Spring naar inhoud

8. Verslag Pensioenkring TotalEnergies Nederland

8.1 Kerngegevens

  2024   2023   2022
Aantal deelnemers          
Actieven en arbeidsongeschikten 855   807   776
Gewezen deelnemers 497   473   452
Pensioengerechtigden 545   517   509
Totaal 1.897   1.797   1.737
           
Dekkingsgraad          
Beleidsdekkingsgraad 120,8%   116,2%   119,3%
Feitelijke dekkingsgraad 120,8%   116,5%   113,1%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,3%   104,1%   104,1%
Vereiste dekkingsgraad 119,4%   119,4%   119,5%
           
Financiële positie (in € 1.000)          
Pensioenvermogen 537.933   495.966   454.690
Technische voorzieningen risico pensioenkring 445.168   425.604   401.982
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 0   49   54
Eigen vermogen 92.765   70.313   52.654
Minimaal vereist eigen vermogen 18.945   17.596   16.603
Vereist eigen vermogen 86.167   82.708   78.513
           
Premies en uitkeringen (in € 1.000)          
Kostendekkende premie 15.719   13.993   19.319
Gedempte premie 12.543   13.159   11.792
Feitelijke premie 14.515   13.277   11.977
Pensioenuitkeringen 15.376   14.544   13.198
           
Toeslagen          
Actieven en arbeidsongeschikten 1,52%   0,21%   7,76%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 1,52%   0,21%   7,76%
Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) 6,79%   6,79%   6,79%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief)
6,79%   6,79%   6,79%
           
Beleggingsrendement          
Per jaar 9,6%   9,7%   -25,7%
           
Kostenratio`s          
Pensioenuitvoeringskosten 0,17%   0,16%   0,14%
Vermogensbeheerkosten 0,42%   0,51%   0,40%
Transactiekosten 0,05%   0,06%   0,12%
           
Gemiddelde duration (in jaren)          
Actieven en arbeidsongeschikten 23,1   22,5   22,8
Gewezen deelnemers 22,7   22,7   23,3
Pensioengerechtigden 9,4   9,4   9,4
Totaal gemiddelde duration 16,7   16,6   16,8
           
Gemiddelde rekenrente 2,15%   2,33%   2,61%

8.2 Algemene informatie

Pensioenkring TotalEnergies Nederland is vanaf 1 januari 2022 operationeel. Per deze datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting TOTAL Pensioenfonds Nederland in liquidatie overgedragen aan Stap Pensioenkring TotalEnergies Nederland door middel van een collectieve waardeoverdracht. De aangesloten werkgevers en Stap zijn per 1 januari 2022 een uitvoeringsovereenkomst aangegaan voor een periode van vijf jaar.

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Annelies de Wolf (1984), voorzitter
namens de werkgevers
01-09-2024 01-01-2026 01-01-2030 01-01-2034
Jan Riedijk (1976), lid
namens de werkgevers
01-01-2021 01-01-2026 01-01-2030 01-01-2034
Pim Ravia (1979), lid
namens de deelnemers
22-11-2023 01-01-2026 01-01-2030 01-01-2034
Gijs van Dalen (1955), lid
namens de pensioengerechtigden
14-07-2022 01-01-2026 01-01-2030 01-01-2034

Op 1 september 2024 is Annelies de Wolf benoemd als lid van het belanghebbendenorgaan namens de werkgevers. Annelies de Wolf is door de werkgevers voorgedragen als beoogd voorzitter om Jaap Schepen op te volgen. Jaap Schepen heeft zijn rol als voorzitter van het belanghebbendenorgaan tot 1 april 2025 vervuld en per deze datum heeft Annelies de Wolf de rol van voorzitter overgenomen.

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring TotalEnergies Nederland heeft in 2024 twee keer een overleg gehad met het bestuur. In mei 2024 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2023 en het tweede overleg heeft in december 2024 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het jaarplan 2025, de toeslagverlening per 31 december 2024, het communicatiejaarplan 2025 en het pensioenreglement 2025 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur, heeft het belanghebbendenorgaan ook vijf eigen vergaderingen gehad waarbij een delegatie van het bestuursbureau aanwezig was.

8.3 Pensioen paragraaf

Kenmerken regeling

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst in de zin van artikel 10 van de Pensioenwet. Meer specifiek betreft deze pensioenregeling een CDC-regeling. In een CDC-regeling staat de premie vast en vormt de premie het budget voor de opbouw van pensioen.
Pensioenleeftijd Leeftijd 67 jaar
Toeslagleeftijd Leeftijd 18 jaar
Pensioengevend salaris Voor elke deelnemer wordt per 1 januari van elk jaar een jaarsalaris bepaald. Het jaarsalaris is gelijk aan 14 maal het basismaandsalaris op 1 januari van enig jaar, vermeerderd met 12 maal de eventuele ploegentoeslag per 1 januari van datzelfde jaar, de toeslag 13e maand per 1 januari van datzelfde jaar en, met ingang van 1 januari 2020, de toeslag vakantietoeslag per 1 januari van datzelfde jaar, waarbij het jaarsalaris wordt gemaximeerd op € 137.800 (niveau 2024).
Franchise De opbouwfranchise bedraagt € 17.545 (niveau 2024). De premiefranchise bedraagt € 18.798 (niveau 2024).
Pensioengrondslag De pensioenpremiegrondslag is gelijk aan het jaarsalaris verminderd met de premiefranchise. De pensioenopbouwgrondslag is gelijk aan het jaarsalaris verminderd met de opbouwfranchise.
Opbouwpercentage ouderdomspensioen Het beoogd opbouwpercentage is 1,738% (2024).
Het feitelijk opbouwpercentage is 1,738% (2024).
Partnerpensioen Het beoogde opbouwpercentage bedraagt voor het partnerpensioen 1,313% van de pensioenopbouwgrondslag.
Wezenpensioen Indien een deelnemer komt te overlijden bedraagt het verzekerde wezenpensioen 20% van het partnerpensioen, indien en zolang één van beide ouders van het kind is overleden.
Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 31 december 2023 807 512 5 473 1.797
Bij 113 44 0 50 207
Af 65 16 0 26 107
Per 31 december 2024 855 540 5 497 1.897

Financieringsbeleid

Sociale partners komen de premiehoogte en premieperiode overeen. Voor 2024 bedraagt de premie 30,9% van de pensioenpremiegrondslag.

Feitelijke premie

De feitelijke jaarpremie is voor 2024 vastgesteld op 30,9% van de pensioenpremiegrondslag. De premie wordt jaarlijks door het bestuur getoetst om vast te stellen of het beoogde opbouwpercentage kan worden verstrekt. Indien de feitelijke premie lager is dan de gedempte premie, dan wordt het opbouwpercentage zodanig verlaagd dat de feitelijke premie hoger is dan de gedempte premie.

Gedempte premie

Om conform de Pensioenwet te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de pensioenkring een gedempte premie. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van onder andere de volgende uitgangspunten en wordt uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslagsom.

Basispremie Actuariële koopsom voor het in het jaar op te bouwen ouderdoms- en nabestaandenpensioen vermeerderd met de risicopremies voor het partnerpensioen en wezenpensioen en premievrijstelling.
Rekenrente De berekening van de gedempte premie is gebaseerd op een verwacht rendement op basis van het huidige strategisch beleggingsbeleid. Hierbij is gebruik gemaakt van het in artikel 36b Besluit financieel toetsingskader geboden overgangsrecht door voor de premiestelling vanaf het jaar 2024 het rendement op vastrentende waarden opnieuw vast te zetten voor een periode van vijf jaar op basis van de rentetermijnstructuur van 30 september 2023. Voor de risicopremies (meetkundig) zijn de hoogtes gelijk gesteld aan de maximale rendementsparameters zoals vastgesteld in artikel 23a van het Besluit FTK (geldend per 1 juli 2023). De curve is verlaagd i.v.m. inflatie op basis van de minimale verwachtingswaarde van de prijsinflatie (2,0%) en het ingroeipad zoals dat door DNB op 6 oktober 2023 is gepubliceerd. De resulterende rentecurve staat vast voor de periode van 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2029 (of de eerdere transitiedatum naar het nieuwe pensioenstelsel).
Solvabiliteit Indien de opslag voor solvabiliteit ter grootte van het vereist eigen vermogen op het inkooptarief op basis van het netto verwacht nominaal rendement hoger is dan het verschil tussen het inkooptarief op basis van het netto verwacht reëel rendement en het netto verwacht nominaal rendement, dan wordt in plaats van het netto verwacht reëel rendement het netto verwacht nominaal rendement gehanteerd met een opslag voor solvabiliteit.
Sterftekansen Ontleend aan de meest recente prognosetafel zoals gepubliceerd door het Koninklijke Actuarieel Genootschap. Bij gebruik van de prognosetafel wordt rekening gehouden met leeftijdsafhankelijke ervaringssterftefactoren die zijn vastgesteld met behulp van het Demographic Horizons™ model (Aon).

Kostendekkende premie

Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals deze door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring TotalEnergies Nederland bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Pensioenkring TotalEnergies Nederland.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring TotalEnergies Nederland, komen ten goede aan respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring TotalEnergies Nederland.

Klachten

Sinds 11 september 2023 is de "Gedragslijn Goed omgaan met Klachten" (hierna gedragslijn) van kracht geworden. In deze gedragslijn is vastgelegd hoe de pensioensector wil omgaan met klachten en het afeggen van verantwoording hierover.

De wettelijke definitie van een klacht in de Wet toekomst pensioenen luidt: “Elke uiting van ontevredenheid van een persoon, gericht aan de pensioenuitvoerder, wordt beschouwd als een klacht”. Onder deze uitgebreidere wettelijke definitie valt ook een deelnemer die in een telefoongesprek aangeeft ‘niet zo blij te zijn’. De gedragslijn en de wettelijke definitie hebben behoorlijk veel impact op de wijze waarop pensioenuitvoeringsorganisatie TKP klachten registreert en rapporteert. Vanaf medio 2024 worden alle klantsignalen direct geregistreerd, ongeacht of deze schriftelijk of mondeling zijn geuit.

Onder een geëscaleerde klacht wordt verstaan: "Klachten die in eerste instantie niet naar tevredenheid van de klant zijn opgelost en intern verder in behandeling worden genomen". 

Om de dienstverlening aan deelnemers voortdurend te verbeteren, wordt een gestructureerde en geïntegreerde aanpak gehanteerd. Hierbij staat de klantbeleving centraal: de manier waarop deelnemers alle interacties ervaren gedurende de volledige klantreis en via alle kanalen. De klachten van deelnemers worden geanalyseerd om de dienstverlening continu te verbeteren en te optimaliseren. Door klachten systematisch te onderzoeken, wordt inzicht verkregen in knelpunten en mogelijke verbeterkansen.

In onderstaande tabel staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2024 voor de vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn en volgens de AFM classificatie. In 2024 zijn vier klachten afgehandeld, waaronder drie over de financiële situatie.

Onderwerp Aantal klachten Geëscaleerde klachten
Afgehandelde klachten 2024 per onderwerp:    
- service en klantgerichtheid 0 0
- behandelingsduur 0 0
- informatieverstrekking 0 0
- deelnemersportaal 0 0
- keuzebegeleiding 0 0
- pensioenberekening en -betaling 1 0
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0
- financiële situatie 3 0
- duurzaamheid 0 0
- overig 0 0
Totaal 4 0

8.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2024 en 2023 opgenomen.

    2024     2023  
  in € miljoen Actuele mix in % Strategische mix in % in € miljoen Actuele mix in % Strategische mix in %
Aandelen 197,1 36,7 32,0 157,6 31,9 32,0
Opkomende markten 165,6 30,9 26,1 27,7 5,6 6,0
Ontwikkelde markten 31,5 5,9 6,0 129,8 26,2 26,1
Private equity 25,3 4,7 4,0 25,8 5,2 4,0
Vastgoed 28,8 5,4 8,0 38,2 7,7 8,0
Niet-beursgenoteerd 28,8 5,4 8,0 38,2 7,7 8,0
Vastrentende waarden * 259,8 53,2 56,0 245,7 55,2 56,0
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) 13,6 2,5 2,8 12,9 2,6 2,8
Hoogrentende bedrijfsobligaties 43,9 8,2 8,4 38,6 7,8 8,4
Hypotheken Nederland 77,8 14,5 14,0 72,6 14,7 14,0
Staatsleningen opkomende markten 46,2 8,6 8,4 39,2 7,9 8,4
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 78,3 14,6 22,4 82,4 16,6 22,4
Liquiditeiten 91,2 17,0 83,4 16,9
Overlay -65,4 -12,2 -56,0 -11,3
Interest Rate Swap -58,6 -10,9 -60,2 -12,2
FX Forward -6,8 -1,3 4,2 0,9
Totaal ** / *** 536,7 100,0 100,0 494,6 100,0 100,0

In december 2024 is het beleggingsplan 2025 vastgesteld. Het beleggingsplan 2025 heeft als ingangsdatum 1 januari 2025.

Ten opzichte van het beleggingsplan 2024 is het strategisch gewicht van private equity naar 0% gebracht. Daarnaast is de afdekking van het renterisico-afdekking gewijzigd naar een vaste afdekking van 100% ten opzichte van de voorheen gehanteerde rentestaffel.

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2024 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 25,1 24,5 0,5 8,1
Aandelen ontwikkelde markten
(MM Developed World Equity Index Fund)
27,6 26,6 0,8 7,4
Aandelen opkomende markten
(MM Global Emerging Markets Fund)
13,6 14,7 -1,0 0,8
Private Equity 16,2 16,2 0,0 0,8
Private Equity
(Asia Alternatives CP V)
6,9 6,9 0,0 0,1
Private Equity
(Asia Alternatives Delaware V)
43,4 43,4 0,0 0,0
Private Equity
(Blue Sky Group Private Equity Europe I)
18,8 18,8 0,0 0,1
Private Equity
(Blue Sky Group Private Equity Europe Secondaries II)
13,4 13,4 0,0 0,1
Private Equity
(Blue Sky Group Private Equity US II)
18,9 18,9 0,0 0,5
Private Equity
(LODH Euro Choice IV SC LP)
3,4 3,4 0,0 0,0
Vastgoed 4,3 4,3 0,0 0,2
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(Blue Sky Group Real Estate Asia IV Private)
-38,6 -38,6 0,0 -0,0
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(Blue Sky Group RE Asia Pacific Core Private)
7,5 7,5 0,0 0,1
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(Blue Sky Group Real Estate Europe Core Priv.)
-13,2 -13,2 0,0 -0,1
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(Blue Sky Group Real Estate Europe II Private)
40,1 40,1 0,0 0,0
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(Blue Sky Group Real Estate Netherlands Core)
3,2 3,2 0,0 0,0
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(Blue Sky Group Real Estate USA Private Active)
6,9 6,9 0,0 0,1
Vastrentende waarden 6,9 4,6 2,2 3,3
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
(MM Global Credit Ex Financials Fund – Unhedged)
4,9 4,9 0,0 0,1
Hoogrentende bedrijfsobligaties
(MM Global High Yield Fund)
13,7 14,6 -0,8 1,1
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
7,1 1,0 6,1 1,0
Staatsleningen opkomende markten
(MM Global Emerging Market Debt Fund)
17,8 13,6 3,6 1,4
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties -1,3 -1,3 -0,0 -0,3
Liquiditeiten       0,6
Totaal exclusief overlay 11,9 10,7 1,1 13,0
Totaal overlay       -3,4
Interest Rate Swap       -1,0
FX Forward       -2,4
Totaal inclusief overlay ** 9,6     9,6

Toelichting resultaten beleggingen 2024

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). 

De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 8,1%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM Developed World Equity Index Fund had met 7,4%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten private equity

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in private equity is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastgoed

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastgoed is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen 3,3%-punt bij aan het totaal rendement. Het MM Global Emerging Market Debt Fund leverde met 1,4%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode -3,4%-punt bij aan het rendement.

De renteswaps droegen met -1,0%-punt negatief bij aan het totale beleggingsresultaat. De afdekking van het renterisico heeft het gehele jaar rond het strategische niveau van 70% gefluctueerd, waarbij de verplichtingen qua looptijd evenredig zijn afgedekt.  De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot de negatieve bijdrage vanwege de hogere kortetermijn rente. Dit effect was groter dan het positieve rendement op de swaps als gevolg van de dalende swaprente in 2024.

Per saldo leidde de afdekking van het valutarisico tot een negatieve bijdrage aan het rendement van -2,4%. Dit is met name een gevolg van het afdekken van de Amerikaanse dollar die sterker werd ten opzichte van de euro.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
Attributie beleggingscategorieën eind 2024    
Cijfers in % * Allocatie effect Selectie effect
Aandelen 0,0 0,1
Private Equity -0,0 0,0
Vastgoed -0,1 0,0
Vastrentende waarden -0,0 1,0
Liquiditeiten 0,0 -0,0
Totaal -0,1 1,1

Het positieve relatieve rendement wordt voornamelijk veroorzaakt door het selectie effect. De grootste positieve bijdrage aan het selectie effect kwam van de MM Dutch Mortgage Fund, namelijk met 0,8%-punt. Ook had MM Global Emerging Market Debt Fund positief selectie effect van 0,3%. Hier stond een negatieve bijdrage van het MM Global High Yield Fund van -0,1%-punt tegenover.

Uitvoering MVB-beleid

Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.

Screening en engagement

Eind 2024 werd met 45 bedrijven, waarin de pensioenkring via de MM-beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Eind 2024 werd de dialoog gevoerd met:

  • 24 bedrijven over incidenten in relatie tot de toeleveringsketen
  • 10 bedrijven over incidenten in relatie tot biodiversiteit, al dan niet in combinatie met de toeleveringsketen
  • 10 bedrijven over het mogelijk niet naleven van de OESO-richtlijnen of over specifiek mensenrechten
  • 12 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:
Mensenrechten Milieu Corruptie
10 1 1

De resultaten van alle engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 40 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd. Met 5 bedrijven is nog geen engagement traject gestart. In het merendeel van de gevallen omdat het bedrijf nog betrokken is bij lopende rechtszaken waardoor engagement veelal nog niet opportuun is. In één geval is engagement gestopt omdat het betreffende bedrijf zou worden uitgesloten per 2025.

Mijlpaal 1 Mijlpaal 2 Mijlpaal 3 Mijlpaal 4
5 9 25 1

De mijlpalen houden het volgende in:

  • Mijlpaal 1: Probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
  • Mijlpaal 2: Reactie van een bedrijf ontvangen
  • Mijlpaal 3: Bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
  • Mijlpaal 4: Doelstelling van de engagement bereikt

Uitsluitingen

De pensioenkring belegt in multi-manager beleggingsfondsen beheerd door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen.

Stemmen

De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.

Thema Overname Kapitaal-structuur Bestuur Reorganisatie & fusies Mensen-rechten Bedrijfs-specifiek Compensatie Overig
Uitgebrachte
stemmen
140 1.197 12.558 205 99 4.028 2.140 369
Afwijkend van
management
onderneming
8 72 961 30 79 186 305 177
Afwijkend van advies
stemadviesbureau
0 0 0 0 0 0 0 0

Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij negentien Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.

Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:

  • Er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld
  • Bij een onderneming is er tegen het  langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen
  • Er is tegen een eenmalige discretionaire toegekende beloning gestemd, omdat verondersteld wordt dat dit niet in het belang is van langetermijn (aandeelhouders)waardecreatie

8.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2024 2023 2024 2023
Soort kosten % * % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 890 736 0,17 0,16
Kosten vermogensbeheer 2.146 2.350 0,42 0,51
Transactiekosten 282 285 0,05 0,06
Totaal ** 3.318 3.371 0,64 0,73

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht. De kostenratio van vorig jaar is aangepast waarbij in de berekening het juiste gemiddeld belegd vermogen is opgenomen.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

  2024 2023 2024 2023
Soort kosten % * % *
Administratiekostenvergoeding 480 468 0,09 0,10
Administratiekostenvergoeding meerwerk 51 17 0,01 0,00
Exploitatiekosten 421 287 0,08 0,06
Overige kosten 73 51 0,01 0,01
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -135 -87 -0,03 -0,02
Totaal ** 890 736 0,17 0,16

De administratiekostenvergoeding is in 2024 toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 2,52% voor 2024. De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2024 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (421). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijke accountant en de certicerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. De exploitatiekosten zijn in 2024 voornamelijk toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp.

Onder overige kosten zijn de bankkosten, contributies en bijdragen, kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen.  

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

    2024 2023
Uitvoeringskosten pensioenbeheer    
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer (in € 1.000) 890 736
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * 636 556

De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2023 op totaalniveau met 24,5% gestegen door de toename van de totale uitvoeringskosten pensioenbeheer. Deze kosten zijn met name toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp.

Voor de kosten per actieve deelnemer/pensioengerechtigden is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark op dit moment niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 2.146 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

      2024 2023
Kosten vermogensbeheer
Directe kosten vermogensbeheer 899 909
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) 1.247 1.441
Totale kosten van vermogensbeheer 2.146 2.350

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie;
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst;
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (899) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (1.124). Een deel van deze directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (51) en deze zijn hierna in de paragraaf Transactiekosten verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (174) bij de vermogensbeheerder hier onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager.
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Een deel van de kosten is geschat. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2024 2023 2024 2023
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 219 149 0,04 0,03
Private equity 191 256 0,04 0,06
Vastgoed 275 509 0,05 0,11
Vastrentende waarden 745 523 0,14 0,11
Overig 582 825 0,11 0,18
Totaal 2.011 2.263 0,39 0,49
Allocatie vanuit pensioenbeheer 135 87 0,03 0,02
Totaal ** 2.146 2.350 0,42 0,51

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2024 0,09%- punt lager dan in 2023 (0,51%). De stijging van de prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de portefeuille met vastrentende waarden is meer dan tenietgedaan door de daling van de prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de vastgoedportefeuille en de daling van de beheervergoeding binnen de private equity portefeuille. Daarnaast zijn de kosten in de categorie overig lager dan in 2023, mede omdat in 2023 nog een factuur uit 2022 verwerkt is m.b.t. de collectieve waardeoverdracht. 

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen;
  • niet-beursgenoteerd vastgoed: de transactiekosten zijn gebaseerd op werkelijke kosten, vanuit opgave van de manager. Voorbeelden van deze transactiekosten zijn acquisitie-, aan- en verkoopkosten en notariskosten.

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2024 2023 2024 2023
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 77 56 0,02 0,01
Vastrentende waarden 151 218 0,03 0,05
Derivaten 54 11 0,01 0,00
Totaal ** 282 285 0,05 0,06

In bovenstaande kosten is geen bedrag  (2023: een bedrag van 25) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten in 2024 zijn 0,01%-punt lager dan vorig jaar (2023: 0,06%). Deze daling is voornamelijk het gevolg van de lagere kosten in de categorie vastrentende waarden. Dit kan worden verklaard doordat er binnen de beleggingsfondsen van deze categorie minder transactiekosten gemaakt zijn ten opzichte van vorig jaar. 

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2024 bedroegen 0,42% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,03%-punt (2023: 0,05%-punt) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Dit wordt met name veroorzaakt door de geschatte prestatieafhankelijke vergoedingen van de vastgoedbeleggingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Hier stond een gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen van 0,18%-punt ten opzichte van de benchmarks tegenover. Deze percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde standen in 2024 en op basis van de totale portefeuille. In absolute getallen heeft het actief beheer een opbrengst opgeleverd van 1.092 ten opzichte van 161 aan kosten.

Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2024 0,2% op jaarbasis. Een tracking error van 0,2% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,2% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,67% is. En er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,4% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen.
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn.
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten).
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten.

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken en op basis van een analyse uit de markt.

8.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2024 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. De rente heeft in 2024 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 9,6% zorgde daarentegen voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2024 gestegen van 116,5% naar 120,8%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2024 gestegen van 116,2% naar 120,8% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 119,4%. Daarmee is ultimo 2024 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2024 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 120,8%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2024 2023
Beleidsdekkingsgraad 120,8 116,2
Feitelijke dekkingsgraad 120,8 116,5
Dekkingsgraad op basis van marktrente 120,8 116,5
Reële dekkingsgraad 91,2 86,8
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,3 104,1
Vereiste dekkingsgraad 119,4 119,4
Rekenrente vaststelling TV 2,15 2,33

Herstelplan

De beleidsdekkingsgraad voor Pensioenkring TotalEnergies lag per 31 december 2023 (116,2%) lager dan de dekkkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen (119,4%). De pensioenkring heeft op 28 maart 2024 een herstelplan ingediend bij DNB. In dit herstelplan is voor de netto rendementen van de zakelijke waarden uitgegaan van de door de toezichthouder voorgeschreven maximum rendementen en voor de staatsobligaties van het rendement uit de ontwikkeling van de (forward) rentes volgens de RTS per 31 december 2023. Uit het ingediende herstelplan blijkt dat de pensioenkring ultimo 2026 een beleidsdekkingsgraad heeft die boven de vereiste dekkingsgraad ligt en dan uit herstel zal zijn. Er zijn daarom geen aanvullende maatregelen nodig. Op 21 mei 2024 heeft DNB ingestemd met het in 2024 ingediende herstelplan.

De situatie is eind 2024 gewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (120,8%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (119,4%). Hiermee is de pensioenkring eerder uit herstel dan verwacht en is er eind 2024 geen reservetekort.

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (120,8%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,3%). De MVEV-korting is per 31 december 2024 voor Pensioenkring TotalEnergies Nederland niet aan de orde.

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen. De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) is de grens waarop de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring TotalEnergies Nederland per 30 september 2024 gelijk aan 136,0%.  

Toeslagbeleid

Het toeslagbeleid van Pensioenkring TotalEnergies Nederland is voorwaardelijk. De toeslag op de pensioenaanspraken en -rechten van de actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) voor alle huishoudens. Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de toeslagverlening. Hiermee wordt bedoeld de stand van de consumentenprijsindex per 30 september van het voorafgaande jaar en de stand van dezelfde prijsindex per 30 september in het jaar van toekenning van de voorwaardelijke toeslag.

Per 1 januari 2025 is er een toeslag van 1,52% (2023: 0,21%) aan de actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring TotalEnergies Nederland verleend. De gemiste toeslag per 1 januari 2025 bedraagt voor de actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 6,79% (2023: 6,79%).

Richtlijnen voor toeslagen

Voor het toeslagbeleid van Pensioenkring TotalEnergies Nederland worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Het toeslagbeleid is voorwaardelijk en is afhankelijk van het behaalde beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring. Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement dat resteert na de toevoeging aan de technische voorzieningen van het benodigde rendement en de wijziging van de rentetermijnstructuur.
  • Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.
  • Toeslagen worden gegeven op grond van een toekomstbestendige toeslagverlening. Dit houdt in beginsel het volgende in:
    • bij een BDG die lager is dan 110% worden er geen toeslagen verleend;
    • bij een BDG boven de TBI-grens kan de volledige toeslag worden gegeven;
    • bij een BDG tussen de 110% en de TBI-grens kan een toeslag worden gegeven die naar verwachting in de toekomst te realiseren is (ongeveer naar rato).
  • De BDG wordt bepaald door het gemiddelde van de feitelijke dekkingsgraden te nemen over de afgelopen 12 maanden. De BDG per 30 september is leidend voor de bepaling van de toeslag.
  • De TBI-grens wordt jaarlijks bepaald door het vermogen vast te stellen wat nodig is boven een BDG van 110% om een levenslange samengestelde toeslag van de CPI te geven.
  • Inhaaltoeslagen kunnen gegeven worden indien de BDG hoger is dan de TBI-grens en het vereist vermogen.
  • Het bestuur heeft de discretionaire bevoegdheid om binnen de wettelijke grenzen van de berekende toeslag af te wijken.

Inhaaltoeslag

Bij het voormalige Total Pensioenfonds zijn in de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 januari 2012 achterstanden in het toekennen van toeslagen en de geambieerde pensioenopbouw ontstaan. Daarnaast zijn in deze periode de opgebouwde pensioenaanspraken en –rechten en de pensioenopbouw gekort. Wanneer de BDG boven de TBI-grens uitkomt, mag 20% van het vermogen boven deze grens gebruikt worden voor het ongedaan maken van kortingen en/of het inhalen van gemiste toeslagen. Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen uit de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 januari 2012 zal als volgt worden toegepast:

  • volledige toeslagverlening;
  • inhaal van indexatieachterstand;
  • herstel van kortingen op opgebouwde pensioenaanspraken en –rechten;
  • herstel van korting op pensioenopbouw;
  • herstel geambieerde pensioenopbouw.

8.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes, beleggingsrendementen en de verleende toeslagen.

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de jaarrekening, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2024 2023
Resultaat op beleggingen 30.080 30.361
Resultaat op wijziging RTS -7.427 -13.953
Resultaat op premie 874 1.499
Resultaat op waardeoverdrachten -35 -50
Resultaat op kosten 0 0
Resultaat op uitkeringen 121 25
Resultaat op kanssystemen -391 1.319
Resultaat op toeslagverlening -6.429 -974
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen 5.573 -566
Resultaat op andere oorzaken 86 -2
Totaal saldo van baten en lasten 22.452 17.659

Toelichting actuarieel resultaat

In 2024 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 30.080. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2024 positief bij aan de dekkingsgraad

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2024 ligt gemiddeld genomen onder de RTS ultimo 2023. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2024 met circa 0,18%-punt gedaald. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -7.427.

Premie

In 2024 is de opbouw van pensioenverplichtingen gefinancierd op basis van een premie van 30,9% van de totale pensioenpremiegrondslag. De premie ligt boven het niveau van de kostendekkende premie (zie ook "Kostendekkende premie"). Het resultaat op de premie bedraagt 874.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt -391.

Toeslagverlening

In het boekjaar is een toeslag verleend. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt -6.429. Dit betreft de toename van de aanspraken per 1 januari 2025 (6.494), aangevuld met het verschil tussen de vorig jaar ingeschatte en de werkelijke mutatie van de technische voorzieningen als gevolg van de verleende toeslagen per 1 januari 2024 (-65). Dit laatste verschil is met name ontstaan doordat bij de inschatting de indexatie van de premievrije opbouw niet was meegenomen.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 5.573. Dit resultaat wordt veroorzaakt door de overgang van de Prognosetafel AG2024 (727), de actualisatie van de ervaringssterfte (1.152), de overgang naar nieuwe partnerfrequenties (384) en leeftijdsverschillen (867), de opslag voor latent wezenpensioen (1.244), de waardering van ingegaan wezenpensioen (-7) en de actualisatie van de kostenvoorziening (1.206).

Kostendekkende premie

De  kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw, de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de solvabiliteitsopslag en opslag voor toekomstige uitvoeringskosten.

In de volgende tabel is een overzicht van de kostendekkende premie opgenomen. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. De gedempte premie is gebaseerd op de rendementscurve die is vastgesteld met het verwacht rendement op basis van het strategisch beleggingsbeleid en daarna gecorrigeerd is voor inflatie. Deze curve geldt voor de periode van 1 januari 2022 tot 1 januari 2027. De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het vereist eigen vermogen gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid. Als peildatum voor het vereist eigen vermogen geldt het jaareinde van het jaar voorafgaand aan het gerapporteerde verslagjaar.

Premie voor risico pensioenkring        
(bedragen x € 1.000)   Premie
RTS
Premie
gedempt
Premie
feitelijk
Actuarieel benodigde premie voor inkoop
onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling
regulier 11.672 6.060 10.683
  risicopremie
overlijden
529 529 529
Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten   233 121 213
De risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit   230 230 230
Toetswaarde premie   12.664 6.940 11.655
         
Overige premie        
Opslag VEV    2.309   1.198  2.114
Opslag uitvoeringskosten    746   746  746
Actuarieel benodigde premie voor inkoop voorwaardelijke
onderdelen van de regeling
   -   3.659   - 
Totaal   15.719 12.543 14.515

De pensioenkring voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie. 

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 119,4%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen zou deze uitkomen op 120,1%.

​8.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring. In 2024 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring TotalEnergies Nederland
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring TotalEnergies Nederland voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding).

Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV). Hierbij wordt een bandbreedte gehanteerd tussen 15% en 23%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.



Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring TotalEnergies Nederland is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf. De maatstaf wordt vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (niet afgeleid) per 30 september.
Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV. Hierbij wordt een bandbreedte gehanteerd tussen 15% en 23%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 90%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 90%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 40%.

Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring TotalEnergies Nederland is dit vertaald naar:
1. Een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.
2. Kennis en inzicht verschaffen aan de werkgever voor een passende arbeidsvoorwaarde pensioen.
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2024 is de RSA eind 2024 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. 

Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.

Matching/Renterisico

Het matching en renterisico is in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.

Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2024 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
  • De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
  • De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
  • De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement). 
  • De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.

De strategische rentestaffel was in 2024 nog steeds bevroren op het neutrale niveau en de renterisico-afdekking bedroeg bijna het gehele jaar daarom 70%. In december is de renterisico-afdekking met het oog op dekkingsgraadbescherming voor het invaren in de Wtp opgehoogd naar 100%. 

Marktrisico

In hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.

Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar

De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 120,9 123,8 126,6 129,3 131,9 134,5 136,9
10% 117,5 120,1 122,6 124,9 127,2 129,3 131,4
0% 114,1 116,4 118,5 120,8 122,4 124,1 125,8
-10% 110,7 112,7 114,4 116,1 117,6 119,0 120,3
-20% 107,3 108,9 110,4 111,7 112,8 113,8 114,7

8.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring TotalEnergies Nederland

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring TotalEnergies Nederland

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring TotalEnergies Nederland is per 1 januari 2022 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring TotalEnergies Nederland van start is gegaan. 

Samenstelling belanghebbendenorgaan Pensioenkring TotalEnergies Nederland

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit vijf leden en deze leden vertegenwoordigen de geledingen van de werkgever, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden.

Sinds februari 2023 is de heer Jaap Schepen benoemd als tijdelijk lid en tevens voorzitter van het belanghebbendenorgaan. Mevrouw Annelies de Wolf was beoogd opvolger en is 1,5 jaar toehoorder geweest. Met ingang van 1 september 2024 is zij toegetreden als lid namens de werkgevers en per    1 april 2025 heeft zij de voorzittersrol van de heer Schepen overgenomen. De heer Schepen is per die datum afgetreden als lid en voorzitter van het belanghebbendenorgaan, maar blijft als adviseur van de werkgever en toehoorder verbonden.

De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per datum van publicatie van het jaarverslag 2024 als volgt:

  • Annelies de Wolf (voorzitter) - namens de werkgevers
  • Pim Ravia - namens de deelnemers
  • Gijs van Dalen – namens de pensioengerechtigden
  • Jan Riedijk - namens de werkgevers

Jaap Schepen – toehoorder en adviseur

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Reglement Belanghebbendenorgaan TotalEnergies Nederland.

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2024

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 twee vergaderingen gehad met het bestuur. De eerste vergadering met het bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het deel-jaarverslag 2023 met de financiële opstelling van Pensioenkring TotalEnergies Nederland. De tweede vergadering vond plaats in december. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, de pensioenopbouw en premie voor 2025, het pensioenreglement 2025, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2025 van de pensioenkring behandeld.

In december 2024 heeft het belanghebbendenorgaan overleg gevoerd met de raad van toezicht. Er is gesproken over de gang van zaken bij Stap en de voorbereiding op de implementatie van de Wtp.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 vijf eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld:

  • Pilot videobellen
  • Resultaten campagnes 2023
  • Zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
  • Jaarwerk 2023
  • Wet toekomst pensioenen
  • Ervaringssterfte

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.

Informatie-uitwisseling

Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Daarnaast hebben de leden van het belanghebbendenorgaan toegang tot SPO-Perform.

Stap heeft in 2024 twee themadagen voor leden van belanghebbendenorganen georganiseerd. Op de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals de Wtp en de “lessons learned” met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap die zal invaren in het nieuwe stelsel, namelijk Pensioenkring Holland Casino. Daarnaast is aandacht besteed aan digitale vaardigheden, interne auditfunctie en compliance onderwerpen. Een aantal leden van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring TotalEnergies Nederland heeft deze themadagen bijgewoond.

Zelfevaluatie

De zelfevaluatie over 2024 is besproken op 16 mei 2025. Het algemene beeld over het eigen functioneren van het Belanghebbendenorgaan is positief. Er is gezamenlijk goede kennis, iedereen ervaart vrijheid van spreken en er is onderlinge veiligheid. Deze elementen zijn van belang voor een goede besluitvorming. De samenstelling is gebalanceerd en elk lid levert zijn bijdrage. De geschiktheid, vastgelegd in de geschiktheidsmatrix, is goed. De rolverdeling tussen het Belanghebbendenorgaan en het bestuur is helder en wordt goed gevolgd.

Wij zijn Jaap Schepen erkentelijk voor zijn bijdrage als voorzitter van het Belanghebbendenorgaan.

Goedkeuring en advies in 2024

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 goedkeuring verleend aan:

  • Het herstelplan 2024
  • Het jaarplan en de begroting 2025 van de pensioenkring
  • Het reglement belanghebbendenorgaan en het addendum hierbij
  • De premie en -opbouw 2025
  • Na de pilot een vervolg geven aan de inzet van videogesprekken in de keuzebegeleiding
  • Het beleggingsplan 2025, te weten op de volgende punten:
    • De verhoging van de renterisico-afdekking van 70% naar 100%
    • De onderste bandbreedte voor niet-beursgenoteerd vastgoed in het beleggingsplan 2025 te verlagen naar 0%, zodat de huidige vastgoedposities kunnen worden afgebouwd zonder limieten te schenden
    • De strategische allocaties naar private equity van de pensioenkring (van 4%) om te zetten in een strategische allocatie naar aandelen ontwikkelde markten
    • De bandbreedtes te verruimen voor aandelen ontwikkelde markten (van 20,8 – 31,3 naar 20,8 – 36,0) en private equity (van 2,0 – 5,0 naar 0,0 – 5,0)

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 advies gegeven over:

  • Het deel-jaarverslag 2023 en de financiële opstelling van de pensioenkring over 2023
  • De ABTN 2024 van de pensioenkring
  • Het pensioenreglement inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2025 van de pensioenkring 
  • Het communicatiejaarplan 2025 van de pensioenkring

Bevindingen

Deze verklaring heeft betrekking op het verslagjaar 2024. Het Belanghebbendenorgaan heeft de volgende bevindingen.

Toeslagverlening

De pensioenen zijn per 31 december 2024 verhoogd. De maatstaf voor toeslagverlening was positief (+3,50%) en op basis van de financiële positief per 30 september 2024 kon er per 31 december 2024 aan alle deelnemers van de pensioenkring een gedeeltelijke toeslag verleend worden van 1,52%.

Financieel

Het verloop van de dekkingsgraad werd in 2024 bepaald door twee factoren. Enerzijds is de rente licht gedaald, anderzijds was het beleggingsrendement positief. Per saldo was het effect van de rente en het beleggingsrendement op de dekkingsgraad positief. Per eind december 2024 bedroeg de actuele dekkingsgraad 120,8% (116,5% per eind 2023) en de beleidsdekkingsgraad 120,8% (116,2% per eind 2023).

Beleggingen

De beleggingsresultaten waren in 2024 positief met een rendement van 9,6%. Dit is hoger dan de benchmark die wij hanteren.

Verslaglegging en verantwoording

Het belanghebbendenorgaan is van mening dat de verslaglegging en het afleggen van verantwoording goed en professioneel geregeld zijn. De maandelijkse verslaglegging en de kwartaalrapportages stellen het belanghebbendenorgaan voldoende in staat het bestuur en de uitvoerders te beoordelen.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het Belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel.

Het Belanghebbendenorgaan adviseert op grond van het voorgaande positief ten aanzien het deel-jaarverslag 2024 met de financiële opstelling van Pensioenkring TotalEnergies Nederland en spreekt tevens zijn waardering uit naar het Bestuur van Stap over de wijze waarop het zich ingezet heeft om Pensioenkring TotalEnergies Nederland tijdig en zorgvuldig te betrekken bij en te informeren over het te voeren beleid.

‘s-Gravenhage, 28 mei 2025

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring TotalEnergies Nederland

Annelies de Wolf
Pim Ravia
Gijs van Dalen
Jan Riedijk 

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring TotalEnergies Nederland en het positieve oordeel over het in 2024 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring TotalEnergies Nederland voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report