5.1 Kerngegevens
| 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | 2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal deelnemers | |||||||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 57 | 69 | 77 | 85 | 94 | ||||
| Gewezen deelnemers | 4.127 | 4.318 | 4.748 | 4.956 | 5.151 | ||||
| Pensioengerechtigden | 4.374 | 4.335 | 4.294 | 4.285 | 4.284 | ||||
| Totaal | 8.558 | 8.722 | 9.119 | 9.326 | 9.529 | ||||
| Dekkingsgraad | |||||||||
| Beleidsdekkingsgraad | 134,1% | 128,1% | 135,8% | 129,0% | 108,5% | ||||
| Feitelijke dekkingsgraad | 133,3% | 129,2% | 122,5% | 134,9% | 116,6% | ||||
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,0% | 104,0% | 104,0% | 104,0% | 104,0% | ||||
| Vereiste dekkingsgraad | 118,9% | 118,7% | 118,6% | 119,4% | 119,3% | ||||
| Financiële positie (in € 1.000) | |||||||||
| Pensioenvermogen | 1.793.102 | 1.712.099 | 1.602.566 | 2.149.555 | 2.000.181 | ||||
| Technische voorzieningen risico pensioenkring | 1.345.547 | 1.325.171 | 1.308.109 | 1.593.518 | 1.715.170 | ||||
| Eigen vermogen | 447.555 | 386.928 | 294.457 | 556.037 | 286.112 | ||||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 53.963 | 53.168 | 52.514 | 63.899 | 68.775 | ||||
| Vereist eigen vermogen | 254.287 | 248.058 | 243.214 | 308.887 | 330.667 | ||||
| Premies en uitkeringen (in € 1.000) | |||||||||
| Kostendekkende premie * | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Gedempte premie * | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Feitelijke premie * | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Pensioenuitkeringen | 67.368 | 67.260 | 57.819 | 56.130 | 55.988 | ||||
| Toeslagen | |||||||||
| Basis (alle deelnemers) | 2,51% | 0,00% | 15,79% | 2,57% | 0,00% | ||||
| Aanvullend (Tra-gerechtigd) ** | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,25% | ||||
| Inhaal (actieve deelnemers per 1-1-2012) | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,08% | 0,00% | ||||
| Inhaal (inactieve deelnemers per 1-1-2012) | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,21% | 0,00% | ||||
| Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers en pensioengerechtigden (cumulatief) *** |
3,15% | 3,58% | 5,67% | 6,31% | 8,79% | ||||
| Beleggingsrendement | |||||||||
| Per jaar | 9,0% | 11,0% | -22,9% | 10,5% | 6,9% | ||||
| Kostenratio`s | |||||||||
| Pensioenuitvoeringskosten | 0,06% | 0,06% | 0,05% | 0,04% | 0,04% | ||||
| Vermogensbeheerkosten | 0,23% | 0,19% | 0,19% | 0,24% | 0,27% | ||||
| Transactiekosten | 0,06% | 0,12% | 0,07% | 0,05% | 0,06% | ||||
| Gemiddelde duration (in jaren) | |||||||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 17,0 | 16,4 | 17,0 | 18,9 | 19,6 | ||||
| Gewezen deelnemers | 21,2 | 21,0 | 21,5 | 23,3 | 23,8 | ||||
| Pensioengerechtigden | 8,7 | 8,6 | 8,5 | 9,7 | 10,1 | ||||
| Totaal gemiddelde duration | 13,5 | 13,5 | 13,9 | 16,1 | 16,9 | ||||
| Gemiddelde rekenrente | 2,21% | 2,38% | 2,70% | 0,52% | 0,11% |
5.2 Algemene informatie
Pensioenkring Douwe Egberts is vanaf 1 april 2018 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting Pensioenfonds Douwe Egberts overgedragen aan Stap Pensioenkring Douwe Egberts door middel van een collectieve waardeoverdracht.
De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:
| Naam lid belanghebbendenorgaan | Ingangsdatum zittingstermijn | Einddatum 1ste zittingstermijn | Einddatum 1ste herbenoeming | Laatste termijn eindigt op |
|---|---|---|---|---|
| Menno Vink (1989), voorzitter namens de gewezen deelnemers |
01-09-2024 | 01-07-2025 | 01-07-2029 | 01-07-2029*) |
| Louis Haring (1955), secretaris namens pensioengerechtigden |
01-07-2022 | 01-07-2026 | 01-07-2030 | 01-07-2034 |
| Willem Krul (1968), lid namens de gewezen deelnemers |
01-07-2023 | 01-07-2027 | 01-07-2031 | 01-07-2035 |
| Stef van Leeuwe (1951), lid namens pensioengerechtigden |
01-07-2024 | 01-07-2028 | 01-07-2032 | 01-07-2036 |
In verband met het overlijden van Elvin van den Hoek heeft het belanghebbendenorgaan Menno Vink bereid gevonden om opnieuw toe te treden tot het belanghebbendenorgaan. Op 1 september 2024 is Menno Vink toegetreden als lid namens de gewezen deelnemers in de rol van voorzitter.
Op 1 juli 2024 eindigde de tweede zittingstermijn van Wim Bakkers als lid van het belanghebbendenorgaan namens de pensioengerechtigden. Wim Bakkers vervulde de rol van secretaris en de laatste maanden als waarnemend voorzitter en heeft zichzelf niet herkiesbaar gesteld. De vacature die hierdoor ontstond is per 1 juli 2024 ingevuld met de benoeming van Stef van Leeuwe als lid namens pensioengerechtigden. De rol van secretaris die Wim Bakkers bekleedde, is per 1 juli 2024 overgenomen door Louis Haring.
Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts heeft in 2024 twee keer een overleg gehad met het bestuur. In mei 2024 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2023 en het tweede overleg heeft in november 2024 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het jaarplan 2025, de toeslagverlening per 31 december 2024, het communicatiejaarplan 2025 en het pensioenreglement 2025 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur heeft het belanghebbendenorgaan in mei 2024 een overleg gehad met de raad van toezicht en vijf eigen vergaderingen gehouden. Bij de eigen vergaderingen was een delegatie van het bestuursbureau aanwezig.
5.3 Pensioen paragraaf
Kenmerken regeling
Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten zijn de pensioenreglementen zoals deze laatstelijk golden bij de voormalige Stichting Pensioenfonds Douwe Egberts van toepassing.
De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:
| Pensioenregeling | De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst. Het betreft een zogenoemde gesloten pensioenkring. Er vindt geen actieve pensioenopbouw plaats met uitzondering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. |
|---|---|
| Pensioenleeftijd | De pensioenregelingen kennen verschillende pensioenaanspraken met verschillende pensioenleeftijden. |
| Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid | Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. |
Ontwikkelingen in aantallen deelnemers
In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.
| Deelnemers | Actief * | Ingegaan OP/NP ** | Ingegaan WzP | Gewezen ** | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Per 31 december 2023 | 69 | 4.287 | 48 | 4.318 | 8.722 |
| Bij | 0 | 253 | 1 | 8 | 262 |
| Af | 12 | 209 | 6 | 199 | 426 |
| Per 31 december 2024 | 57 | 4.331 | 43 | 4.127 | 8.558 |
Financieringsbeleid
Binnen Pensioenkring Douwe Egberts is geen sprake van opbouw van pensioen en daarmee geen sprake van premiebetaling. In Pensioenkring Douwe Egberts zijn de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten van gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds overgenomen. Daarnaast wordt de premievrije pensioenopbouw wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, zoals deze laatstelijk werd genoten bij de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds voorgezet bij Pensioenkring Douwe Egberts. De daarvoor benodigde premie wordt gefinancierd uit een aparte voorziening voor arbeidsongeschiktheid. Deze voorziening voor de vrijgestelde premie bij arbeidsongeschiktheid is overgedragen vanuit de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds naar Pensioenkring Douwe Egberts.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen voor de Pensioenkring Douwe Egberts bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van de pensioenkring.
Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring Douwe Egberts, komen ten goede aan, respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring Douwe Egberts.
Klachten
Sinds 11 september 2023 is de "Gedragslijn Goed omgaan met Klachten" (hierna gedragslijn) van kracht geworden. In deze gedragslijn is vastgelegd hoe de pensioensector wil omgaan met klachten en het afleggen van verantwoording hierover.
De wettelijke definitie van een klacht in de Wet toekomst pensioenen luidt: “Elke uiting van ontevredenheid van een persoon, gericht aan de pensioenuitvoerder, wordt beschouwd als een klacht”. Onder deze uitgebreidere wettelijke definitie valt ook een deelnemer die in een telefoongesprek aangeeft ‘niet zo blij te zijn’. De gedragslijn en de wettelijke definitie hebben behoorlijk veel impact op de wijze waarop pensioenuitvoeringsorganisatie TKP klachten registreert en rapporteert. Vanaf medio 2024 worden alle klantsignalen direct geregistreerd, ongeacht of deze schriftelijk of mondeling zijn geuit.
Onder een geëscaleerde klacht wordt verstaan: "Klachten die in eerste instantie niet naar tevredenheid van de klant zijn opgelost en intern verder in behandeling worden genomen".
Om de dienstverlening aan deelnemers voortdurend te verbeteren, wordt een gestructureerde en geïntegreerde aanpak gehanteerd. Hierbij staat de klantbeleving centraal: de manier waarop deelnemers alle interacties ervaren gedurende de volledige klantreis en via alle kanalen. De klachten van deelnemers worden geanalyseerd om de dienstverlening continu te verbeteren en te optimaliseren. Door klachten systematisch te onderzoeken, wordt inzicht verkregen in knelpunten en mogelijke verbeterkansen.
In onderstaande tabel staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2024 voor de vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn en volgens de AFM classificatie. In 2024 zijn 16 klachten afgehandeld, waaronder negen klachten over de pensioenberekening en -betaling.
| Onderwerp | Aantal klachten | Geëscaleerde klachten |
|---|---|---|
| Afgehandelde klachten 2024 per onderwerp: | ||
| - service en klantgerichtheid | 0 | 0 |
| - behandelingsduur | 0 | 0 |
| - informatieverstrekking | 3 | 0 |
| - deelnemersportaal | 1 | 0 |
| - keuzebegeleiding | 0 | 0 |
| - pensioenberekening en -betaling | 9 | 0 |
| - registratie werknemersgegevens/datakwaliteit | 0 | 0 |
| - toepassing wet- en regelgeving: algemeen | 1 | 0 |
| - toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie | 0 | 0 |
| - financiële situatie | 2 | 0 |
| - duurzaamheid | 0 | 0 |
| - overig | 0 | 0 |
| Totaal | 16 | 0 |
5.4 Vermogensbeheer
Beleggingsmix
In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2024 en 2023 opgenomen.
| 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in € miljoen | Actuele mix in % | Strategische mix in % | in € miljoen | Actuele mix in % | Strategische mix in % | |
| Aandelen | 809,5 | 45,1 | 43,0 | 729,1 | 42,5 | 43,0 |
| Ontwikkelde markten | 669,3 | 37,3 | 35,5 | 605,6 | 35,3 | 35,5 |
| Opkomende markten | 140,2 | 7,8 | 7,5 | 123,4 | 7,2 | 7,5 |
| Vastrentende waarden * | 951,3 | 54,9 | 57,0 | 911,4 | 57,5 | 57,0 |
| Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) | 154,9 | 8,6 | 8,5 | 139,5 | 8,1 | 8,5 |
| Bedrijfsobligaties Europa | 155,4 | 8,7 | 8,5 | 140,7 | 8,2 | 8,5 |
| Hypotheken Nederland | 285,0 | 15,9 | 15,0 | 266,1 | 15,5 | 15,0 |
| Green bonds | 54,5 | 3,0 | 3,0 | 49,9 | 2,9 | 3,0 |
| Staatsleningen opkomende markten | 96,5 | 5,4 | 5,0 | 81,9 | 4,8 | 5,0 |
| Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties | - | - | 154,2 | 9,0 | 9,5 | |
| Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties | 205,0 | 11,4 | 79,0 | 4,6 | ||
| Liquiditeiten | 156,3 | 8,7 | 193,6 | 11,3 | ||
| Overlay | -122,9 | -6,8 | 17,0 | -120,6 | -7,0 | 7,5 |
| Interest Rate Swap | -100,2 | -5,6 | -132,1 | 7,7 | ||
| FX Forward | -22,7 | -1,3 | 11,4 | 0,7 | ||
| Totaal ** / *** | 1.794,3 | 100,0 | 100,0 | 1.713,5 | 100,0 | 100,0 |
In december 2024 is het beleggingsplan 2025 vastgesteld. Het beleggingsplan 2025 heeft als ingangsdatum 1 januari 2025.
Ten opzichte van het beleggingsplan 2024 zijn er voor het beleggingsplan 2025 geen wijzigingen in de strategische allocatie van de beleggingen aangebracht. Wel is de afdekking van het renterisico (op marktrente) opgehoogd van 70% naar 100%.
Resultaten beleggingen
In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2024 weergegeven.
| Cijfers in % | Pensioenkring * | Benchmark | Relatief | Bijdrage aan totaal rendement |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 17,8 | 17,5 | 0,2 | 7,9 |
| Aandelen ontwikkelde markten (MM World Equity Index SRI Fund) |
18,6 | 18,1 | 0,5 | 6,9 |
| Aandelen opkomende markten (MM Global Emerging Markets Fund) |
13,6 | 14,7 | -1,0 | 1,0 |
| Vastrentende waarden | 5,3 | 3,0 | 2,2 | 2,7 |
| Bedrijfsobligaties Europa (MM Euro Credit ESG Fund) |
5,1 | 4,7 | 0,4 | 0,4 |
| Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) (MM Global Credit Ex Financials Fund - Unhedged) |
4,9 | 4,9 | 0,0 | 0,4 |
| Hypotheken Nederland (MM Dutch Mortgage Fund) |
7,1 | 1,0 | 6,1 | 1,1 |
| Green Bonds (MM Global Green Bond Fund) |
3,2 | 3,0 | 0,2 | 0,1 |
| Staatsleningen opkomende markten (MM Global Emerging Market Debt Fund) |
17,8 | 13,6 | 3,6 | 0,9 |
| Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties | -1,3 | -1,3 | 0,0 | 0,0 |
| Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties | -1,7 | -1,7 | 0,0 | -0,2 |
| Liquiditeiten | 0,4 | |||
| Totaal exclusief overlay | 10,3 | 9,0 | 1,2 | 10,9 |
| Totaal overlay | -1,9 | |||
| Interest Rate Swap | -0,2 | |||
| FX Forward | -1,7 | |||
| Totaal inclusief overlay | 9,0 | 9,0 |
Toelichting resultaten beleggingen 2024
In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden toegelicht.
(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.
Toelichting resultaten aandelen
Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 7,9%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM World Equity Index SRI Fund had met 6,9%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.
Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.
Toelichting resultaten vastrentende waarden
Vastrentende waarden droegen 2,7%-punt bij aan het totaal rendement. Het MM Dutch Mortgage Fund leverde met 1,1%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.
Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 12.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.
Toelichting resultaten overlay
De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode -1,9%-punt bij aan het rendement.
De renteswaps droegen met -0,2%-punt negatief bij aan het totale beleggingsresultaat. De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot de negatieve bijdrage vanwege de hogere korte termijn rente. Dit effect was groter dan het positeve rendement op de swaps als gevolg van de dalende swaprente in 2024.
Per saldo leidde de afdekking van het valutarisico tot een negatieve bijdrage aan het rendement van -1,7%-punt. Dit is met name een gevolg van het afdekken van de Amerikaanse dollar die sterker werd ten opzichte van de euro.
Attributie analyse
De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:
- allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
- selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
| Attributie beleggingscategorieën eind 2024 | ||
|---|---|---|
| Cijfers in % * | Allocatie effect | Selectie effect |
| Aandelen | 0,0 | 0,1 |
| Vastrentende waarden | 0,0 | 1,1 |
| Liquiditeiten | 0,0 | 0,0 |
| Totaal | 0,0 | 1,2 |
Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Dutch Mortgage Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 0,9%- punt.
Uitvoering MVB-beleid
Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid (MVB-beleid) van Stap is beschreven in het hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.
Screening en engagement
Eind 2024 werd met 26 bedrijven, waarin de pensioenkring via de multi-manager beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Eind 2024 werd de dialoog gevoerd met:
- 14 bedrijven over incidenten in relatie tot de toeleveringsketen
- 6 bedrijven over incidenten in relatie tot biodiversiteit, al dan niet in combinatie met de toeleveringsketen
- 5 bedrijven over het mogelijk niet naleven van de OESO-richtlijnen of over specifiek mensenrechten
- 8 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:
| Mensenrechten | Milieu | Corruptie |
|---|---|---|
| 6 | 1 | 1 |
De resultaten van de engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 23 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd. Met 3 bedrijven is nog geen engagement traject gestart. In het merendeel van de gevallen omdat het bedrijf nog betrokken is bij lopende rechtszaken waardoor engagement veelal nog niet opportuun is.
| Mijlpaal 1 | Mijlpaal 2 | Mijlpaal 3 | Mijlpaal 4 |
|---|---|---|---|
| 2 | 5 | 15 | 1 |
De mijlpalen houden het volgende in:
- Mijlpaal 1: Probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
- Mijlpaal 2: Reactie van een bedrijf ontvangen
- Mijlpaal 3: Bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
- Mijlpaal 4: Doelstelling van de engagement bereikt
Uitsluitingen
De pensioenkring belegt in multi-manager beleggingsfondsen die beheerd worden door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen.
Stemmen
De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.
| Thema | Overname | Kapitaal-structuur | Bestuur | Reorganisatie & fusies | Mensen-rechten | Bedrijfs-specifiek | Compensatie | Overig |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitgebrachte stemmen |
52 | 445 | 4390 | 122 | 19 | 1601 | 712 | 106 |
| Afwijkend van management onderneming |
3 | 25 | 298 | 24 | 12 | 72 | 112 | 45 |
| Afwijkend van advies stemadviesbureau |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Nederlandse beurgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij vier Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.
Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:
- Er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld
- Bij een onderneming is er tegen het langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen
5.5 Kostentransparantie
Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (voor Stap 30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Soort kosten | € | € | % * | % * |
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer | 1.122 | 986 | 0,06 | 0,06 |
| Kosten vermogensbeheer | 3.963 | 3.176 | 0,23 | 0,19 |
| Transactiekosten | 970 | 1.901 | 0,06 | 0,12 |
| Totaal ** | 6.055 | 6.063 | 0,35 | 0,37 |
De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.
Uitvoeringskosten pensioenbeheer
Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Soort kosten | € | € | % * | % * |
| Administratiekostenvergoeding | 477 | 484 | 0,03 | 0,03 |
| Administratiekostenvergoeding meerwerk | 54 | 17 | 0,00 | 0,00 |
| Exploitatiekosten | 722 | 572 | 0,04 | 0,04 |
| Overige kosten | 89 | 85 | 0,01 | 0,00 |
| Allocatie naar kosten vermogensbeheer | -220 | -172 | -0,01 | -0,01 |
| Totaal ** | 1.122 | 986 | 0,06 | 0,06 |
De administratiekostenvergoeding is in 2024 enerzijds toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 2,52% voor 2024. Anderzijds is deze afgenomen door het wegvallen van actuariële advisering. De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2024 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening. Deze is voornamelijk gestegen door actuariële advisering voor Wtp.
De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance. Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. De exploitatiekosten zijn in 2024 toegenomen. Deze kosten zijn onder meer toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en een toename van de kosten voor het toezicht door DNB.
Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen, uitgevoerde onderzoeken en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen. De overige kosten zijn in 2024 toegenomen door een stijging van de bankkosten en kosten voor communicatie-uitingen. Daarentegen waren de kosten voor voorbereidende werkzaamheden voor Wtp door externe adviseurs in 2024 lager dan in 2023.
Kosten per deelnemer
De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.
| 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer | ||||
| Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( in € 1.000) | 1.122 | 986 | ||
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * | 253 | 224 | ||
De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2023 op totaalniveau met 13% gestegen door de toename van de totale uitvoeringskosten pensioenbeheer. Deze kosten zijn met name toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en een toename van de kosten voor het toezicht door DNB.
Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigden is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.
Kosten vermogensbeheer
Het bedrag van 3.963 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).
| 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Kosten vermogensbeheer | € | € | ||
| Directe kosten vermogensbeheer | 1.507 | 1.390 | ||
| Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) | 2.456 | 1.787 | ||
| Totale kosten van vermogensbeheer * | 3.963 | 3.176 |
De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:
- dienstverlening integraal balansbeheerder:
- beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie;
- vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst.
- overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
- allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.
De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (1.507) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (1.570). Een deel van deze directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (58) en deze zijn hierna in het bestuursverslag in de paragraaf Transactiekosten verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (5) bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag verantwoord onder indirecte kosten. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.
De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:
- beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie;
- performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager;
- overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.
De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Categorie beleggingen | € | € | % * | % * |
| Aandelen | 1.125 | 838 | 0,06 | 0,05 |
| Vastrentende waarden | 2.233 | 1.717 | 0,13 | 0,11 |
| Overig | 386 | 449 | 0,02 | 0,03 |
| Totaal ** | 3.744 | 3.004 | 0,21 | 0,18 |
| Allocatie vanuit pensioenbeheer | 220 | 172 | 0,01 | 0,01 |
| Totaal ** | 3.963 | 3.176 | 0,23 | 0,19 |
De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2024 0,04%-punt hoger dan in 2023 (0,19%). De stijging van de kosten vermogensbeheer is voornamelijk het gevolg van de gestegen prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de portefeuille met vastrentende waarden, en de gestegen beheer- en bewaarvergoeding binnen het MM Global Emerging Markets Fund, dat onderdeel is van de aandelenportefeuille.
Transactiekosten
Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.
Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:
- aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
- vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen.
De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Categorie beleggingen | € | € | % * | % * |
| Aandelen | 320 | 346 | 0,02 | 0,02 |
| Vastrentende waarden | 607 | 1.529 | 0,03 | 0,09 |
| Derivaten | 44 | 26 | 0,00 | 0,00 |
| Totaal ** | 970 | 1.901 | 0,06 | 0,12 |
In bovenstaande kosten is een bedrag van 30 (2023: 506) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.
De transactiekosten in 2024 zijn 0,06%-punt lager dan vorig jaar (2023: 0,12%). Deze daling is voornamelijk het gevolg van de lagere kosten in de categorie vastrentende waarden. Dit kan worden verklaard doordat de portefeuille met vastrentende waarden begin 2023 is gewijzigd, waardoor de transactiekosten in dat jaar fors hoger waren dan in 2024.
Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten
De totale kosten vermogensbeheer in 2024 bedroegen 0,23% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,03%-punt (2023: 0,00%-punt afgerond) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.
Hier stond een gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen van 0,15%-punt ten opzichte van de benchmarks tegenover. Deze percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde standen in 2024 en op basis van de totale portefeuille. In absolute getallen heeft het actief beheer een opbrengst opgeleverd van 3.105 ten opzichte van 436 aan kosten.
Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2024 0,3% op jaarbasis. Een tracking error van 0,3% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,3% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,67% is. En er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,6% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark.
Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

| Toelichting grafiek: | |
| Netto rendement | Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen. |
| Kosten niet in gerapporteerd rendement | Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn. |
| Gerapporteerd rendement | Gerapporteerd rendement van de beleggingen |
| Kosten in gerapporteerd rendement | Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten). |
| Bruto rendement | Rendement zonder het effect van kosten. |
Uitvoeringskosten en oordeel bestuur
Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.
Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.
Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.
5.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)
Dekkingsgraden
In 2024 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. De rente heeft in 2024 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 9,0% zorgde daarentegen voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2024 gestegen van 129,2% naar 133,3%.
De beleidsdekkingsgraad is in 2024 gestegen van 128,1% naar 134,1% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 118,9%. Daarmee is ultimo 2024 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2024 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 133,3%. De dekkingsgraad op basis van de marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.
| Dekkingsgraad- en renteniveaus | ||
|---|---|---|
| Cijfers in % | 2024 | 2023 |
| Beleidsdekkingsgraad | 134,1 | 128,1 |
| Feitelijke dekkingsgraad | 133,3 | 129,2 |
| Dekkingsgraad op basis van marktrente | 133,3 | 129,2 |
| Reële dekkingsgraad | 103,2 | 97,7 |
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,0 | 104,0 |
| Vereiste dekkingsgraad | 118,9 | 118,7 |
| Rekenrente vaststelling TV | 2,21 | 2,38 |
Herstelplan
De pensioenkring hoefde in 2024 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (128,1%) per 31 december 2023 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoorde bij het vereist vermogen per 31 december 2023 (118,7%). Daardoor had Pensioenkring Douwe Egberts eind 2023 geen reservetekort.
De situatie is eind 2024 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2024 (134,1%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (118,9%).
Minimaal vereist vermogen
Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.
Ultimo 2024 is de beleidsdekkingsgraad (134,1%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2024 voor Pensioenkring Douwe Egberts daarom niet aan de orde.
Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)
Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid). De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) is de grens waarop de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring Douwe Egberts per 30 september 2024 gelijk aan 133,4%.
Toeslagbeleid
Het toeslagbeleid van Pensioenkring Douwe Egberts is voorwaardelijk. De toeslag op de pensioenaanspraken en -rechten van de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de toeslagverlening. Hiermee wordt bedoeld de stand van de consumentenprijsindex per 30 september van het voorafgaande jaar en de stand van dezelfde prijsindex per 30 september in het jaar van toekenning van de voorwaardelijke toeslag.
Een negatieve inflatie (deflatie) zal niet leiden tot een neerwaartse aanpassing. Het toeslagpercentage zal alsdan gesteld worden op 0. Een eventuele deflatie in enig jaar zal bij het vaststellen van de cumulatieve toeslagachterstand wel in aanmerking genomen worden. Het streven is een realistisch toeslagbeleid op basis van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Het beleid is erop gericht om op de lange termijn 100% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.
Per 31 december 2024 is een toeslag verleend van 2,51% (2023: 0,00%) verleend aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring Douwe Egberts.
Richtlijnen voor toeslagen
Voor het toeslagbeleid van Pensioenkring Douwe Egberts worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Het toeslagbeleid is voorwaardelijk en is afhankelijk van het behaalde beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring.
- Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement dat resteert na de toevoeging aan de technische voorzieningen van het benodigde rendement en de wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.
- Toeslagen worden gegeven op grond van een toekomstbestendige toeslagverlening. Dit houdt in beginsel het volgende in:
- Bij een BDG die lager is dan 110% worden er geen toeslagen verleend;
- Bij een BDG boven de TBI-grens kan de volledige toeslag worden gegeven;
- Bij een BDG tussen de 110% en de TBI-grens kan een toeslag worden gegeven die naar verwachting in de toekomst te realiseren is (ongeveer naar rato).
- De BDG wordt bepaald door het gemiddelde van de feitelijke dekkingsgraden te nemen over de afgelopen 12 maanden. De BDG per 30 september is leidend voor de bepaling van de toeslag per 31 december.
- De TBI-grens wordt jaarlijks bepaald door het vermogen vast te stellen wat nodig is boven een BDG van 110% om een levenslange samengestelde toeslag van de CPI te geven.
- Inhaaltoeslagen kunnen gegeven worden indien de BDG hoger is dan de TBI-grens en het vereist vermogen.
- Het bestuur heeft de discretionaire bevoegdheid om binnen de wettelijke grenzen van de berekende toeslag af te wijken.
Inhaaltoeslag
Wanneer de BDG boven de TBI-grens uitkomt, mag 20% van het vermogen boven deze grens gebruikt worden voor het ongedaan maken van kortingen en of het inhalen van gemiste toeslagen. Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal in onderstaande volgorde worden toegepast:
- volledige toeslagverlening;
- herstel van kortingen;
- inhaal van indexatieachterstand (verjaringstermijn 10 jaar).
5.7 Actuariële paragraaf
Het verloop van de technische voorziening werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen.
In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.
| (bedragen x € 1.000) | ||
|---|---|---|
| Categorie resultaat | 2024 | 2023 |
| Resultaat op beleggingen | 105.860 | 137.991 |
| Resultaat op wijziging RTS | -15.131 | -46.723 |
| Resultaat op premie | 0 | 0 |
| Resultaat op waardeoverdrachten | 44 | 99 |
| Resultaat op kosten | -269 | -164 |
| Resultaat op uitkeringen | -68 | -45 |
| Resultaat op kanssystemen | 2.645 | -147 |
| Resultaat op toeslagverlening | -32.384 | -92 |
| Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen | -127 | 1.509 |
| Resultaat op andere oorzaken | 57 | 43 |
| Totaal saldo van baten en lasten | 60.627 | 92.471 |
Toelichting actuarieel resultaat
In 2024 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.
Beleggingen
Onder beleggingsrendementen worden verstaan:
- alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
- de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.
Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 105.860. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2024 positief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad.
Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)
De RTS ultimo 2024 ligt gemiddeld genomen onder de RTS ultimo 2023. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2024 met circa 0,17%-punt gedaald. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -15.131.
Kanssystemen
Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt 2.645.
Toeslagverlening
In het boekjaar is (gedeeltelijke) toeslag verleend van 2,51% aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de pensioenkring. Het resultaat op toeslagverlening bedraagt -32.384.
Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen
Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt -127. Dit resultaat wordt veroorzaakt door de overgang naar de Prognosetafel AG2024 (3.205), de actualisatie van de ervaringssterfte (-3.476) en de kostenvoorziening (144).
Vereist vermogen
Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 118,9%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen zou deze uitkomen op 120,9%.
5.8 Risicoparagraaf
Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring en het financieel crisisplan. In 2024 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.
Integraal risicomanagement
In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen.
Doelstellingen en risicobereidheid
Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement.
| Doelstelling niveau pensioenkring | Risicobereidheid Pensioenkring Douwe Egberts |
|---|---|
| Financiële doelstellingen | |
| Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. | Niet van toepassing, Pensioenkring Douwe Egberts is namelijk een gesloten pensioenkring. |
| Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. | Risicobereidheid op korte termijn: Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) met een bandbreedte van 15% tot 22%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode. |
| Streven naar waardevast houden van pensioenrechten. Specifiek voor Pensioenkring Douwe Egberts is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf. De maatstaf wordt jaarlijks vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 30 september. |
Risicobereidheid op korte termijn: Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV met een bandbreedte van 15% tot 22%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode. Risicobereidheid op lange termijn: Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd: ⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 96%; ⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 95%; ⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 35%. |
| Niet-financiële doelstellingen | |
| Adequate communicatie. Specifiek voor Pensioenkring Douwe Egberts is dit vertaald naar: een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen. |
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden. |
Risico-inschatting en -beheersing
Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.
Voor boekjaar 2024 is de RSA eind 2024 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.
Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring
Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind.
Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.
Matching/Renterisico
Het matching en renterisico is in hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.
Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2024 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
- De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
- De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
- De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement).
- De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.
Marktrisico
In hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.
Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar
De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.
| Rente | -1,50% | -1,00% | -0,50% | 0,00% | 0,50% | 1,00% | 1,50% |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | |||||||
| 20% | 130,6 | 135,5 | 140,4 | 145,3 | 150,3 | 155,3 | 160,3 |
| 10% | 125,7 | 130,2 | 134,8 | 139,3 | 143,9 | 148,5 | 153,1 |
| 0% | 120,9 | 125,0 | 129,1 | 133,3 | 137,5 | 141,6 | 145,8 |
| -10% | 116,0 | 119,8 | 123,5 | 127,3 | 131,0 | 134,8 | 138,6 |
| -20% | 111,2 | 114,5 | 117,9 | 121,3 | 124,6 | 128,0 | 131,3 |
5.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Douwe Egberts
Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts is per 1 april 2018 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring Douwe Egberts van start is gegaan. Daarmee is 2024 het zesde volledige verslagjaar voor Pensioenkring Douwe Egberts.
Samenstelling van het belanghebbendenorgaan
Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de gewezen deelnemers enerzijds en de pensioengerechtigden anderzijds. Het belanghebbendenorgaan heeft vier leden, twee namens de pensioengerechtigden en twee namens de gewezen deelnemers.
Op 7 maart 2024 is onze voorzitter Elvin van den Hoek onverwacht overleden. Elvin was sinds de start van Pensioenkring Douwe Egberts bij Stap betrokken als lid van het belanghebbendenorgaan en was sinds 1 juli 2022 actief als voorzitter van het belanghebbendenorgaan. Voordat de pensioenen van het Douwe Egberts Pensioenfonds zijn overgedragen aan Pensioenkring Douwe Egberts bij Stap, was Elvin directeur van het bestuursbureau bij het Douwe Egberts Pensioenfonds. Naast zijn voorzittersrol van het belanghebbendenorgaan was hij actief in de pensioensector vanuit zijn eigen onderneming Pensioen3Hoek.
Met hem heeft het belanghebbendenorgaan een zeer betrokken en deskundige voorzitter verloren.
In de daaropvolgende periode heeft onze secretaris Wim Bakkers tijdelijk de rol van voorzitter op zich genomen, totdat op 1 juli 2024 Menno Vink is toegetreden tot het belanghebbendenorgaan en de voorzittersrol heeft overgenomen. Per diezelfde datum heeft het belanghebbendenorgaan afscheid genomen van Wim Bakkers in verband met het aflopen van zijn tweede termijn. Het belanghebbendenorgaan en het bestuur van Stap hebben hun waardering uitgesproken over de inbreng van Wim gedurende de ruim zes jaar in het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts bij Stap. In het bijzonder werd gerefereerd aan zijn inzet en professionele uitoefening van zijn rol als secretaris in die jaren.
De Vereniging Gepensioneerden Douwe Egberts heeft Stef van Leeuwe voorgedragen als nieuw lid. Sinds 1 juli 2024 is de samenstelling van het belanghebbendenorgaan als volgt:
- Menno Vink (voorzitter) – namens de gewezen deelnemers
- Louis Haring (secretaris) – namens de pensioengerechtigden
- Willem Krul – namens de gewezen deelnemers
- Stef van Leeuwe – namens de pensioengerechtigden
Met het oog op continuïteit in de vertegenwoordiging van pensioengerechtigden en gewezen deelnemers heeft het belanghebbendenorgaan aspirant-leden die een opleiding volgen op pensioen-gebied en als toehoorder betrokken zijn bij de vergaderingen van het belanghebbendenorgaan. Stef van Leeuwe was gedurende de eerste helft van 2024 aspirant-lid namens de pensioengerechtigden. Jeroen Boersma was in 2024 enige maanden aspirant-lid namens de gewezen deelnemers, maar heeft door verandering van werkgever deze rol weer moeten beëindigen. Eind 2024 is Jan Schets aspirant-lid namens de pensioengerechtigden geworden.
Taken en bevoegdheden
De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijk kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap.
Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2024
Het belanghebbendenorgaan ontvangt stukken voor vergaderingen, informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een digitale omgeving. Elk (aspirant) lid van het belanghebbendenorgaan is hiervoor geautoriseerd.
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 twee keer vergaderd met het bestuur. De eerste vergadering vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het jaarverslag 2023. De tweede vergadering vond plaats in november. In deze vergadering zijn met name de onderwerpen beleggingsplan 2025, pensioenreglement 2025, toeslagverlening en het communicatie- en jaarplan 2025 van de pensioenkring behandeld. In beide vergaderingen met het bestuur is opnieuw ook veel aandacht geweest voor de Wet toekomst pensioenen, de kostenbeheersing en verdere groei van Stap.
In mei 2024 heeft het belanghebbendenorgaan overleg gevoerd met de raad van toezicht. Aan de hand van de jaarverslagen en de zelfevaluatierapporten van beide organen is een open gesprek gevoerd over de gang van zaken bij Stap en de voorbereiding op de implementatie van de Wtp. Hierbij is o.a. stilgestaan bij de wijze van verantwoording door de raad van toezicht, de risicobeheersing en het beleid t.a.v. Maatschappelijk Verantwoord Beleggen door Stap, de Wtp en de mogelijke zorg ten aanzien van mankracht gedurende het gehele proces, zowel op het niveau van Stap als bij haar uitbestedingspartners.
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 vijf eigen vergaderingen gehouden, waarbij altijd een delegatie van het bestuursbureau aanwezig was. Daarnaast heeft het belanghebbendenorgaan, indien gewenst, onderling overleg.
In de eigen vergaderingen zijn de vergaderingen met het bestuur voorbereid. Verder zijn onder meer de volgende onderwerpen behandeld:
- Evaluatie van het beleggingsbeleid en de rente-afdekking
- Zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
- De haalbaarheidstoets
- De Wtp
- De rapportages van Pensioenkring Douwe Egberts
Verslag over 2024
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 goedkeuring verleend aan de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Douwe Egberts:
- De opzet van de zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
- Verhoging van het niveau van de renteafdekking naar 100%
- Het beleggingsplan 2025
- Het jaarplan 2025
- Reglement belanghebbendenorgaan
- Voorstel kosten pensioenbeheer Mogelijkheid tot videobellen
Het belanghebbendenorgaan heeft in 2024 positief advies gegeven over de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Douwe Egberts:
- Het jaarverslag en de financiële opstelling over 2023
- De Actuariële- en Bedrijfstechnische Nota (ABTN) 2024
- Het pensioenreglement 2025
- Het communicatiejaarplan 2025
In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn de maand- en kwartaalrapportages en de risicorapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze zijn naar tevredenheid door het bestuursbureau van Stap beantwoord.
Beoordeling en bevindingen
De beoordeling en bevindingen hebben betrekking op het verslagjaar 2024. Het Belanghebbendenorgaan heeft over deze periode het volgende oordeel en bevindingen.
Financieel
De financiële markten lieten in 2024 een enigszins vergelijkbaar beeld zien als dat van 2023, met als verschil een stijgende beleidsdekkingsgraad in 2024. De rente daalde in 2024 van 2,38% naar 2,21%, het beleggingsrendement was 8,76% positief. Per saldo steeg de dekkingsgraad van 129,2% naar 133,3%. De beleidsdekkingsgraad steeg van 128,1% naar 134,1%.
De jaarlijkse uitvoeringskosten zijn, in lijn met de indexatie, gestegen tot € 4,6 miljoen, terwijl de kosten voor fiduciair beheer en vermogensbeheer € 3,3 miljoen bedragen. Deze kosten zijn relatief gedaald in verhouding tot de toename van het beheerd vermogen.
Toeslagverlening
Maatstaf voor de toeslagverlening is de ontwikkeling van de afgeleide Consumenten Prijs Index (CPI). Per september 2024 is deze uitgekomen op 2,54%. Conform het toeslagbeleid en rekening houdende met het feit dat de TBI-grens voor een volledige toeslag net niet was bereikt, is een toeslag van 2,51% verleend. Het belanghebbendenorgaan heeft kennisgenomen van het toeslagbesluit.
Omdat de dekkingsgraad per 30 september 2024 lager was dan de TBI-grens was het niet toegestaan om een inhaaltoeslag te verlenen.
Operationeel
Vanwege de extra werkzaamheden m.b.t. de Wtp en de gerealiseerde en voorziene groei heeft Stap een scheiding aangebracht tussen projectmanagement en de going-concern activiteiten en het aantal medewerkers van het bestuursbureau uitgebreid. Het belanghebbendenorgaan vindt dit een goede zaak, maar waakzaamheid met betrekking tot de kostenontwikkeling is op zijn plaats.
Mevrouw Schaap is benoemd tot voorzitter van Stap na het vervullen van deze rol op ad interim basis en de heer Dorrestijn is toegetreden als lid van de raad van toezicht ter opvolging van de heer Vermeirssen.
Het bestuursbureau heeft in 2024 een projectmanager voor Wtp ingehuurd, alsmede de capaciteit uitgebreid bij de vermogensbeheeractiviteiten voor uitwerking impact Wtp.
In 2024 voldeed de snelheid van de beantwoording van deelnemersvragen door TKP Pensioen niet altijd aan de gestelde norm. Hetzelfde geldt voor de telefonische bereikbaarheid voor deelnemers van TKP Pensioen. Gelet op de vele extra werkzaamheden rondom de Wtp beveelt het belanghebbendenorgaan aan om de capaciteit bij TKP Pensioen kritisch te monitoren.
Stap is in 2016 opgericht door TKP Pensioen en Aegon Asset Management met als doel ten minste kostendekkend te opereren. In 2023 waren de kosten grotendeels gedekt, en het resterende tekort is aangevuld door de oprichtende organisaties. Voor de toekomstbestendigheid van Stap is het essentieel om actief pensioenfondsen te benaderen voor een overstap naar Stap. Dit is noodzakelijk om kostendekkend te blijven en te voorkomen dat de kosten in de toekomst worden doorberekend aan de bestaande kringen. Stap heeft geen winstoogmerk. Deze plannen zijn met het belanghebbendenorgaan gedeeld, en wij hebben er vertrouwen in dat de plannen succesvol worden gerealiseerd.
Voor zover bekend zijn er geen andere noemenswaardige operationele issues geweest. Het vertrouwen van het belanghebbendenorgaan in Stap en de externe dienstverleners blijft onverminderd hoog.
Beleggingen
Het totale beleggingsrendement in 2024 bedroeg +8,76%. Het belegd vermogen is toegenomen van € 1.714 miljoen naar € 1.794 miljoen.
In november is het beleggingsbeleid geëvalueerd. Het belanghebbendenorgaan heeft hierbij aangegeven vast te willen houden aan de toeslagambitie en het streven naar inhaaltoeslagen. Geconcludeerd werd dat de neutrale risicohouding passend is bij deze ambitie, gelet op de actuele macro-economische omstandigheden. Het strategisch beleid hoeft niet te worden aangepast en de vaste afdekking van het renterisico zal worden verhoogd naar 100% om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tot het invaarmoment.
In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Beleggen heeft Stap onze beleggingsportefeuille afgezet tegenover het “de-carbonisatie pad” dat nodig is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Dankzij de overgang naar een SRI-variant van de aandelenportefeuille en een meer actief beheer van de bedrijfsobligaties loopt de pensioenkring voor op dat pad.
Wet toekomst pensioenen (Wtp)
Tijdens de vergaderingen van het belanghebbendenorgaan en tijdens vergaderingen met het bestuur van Stap is uitvoerig over de Wtp-aanpak gesproken en het proces dat daarbij hoort. Ook de kritische opmerkingen vanuit de Vereniging van Gepensioneerden Douwe Egberts zijn hierbij aan de orde gekomen.
In november hebben sociale partners hun transitieplan voor onze kring aan het bestuur van Stap toegezonden en in december is het transitieplan voor iedereen inzichtelijk gemaakt en gepubliceerd op de website van Stap.
De volgende stap zal zijn dat het bestuur het plan gaat beoordelen op uitvoerbaarheid en evenwichtigheid en op basis daarvan de opdracht tot uitvoering van het plan zal aanvaarden of afwijzen. Het bestuur zal weliswaar de analyse voorleggen aan het belanghebbendenorgaan, maar het belanghebbendenorgaan heeft pas aan het eind van het gehele proces het goedkeuringsrecht op het geheel en niet op de seperate onderdelen.
Vooralsnog is de geplande ingangsdatum voor invaren in het nieuwe pensioenstelsel voor onze kring voorgesteld op 1 januari 2027.
In januari en september hebben leden van het belanghebbendenorgaan deelgenomen aan door Stap georganiseerde themamiddagen. Op beide themamiddagen is ruim aandacht gegeven aan de Wtp en de ‘lessons learned’ met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap die zal invaren in het nieuwe stelsel, namelijk Holland Casino. Daarnaast waren o.a. digitale vaardigheden, interne audit-functie en compliance, onderwerpen die eveneens aan de orde zijn gekomen.
Zelfevaluatie
Het belanghebbendenorgaan heeft in maart 2024 een zelfevaluatie uitgevoerd aan de hand van een vragenlijst vanuit Stap. In mei zijn de uitkomsten in onderling overleg besproken en vastgesteld. Samengevat luidden de conclusies:
- Het belanghebbendenorgaan is uitgebalanceerd qua samenstelling en functioneert goed
- De relatie met het bestuur is transparant, direct en goed. Het belanghebbendenorgaan wordt door het bestuur goed meegenomen in de afwegingen m.b.t. onderwerpen waar het advies- en goedkeuringsrechten heeft
- Het contact met de raad van Toezicht is open en goed
Verslaglegging en verantwoording
Het belanghebbendenorgaan is van mening dat de verslaglegging en het afleggen van verantwoording goed en professioneel geregeld zijn. De maandelijkse verslaglegging en de kwartaalrapportages stellen het belanghebbendenorgaan voldoende in staat het bestuur en de uitvoerders te beoordelen. Ook op het niveau van de pensioenkring wordt periodiek uitvoerig gerapporteerd over risicomanagement. Om piekbelasting te voorkomen blijft het wenselijk, voor zover mogelijk, om vergaderstukken ruim op tijd en indien mogelijk direct, wanneer beschikbaar, aan te leveren.
Communicatie
Het belanghebbendenorgaan is tevreden over de communicatie van Stap met de deelnemers van onze pensioenkring. Wij volgen met belangstelling de verdere ontwikkelingen rond de keuzebegeleiding, zodat op korte termijn aan de nieuwe normen hieromtrent wordt voldaan. Voor de komende jaren zien wij bijzondere uitdagingen omtrent de Wtp, waarbij het belangrijk is om de juiste balans te vinden bij de communicatie met de deelnemers over reguliere pensioencommunicatie en de Wtp. Hiervoor zal tijdig een Wtp-communicatieplan opgesteld moeten worden, zodat de deelnemers tijdig meegenomen kunnen worden in het proces.
Het totale oordeel
Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel. Het belanghebbendenorgaan concludeert dat het bestuur en bestuursbureau van Stap professioneel, constructief en transparant opereren. Vooralsnog lijkt het aantal kringen dat Stap bedient goed behapbaar.
Het vertrouwen van het belanghebbendenorgaan in Stap blijft door de transparante en open houding van het bestuur onverminderd hoog. Wij vertrouwen op voortzetting van onze goede samenwerking in de toekomst.
Utrecht, 12 mei 2025
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Douwe Egberts
Menno Vink (voorzitter)
Louis Haring (secretaris)
Willem Krul
Stef van Leeuwe
Reactie bestuur
Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts en het positieve oordeel over het in 2024 gevoerde beleid.
Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.