Spring naar inhoud

13. Financiële opstelling Pensioenkring SVG

13.1 Balans per 31 december 2023

(na resultaatbestemming)

(bedragen x € 1.000)       31-12-2023       31-12-2022
                 
ACTIVA                
                 
Beleggingen voor risico Pensioenkring SVG 1              
Vastgoed beleggingen   0       0    
Aandelen   178.240       168.791    
Vastrentende waarden   366.259       362.449    
Derivaten   7.276       8.087    
Overige beleggingen   73.063       63.841    
        624.838       603.168
                 
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 2     1.452       1.407
                 
Vorderingen en overlopende activa 3     3.546       3.387
                 
Overige activa 4     730       468
                 
TOTAAL ACTIVA       630.566       608.430
                 
PASSIVA                
                 
Algemene reserve Pensioenkring SVG 5     104.924       81.441
                 
Technische voorzieningen                
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG 6     476.781       473.279
                 
Derivaten 7     47.571       52.909
                 
Overige schulden en overlopende passiva 8     1.290       801
                 
TOTAAL PASSIVA       630.566       608.430

13.2 Staat van baten en lasten

(bedragen x € 1.000)       2023       2022
                 
BATEN                
                 
Beleggingsresultaten risico Pensioenkring SVG 9     55.198       -170.985
                 
Baten uit herverzekering 10     45       -555
                 
Overige baten 11     32       0
                 
TOTAAL BATEN       55.275       -171.540
                 
LASTEN                
                 
Pensioenuitkeringen 12     24.080       22.011
                 
Pensioenuitvoeringskosten 13     619       560
                 
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG 14              
Toeslagverlening   71       42.495    
Wijziging pensioenregeling   0       0    
Rentetoevoeging   14.798       -2.852    
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -24.666       -22.454    
Wijziging marktrente   17.827       -139.287    
Wijziging actuariële grondslagen   0       1.175    
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -3.840       -1.473    
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   -733       -4.936    
        3.457       -127.332
                 
Mutatie herverzekeringsdeel technisch voorzieningen 15     45       -555
                 
Saldo herverzekering 16     -321       1.216
                 
Saldo overdrachten van rechten 17     3.909       1.519
                 
Overige lasten 18     3       5
                 
TOTAAL LASTEN       31.792       -102.576
                 
Saldo van baten en lasten       23.483       -68.964
                 
Bestemming van het saldo van baten en lasten                
Algemene reserve Pensioenkring SVG       23.483       -68.964

13.3 Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode.

(bedragen x € 1.000)       2023        2022 
                 
KASSTROOM UIT PENSIOENACTIVITEITEN                
                 
Ontvangsten                
Ontvangen in verband met overdracht van rechten   0       0    
Ontvangen uitkeringen van herverzekeraars   0       0    
Ontvangst inzake weerstandsvermogen   76       357    
Overige ontvangsten   21       0    
        97       357
Uitgaven                
Betaalde pensioenuitkeringen   -23.866       -21.867    
Betaald in verband met overdracht van rechten   -3.909       -1.519    
Betaalde pensioenuitvoeringskosten   -676       -987    
Afrdracht inzake weerstandvermogen   0       0    
Overige uitgaven   -3       0    
        -28.454       -24.373
                 
Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten       -28.357       -24.016
                 
KASSTROOM UIT BELEGGINGSACTIVITEITEN                
                 
Ontvangsten                
Directe beleggingsopbrengsten voor risico Pensioenkring SVG   -242       1.451    
Verkopen en aflossingen van beleggingen voor risico Pensioenkring SVG   222.162       412.168    
        221.920       413.619
Uitgaven                
Aankopen beleggingen voor risico Pensioenkring SVG   -210.695       -339.821    
Betaalde kosten van vermogensbeheer   -726       -1.048    
        -211.421       -340.869
                 
Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten       10.499       72.750
                 
Netto kasstroom       -17.858       48.734
Koers-/omrekenverschillen       4       -748
Mutatie liquide middelen       -17.854       47.986
                 
Liquide middelen per 1 januari       59.686       11.700
Liquide middelen per 31 december       41.832       59.686
Mutatie liquide middelen       -17.854       47.986
                 
Waarvan:                
Voor risico pensioenkring (4)       730       468
Binnen de beleggingsportefuille       41.102       59.218
Liquide middelen per 31 december       41.832       59.686
                 
Liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille:                
- Cash collateral       37.874       46.105 
- Liquide middelen bij de vermogensbeheerder       3.228       13.113 
Totaal (1)       41.102       59.218 

13.4 Toelichting op de financiële opstelling van Pensioenkring SVG

Algemeen

Activiteiten
Pensioenkring SVG is een pensioenkring met een eigen afgescheiden positie binnen Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap (Stap). Pensioenkring SVG is 1 december 2016 opgericht en ontstaan na een collectieve waardeovername van Stichting Voorzieningsfonds Getronics. Deze collectieve waardeovername betreft gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Er zijn, met uitzondering van enkele arbeidsongeschikten, geen actieve deelnemers overgenomen.

Het doel van Pensioenkring SVG is het nu en in de toekomst verstrekken van uitkeringen aan gepensioneerden en nabestaanden voor ouderdom en overlijden; tevens verstrekt Pensioenkring SVG uitkeringen aan arbeidsongeschikte deelnemers. De Belastingdienst hanteert voor een algemeen pensioenfonds (inclusief de pensioenkringen) één fiscaal nummer. Daarom treedt Stap voor bepaalde geldstromen, zoals uitkeringen, als kassier op voor Pensioenkring SVG. Pensioenkring SVG geeft invulling aan de uitvoering van de pensioenregeling van gewezen deelnemers.

Overeenstemmingsverklaring
De financiële opstelling is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW en met inachtneming van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Het bestuur heeft op 5 juni 2024 deze financiële opstelling vastgesteld.

Referenties
In de balans en de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen waarmee wordt verwezen naar de toelichting.

Grondslagen

Algemene grondslagen
Alle bedragen in de financiële opstelling van Pensioenkring SVG zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven. De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar.

Continuïteitsveronderstelling
De financiële opstelling van Pensioenkring SVG is opgesteld met inachtneming van de continuïteitsveronderstelling. Voor de toelichting op de continuïteit wordt verwezen naar de toelichting op het eigen vermogen.

Opname van een actief of een verplichting
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Pensioenkring SVG zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Verantwoording van baten en lasten
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Saldering van een actief en een verplichting
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen indien sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen en bovendien de intentie bestaat om de posten op deze wijze af te wikkelen. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.

Vreemde valuta
Functionele valuta
De financiële opstelling van Pensioenkring SVG is opgesteld in euro's, zijnde de functionele en presentatievaluta van Pensioenkring SVG.

Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de financiële opstelling van Pensioenkring SVG verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro's tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en lasten.

De koersen van de belangrijkste valuta in euro's zijn:

    31 december 2023   Gemiddeld 2023   31 december 2022   Gemiddeld 2022
                 
USD   0,9053   0,9249   0,9370   0,9495
GBP   1,1540   1,1498   1,1271   1,1726
JPY   0,0064   0,0066   0,0071   0,0072

Schattingswijziging
De financiële opstelling is in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW opgesteld en dit vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. 

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.

Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende posten in de financiële opstelling. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

In 2023 zijn er geen schattingswijzigingen geweest.

Dekkingsgraden
De feitelijke dekkingsgraad van Pensioenkring SVG wordt berekend door op balansdatum het pensioenvermogen te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De reële dekkingsgraad wordt berekend als de dekkingsgraad gedeeld door de grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) per 30 september 2023. De TBI-grens per 30 september van een jaar is bepalend voor het besluit of de volledige toeslag op basis van Toekomst Bestendig Indexeren kan worden toegekend.

De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Beleggingen voor risico Pensioenkring SVG

Algemeen
De beleggingen worden gewaardeerd tegen actuele waarde. Onder waardering op actuele waarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.

De waardering van participaties in beleggingsinstellingen geschiedt tegen actuele waarde. Voor beursgenoteerde beleggingsinstellingen is dit de marktnotering per balansdatum. De waardering in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen geschiedt tegen de netto vermogenswaarde per balansdatum, die is gebaseerd op de actuele waarde.

Slechts indien de actuele waarde van een belegging niet betrouwbaar kan worden vastgesteld vindt waardering plaats op basis van geamortiseerde kostprijs.

Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen.

Vastgoedbeleggingen
Niet-beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende taxatiewaarde. De marktwaarde van niet-beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen is gebaseerd op het aandeel dat Pensioenkring SVG heeft in het eigen vermogen van de niet-beursgenoteerde vastgoedbelegging per balansdatum.

Aandelen
Beursgenoteerde aandelen en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de marktnotering per balansdatum. De waardering in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen geschiedt tegen de netto vermogenswaarde per balansdatum, die gebaseerd is op de actuele waarde.

Vastrentende waarden
Beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de beurswaarde per balansdatum. 

Indien vastrentende waarden of participaties in beleggingsinstellingen niet-beursgenoteerd zijn, geschiedt de waardering tegen de netto vermogenswaarde per balansdatum, die gebaseerd is op de actuele waarde. Onderliggend vindt de waardebepaling plaats op basis van de geschatte toekomstige netto kasstromen (rente en aflossingen) die uit de beleggingen zullen voortvloeien, contant gemaakt tegen de ultimo boekjaar geldende marktrente en rekening houdend met het risicoprofiel (kredietrisico; oninbaarheid) en de looptijden.

De onderliggende beleggingen binnen het MM Dutch Mortgage Fund worden gekwalificeerd als beleggingen waarvan de waarde is vastgesteld op basis van een waarderingsmodel. De bepaling van de waarde van de hypothecaire vorderingen binnen de onderliggende hypotheekfondsen geschiedt door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren en rekening houdend met vervroegde aflossingen.

De lopende interest op vastrentende waarden wordt gepresenteerd als onderdeel van de marktwaarde van de vastrentende waarden.

Derivaten
Derivaten worden gewaardeerd op reële marktwaarde, te weten de relevante marktnoteringen of, als die niet beschikbaar zijn, de waarde die wordt bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen. 

Indien een derivatenpositie negatief is wordt het bedrag onder de schulden verantwoord.

Overige beleggingen
Overige beleggingen worden gewaardeerd op marktwaarde. De actuele waarde van niet-beursgenoteerde participaties in beleggingsinstellingen is gebaseerd op het aandeel dat Pensioenkring SVG heeft in het eigen vermogen van de betreffende beleggingsinstellingen per balansdatum.

Onder de overige beleggingen worden tevens vorderingen en schulden voor de beleggingen gepresenteerd.

Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Bij de waardering worden de bij een verzekeraar verzekerde pensioenuitkeringen contant gemaakt met de rentetermijnstructuur en de actuariële grondslagen van Pensioenkring SVG.

Conform RJ 610 paragraaf 224 is de latente vordering op de verzekeraar gelijkgesteld aan het herverzekeringsdeel technische voorzieningen. De kredietwaardigheid van de verzekeraar is dusdanig dat het bestuur van mening is dat een eventueel kredietrisico niet significant is en daardoor afwaardering voor het kredietrisico niet benodigd is.

Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien sprake is van oninbaarheid.

Overige activa
Liquide middelen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Onder de liquide middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn dan wel een looptijd korter dan twaalf maanden hebben. De liquide middelen van tegoeden in verband met beleggingstransacties behoren niet tot de overige activa

Algemene reserve Pensioenkring SVG
De algemene reserve van Pensioenkring SVG wordt bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG en het herverzekeringsdeel technische voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen.

Technische voorzieningen

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG
De voorziening pensioenverplichtingen voor risico van Pensioenkring SVG wordt gewaardeerd op actuele waarde (marktwaarde). De actuele waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.

Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toezeggingen tot) toeslagen. De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de marktrente, waarvoor de actuele rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB wordt gebruikt.

Bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen is uitgegaan van het op de balansdatum geldende pensioenreglement en van de over de verstreken deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het bestuur besloten of toeslagen op de opgebouwde pensioenaanspraken worden verleend. Alle per balansdatum bestaande besluiten tot toeslagverlening (ook voor besluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex-ante-condities) zijn in de berekening begrepen. 

De actuariële grondslagen en veronderstellingen van Pensioenkring SVG zijn vastgesteld conform de bepalingen in de Pensioenwet, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzienbare trend in overlevingskansen.

De berekeningen voor de voorziening pensioenverplichtingen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen:

  • De voorziening pensioenverplichtingen wordt berekend als de contante waarde van de op de balansdatum opgebouwde pensioenen inclusief de eventueel op 31 december toe te kennen verhoging in verband met toeslagverlening; voor zover hiertoe besloten is voor 31 december.
  • Voor arbeidsongeschikte deelnemers wordt de voorziening pensioenverplichtingen voor het arbeidsongeschikte deel berekend als de contante waarde van de op de pensioendatum in uitzicht gestelde pensioenen bij een tot die datum voortgezette pensioenopbouw.
  • Voor mannen en vrouwen is gebruik gemaakt van de in 2022 door het Koninklijk Actuarieel Genootschap gepubliceerde Prognosetafel AG2022 (2022: idem). Om rekening te houden met het gegeven dat de populatie van de pensioenkring af kan wijken van de totale populatie waarop de prognosetafel is gebaseerd, worden leeftijdsafhankelijke correctiefactoren op de sterftekansen toegepast. Deze correctiefactoren zijn in 2023 bepaald met het Demographic Horizons™ model van Aon (Aon ervaringssterfte 2022)(2022: idem).
  • De leeftijd per berekeningsdatum wordt vastgesteld in maanden nauwkeurig, waarbij de geboortedatum gelijk wordt gesteld aan de 1e dag van de geboortemaand.
  • Het leeftijdsverschil tussen man en vrouw wordt gesteld op 3 jaar. Het leeftijdsverschil tussen vrouw en man wordt gesteld op 2 jaar.
  • De reservering voor het partnerpensioen wordt voor pensioendatum bepaald op basis van partnerfrequenties. Na pensioendatum wordt uitgegaan van een bepaalde partner.
  • Voor het latent wezenpensioen wordt 1,5% van de voorziening pensioenverplichtingen voor het latent nabestaandenpensioen van actieve, premievrije en arbeidsongeschikte deelnemers gereserveerd.
  • Ter dekking van toekomstige administratiekosten en excassokosten is een separate kostenvoorziening gevormd.
  • Als rekenrente voor de voorziening pensioenverplichtingen wordt de rentetermijnstructuur per 31 december van het betreffende boekjaar, zoals die door DNB is gepubliceerd, gehanteerd.

Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Bij de waardering worden de verzekerde pensioenuitkeringen contant gemaakt met de rentetermijnstructuur en de actuariële grondslagen van Pensioenkring SVG.

Overige schulden en overlopende passiva
Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).

Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan een jaar.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen
De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de technische voorzieningen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat van het betreffende boekjaar.

Beleggingsresultaten risico Pensioenkring SVG

Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde en ongerealiseerde waardewijzigingen en valutaresultaten van financiële instrumenten. In de financiële opstelling van Pensioenkring SVG wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. (In)directe beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten worden in dit verband rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten verstaan.

Dividend wordt verantwoord op het moment van betaalbaarstelling.

Kosten vermogensbeheer
Onder kosten vermogensbeheer worden de kosten voor fiduciair beheer verstaan. Deze kosten worden verantwoord op basis van de opgave van de vermogensbeheerder.

Verrekening van kosten
Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn verrekend de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen en dergelijke. Deze kosten worden verantwoord op basis van de opgave van de vermogensbeheerder.

Mutatie weerstandsvermogen
De mutatie weerstandsvermogen betreft het afgedragen bedrag aan Stap. In geval van een storting wordt deze als last verantwoord en in geval van vordering als bate. De financiering van het weerstandsvermogen vindt plaats door:

  • Een opslag van 0,2% op de koopsom bij een collectieve waardeoverdracht, danwel vanuit de vrijval van de kostenvoorziening; 
  • Een afslag van 0,2% op het bruto beleggingsrendement bij autonome groei van het belegd vermogen; 
  • Een onttrekking ter grootte van 0,2% van de wettelijke overdrachtswaarde bij inkomende individuele waardeoverdrachten; 
  • Saldering van het rendement op het belegde weerstandsvermogen ten gunste of ten laste van het bruto beleggingsrendement; 
  • Een onttrekking als gevolg van een uitgaande collectieve waardeoverdracht. 

Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Pensioenuitvoeringskosten
De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Stap berekent kosten door aan Pensioenkring SVG. Het gaat daarbij om de volgende componenten:

  • Uitvoeringskosten pensioenbeheer: administratiekostenvergoeding voor de pensioenadministratie bij TKP en meerwerk-activiteiten die conform afspraak worden doorbelast.
  • Exploitatiekosten Stap: vaste bedragen die op maandbasis in rekening wordt gebracht en kosten gemaakt door derde partijen die conform gemaakte afspraken worden doorbelast.
  • Overige pensioenuitvoeringskosten die conform afspraak door de pensioenkring danwel een aangesloten werkgever worden betaald.

Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG

Toeslagverlening
Pensioenkring SVG streeft ernaar de ingegane pensioenen en de premievrije pensioenrechten (gewezen deelnemers) jaarlijks aan te passen. Het toeslagbeleid van Pensioenkring SVG is voorwaardelijk. De toeslag op de aanspraken op ouderdomspensioen van de gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en uitkeringsgerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens (afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de verlening. Hiermee wordt bedoeld de stand van de consumentenprijsindex per 30 september van het voorafgaande jaar en de stand van dezelfde prijsindex per 30 september in het jaar van toekenning van de voorwaardelijke toeslag.

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 3,264% (2022: -0,486%) op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2022 (2022: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2021).

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitvoeringskosten (met name excassokosten) en pensioenuitkeringen die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval voor de financiering van de kosten en uitkeringen van het verslagjaar.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder het hoofd wijziging marktrente.

Wijzigingen actuariële grondslagen
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen voor sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van de pensioenkring.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
Een resultaat op overdrachten kan ontstaan doordat de vrijval van de voorziening pensioenverplichtingen plaatsvindt op basis van de actuariële grondslagen van Pensioenkring SVG, terwijl het bedrag dat wordt overgedragen gebaseerd is op de wettelijke factoren voor waardeoverdrachten. De actuariële grondslagen van Pensioenkring SVG wijken af van de wettelijke tarieven.

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
De overige mutaties ontstaan door mutaties in de aanspraken door overlijden, arbeidsongeschiktheid en pensioneren.

Saldo herverzekeringen
De inkomende en uitgaande geldstromen worden gesaldeerd opgenomen en verantwoord in de periode waarop de herverzekering betrekking heeft.

Saldo overdrachten van rechten
De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.

Overige baten en lasten
Overige baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is volgens de directe methode opgesteld. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen onder de overige activa, de liquide middelen en de op korte termijn zeer liquide activa onder de overige beleggingen. De op korte termijn zeer liquide activa zijn die beleggingen die zonder beperkingen en zonder materieel risico van waardeverminderingen als gevolg van de transactie kunnen worden omgezet in geldmiddelen.

13.5 Toelichting op de balans per 31 december 2023

ACTIVA

1. Beleggingen voor risico Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Vastgoed beleggingen   0   0
Aandelen   178.240   168.791
Vastrentende waarden   366.259   362.449
Derivaten   7.276   8.087
Overige beleggingen   73.063   63.841
Totaal   624.838   603.168
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2023   0   168.791   362.449   -44.822   63.841   550.259
Aankopen   0   34.320   120.244   0   56.131   210.695
Verkopen   0   -54.620   -133.535   -5.007   -29.000   -222.162
Herwaardering   0   29.749   17.101   9.534   454   56.838
Overige mutaties   0   0   0   0   -18.363   -18.363
Stand per 31 december 2023   0   178.240   366.259   -40.295   73.063   577.267
Schuldpositie derivaten (credit)                       47.571
Totaal                       624.838

In 2023 heeft de fondsbeheerder de structuur van een aantal beleggingsfondsen vereenvoudigd. Voor Pensioenkring SVG betekende dit dat beleggingen in bepaalde ‘feeder’ fondsen verkocht werden en dat voor dezelfde waarde werd belegd in het ‘master’ fonds. Pensioenkring SVG behield daarmee dezelfde onderliggende beleggingen. De hier uit voortvloeiende transacties zijn in bovenstaande overzicht mee genomen als verkoop respectievelijk aankoop (voor aandelen betrof dit 29,6 miljoen, voor vastrentende waarden 82,8 miljoen).

De overige mutaties bij overige beleggingen bestaan uit toe- en afname van liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille en de mutaties binnen de vorderingen en schulden binnen de beleggingen, die onder de overige beleggingen worden gepresenteerd. Vanwege aanhoudende onzekerheden in de financiële markten werd een hogere positie in dagelijks opvraagbare deposito's en posities met een looptijd van maximaal een week aangehouden.

Het economisch risico van de beleggingen ligt bij Pensioenkring SVG. Het juridisch eigendom is ondergebracht bij Stap.

(bedragen x € 1.000)   Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2022   61   248.541   485.745   41   10.899   745.287
Aankopen   0   195.425   132.124   271   12.000   339.820
Verkopen   -84   -239.602   -178.692   14.633   -18.700   -422.445
Herwaardering   23   -35.573   -76.728   -59.767   -760   -172.805
Overige mutaties   0   0   0   0   60.402   60.402
Stand per 31 december 2022   0   168.791   362.449   -44.822   63.841   550.259
Schuldpositie derivaten (credit)                       52.909
Totaal                       603.168

Aandelen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Beursgenoteerde en niet beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen   178.240   168.791
Totaal   178.240   168.791

Pensioenkring SVG belegt niet in de werkgever.

Ultimo boekjaar zijn er geen posities binnen de betreffende beleggingscategorie met een belang groter dan 5%.

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Obligatiefondsen   85.078   86.255
Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden   157.158   154.975
Hypothekenfondsen   124.023   121.219
Totaal   366.259   362.449

De waarde in de Hypothekenfondsen betreffen beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund.

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Duitse staatsobligaties   67.883   18,5%   67.722   18,7%
Totaal   67.883   18,5%   67.722   18,7%

De totale waarde van de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund bedraagt 124.023 en is meer dan 5% van de totale beleggingscategorie. De beleggingen in deze vastrentende waarden zijn uiteindelijk verspreid over meerdere beleggingsfondsen.

Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Valutaderivaten   2.602   4.901
Rentederivaten   -42.897   -49.723
Totaal   -40.295   -44.822

In de bovenstaande weergave zijn zowel de positieve als de negatieve derivatenposities meegenomen. Een toelichting op de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Money Market fund   31.146   3.564
Cash collateral   37.874   46.105
Overige vorderingen   6.438   1.059
Overige schulden   -5.622   0
Liquide middelen bij de vermogensbeheerder   3.227   13.113
Totaal   73.063   63.841

De vorderingen en schulden op beleggingen zijn kortlopend.

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie.

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Fidelity Institutional Liquidity Fund PLC   11.888   16,3%   1.041   1,6%
Morgan Stanley Liquidity Funds   9.748   13,3%   2.523   4,0%
BlackRock ICS Euro Liquidity Fund   9.509   13,0%     0,0%
Totaal   31.145   42,6%   3.564   5,6%

Securities lending
Pensioenkring SVG participeert niet in securities lending programma's.

Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van Pensioenkring SVG gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het korte termijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van Pensioenkring SVG kan gebruik worden gemaakt van afgeleide marktnoteringen. Echter, voor de onderliggende beleggingen binnen het MM Dutch Mortgage Fund wordt gebruik gemaakt van waarderingsmodellen en - technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. De tabel is gebaseerd op de levelindeling van het beleggingsfonds waarin wordt belegd. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

(bedragen x € 1.000)   Genoteerde marktprijzen   Afgeleide
markt-noteringen
  Waarderings-modellen   Overig   Totaal
                     
Aandelen   0   178.240   0   0   178.240
Vastrentende waarden   85.078   157.159   124.022   0   366.259
Derivaten   0   -40.295   0   0   -40.295
Overige beleggingen   0   31.146   0   41.917   73.063
Stand per 31 december 2023   85.078   326.250   124.022   41.917   577.267

De posities uit hoofde van de derivaten betreffen zowel positieve als negatieve posities. Een toelichting over de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

(bedragen x € 1.000)   Genoteerde marktprijzen   Afgeleide
markt-noteringen
  Waarderings-modellen   Overig   Totaal
                     
Aandelen   0   168.791   0   0   168.791
Vastrentende waarden   86.255   154.975   121.219   0   362.449
Derivaten   0   -44.822   0   0   -44.822
Overige beleggingen   0   3.564   0   60.277   63.841
Stand per 31 december 2022   86.255   282.508   121.219   60.277   550.259

2. Herverzekeringsdeel technische voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen   1.452   1.407
Totaal   1.452   1.407

Pensioenkring SVG heeft voor een deel van de populatie nog verzekerde pensioenrechten uit een garantiecontract bij Zwitserleven. De verplichtingen voor deze verzekerde pensioenrechten zijn opgenomen in het herverzekeringsdeel technische voorzieningen.

De kredietwaardigheid van de herverzekeraar is dusdanig dat het bestuur van mening is dat een eventueel kredietrisico niet significant is en daardoor afwaardering voor het kredietrisico niet benodigd is.

3. Vorderingen en overlopende activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Vorderingen uit verzekeringen   3.475   3.330
Overige vorderingen en overlopende activa   71   57
Totaal   3.546   3.387

De vordering uit verzekeringen heeft betrekking op deelnemers die niet bij de populatie van Pensioenkring SVG horen, maar waarvoor Pensioenkring SVG wel een uitkering van de verzekeraar ontvangt vanaf het moment dat de deelnemer 65 wordt en met pensioen gaat. Deze vordering wordt elk kwartaal herrekend.

Van de vorderingen uit verzekeringen heeft 3.350 (2022: 3.211) een looptijd van langer dan één jaar. Het restant van de vorderingen uit verzekeringen heeft een resterende looptijd van korter dan één jaar.

De overige vorderingen bestaan uit een vordering op KPN voor een nota van Aegon AM die Wtp analyses heeft uitgevoerd (42) en de voorlopige afrekening voor de administratiekostenvergoeding 2023 (19).

4. Overige activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Liquide middelen   730   468
Totaal   730   468

Pensioenkring SVG heeft twee bankrekeningen, waarvan één met name wordt gebruikt voor de financiële verrekening met Stap. Stap betaalt de pensioenuitkeringen aan de pensioengerechtigden van Pensioenkring SVG en betaalt een deel van de pensioenuitvoeringskosten aan crediteuren. De tweede bankrekening wordt gebruikt voor de verwerking van waardeoverdrachten klein pensioen. De liquide middelen bij banken staan ter vrije beschikking van Pensioenkring SVG.

De liquide middelen komen economisch toe aan Pensioenkring SVG. Het juridisch eigendom ligt bij Stap.

PASSIVA

5. Algemene reserve Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   81.441   150.405
Bestemming saldo van baten en lasten boekjaar   23.483   -68.964
Stand per 31 december   104.924   81.441

Dekkingsgraad, vermogenspositie en herstelplan

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Feitelijke dekkingsgraad   122,0%   117,2%
Reële dekkingsgraad   92,8%   98,0%
Beleidsdekkingsgraad   120,4%   125,2%

De feitelijke dekkingsgraad van Pensioenkring SVG wordt berekend door op de balansdatum het pensioenvermogen te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De reële dekkingsgraad wordt berekend door de beleidsdekkingsgraad te delen door de grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) per 30 september 2023. De TBI-grens per 30 september van een jaar is bepalend voor het besluit of de volledige toeslag op basis van Toekomst Bestendig Indexeren kan worden toegekend.

De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt Pensioenkring SVG gebruik van het standaard model. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van Pensioenkring SVG. De uit komsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de paragraaf 'Risicobeheer'.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist eigen vermogen op 31 december:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Algemene reserve Pensioenkring SVG   104.924   22,0%   81.441   17,2%
Minimaal vereist eigen vermogen   19.052   4,0%   18.916   4,0%
Vereist eigen vermogen   68.671   14,4%   67.444   14,3%

De vermogenspositie van de pensioenkring wordt gekarakteriseerd als een situatie met een toereikende solvabiliteit (2022: idem).

Herstelplan
De pensioenkring hoefde in 2023 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (125,2%) per 31 december 2022 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen (114,3%). 

De situatie is eind 2023 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2023 (120,4%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2023 (114,4%).

Minimaal vereist vermogen
Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen horende bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en -rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2023 is de beleidsdekkingsgraad (120,4%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2023 voor Pensioenkring SVG dus niet aan de orde.

Statutaire regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten
Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten van 23.483 over het boekjaar wordt toegevoegd aan de algemene reserve van Pensioenkring SVG.

6. Technische voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG   475.329   471.872
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen   1.452   1.407
Totaal   476.781   473.279

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   471.872   599.204
Toeslagverlening   71   42.495
Rentetoevoeging   14.798   -2.852
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -24.666   -22.454
Wijziging marktrente   17.827   -139.287
Wijziging actuariële grondslagen   0   1.175
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -3.840   -1.473
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   -733   -4.936
Stand per 31 december   475.329   471.872

Toeslagverlening
Pensioenkring SVG streeft er naar de pensioenaanspraken en -rechten van de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden jaarlijks aan te passen aan de ontwikkeling van het consumentenprijsindex alle huishoudens (afgeleid). Het beleid is er op gericht om op de lange termijn circa 70% van de stijging van deze prijsindex door middel van toeslagen te compenseren. Deze toeslagverlening heeft een voorwaardelijk karakter. Per 31 december 2023 is geen toeslag verleend (2022: 10,12%) aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring SVG, omdat er sprake is van een negatieve consumentenprijsindex.

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 3,264% (2022: -0,486%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2022 (2022: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2021).

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.

Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitvoeringskosten in de verslagperiode.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de voorzieningen pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder wijziging marktrente.

DNB heeft eind 2022 aangegeven dat de nieuwe UFR-methode, zoals geadviseerd door de Commissie Parameters 2022, per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. In het effect van de wijziging marktrente is een klein bedrag opgenomen dat samenhangt met de wijziging van de UFR-methode. Van het totale effect van de wijziging van de rente  wordt 18.402 veroorzaakt door de reguliere wijziging van de (markt)rente en -575 door de aanpassing van de UFR-methodiek.

Rentepercentage per   31-12-2023   31-12-2022
         
    2,42%   2,79%

Wijziging actuariële grondslagen
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van de veronderstellingen voor sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van de pensioenkring. 

In 2023 zijn er geen grondslagwijzigingen geweest.

Wijziging uit hoofde overdracht van rechten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Onttrekking aan de technische voorzieningen   -3.840   -1.473
Totaal   -3.840   -1.473

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Resultaat op kanssystemen:        
- Sterfte   -657   -3.504
- Mutaties   199   -24
Overige   -275   -1.408
Totaal   -733   -4.936

Onder sterfte is de afwijking tussen de werkelijke sterfte ten opzichte van de veronderstelde sterfte weergegeven.

Onder Overige is het effect voor de actualisatie van de kostenvoorziening in de voorziening pensioenverplichtingen opgenomen.

De voorziening pensioenverplichtingen, inclusief het herverzekerde deel van de technische voorzieningen is naar categorieën deelnemers als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
    Voorziening   Aantallen   Voorziening   Aantallen
                 
Actieven   6.880   33   6.961   36
Pensioengerechtigden   303.704   2.937   297.465   2.853
Gewezen   155.253   3.841   158.007   4.524
    465.837   6.811   462.433   7.413
Overig   10.944   0   10.846   0
Voorziening pensioenverplichtingen   476.781   6.811   473.279   7.413

'Overig' bestaat voornamelijk uit de reservering voor toekomstige uitvoeringskosten voor de uitvoering van de pensioenregeling.

Korte beschrijving pensioenregeling
Pensioenkring SVG is een zogenoemde gesloten pensioenkring en voert een pensioenregeling voor arbeidsongeschikten, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden uit. De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst en kent verschillende pensioenaanspraken.

Er vindt geen actieve pensioenopbouw plaats met uitzondering van de pensioenopbouw vanuit de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Toeslagverlening
De toeslagverlening voor de pensioenaanspraken en -rechten wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur. Pensioenkring SVG streeft er naar de pensioenaanspraken en -rechten jaarlijks aan te passen aan de ontwikkeling van het consumentenprijsindex alle huishoudens (afgeleid). Het beleid is er op gericht om op de lange termijn circa 70% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.

De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslag en er kan op de langere termijn geen zekerheid worden gegeven of en in hoeverre toeslagverlening kan plaatsvinden. Of een toeslag kan worden verleend en hoe hoog de toeslag wordt, is afhankelijk van de financiële positie van Pensioenkring SVG. Het bestuur van Stap beslist jaarlijks in hoeverre de pensioenaanspraken en -rechten worden aangepast.

Per 31 december 2023 is geen toeslag verleend (2022: 10,12%) aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring SVG.

Inhaaltoeslagen
Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Om inhaaltoeslagen te kunnen toekennen is een hoge dekkingsgraad vereist. Inhaaltoeslagen zijn daarom op korte termijn niet te verwachten. Het bestuur geeft in de financiële opstelling elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen.

Voor de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden is deze specificatie in de volgende tabel opgenomen.

Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden   Volledige
toeslag-
verlening
  Toegekende
toeslagen
  Verschil   Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
                 
 1 januari 2017   -0,01%   0,00%   -0,01%   -0,01%
 1 januari 2018   1,47%   0,00%   1,47%   1,46%
 1 januari 2019   1,47%   0,04%   1,43%   2,91%
 1 januari 2020   1,64%   0,00%   1,64%   4,60%
31 december 2020   0,99%   0,00%   0,99%   5,64%
31 december 2021   2,57%   1,32%   1,25%   6,96%
31 december 2022   17,16%   10,12%   7,04%   14,49%
31 december 2023   -1,39%   0,00%   -1,39%   12,90%

Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Bij Zwitserleven zijn de aanspraken van enkele gewezen deelnemers en het ingegaan nabestaandenpensioen voor enkele nabestaanden ondergebracht.

Mutatie overzicht herverzekeringsdeel technische voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   1.407   1.962
Rentetoevoeging   45   -9
Wijziging marktrente   59   -490
Onttrekking pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -54   -45
Wijzigingen actuariële grondslagen   0   4
Overige wijzigingen   -5   -15
Stand per 31 december   1.452   1.407

7. Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Derivaten   47.571   52.909
Totaal   47.571   52.909

Een uitgebreide toelichting op de derivatenpositie is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

8. Overige schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Belastingen en premie sociale verzekeringen   438   399
Overige schulden en overlopende passiva   842   402
Totaal   1.280   801

De post 'belastingen en premies sociale verzekering' betreft de nog af te dragen loonheffing aan Stap, die hoort bij de pensioenuitkeringen van december 2023. De betaling van de loonheffing aan de Belastingdienst wordt door Stap gedaan en aan de pensioenkring doorbelast. Deze afdracht heeft in januari 2024 plaatsgevonden.

De overige schulden en overlopende posten bestaan uit de overlopende kosten uit 2023 (319), nog te betalen facturen (281), niet opgevraagde pensioenen (100), een schuld met betrekking tot het weerstandsvermogen (89), de met Stap af te rekenen exploitatiekosten over het vierde kwartaal van 2023 (55) en terug te vorderen pensioenuitkeringen (-2).

Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.

Risicobeheer

Pensioenkring SVG wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van Pensioenkring SVG is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Het solvabiliteitsrisico is daarmee het belangrijkste risico voor Pensioenkring SVG.

Het risicobeleid is verwoord in de ABTN van Pensioenkring SVG. Het bestuur beschikt over een aantal beleidsinstrumenten voor het beheersen van de risico's. Deze beleidsinstrumenten betreffen:

  • beleggingsbeleid;
  • verzekeringsbeleid;
  • toeslagbeleid.

De keuze en toepassing van beleidsinstrumenten vindt plaats na uitvoerige analyses voor te verwachten ontwikkelingen van de verplichtingen en de financiële markten. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de meest recent uitgevoerde Asset Liability Management-studie (ALM-studie) en (aanvangs)haalbaarheidstoets(en). Ook het financieel crisisplan, dat jaarlijks door het bestuur wordt getoetst en waar nodig aangepast aan de actualiteit, is verwerkt in de onderstaande toelichting op de risico's, het risicobeleid en de ingezette beheersmaatregelen/afdekkinginstrumenten.

De uitkomsten van deze analyses vinden hun weerslag in jaarlijks door het bestuur vast te stellen beleggingsrichtlijnen als basis voor het uit te voeren beleggingsbeleid. De beleggingsrichtlijnen geven normen en limieten aan waarbinnen de uitvoering van het beleggingsbeleid door de vermogensbeheerders moet plaatsvinden. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in mandaatovereenkomsten met de vermogensbeheerders.

Solvabiliteitsrisico's

Het belangrijkste risico voor Pensioenkring SVG betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel het risico dat Pensioenkring SVG niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit wordt gemeten op basis van zowel algemeen geldende normen als specifieke normen die door de toezichthouder worden opgelegd.

Indien de solvabiliteit van Pensioenkring SVG zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat er geen ruimte beschikbaar is voor een eventuele toeslagverlening op de pensioenaanspraken en -rechten. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat Pensioenkring SVG verworven pensioenaanspraken en -rechten moet verminderen.

De aanwezige dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:

Ontwikkeling dekkingsgraad   2023   2022
         
Dekkingsgraad per 1 januari   117,2%   125,0%
Premie   0,0%   0,0%
Uitkeringen   0,9%   0,9%
Toeslagverlening   0,0%   -8,2%
Beleggingsrendementen (excl. renteafdekking)   7,8%   -27,9%
Wijziging rentetermijnstructuur voorziening pensioenverplichtingen   -4,2%   37,8%
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   0,1%   0,1%
Wijziging actuariële grondslagen   0,0%   0,0%
Kanssystemen   0,2%   0,8%
Overige (incidentele) mutaties   0,1%   0,1%
Overige mutaties   0,0%   -0,1%
Kruiseffecten   -0,1%   -11,3%
Dekkingsgraad per 31 december   122,0%   117,2%

Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient Pensioenkring SVG buffers in het vermogen aan te houden. De omvang van deze buffers (buffers plus de pensioenverplichtingen heten samen het vereist vermogen) wordt vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets (S-toets). Deze toets bevat een kwantificering van de bestuursvisie op de pensioenkring specifieke restrisico's (na afdekking).

De bepaling van de procentuele effecten van de diverse resultaatbronnen op de dekkingsgraad zijn conform de richtlijnen van DNB alle uitgedrukt ten opzichte van de dekkingsgraad primo jaar. Dit zorgt ervoor dat de optelling van dekkingsgraad primo jaar plus alle afzonderlijke procentuele effecten niet leidt tot de dekkingsgraad ultimo jaar.

Het verschil tussen deze twee wordt verantwoord onder de noemer kruiseffecten; in het algemeen geldt dat deze post groter wordt naarmate de uitschieters in de afzonderlijke resultaatcomponenten groter worden. 

De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende surplus aan het einde van het boekjaar is als volgt:

Vereist Eigen Vemogen   2023   2022
         
S1 Renterisico   0,1%   0,0%
S2 Risico zakelijke waarden   10,8%   10,8%
S3 Valutarisico   3,6%   3,6%
S4 Grondstoffenrisico   0,0%   0,0%
S5 Kredietrisico   4,4%   4,3%
S6 Verzekeringstechnische risico   2,9%   3,0%
S7 Liquiditeitsrisico   0,0%   0,0%
S8 Concentratierisico   0,0%   0,0%
S9 Operationeel risico   0,0%   0,0%
S10 Actief beheerrisico   0,5%   0,6%
Diversificatie-effect   -7,9%   -8,0%
Totaal   14,4%   14,3%
(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Vereist pensioenvermogen   545.452   540.723
Voorziening pensioenverplichtingen -/-   476.781   473.279
Vereist eigen vermogen   68.671   67.444
Aanwezig pensioenvermogen (totaal activa -/- schulden)   104.924   81.441
Surplus   36.253   13.997

De buffers zijn berekend op basis van het standaard model, waarbij voor de samenstelling van de beleggingen wordt uitgegaan van de strategische beleggingsmix in de evenwichtssituatie. Het surplus wordt bepaald op basis van de vermogensstand ultimo 2023. De beleidsdekkingsgraad (120,4%) is per 31 december 2023 hoger dan de dekkingsgraad op basis van het vereist vermogen (114,4%).

Beleggingsrisico's

De belangrijkste beleggingsrisico's betreffen het markt-, krediet- en liquiditeitsrisico. Het marktrisico is uit te splitsen in renterisico, valutarisico en prijs(koers)risico. Marktrisico wordt gelopen op de verschillende beleggingsmarkten waarin Pensioenkring SVG op basis van het vastgestelde beleggingsbeleid actief is. De beheersing van het risico is geïntegreerd in het beleggingsproces. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid kunnen zich voorts risico's manifesteren uit hoofde van de geselecteerde managers en bewaarbedrijven (zogeheten manager- en custody risico), en de juridische bepalingen omtrent gebruikte instrumenten en de uitvoeringsovereenkomst (juridisch risico). Het marktrisico wordt beheerst doordat met de vermogensbeheerder specifieke mandaten zijn afgesproken, die in overeenstemming zijn met de beleidskaders en richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld door het bestuur. Het bestuur monitort de mate van naleving van deze mandaten. De marktposities worden periodiek gerapporteerd.

Renterisico (S1)
Pensioenkring SVG loopt renterisico over de verplichtingen, omdat de verplichtingen in waarde veranderen als gevolg van mutaties in de marktrente. Maatstaf voor het meten van rentegevoeligheid is de duration. De duration is de gewogen gemiddelde resterende looptijd in jaren. Met de duration kan worden berekend in hoeverre de waarde van een portefeuille of van de verplichtingen verandert met een verandering in de rente van één basispunt (0,01%). Als de waardeverandering van de portefeuille met vastrentende waarden wordt afgezet tegen de waarde verandering van de verplichtingen, dan wordt hiermee de afdekking van het renterisico bedoeld.

De duration en het effect van de afdekking van het renterisico kan als volgt worden samengevat:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
    Waarde   Duration   Waarde   Duration
                 
Vastrentende waarden (exclusief derivaten)       6,8       6,6
Vastrentende waarden (inclusief derivaten)       16,4       15,4
(nominale) Pensioenverplichtingen   476.781   11,9   473.279   12,3

Het renteafdekkingspercentage van 105,4% leidt ertoe dat de duration van de vastrentende waarden na afdekking van het renterisico stijgt met 9,6 naar 16,4.

De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Resterende looptijd < 1 jaar   9.382   2,6%   11.720   3,2%
Resterende looptijd > 1 < 5 jaar   79.805   21,8%   81.967   22,6%
Resterende looptijd > 5 < 10 jaar   82.836   22,6%   72.385   20,0%
Resterende looptijd > 10 < 20 jaar   116.770   31,9%   124.056   34,2%
Resterende looptijd > 20 jaar   77.466   21,1%   72.321   20,0%
Totaal   366.259   100,0%   362.449   100,0%

De presentatie van de vastrentende waarden naar bovenstaande looptijden hangt samen met het lange termijn karakter van de investeringen van Pensioenkring SVG en het hiermee samenhangende beleid. Ter vergelijking zijn de resterende looptijden van de pensioenverplichtingen (inclusief herverzekerd deel) in onderstaand overzicht weergegeven:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Resterende looptijd < 5 jaar   127.033   26,7%   123.638   26,2%
Resterende looptijd > 5 < 10 jaar   111.641   23,4%   107.059   22,6%
Resterende looptijd > 10 < 20 jaar   146.475   30,7%   144.093   30,4%
Resterende looptijd > 20 jaar   91.632   19,2%   98.489   20,8%
Totaal   476.781   100,0%   473.279   100,00%

Risico zakelijke waarden (S2)
Prijsrisico is het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten. Voor Pensioenkring SVG heeft dit risico betrekking op de portefeuille met zakelijke waarden.

De portefeuille met zakelijke waarden bestaat uit aandelen. Hierbij vinden de beleggingen in aandelen wereldwijd plaats. Door de spreiding binnen de portefeuille (diversificatie) wordt het prijsrisico gedempt en de spreiding is daarmee één van de belangrijkste mitigerende beheersmaatregelen. Daarnaast is de ALM-studie een belangrijk beheersingsinstrument om vast te stellen of gekozen portefeuille met zakelijke waarden voldoet aan de gewenste afweging van risico versus rendement.

De valutapositie per 31 december 2023 is vóór en na afdekking door valutaderivaten als volgt weer te geven:

        31-12-2023    
    Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
             
EUR   356.303   115.255   471.558
             
GBP   5.901   -2.951   2.950
JPY   11.083   -5.575   5.508
USD   154.005   -104.127   49.878
Overige   47.373   0   47.373
Totaal niet EUR   218.362   -112.653   105.709
Totaal   574.665   2.602   577.267

Valutarisico (S3)
Valutarisico betreft het risico dat de marktwaarde van de beleggingen in vreemde valuta daalt door een waardedaling van andere valuta's ten opzichte van de euro.

Voor alle beleggingscategorieën wordt een actief valutabeleid gevoerd. Uitgangspunt hiervoor is een gedeeltelijke afdekking van de Amerikaanse dollar, het Britse pond en de Japanse yen.

Het totaalbedrag dat in 2023 in euro's is belegd, bedraagt vóór afdekking 356.303 ofwel 62% (2022: 61%) en na afdekking 471.558 ofwel 82% (2022: 82%).

Per einde boekjaar is de waarde van de uitstaande valutatermijncontracten 2.602 (2022: 4.902).

De valutapositie per 31 december 2022 is vóór en na afdekking door valutaderivaten als volgt weer te geven:

        31-12-2022    
    Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
             
EUR   332.600   119.215   451.815
             
GBP   5.398   -2.667   2.731
JPY   9.346   -4.950   4.396
USD   148.790   -106.696   42.094
Overige   49.225   0   49.225
Totaal niet EUR   212.759   -114.313   98.446
Totaal   545.359   4.902   550.261

Prijsrisico 
Prijsrisico is het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten. Voor Pensioenkring SVG heeft dit risico betrekking op de portefeuille met zakelijke waarden.

Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie en dat is onder meer vastgelegd in de strategische beleggingsmix van Pensioenkring SVG. In aanvulling hierop maakt Pensioenkring SVG voor de afdekking van het prijsrisico gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar regio is, op look through basis, als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Europa   321.693   55,8%   310.937   56,5%
Noord-Amerika   149.788   25,9%   144.491   26,3%
Zuid-amerika   18.706   3,2%   16.408   3,0%
Azië-Pacific   49.953   8,7%   53.090   9,6%
Afrika   4.228   0,7%   6.314   1,0%
Gemixt   131   0,0%   0   0,0%
Subtotaal vastgoed, aandelen en vastrentende waarden   544.499   94,3%   531.240   96,5%
Derivaten   -40.295   -7,0%   -44.822   -8,1%
Overige beleggingen   73.063   12,7%   63.841   11,6%
Totaal   577.267   100,0%   550.259   100,0%

De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar sectoren is, op look through basis, als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Energie   12.399   2,1%   16.505   3,0%
Bouw- en grondstoffen   8.608   1,5%   8.438   1,5%
Industrie   34.433   6,0%   35.783   6,5%
Duurzame Consumentengoederen   37.698   6,5%   37.453   6,8%
Consumentengebruiksgoederen   32.224   5,6%   33.996   6,2%
Gezondheidszorg   27.161   4,7%   32.095   5,8%
Hypotheken   121.293   21,0%   119.463   21,7%
Informatietechnologie   42.630   7,4%   38.679   7,0%
Telecommunicatie   17.046   3,0%   15.780   2,9%
Nutsbedrijven   11.801   2,0%   12.676   2,3%
Overheid en overheidsinstellingen   111.423   19,3%   111.356   20,3%
Financiële instellingen   73.441   12,7%   58.739   10,7%
Vastgoed   4.405   0,8%   4.423   0,8%
Liquiditeiten   6.423   1,1%   3.500   0,6%
Overige   3.514   0,6%   2.354   0,4%
Subtotaal vastgoed, aandelen en vastrentende waarden   544.499   94,3%   531.240   96,5%
Derivaten   -40.295   -7,0%   -44.822   -8,1%
Overige beleggingen   73.063   12,7%   63.841   11,6%
Totaal   577.267   100,0%   550.259   100,0%

Kredietrisico (S5)
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor Pensioenkring SVG als gevolg van faillissement of betalingsonmacht van tegenpartijen waarop Pensioenkring SVG (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee Over The Counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan en aan bijvoorbeeld verzekeraars.

Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft betrekking op het risico dat partijen waarmee Pensioenkring SVG transacties is aangegaan niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten waardoor Pensioenkring SVG financiële verliezen lijdt.

Pensioenkring SVG heeft voor vastrentende waarden een 'categorieën'-beleid opgesteld voor het kredietrisico. De fiduciair beheerder monitort de uitvoering van dit beleid op dagbasis.

Het kredietrisico (S5) in de berekening van het vereist eigen vermogen is een samenloop van allocatie en kredietwaardigheid (rating) van de beleggingen.

Er is geen minimum- of target rating bepaald voor staatsobligatieleningen. Er wordt echter gewerkt met een landenverdeling als percentage van de portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties. De volgende landen zijn toegestaan, met achtereenvolgens de bijbehorende percentages voor het minimum, neutraal en maximum gewicht:

Land   Minimum gewicht   Neutraal   Maximum gewicht
             
Duitsland   50,0%   32,5%   52,0%
Nederland   26,7%   24,7%   43,0%
Finland   13,3%   11,3%   15,3%
Oostenrijk   10,0%   8,0%   12,0%

Voor de beleggingen in discretionaire inflatiegerelateerde obligaties wordt volledig belegd in Duitsland.

Voor de beleggingen in bedrijfsobligaties wordt het kredietrisico door middel van restricties op de minimale krediet rating van de portefeuille beheerst. Voor de hypothekenportefeuille worden eisen gesteld met betrekking tot de maximale Loan-to-Value (LtV) ratio en het minimale percentage van hypotheken met staatsgarantie (NHG).

Ultimo 2023 voldeed Pensioenkring SVG aan het opgestelde beleid voor de beheersing van het kredietrisico binnen de vastrentende waarden categorieën. Het resultaat hiervan is opgenomen in de onderstaande overzichten met segmentatie naar regio, bedrijfstak en creditrating.

De samenstelling van de vastrentende waarden naar regio's kan, op look through basis, als volgt worden samengevat:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Europa   291.976   79,6%   282.280   77,8%
Noord-Amerika   45.143   12,4%   47.514   13,1%
Zuid-Amerika   14.769   4,0%   12.874   3,6%
Azië-Pacific   10.517   2,9%   14.766   4,1%
Afrika   3.723   1,0%   5.015   1,4%
Gemixt   131   0,0%   0   0,0%
Totaal   366.259   100,0%   362.449   100,0%

De samenstelling van de vastrentende waarden naar sectoren is, op look through basis, als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Energie   8.134   2,2%   12.101   3,3%
Bouw- en grondstoffen   224   0,1%   521   0,1%
Industrie   13.952   3,8%   17.447   4,8%
Duurzame Consumentengoederen   12.451   3,4%   16.604   4,6%
Consumentengebruiksgoederen   17.897   4,9%   16.453   4,5%
Gezondheidszorg   5.126   1,4%   6.279   1,7%
Hypotheken   121.293   33,1%   119.463   33,1%
Informatietechnologie   9.245   2,5%   9.103   2,5%
Telecommunicatie   8.699   2,4%   8.815   2,4%
Nutsbedrijven   8.523   2,3%   9.284   2,6%
Overheid en overheidsinstellingen   111.423   30,4%   111.356   30,8%
Financiele instellingen   40.673   11,1%   30.491   8,4%
Liquiditeiten   5.105   1,4%   2.178   0,6%
Overige   3.514   1,0%   2.354   0,6%
Totaal   366.259   100,0%   362.449   100,0%

Een kredietrating wordt toegekend door een ratingbureau. De drie belangrijkste ratingbureau's zijn Standard & Poor’s, Moody's en Fitch.

Indien er meerdere ratings beschikbaar zijn, hanteert de pensioenkring de volgende methodiek:

  • Drie ratings: de mediaan is leidend
  • Twee ratings: de laagste rating is leidend

Op het moment dat er geen rating beschikbaar is, zal er een gefundeerde inschatting van de rating worden gemaakt die overeenkomt met het kredietrisico van de desbetreffende obligatie.

De samenvatting van de vastrentende waarden op basis van de ratings zoals eind 2023 gepubliceerd is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
AAA   107.079   29,20%   102.896   28,4%
AA   121.981   33,30%   121.225   33,4%
A   67.460   18,50%   67.827   18,7%
BBB   48.270   13,20%   47.780   13,2%
BB   9.922   2,70%   10.762   3,0%
B   1.236   0,40%   4.222   1,2%
CCC   1.495   0,40%   1.021   0,3%
CC   1.509   0,40%   1.592   0,4%
C   539   0,10%   0   0,0%
D   1.204   0,30%   776   0,2%
Geen rating   5.564   1,50%   4.348   1,2%
Totaal   366.259   100,0%   362.449   100,0%

De beleggingen met 'Geen rating' betreffen met name cash en nog af te wikkelen transacties in vastrentende waarden.

Verzekeringstechnische risico's (actuariële risico's, S6)
Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat voortvloeit uit mogelijke afwijkingen van actuariële inschattingen die worden gebruikt voor de vaststelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie. De belangrijkste actuariële risico's zijn de risico's van langleven, overlijden (kortleven) en het toeslagrisico.

Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het belangrijkste verzekeringstechnische risico. Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de technische voorzieningen. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichting. Door toepassing van prognosetafels met een adequaat vastgestelde ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verdisconteerd in de waardering van de pensioenverplichtingen.

Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat Pensioenkring SVG in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen, waarvoor door Pensioenkring SVG geen voorzieningen zijn getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen.

Toeslagrisico
Het toeslagrisico omvat het risico dat de ambitie van het bestuur om toeslagen op pensioen toe te kennen in relatie tot de algemene prijsontwikkeling niet kan worden gerealiseerd. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, beleggingsrendementen, looninflatie en demografie (beleggings- en actuariële resultaten) en van de hoogte van de dekkingsgraad van Pensioenkring SVG. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toeslagverlening voorwaardelijk is.

De zogenoemde reële dekkingsgraad geeft inzicht in de mate waarin toeslagen kunnen worden toegekend (ook wel aangeduid als de toeslagruimte). Voor het bepalen van de reële dekkingsgraad worden onvoorwaardelijke nominale pensioenverplichtingen verdisconteerd tegen een reële, in plaats van nominale, rentetermijnstructuur. Omdat er op dit moment geen markt voor financiële instrumenten aanwezig is waaruit de reële rentetermijnstructuur kan worden afgeleid, wordt gebruik gemaakt van een benaderingswijze.

Ultimo 2023 bedraagt de reële dekkingsgraad 92,8% (2022: 98,0%). Pensioenkring SVG heeft deze risico's verwerkt in de buffer voor het verzekeringstechnisch risico ultimo 2023.

Liquiditeitsrisico (S7)
Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor Pensioenkring SVG op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische en tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er moet eveneens rekening worden gehouden met de directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten.

Concentratierisico (S8)
Concentraties kunnen ertoe leiden dat Pensioenkring SVG bij grote veranderingen in bijvoorbeeld de waardering (marktrisico) of de financiële positie van een tegenpartij (kredietrisico) grote (veelal financiële) gevolgen hiervan ondervindt. Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie in de beleggingsportefeuille in producten, regio's of landen, economische sectoren of tegenpartijen. Naast concentraties in de beleggingsportefeuille kan ook sprake zijn van concentraties in de verplichtingen en de uitvoering.

Om concentratierisico's in de beleggingsportefeuille te beheersen maakt het bestuur gebruik van diversificatie en limieten voor beleggen in landen, regio's, landen, sectoren en tegenpartijen. Deze uitgangspunten zijn door Pensioenkring SVG vastgesteld op basis van de ALM-studie. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de contractuele afspraken met de vermogensbeheerders en het bestuur monitort op kwartaalbasis de naleving hiervan.

De spreiding in de portefeuille met vastrentende waarden is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico. Grote posten kunnen een post van concentratierisico zijn. Om te bepalen welke posten dit betreft worden per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur opgeteld. Als grote post wordt aangemerkt elke post die meer dan 2% van het balanstotaal uitmaakt. 

Ultimo 2023 zijn de volgende posten met meer dan 2% van het balanstotaal aanwezig:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Duitse staatsobligaties   67.883   10,8%   67.722   11,1%
Nederlandse staatsobligaties   11.907   1,9%   12.158   2,0%
Totaal   79.790   12,7%   79.880   13,1%

De totale waarde van de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund bedraagt 124.023 en is meer dan 2% van het balanstotaal. De beleggingen zijn uiteindelijk verspreid over meerdere beleggingsfondsen.

Operationeel risico (S9)
Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Deze risico's worden door Pensioenkring SVG beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering betrokken zijn.

Het bestuur zorgt voor een zodanige vormgeving van de uitbesteding dat de aansluiting tussen de (informatie over) de uitbestede processen en de overige bedrijfsprocessen altijd gewaarborgd is. En tevens dat de verantwoordelijkheid van het bestuur voor de organisatie, uitvoering en beheersing van de uitbestede werkzaamheden en het toezicht daarop niet worden ondermijnd en in lijn is met het uitbestedingsbeleid.

Het bestuur zorgt voor voldoende waarborgen om volledig in control te kunnen zijn. Deze waarborgen behelzen onder andere het schriftelijk vastleggen van alle gemaakte afspraken en het verkrijgen van uitgebreide management informatie met een schriftelijke verantwoording over de uitvoering door de uitvoerder aan het bestuur.

De pensioenuitvoering is uitbesteed aan TKP. Met TKP is een uitbestedingsovereenkomst en een service level agreement (SLA) gesloten. Het fiduciair beheer is uitbesteed aan Aegon AM en hiervoor is eveneens een uitbestedingsovereenkomst en een SLA overeengekomen.

Het bestuur beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van de uitvoering door middel van performancerapportages (alleen vermogensbeheerders), SLA-rapportages, het In Control Statement en onafhankelijk getoetste interne beheersingsrapportages (ISAE 3402 rapportages). Pensioenkring SVG valt onder de reikwijdte van de ISAE 3402 controle bij Aegon AM en TKP, waardoor op deze rapportage gesteund kan worden. Voor Stap laat TKP jaarlijks een aparte ISAE 3402 rapportage opstellen. Het bestuursbureau van Stap beoordeelt deze ISAE 3402 rapportages jaarlijks en bespreekt de uitkomsten van de analyse met het bestuur van Stap.

Actief risico (S10)
Een actief beleggingsrisico ontstaat wanneer met het beleggingsbeleid binnen de beleggingscategorieën afgeweken wordt van het beleid volgens de benchmark. Een maatstaf voor de mate waarin actief wordt belegd is de zogenoemde 'tracking error'. De tracking error geeft aan hoe groot de afwijkingen van het rendement kunnen zijn ten opzichte van het benchmarkrendement. Hoe hoger de tracking error, hoe hoger het actief risico.

Voor Pensioenkring SVG bedraagt de tracking error van de aandelenportefeuille per eind december 0,51% (2022: 0,58%). Het actief risico is in de berekening van het vereist eigen vermogen opgenomen als S10. S10 heeft een omvang van twee maal de tracking error van de portefeuille (97,5% zekerheid). Er is verondersteld dat het actief risico niet samenhangt met de andere risicofactoren.

Systeemrisico
Systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van Pensioenkring SVG niet langer verhandelbaar zijn en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen, is dit risico voor Pensioenkring SVG niet beheersbaar. Het systeemrisico maakt geen onderdeel uit van de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets.

Derivaten
Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van financiële derivaten. De hoofdregel die hierbij geldt, is dat derivaten uitsluitend worden gebruikt voor zover dit passend is binnen het beleggingsbeleid van Pensioenkring SVG. Derivaten worden hoofdzakelijk gebruikt om de hiervoor vermelde vormen van marktrisico zo veel mogelijk af te dekken.

Derivaten hebben als voornaamste risico het kredietrisico. Dit risico wordt beperkt door alleen transacties aan te gaan met goed te boek staande partijen en door zoveel mogelijk te werken met onderpand. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van onder meer de volgende instrumenten:

  • Futures: dit zijn standaard beursgenoteerde instrumenten waarmee snel posities kunnen worden gewijzigd. Futures worden gebruikt voor het tactische beleggingsbeleid. Tactisch beleggingsbeleid is slechts zeer beperkt mogelijk binnen de grenzen van het strategische beleggingsbeleid.
  • Valutatermijncontracten: dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van valutatermijncontracten worden valutarisico's afgedekt.
  • Swaps: dit betreft met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het uitwisselen van rentebetalingen over een nominale hoofdsom. Door middel van swaps kan Pensioenkring SVG de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden.

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenposities op 31 december 2023:

(bedragen x € 1.000)
Type contract
  Maximum looptijd   Contract-omvang   Saldo
waarde
  Positieve waarde   Negatieve waarde
                     
Valutaderivaten   8 april 2024   115.254   2.602   2.869   -268
Rentederivaten   7 oktober 2072   287.300   -42.897   4.407   -47.303
Totaal       402.554   -40.295   7.276   -47.571

Ultimo 2023 zijn voor een bedrag van 3.271 zekerheden ontvangen voor de derivatenposities (2022: 2.607 ontvangen) en voor 39.953 aan zekerheden gesteld (2022: 48.600). Dit is niet in de balans verwerkt.

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenposities op 31 december 2022:

(bedragen x € 1.000)
Type contract
  Maximum looptijd   Contract-omvang   Saldo
waarde
  Positieve waarde   Negatieve waarde
                     
Valutaderivaten   6 maart 2023   119.215   4.901   4.958   -57
Rentederivaten   7 oktober 2072   249.800   -49.723   3.129   -52.852
Totaal       369.015   -44.822   8.087   -52.909

13.6 Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Langlopende contractuele verplichtingen

Bij de Akte van Overdracht tussen SVG en Stap is een Uitvoeringsovereenkomst overeengekomen. Het contract is aangegaan voor onbepaalde tijd. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de vaste kosten die in mindering worden gebracht op het vermogen. De vaste kosten die hieronder vallen zijn, kosten vermogensbeheer (2023: 968, 2022: 971), uitvoeringskosten pensioenbeheer (2023: 309, 2022: 322) en exploitatiekosten (2023: 228, 2022: 259).

Zolang Pensioenkring SVG is aangesloten bij Stap, is Pensioenkring SVG continu gehouden het benodigd weerstandsvermogen beschikbaar te stellen aan Stap.

Investeringsverplichtingen

Pensioenkring SVG heeft ultimo 2023 geen investeringsverplichtingen (2022: idem).

Verbonden partijen

Identiteit van verbonden partijen
Er is sprake van een relatie tussen het bestuur van Stap en Pensioenkring SVG.

Transacties met (voormalige) bestuurders
Behoudens de betaling van vaste bestuursvergoedingen (en overeengekomen premies) vinden er geen andere transacties tussen de verbonden partijen plaats. Er zijn geen leningen verstrekt aan, noch is er sprake van vorderingen op, (voormalige) bestuurders. De bestuurders van Stap hebben geen pensioenaanspraken of –rechten in de pensioenregeling van Pensioenkring SVG.

13.7 Toelichting op de staat van baten en lasten

9. Beleggingsresultaten risico Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   Directe beleggings-
opbrengsten
  Indirecte beleggings-
opbrengsten
  Kosten vermogens-beheer   Totaal    
                     
2023                    
Vastgoed beleggingen   0   0   0   0    
Aandelen   0   29.749   -146   29.603    
Vastrentende waarden   1.052   17.101   -369   17.784    
Derivaten   -3.582   9.534   -5   5.947    
Overige beleggingen   2.043   454   0   2.497    
Kosten vermogensbeheer   -   -   -613   -613    
Totaal   -487   56.838   -1.133   55.218    
Mutatie weerstandsvermogen               -20    
                55.198    

De kosten vermogensbeheer omvatten de kosten die door de vermogensbeheerder direct in rekening zijn gebracht. Daarnaast wordt in het kader van de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie een deel van de totale pensioenuitvoeringskosten toegerekend aan vermogensbeheer.

De transactiekosten van het vermogensbeheer zijn inbegrepen in de indirecte beleggingsopbrengsten. Dit geldt ook voor de kosten vermogensbeheer die binnen de beleggingsinstellingen worden verrekend.

De mutatie van het weerstandsvermogen, het bedrag dat in 2023 aan Stap is betaald bedraagt 20 en is onttrokken aan het totale beleggingsresultaat na aftrek van kosten (2022: 393 ontvangen van Stap en toegevoegd aan het totale beleggingsresultaat na aftrek van kosten).

(bedragen x € 1.000)   Directe beleggings-
opbrengsten
  Indirecte beleggings-
opbrengsten
  Kosten vermogens-beheer   Totaal
                 
2022                
Vastgoed beleggingen   0   23   0   23
Aandelen   0   -35.573   -166   -35.739
Vastrentende waarden   1.280   -76.728   -396   -75.844
Derivaten   1.016   -60.515   -20   -59.519
Overige beleggingen   217   -12   0   205
Kosten vermogensbeheer   -   -   -504   -504
Totaal   2.513   -172.805   -1.086   -171.378
Mutatie weerstandsvermogen               393
                -170.985

10. Baten uit herverzekering

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen   45   -555
Totaal   45   -555

11. Overige baten

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Interest baten op liquiditeiten   32   0
Totaal   32   0

12. Pensioenuitkeringen

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Ouderdomspensioen   19.784   17.943
Partnerpensioen   3.702   3.502
Wezenpensioen   52   62
Arbeidsongeschiktheidspensioen   57   45
WAO-aanvulling   206   187
Anw-aanvulling   88   81
Afkopen   191   191
Totaal   24.080   22.011

13. Pensioenuitvoeringskosten

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Administratiekostenvergoeding   323   344
Exploitatiekosten   397   259
Dwangsommen en boetes   0   0
Overige kosten   19   38
Algemene kosten toegerekend aan kosten vermogensbeheer   -120   -81
Totaal   619   560

De administratiekostenvergoeding bestaat, naast de kosten die voortvloeien uit de uitbestedingsovereenkomst met TKP voor Pensioenkring SVG (309), uit kosten voor meerwerkactiviteiten vanuit wet- en regelgeving en aanvullende dienstverlening (14).

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (397). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de externe accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer.

Onder overige kosten zijn de bankkosten en kosten voor communicatie-uitingen opgenomen.

Aantal personeelsleden
Bij Pensioenkring SVG zijn geen werknemers in dienst. De werkzaamheden worden verricht door het bestuursbureau van Stap. De hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van Stap.

14. Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Toeslagverlening   71   42.495
Wijziging pensioenregeling   0   0
Rentetoevoeging   14.798   -2.852
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -24.666   -22.454
Wijziging marktrente   17.827   -139.287
Wijziging actuariële grondslagen   0   1.175
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -3.840   -1.473
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   -733   -4.936
Totaal   3.457   -127.332

15. Mutatie herverzekeringsdeel technisch voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen   45   -555
Totaal   45   -555

16. Saldo herverzekering

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Uitkeringen uit herverzekering   -175   -165
Mutatie vordering herverzekering   -146   1.381
Totaal   -321   1.216

17. Saldo overdrachten van rechten

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Inkomende waardeoverdrachten   0   0
Uitgaande waardeoverdrachten   3.909   1.519
Totaal   3.909   1.519

18. Overige lasten

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Betaalde interest   3   2
Overig   0   3
Totaal   3   5

13.8 Gebeurtenissen na balansdatum

Op het moment van vaststellen van het jaarverslag zijn er geen gebeurtenissen na balansdatum bij Pensioenkring SVG.

Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap

Het bestuur

Huub Popping
Danielle Melis
Fred Ooms
Marga Schaap

Versie:
v6.2.36

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report