Spring naar inhoud

3. Verslag Pensioenkring SVG

3.1 Kerngegevens

  2024   2023   2022   2021   2020
Aantal deelnemers                  
Actieven en arbeidsongeschikten 31   33   36   41   47
Gewezen deelnemers 3.626   3.841   4.524   4.749   4.929
Pensioengerechtigden 3.068   2.937   2.853   2.748   2.632
Totaal 6.725   6.811   7.413   7.538   7.608
                   
Dekkingsgraad                  
Beleidsdekkingsgraad 125,2%   120,4%   125,2%   119,9%   105,5%
Feitelijke dekkingsgraad 124,8%   122,0%   117,2%   125,0%   110,5%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,0%   104,0%   104,0%   104,0%   104,0%
Vereiste dekkingsgraad 114,5%   114,4%   114,3%   115,0%   114,7%
                   
Financiële positie (in € 1.000)                  
Pensioenvermogen 598.030   581.705   554.720   751.571   725.050
Technische voorzieningen risico pensioenkring 477.844   475.329   471.872   599.204   653.917
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 1.437   1.452   1.407   1.962   2.171
Eigen vermogen 118.749   104.924   81.441   150.405   68.962
Minimaal vereist eigen vermogen 19.154   19.052   18.916   24.015   26.217
Vereist eigen vermogen 69.335   68.671   67.444   90.262   96.150
                   
Premies en uitkeringen (in € 1.000)                  
Kostendekkende premie * 0   0   0   0   0
Gedempte premie * 0   0   0   0   0
Feitelijke premie * 0   0   0   0   0
Pensioenuitkeringen ** 24.502   24.080   22.011   21.573   21.174
                   
Toeslagen                  
Actieven en arbeidsongeschikten 1,73%   0,00%   10,12%   1,32%   0,00%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 1,73%   0,00%   10,12%   1,32%   0,00%
Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) 13,81%   12,90%   14,49%   6,96%   5,64%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief)
13,81%   12,90%   14,49%   6,96%   5,64%
                   
Beleggingsrendement                  
Per jaar 7,7%   10,6%   -23,0%   7,2%   6,7%
                   
Kostenratio`s                  
Pensioenuitvoeringskosten 0,12%   0,09%   0,09%   0,08%   0,08%
Vermogensbeheerkosten 0,35%   0,32%   0,29%   0,32%   0,36%
Transactiekosten 0,06%   0,10%   0,08%   0,07%   0,10%
                   
Gemiddelde duration (in jaren)                  
Actieven en arbeidsongeschikten 14,3   14,5   15,2   17,1   17,7
Gewezen deelnemers 17,1   17,2   18,0   20,2   21,0
Pensioengerechtigden 9,1   9,1   9,2   10,6   11,1
Totaal gemiddelde duration 11,7   11,9   12,3   14,4   15,2
                   
Gemiddelde rekenrente 2,25%   2,42%   2,79%   0,49%   0,04%

3.2 Algemene informatie

Pensioenkring SVG is vanaf 1 december 2016 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics overgedragen aan Stap Pensioenkring SVG door middel van een collectieve waardeoverdracht.

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Ab Ribbink (1957), voorzitter
namens de gewezen deelnemers
01-12-2016 01-12-2020 01-12-2024 01-12-2028
Bert Mögelin (1950), secretaris
namens de pensioengerechtigden
01-12-2016 01-12-2019 01-12-2023 01-12-2027
Ed de Bruijn (1967), lid
namens de werkgever
01-05-2017 01-12-2021 01-12-2025 01-12-2029

De tweede zittingstermijn van Ab Ribbink als lid en tevens voorzitter van het belanghebbendenorgaan namens de gewezen deelnemers liep op 1 december 2024 af. Ab Ribbink heeft zich herkiesbaar gesteld en is herkozen voor een derde zittingstermijn.

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG heeft in 2024 twee keer overleg gehad met het bestuur. In mei 2024 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2023 en het tweede overleg heeft in november 2024 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het jaarplan 2025, de toeslagverlening per 31 december 2024, het communicatiejaarplan 2025 en het pensioenreglement 2025 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur heeft het belanghebbendenorgaan in 2024 vijf eigen vergaderingen gehouden en in mei 2024 een overleg gehad met de raad van toezicht. Bij de eigen vergaderingen was een delegatie van het bestuursbureau aanwezig.

3.3 Pensioen paragraaf

Kenmerken regeling

Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten zijn de pensioenreglementen zoals deze laatstelijk golden bij de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics van toepassing. 

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst. Het betreft een zogenoemde gesloten pensioenkring. Er vindt geen actieve pensioenopbouw plaats met uitzondering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.

Pensioenleeftijd De pensioenregeling kent verschillende pensioenaanspraken met verschillende pensioenleeftijden.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief * Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 31 december 2023 33 2.851 86 3.841 6.811
Bij 0 208 3 11 222
Af 2 69 11 226 308
Per 31 december 2024 31 2.990 78 3.626 6.725

Financieringsbeleid

Binnen Pensioenkring SVG is geen sprake van opbouw van pensioen en daarmee geen sprake van premiebetaling. In Pensioenkring SVG zijn de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten van gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics overgenomen. Daarnaast wordt de premievrije pensioenopbouw wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, zoals deze laatstelijk werd genoten bij de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics, voorgezet bij Pensioenkring SVG. De daarvoor benodigde premie wordt gefinancierd uit een aparte voorziening voor arbeidsongeschiktheid. Deze voorziening voor de vrijgestelde premie bij arbeidsongeschiktheid is overgedragen vanuit de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics naar Pensioenkring SVG.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring SVG bedraagt 0,2% van het beheerd pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van de pensioenkring. 

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring SVG, komen ten goede aan, respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring SVG.

Klachten

Sinds 11 september 2023 is de "Gedragslijn Goed omgaan met Klachten" (hierna gedragslijn) van kracht geworden. In deze gedragslijn is vastgelegd hoe de pensioensector wil omgaan met klachten en het afleggen van verantwoording hierover. 

De wettelijke definitie van een klacht in de Wet toekomst pensioenen luidt: “Elke uiting van ontevredenheid van een persoon, gericht aan de pensioenuitvoerder, wordt beschouwd als een klacht”. Onder deze uitgebreidere wettelijke definitie valt ook een deelnemer die in een telefoongesprek aangeeft ‘niet zo blij te zijn’. De gedragslijn en de wettelijke definitie hebben behoorlijk veel impact op de wijze waarop pensioenuitvoeringsorganisatie TKP klachten registreert en rapporteert. Vanaf medio 2024 worden alle klantsignalen direct geregistreerd, ongeacht of deze schriftelijk of mondeling zijn geuit. 

Onder een geëscaleerde klacht wordt verstaan: "Klachten die in eerste instantie niet naar tevredenheid van de klant zijn opgelost en intern verder in behandeling worden genomen". 

Om de dienstverlening aan deelnemers voortdurend te verbeteren, wordt een gestructureerde en geïntegreerde aanpak gehanteerd. Hierbij staat de klantbeleving centraal: de manier waarop deelnemers alle interacties ervaren gedurende de volledige klantreis en via alle kanalen. De klachten van deelnemers worden geanalyseerd om de dienstverlening continu te verbeteren en te optimaliseren. Door klachten systematisch te onderzoeken, wordt inzicht verkregen in knelpunten en mogelijke verbeterkansen.

In onderstaande tabel staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2024 voor de vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn en volgens de AFM classificatie. In 2024 zijn 12 klachten afgehandeld, waaronder acht klachten over de pensioenberekening en -betaling.

Onderwerp Aantal klachten Geëscaleerde klachten
Afgehandelde klachten 2024 per onderwerp:    
- service en klantgerichtheid 0 0
- behandelingsduur 0 0
- informatieverstrekking 2 0
- deelnemersportaal 0 0
- keuzebegeleiding 0 0
- pensioenberekening en -betaling 8 0
-   registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 0 0
-   toepassing wet- en regelgeving: algemeen 1 0
-   toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0
-   financiële situatie 0 0
-   duurzaamheid 0 0
-   overig 1 0
Totaal 12 0

3.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2024 en 2023 opgenomen.

    2024     2023  
  in € miljoen Actuele
mix
in %
Strategische
mix
in %
in € miljoen Actuele
mix
in %
Strategische
mix
in %
Aandelen 200,6 33,8 31,2 178,2 30,9 31,2
Opkomende markten 34,3 5,8 5,5 30,2 5,2 5,5
Europa 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Wereldwijd 166,2 28,0 25,7 148,0 25,6 25,7
Vastgoed 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Vastrentende waarden* 374,7 66,2 68,8 366,3 69,1 68,8
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) 57,1 9,6 9,9 54,4 9,4 9,9
Bedrijfsobligaties Europa 57,7 9,7 9,9 54,9 9,5 9,9
Hypotheken Nederland 132,8 22,4 19,8 124,0 21,5 19,8
Green Bonds 19,4 3,3 3,5 18,8 3,3 3,5
Staatsleningen opkomende markten 34,2 5,8 5,3 29,1 5,0 5,3
Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties 0,0 0,0 20,4 44,1 7,6 8,1
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 73,4 12,4 41,0 7,1  
Liquiditeiten 49,3 8,3 73,1 12,7  
Overlay -31,1 -5,2 -40,3 -7,0 12,3
Interest Rate Swap -29,5 -5,0 -42,9 -7,4  
FX Forward -1,6 -0,3 2,6 0,5  
Totaal **/*** 593,5 100,0 100,0 577,3 100,0 100,0

In december 2024 is het beleggingsplan 2025 vastgesteld. Het beleggingsplan 2025 heeft als ingangsdatum 1 januari 2025.

Ten opzichte van het beleggingsplan 2024 zijn er voor het beleggingsplan 2025 geen wijzigingen in de strategische allocatie van de beleggingen aangebracht. 

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2024 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 17,7 17,5 0,2 5,6
Aandelen opkomende markten
(MM Global Emerging Markets Fund)
13,6 14,7 -1,0 0,7
Aandelen wereldwijd
(MM World Equity Index SRI Fund)
18,6 18,1 0,5 4,9
Vastrentende waarden 5,4 2,8 2,5 3,4
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Euro Credit ESG Fund)
5,1 4,7 0,4 0,5
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Credit Index Fund)
       
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
(MM Global Credit Ex Financials Fund – Unhedged)
4,9 4,9 0,0 0,5
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
7,1 1,0 6,1 1,6
Green Bonds
(MM Global Green Bond Fund)
3,2 3,0 0,2 0,1
Staatsleningen opkomende markten
(MM Global Emerging Market Debt Fund)
17,8 13,6 3,6 0,9
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties -1,3 -1,3 0,0 0,0
Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties -1,8 -1,8 0,0 -0,2
Liquiditeiten       0,4
Totaal exclusief overlay 8,9 7,2 1,5 9,5
Totaal overlay       -1,7
Interest Rate Swap       -0,1
FX Forward       -1,6
Totaal inclusief overlay ** 7,7     7,7

Toelichting resultaten beleggingen 2024

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 5,6%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM World Equity Index SRI Fund had met 4,9%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen 3,4%-punt bij aan het totaal rendement. Het MM Dutch Mortgage Fund leverde met 1,6%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico's en droeg in de verslagperiode -1,7%-punt bij aan het rendement. 

De renteswaps droegen met -0,1%-punt negatief bij aan het totale beleggingsresultaat, De afdekking van het renterisico heeft het gehele jaar rond het strategische niveau van 100% gefluctueerd, waarbij de verplichtingen qua looptijd evenredig zijn afgedekt. De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot de negatieve bijdrage vanwege de hogere kortetermijn rente. Dit effect was groter dan het positieve rendement op de swaps als gevolg van de dalende swaprente in 2024.

Per saldo leidde de afdekking van het valutarisico tot een negatieve bijdrage aan het rendement van -1,6%. Dit is met name een gevolg van het afdekken van de Amerikaanse dollar die sterker werd ten opzichte van de euro.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
Attributie beleggingscategorieën eind 2024    
Cijfers in % Allocatie effect Selectie effect
Aandelen 0,0 0,1
Vastrentende waarden 0,0 1,4
Liquiditeiten 0,0 0,0
Totaal 0,0 1,5

Het positieve relatieve rendement wordt veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Dutch Mortgage Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 1,2%-punt.

Uitvoering MVB-beleid

Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.

Screening en engagement

Eind 2024 werd met 26 bedrijven, waarin de pensioenkring via de MM-beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Eind 2024 werd de dialoog gevoerd met:

  • 14 bedrijven over incidenten in relatie tot de toeleveringsketen
  • 6 bedrijven over incidenten in relatie tot biodiversiteit, al dan niet in combinatie met de toeleveringsketen
  • 5 bedrijven over het mogelijk niet naleven van de OESO-richtlijnen of over specifiek mensenrechten
  • 8 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:
Mensenrechten Milieu Corruptie
6 1 1

De resultaten van alle engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 23 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd. Met 3 bedrijven is nog geen engagement traject gestart. In het merendeel van de gevallen omdat het bedrijf nog betrokken is bij lopende rechtszaken waardoor engagement veelal nog niet opportuun is.

Mijlpaal 1 Mijlpaal 2 Mijlpaal 3 Mijlpaal 4
2 5 15 1

De mijlpalen houden het volgende in: 

  • Mijlpaal 1: Probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
  • Mijlpaal 2: Reactie van een bedrijf ontvangen
  • Mijlpaal 3: Bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
  • Mijlpaal 4: Doelstelling van de engagement bereikt

Uitsluitingen

De pensioenkring belegt uitsluitend in de multi-manager beleggingsfondsen beheerd door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen.

Stemmen

De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.

Thema Overname Kapitaal-structuur Bestuur Reorganisatie & fusies Mensen-rechten Bedrijfs-specifiek Compensatie Overig
Uitgebrachte
stemmen
6 36 200 21 0 68 62 1
Afwijkend van
management
onderneming
0 0 11 1 0 0 10 1
Afwijkend van advies
stemadviesbureau
0 0 0 0 0 0 0 0

Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij vier Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.

Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:

  • Er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld
  • Bij een onderneming is er tegen het langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen

3.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2024 2023 2024 2023
Soort kosten % * % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 718 619 0,12 0,09
Kosten vermogensbeheer 2.035 1.779 0,35 0,32
Transactiekosten 334 562 0,06 0,10
Totaal ** 3.087 2.960 0,53 0,51

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap voor Pensioenkring SVG. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 

  2024 2023 2024 2023
Soort kosten % * % *
Administratiekostenvergoeding 304 309 0,05 0,05
Administratiekostenvergoeding meerwerk 24 14 0,00 0,00
Exploitatiekosten Stap 512 397 0,09 0,06
Overige kosten 35 19 0,01 0,00
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -157 -120 -0,03 -0,02
Totaal ** 718 619 0,12 0,09

De administratiekostenvergoeding is in 2024 toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 2,52% voor 2024. De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2024 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (512). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. De exploitatiekosten zijn in 2024 voornamelijk toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp.

Onder overige kosten zijn de bankkosten, contributies en bijdragen en kosten voor communicatie-uitingen opgenomen. De overige kosten zijn in 2024 toegenomen door de onderzoeken die zijn uitgevoerd, doordat er meer mailingen zijn verstuurd en omdat de bankkosten zijn toegenomen.

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

  2024 2023
Uitvoeringskosten pensioenbeheer    
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer (in € 1.000) 718 619
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * 232 208

De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2023 op totaalniveau met 15% gestegen door de toename van de totale uitvoeringskosten pensioenbeheer. Deze kosten zijn met name toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp.

Voor de kosten per actieve deelnemer/pensioengerechtigde is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 2.035 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

      2024 2023
Kosten vermogensbeheer    
Directe kosten vermogensbeheer     1.134 1.083
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat)     901 696
Totale kosten van vermogensbeheer     2.035 1.779

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten: 

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie;
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst;
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (1.134) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (1.172). Een deel van deze directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (33) en deze zijn hierna in de paragraaf Transactiekosten verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (6) bij de vermogensbeheerder hier onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoedingexternemanagers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager.
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2024 2023 2024 2023
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 333 260 0,06 0,05
Vastgoed 0 0 0,00 0,00
Vastrentende waarden 1.094 907 0,19 0,16
Overig 451 492 0,08 0,09
Totaal 1.879 1.659 0,32 0,30
Allocatie vanuit pensioenbeheer 157 120 0,03 0,02
Totaal ** 2.035 1.779 0,35 0,32

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2024 0,03%-punt hoger dan in 2023 (0,32%). De stijging van de kosten vermogensbeheer is voornamelijk het gevolg van de gestegen prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de portefeuille met vastrentende waarden.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn, worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen;

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddeld belegd vermogen.

  2024 2023 2024 2023
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 75 90 0,01 0,02
Vastrentende waarden 218 468 0,04 0,08
Overig 41 4 0,01 0,00
Totaal ** 334 562 0,06 0,10

In bovenstaande kosten is geen bedrag (2023: een bedrag van 72) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten in 2024 zijn 0,04%-punt lager dan vorig jaar (2023: 0,10%). Deze daling is voornamelijk het gevolg van de lagere kosten in de categorie vastrentende waarden. Dit kan worden verklaard doordat de portefeuille met vastrentende waarden begin 2023 gewijzigd, waardoor de transactiekosten in dat jaar hoger waren dan in 2024.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2024 bedroegen 0,35% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,03%-punt (2023: 0,00%-punt afgerond) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Hier stond een gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen van 0,19%-punt ten opzichte van de benchmarks tegenover. Deze percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde standen in 2024 en op basis van de totale portefeuille. In absolute getallen heeft het actief beheer een opbrengst opgeleverd van 1.269 ten opzichte van 155 aan kosten.

Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2024 0,2% op jaarbasis. Een tracking error van 0,2% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,2% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,7% is. En er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,4% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen.
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn.
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten).
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten.

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

3.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2024 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. De rente heeft in 2024 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 7,7% zorgde daarentegen voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2024 gestegen van 122,0% naar 124,8%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2024 toegenomen van 120,4% naar 125,2% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 114,5%. Daarmee is ultimo 2024 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2024 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 124,8%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus
Cijfers in % 2024 2023
Beleidsdekkingsgraad 125,2 120,4
Feitelijke dekkingsgraad 124,8 122,0
Dekkingsgraad op basis van marktrente 124,8 122,0
Reële dekkingsgraad 97,5 92,8
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,0 104,0
Vereiste dekkingsgraad 114,5 114,4
Rekenrente vaststelling TV 2,25 2,42

Herstelplan

De pensioenkring hoefde in 2024 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (120,4%) per 31 december 2023 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen per 31 december 2023. Daardoor had Pensioenkring SVG eind 2023 geen reservetekort.

De situatie is eind 2024 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (125,2%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (114,5%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en -rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden gespreid over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (125,2%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2024 voor Pensioenkring SVG dus niet aan de orde. 

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid). De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI) is de grens waarbij de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring SVG per 30 september 2024 gelijk aan 132,0%. 

Toeslagbeleid

Het toeslagbeleid van Pensioenkring SVG is voorwaardelijk. De toeslag op de pensioenaanspraken en -rechten van de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de toeslagverlening. Hiermee wordt bedoeld de stand van de consumentenprijsindex per 30 september van het voorafgaande jaar en de stand van dezelfde prijsindex per 30 september in het jaar van toekenning van de voorwaardelijke toeslag.

Een negatieve inflatie (deflatie) zal niet leiden tot een neerwaartse aanpassing. Het toeslagpercentage zal alsdan gesteld worden op 0. Het streven is een realistisch toeslagbeleid op basis van het consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid). Het beleid is erop gericht om op de lange termijn circa 70% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.

Per 31 december 2024 is een toeslag verleend van 1,73% (2023: 0,00%) aan de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring SVG.

Richtlijnen voor toeslagen

Voor het toeslagbeleid van Pensioenkring SVG worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Het toeslagbeleid is voorwaardelijk en afhankelijk van het behaalde beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring.
  • Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement dat resteert na de toevoeging aan de technische voorzieningen van het benodigde rendement en de wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.
  • Toeslagen worden gegeven op grond van een toekomstbestendige toeslagverlening. Dit houdt in beginsel het volgende in:
    • Bij een BDG die lager is dan 110% worden er geen toeslagen verleend;
    • Bij een BDG boven de TBI-grens kan de volledige toeslag worden gegeven;
    • Bij een BDG tussen de 110% en de TBI-grens kan een toeslag worden gegeven die naar verwachting in de toekomst te realiseren is (ongeveer naar rato). 
  • De BDG wordt bepaald door het gemiddelde van de feitelijke dekkingsgraden te nemen over de afgelopen 12 maanden. De BDG per 30 september is leidend voor de bepaling van de toeslag.
  • De TBI-grens wordt jaarlijks bepaald door het vermogen vast te stellen wat nodig is boven een BDG van 110% om een levenslange samengestelde toeslag van de CPI te geven.
  • Inhaaltoeslagen kunnen gegeven worden indien de BDG hoger is dan de TBI-grens en het vereist vermogen.
  • Het bestuur heeft de discretionaire bevoegdheid om binnen de wettelijke grenzen van de berekende toeslag af te wijken.

Inhaaltoeslag

Wanneer de BDG boven de TBI-grens uitkomt, mag 20% van het vermogen boven deze grens gebruikt worden voor het ongedaan maken van kortingen en of het inhalen van gemiste toeslagen. Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal in onderstaande volgorde worden toegepast:

  • volledige toeslagverlening;
  • herstel van kortingen;
  • inhaal van indexatieachterstand (vanaf 1 december 2016). 

Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (125,2%) lager dan de TBI-grens (132,0%). Het inhalen van indexatieachterstand is per 31 december 2024 voor Pensioenkring SVG dus niet aan de orde. 

3.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen.

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2024 2023
Resultaat op beleggingen 26.720 40.520
Resultaat op wijziging RTS -4.141 -17.827
Resultaat op waardeoverdrachten 113 -69
Resultaat op kosten -124 -43
Resultaat op uitkeringen -109 -110
Resultaat op kanssystemen -499 633
Resultaat op toeslagverlening -7.982 -71
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen -195 275
Resultaat op andere oorzaken 42 175
Totaal saldo van baten en lasten 13.825 23.483

Toelichting actuarieel resultaat

In 2024 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
  • de benodigde interesttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 26.720. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2024 positief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2024 ligt gemiddeld genomen onder de RTS ultimo 2023. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2024 met circa 0,17%-punt gedaald. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -4.141.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt -499.

Toeslagverlening

In het boekjaar is (gedeeltelijke) toeslag verleend van 1,73% aan de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden van de pensioenkring. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt -7.982.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt -195. Dit resultaat wordt veroorzaakt door het omzetten van het partnerpensioen van niet-uitruilbaar naar uitruilbaar (-1.250), de overgang naar de Prognosetafel AG2024 (927), de actualisatie van de ervaringssterfte (390) en de kostenvoorziening (-262).

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 114,5%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen zou deze uitkomen op 115,5%.

​3.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring en het financieel crisisplan. In 2024 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring SVG
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. Niet van toepassing, Pensioenkring SVG is namelijk een gesloten pensioenkring.

Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn:
De risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) met een bandbreedte van 12% en 18%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring SVG is dit vertaald naar: een toeslagambitie van 70 % van de maatstaf. De maatstaf wordt vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 30 september.
Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het VEV met een bandbreedte van 12% en 18%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau voor het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 90%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau voor het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 90%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 35%.

Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring SVG is dit vertaald naar: en proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.

De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2024 is de RSA eind 2024 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. 

Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.

Matching/Renterisico

Het matching en renterisico is in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.

Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2024 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
  • De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
  • De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
  • De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement). 
  • De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.

Gedurende 2024 is de strategische afdekking van het renterisico onveranderd 100% geweest.

Marktrisico

In hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.

Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar

De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 127,6 129,5 131,5 133,5 135,6 137,6 139,7
10% 124,1 125,8 127,5 129,3 131,1 132,9 134,7
0% 120,6 122,1 123,6 124,8 126,6 128,2 129,8
-10% 117,1 118,3 119,6 120,9 122,2 123,5 124,8
-20% 113,6 114,6 115,6 116,7 117,7 118,8 119,8

3.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring SVG

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG is per 1 december 2016 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring SVG van start is gegaan. 

Samenstelling belanghebbendenorgaan Pensioenkring SVG

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de werkgever, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. Het belanghebbendenorgaan bestaat uit drie leden. 
Het afgelopen jaar hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van het belanghebbendenorgaan. De heer Ribbink is per 1 december 2024 herbenoemd voor een nieuwe termijn van 4 jaar als lid en voorzitter van het belanghebbendenorgaan. 

De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per datum van publicatie van het jaarverslag 2024 als volgt:

  • Ab Ribbink (voorzitter) – namens de werknemers
  • Bert Mögelin (secretaris) – namens de pensioengerechtigden
  • Ed de Bruijn – namens de werkgever

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Reglement Belanghebbendenorgaan SVG.

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2024

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 twee vergaderingen gehad met het bestuur. De eerste vergadering met het bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het jaarverslag 2023 en de financiële opstelling van Pensioenkring SVG. De tweede vergadering vond plaats in november. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het pensioenreglement 2025 en reglementsfactoren, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2025 van de pensioenkring behandeld.

In mei 2024 heeft het belanghebbendenorgaan overleg gevoerd met de raad van toezicht. Er is een open gesprek gevoerd over de gang van zaken bij Stap en de voorbereiding op de implementatie van de Wtp.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 vijf eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld:

  • Pilot videobellen
  • Resultaten campagnes 2023
  • Verkiezingen
  • Zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
  • Jaarwerk 2023
  • Wet toekomst pensioenen
  • Haalbaarheidstoets
  • Ervaringssterfte

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.

Informatie-uitwisseling

Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Daarnaast hebben de leden van het belanghebbendenorgaan toegang tot SPO-Perform.

Stap heeft in 2024 twee themadagen voor leden van belanghebbendenorganen georganiseerd. Op de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals de Wtp en de “lessons learned” met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap die zal invaren in het nieuwe stelsel, namelijk Pensioenkring Holland Casino. Daarnaast is aandacht besteed aan digitale vaardigheden, interne auditfunctie en compliance onderwerpen. Een aantal leden van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG heeft deze themadagen bijgewoond. 

Zelfevaluatie

Het belanghebbendenorgaan heeft in april 2024 de zelfevaluatie over 2023 besproken. Op basis van een specifieke vragenlijst is in 2024 een nieuwe zelfevaluatie uitgevoerd. Hierbij is onder meer in kaart gebracht in welke aandachtsgebieden de behoefte aan kennisverdieping ligt bij de leden en aan  samenwerking binnen het BO en in relatie tot het bestuur en het bestuursbureau.  In het overleg met het bestuur en RvT zijn in mei 2024 de aandachtspunten besproken.

Goedkeuring en advies in 2024

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 goedkeuring verleend aan:

  • Het jaarplan en de begroting 2025 van de pensioenkring
  • Het reglement belanghebbendenorgaan
  • Het voorstel voor de aanpassing van de pensioenbeheerkosten van de pensioenkring
  • Het omzetten van de ILB-allocatie naar nominale staatsobligaties
  • Na de pilot een vervolg geven aan de inzet van videogesprekken in de keuzebegeleiding

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 advies gegeven over:

  • Het deel-jaarverslag 2023 en de financiële opstelling van de pensioenkring over 2023
  • De ABTN 2024 van de pensioenkring
  • Het pensioenreglement inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2025 van de pensioenkring Het communicatiejaarplan 2025 van de pensioenkring

Het beleggingsplan 2025 van STAP en de daarin opgenomen beleggingsbeliefs zijn met het bestuur bediscussieerd.

Bevindingen

Deze verklaring heeft betrekking op het verslagjaar 2024. Het belanghebbendenorgaan heeft de volgende bevindingen.

Financieel

Het verloop van de dekkingsgraad werd in 2024 bepaald door twee factoren. Enerzijds is de rente licht gedaald, anderzijds was het beleggingsrendement over alle beleggingscategorieën positief. Per saldo was het effect van de rente en het beleggingsrendement op de dekkingsgraad positief. Per eind december 2024 bedroeg de actuele dekkingsgraad 124,8% (122,0% per eind 2023) en de beleidsdekkingsgraad 125,2% (120,4% per eind 2023).

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in 2024 bedroeg 7,7%. De categorie aandelen droeg 5,6% bij aan het totaalrendement, en de vastrentende waardes 3,4%. Verder leverde de overlay (resultaten uit valutaswaps en renteforwards) nog een bijdrage van -1,7%. 

Toeslagverlening

De pensioenen zijn per 31 december 2024 verhoogd. De maatstaf voor toeslagverlening was positief (+2,54%) en op basis van de financiële positief per 30 september 2024 kon er per 31 december 2024 aan alle deelnemers van de pensioenkring een gedeeltelijke toeslag verleend worden van 1,73%. 

Verslaglegging en verantwoording

Ten aanzien van verslaglegging en verantwoording is het belanghebbendenorgaan van mening dat er adequate maand- en kwartaalrapportages en risicomanagementrapportages worden verstrekt, die ruim voldoende diepgang verschaffen om de taken en verantwoordelijkheden uit te voeren. Het belanghebbendenorgaan heeft voorts een professionele indruk van het bestuur en het bestuursbureau. 

Vooruitblik

Het belanghebbendenorgaan blijft de ontwikkelingen met betrekking tot de Wet toekomst pensioenen op de voet volgen. Voor Pensioenkring SVG is, als gesloten pensioenkring, een overgang naar het nieuwe pensioenstelsel mogelijk, en mogelijk wenselijk. Momenteel wordt door KPN een transitievoorstel opgesteld, waarbij wordt nagegaan of  een invaarverzoek mogelijk en nuttig is. Naar verwachting wordt hierover binnenkort door KPN voor 1 juli 2025 een beslissing genomen.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel:

  • Het bestuur heeft voldoende en tijdig informatie verstrekt waarmee het belanghebbendenorgaan zich een positief oordeel heeft kunnen vormen over het gevoerde beleid in 2024;
  • Met het bestuur zijn gedurende 2024 discussies gevoerd, waarbij in een aantal gevallen de adviezen van het belanghebbendenorgaan Pensioenkring SVG zijn overgenomen. Met name over het ESG beleggingsbeleid heeft het BO bij het bestuur aangegeven dat vanuit de in 2023 uitgevoerde deelnemers enquête naar voren is gekomen dat dit beleid wordt ondersteund, maar dat de kring SVG hier geen voortrekkersrol ambieert.

Utrecht, 9 mei 2025
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring SVG

Ab Ribbink (voorzitter)
Ed de Bruijn
Bert Mögelin

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG en het positieve oordeel over het in 2024 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report