 20% | 110,9 | 115,2 | 119,6 | 124,1 | 128,5 | 133,0 | 137,6 |
| 10% | 108,4 | 112,4 | 116,6 | 120,7 | 124,9 | 129,1 | 133,4 |
| 0% | 105,8 | 109,6 | 113,5 | 117,4 | 121,3 | 125,2 | 129,2 |
| -10% | 103,3 | 106,8 | 110,5 | 114,1 | 117,7 | 121,3 | 125,0 |
| -20% | 100,7 | 104,0 | 107,4 | 110,7 | 114,1 | 117,4 | 120,8 |
11.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Multi-client Pensioenkring 2
Belanghebbendenorgaan Multi-client Pensioenkring 2
Het belanghebbendenorgaan van Multi-client Pensioenkring 2 is per 1 januari 2017 ingesteld. Dat is de datum waarop Multi-client Pensioenkring 2 van start is gegaan.
Samenstelling Belanghebbendenorgaan Multi-client Pensioenkring 2
Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de werkgevers, (gewezen) deelnemers en gepensioneerden en bestaat eind 2024 uit drie leden.
In maart 2024 heeft de heer Gert Tuinsma de heer Henri Castillion opgevolgd namens de gewezen deelnemers. De heer Jelmer Dijkstra is per 1 januari 2025 teruggetreden en opgevolgd per 1 februari 2025 door de heer Mark Marseille namens de werkgevers. Mevrouw Van der Plaat heeft in juli 2024 afscheid genomen van het belanghebbendenorgaan en is opgevolgd per 1 januari 2025 door de heer Lars Strijdonk. Het belanghebbendenorgaan spreekt zijn erkentelijkheid uit over de bijdrage van de heer Dijkstra, mevrouw Van der Plaat en de heer Castillion in de afgelopen periode.
De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per datum van publicatie van het jaarverslag 2024 als volgt:
- Paul van Driessen (voorzitter) - namens pensioengerechtigden
- Gert Tuinsma – namens de gewezen deelnemers
- Mark Marseille - namens de werkgevers
- Lars Strijdonk - namens de deelnemers
Taken en bevoegdheden
De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap.
Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2024
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 drie vergaderingen gehad met het bestuur. De eerste vergadering met het bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het deel-jaarverslag 2023 met de financiële opstelling van Multi-client Pensioenkring 2, alsmede de stand van zaken rondom de Wet toekomst pensioen (Wtp). De tweede vergadering vond plaats in september en onder leiding van de voorzitter van de raad van toezicht werd gesproken over de relatie tussen de pensioenkring en het bestuur. In december vond de derde vergadering plaats. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, de pensioenopbouw en premies voor 2025, het pensioenreglement 2025 en de reglementsfactoren, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2025 van de pensioenkring behandeld.
Verder heeft in oktober 2024 de voorzitter van het bestuur de leden van het belanghebbendenorgaan in een aparte vergadering geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de Wtp en het voorgenomen besluit van het bestuur om Multi-client Pensioenkring 2 niet te laten invaren.
In mei 2024 heeft het belanghebbendenorgaan overleg gevoerd met de raad van toezicht. Er is gesproken over de gang van zaken bij Stap, de relatie met het bestuur en de ontwikkelingen op het gebied van de Wtp.
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 vijf eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau namens het bestuur aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld:
- Pilot videobellen
- Resultaten campagnes 2023
- Verkiezingen
- Zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
- Jaarwerk 2023
- Wet toekomst pensioenen
- Haalbaarheidstoets
- Ervaringssterfte
In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.
Informatie-uitwisseling
Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Daarnaast hebben de leden van het belanghebbendenorgaan toegang tot SPO-Perform.
Stap heeft in 2024 twee themadagen voor leden van belanghebbendenorganen georganiseerd. Op de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals de Wtp en de “lessons learned” met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap die zal invaren in het nieuwe stelsel, namelijk Pensioenkring Holland Casino. Daarnaast is aandacht besteed aan digitale vaardigheden, interne auditfunctie en compliance onderwerpen. Een aantal leden van het belanghebbendenorgaan van Multi-client Pensioenkring 2 heeft deze themadagen bijgewoond.
Zelfevaluatie
Het belanghebbendenorgaan heeft in maart 2025 de zelfevaluatie over 2024 besproken. Vanwege de uittreding van 2 leden van het belanghebbendenorgaan midden respectievelijk eind 2024 is de zelfevaluatie met een externe deskundige uitgesteld tot de tweede helft 2025/begin 2026. Met behulp van een vragenlijst is onder meer in kaart gebracht in welke aandachtsgebieden de behoefte aan kennisverdieping ligt bij de leden, de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het Bestuur en het Bestuursbureau. De aandachtspunten uit de vorige evaluatie zijn tevens meegenomen.
- Het belanghebbendenorgaan is van mening dat het redelijk voldoende tot voldoende deskundig is. Zij communiceert proactief richting het Bestuur. Het belanghebbendenorgaan is tevens kritisch naar het Bestuur inzake verstrekte onderbouwing van en transparantie inzake (voorgenomen) besluiten.
- Het belanghebbendenorgaan vindt verdiepend dat deskundigheid versterking behoeft met name op financieel vlak.
- Objectieve toetsing van kennisniveau en continue kennisontwikkeling bij leden van het belanghebbendenorgaan dient geborgd te worden; hiervoor vraagt het belanghebbendenorgaan het Bestuur om ondersteuning. In het kader van de succession planning vraagt het belanghebbendenorgaan een budget om aspirant leden een aanvullende opleiding aan te bieden.
- Verder heeft het belanghebbendenorgaan behoefte aan externe deskundigheid inzake items als het Wtp-traject en beleggingsbeleid.
Goedkeuring en advies in 2024
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 goedkeuring verleend aan:
- Het jaarplan en de begroting 2025 van de pensioenkring
- Het reglement belanghebbendenorgaan
- Het omzetten van de ILB-allocatie naar nominale staatsobligaties
- Pensioenpremies en -opbouw 2025
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 advies gegeven over:
- Het deel-jaarverslag 2023 en de financiële opstelling van de pensioenkring over 2023
- De ABTN 2024 van de pensioenkring
- Het pensioenreglement inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2025 van de pensioenkring
- Het communicatiejaarplan 2025 van de pensioenkring
Bevindingen
Deze verklaring heeft betrekking op het verslagjaar 2024. Het belanghebbendenorgaan heeft over deze periode de volgende bevindingen.
Algemeen
Een drietal grote thema’s hebben de volle aandacht van het belanghebbendenorgaan gehad:
1. Het beleid van het fonds met betrekking tot de renteafdekking
Het belanghebbendenorgaan heeft op eigen initiatief aan Edmond Halley opdracht verstrekt tot het uitvoeren van een onderzoek naar het beleid van het fonds met betrekking tot de renteafdekking. Dit onderzoek is eind 2024 afgerond door Edmond Halley. Begin maart 2025 heeft het belanghebbendenorgaan de rapportage “Onderzoek&benchmarking renteafdekking 2019-2023” gedeeld met het bestuur. In tweede termijn heeft het belanghebbendenorgaan haar bevindingen aan het bestuur kenbaar gemaakt, in afwachting van een inhoudelijke reactie van het bestuur op de rapportage. De bevindingen van het belanghebbendenorgaan betreffen onder meer de behaalde lage overrendementen en de verhogingen van de renteafdekking bij lage swaprente als gevolg van toepassing van het rente staffel model alsmede het ongedaan maken van een verhoging van de renteafdekking met een impact van circa negatief 3% dekkingsgraadverlies.
2. De besluitvorming inzake invaren onder de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp)
Het voorgenomen besluit van het bestuur om niet in te varen is onderwerp van verder overleg. De complexiteit van een multi-client kring en verzoeken tot invaren door werkgevers vergt veel en meer inspanningen om alle partijen op eenzelfde lijn te krijgen. Het ontbreken van een schriftelijke uitleg en motivering door ieder van de werkgevers is niet behulpzaam bij de uitwerking van het traject. Het ontbreken van (contact-)gegevens van enkele (voormalige) werkgevers mag naar de mening van het belanghebbendenorgaan geen reden zijn om de default situatie van invaren inhoudelijk niet verder te onderzoeken en beoordelen op voor- en nadelen van invaren. Hierbij dient naar de mening van het belanghebbendenorgaan mede betrokken te worden hetgeen hieronder vermeld wordt onder punt 3.
3. Het realiseren/achterblijven van de indexatieambitie en de levensvatbaarheid van de pensioenkring
De indexatie ambitie van de pensioenkring van gemiddeld 50% wordt op basis van ALM studies in de afgelopen jaren behaald zonder rekening te houden met de daaraan voorafgaande perioden. De sedert 2018 opgelopen achterstand bedraagt thans 24,53%.
Gelet op de dekkingsgraad ontwikkelingen is naar de mening van het belanghebbendenorgaan nader onderzoek geboden naar de vraag of de kring met het risicoprofiel als bepaald bij de start de doelstellingen kan realiseren en daarnaast levensvatbaar is vanwege uitblijven van verdere consolidatie binnen de kring door toetredingen. De hoogte van de kostenvoorzieningen kan daarbij mede-bepalend zijn.
Financieel
Per eind december 2024 bedroeg de actuele dekkingsgraad 117,4% (116,0% per eind 2023) en de beleidsdekkingsgraad 118,3% (116,5% per eind 2023). Bij deze beleidsdekkingsgraad is geen volledige indexatie noch inhaalindexatie wettelijk mogelijk. De grens ultimo 2024 ten aanzien van inhaalindexatie ligt op 136,9% (“TBI grens”).
De pensioenen zijn per 31 december 2024 verhoogd met 0,92%. De indexatie is circa 36% van de maatstaf voor toeslagverlening CPI welke 2,54% bedroeg en gebaseerd op de financiële positie per 30 september 2024 en de regelgeving ten aanzien van toekomstbestendig indexeren.
De deelnemers uit de voormalige multi-client Pensioenkring 1 hebben een aanvullende toeslag van 0,91% uit een voor hen bestemd Toeslagdepot (depot “D”) ontvangen. Daarmee is het depot uitgeput.
Het totale beleggingsrendement in 2024 bedroeg 7,0%.
Het totale beleggingsrendement in 2024 was niet voldoende om tenminste de (gemiddelde) indexatieambitie van 50% in 2024 te halen. De achterstand in indexeren is verder opgelopen tot cumulatief 24,53%.
Verslaglegging en verantwoording
Ten aanzien van verslagleggingen en verantwoording is het belanghebbendenorgaan van mening dat er adequate maand- en kwartaalrapportages en risicomanagementrapportages worden verstrekt die ruim voldoende diepgang verschaffen om de taken en verantwoordelijkheden uit te voeren.
Het totale oordeel
Het BO beoordeelt de samenwerking met en de communicatie door het Bestuur als afwachtend en defensief. Het BO ervaart (nog steeds) niet dat het door het Bestuur wordt gezien als serieuze gespreks- en sparring-partner en dat de ruimte om actiever en open de dialoog aan te gaan, benut wordt. Het BO ziet dat de kernthema’s niet voldoende ondersteund worden door actieve participatie door het Bestuur. Het Wtp traject wordt naar de mening van het belanghebbendenorgaan veeleer behandeld vanuit het formele kader van afwezigheid van verzoeken van alle werkgevers, en niet vanuit de inhoudelijke afweging van belangen van de deelnemers bij invaren. Het BO heeft beperkte middelen toegewezen gekregen om zelf actief te kunnen zijn in deze dossiers.
Mogelijk liggen de verwachtingen ten aanzien van de origineel gestelde uitgangspunten dermate uiteen dat het nodig is om deze bij te stellen; afhankelijk van deze uitkomst zijn mogelijk alternatieve scenario’s te onderzoeken voor Multi-client Pensioenkring 2.
Utrecht, 17 mei 2025
Belanghebbendenorgaan Multi-client Pensioenkring 2
Paul van Driessen (voorzitter)
Gert Tuinsma
Mark Marseille
Lars Strijdonk
Gieta Veersma (toehoorder)
Reactie bestuur
Het bestuur heeft kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Multi-client Pensioenkring 2 en hecht er aan om als reactie hierop te benadrukken dat het belang van het belanghebbendenorgaan, om binnen de kaders van de governance structuur, als een belangrijke gesprekspartner voor het bestuur te fungeren volledig wordt onderschreven door het bestuur. Het bestuur neemt de overwegingen en ervaringen van het belanghebbendenorgaan van Multi-client Pensioenkring 2 vanzelfsprekend serieus en continueert graag de gesprekken met het belanghebbendenorgaan met het oog op het zoveel mogelijk in lijn brengen van de (ge)rechtvaardigde verwachtingen over en weer. Het bestuur benadrukt dat zij zich, rekening houdend met de wettelijke kaders, voortdurend inzet voor de belangen van de deelnemers in Multi-client Pensioenkring 2 op basis van een constructieve dialoog en oplossingsgerichte samenwerking met het belanghebbendenorgaan. Het bestuur dankt het belanghebbendenorgaan voor haar inzet in 2024.