Spring naar inhoud

7. Verslag Pensioenkring GE Nederland

7.1 Kerngegevens

  2023   2022   2021
Aantal deelnemers          
Actieven en arbeidsongeschikten 516   505   500
Gewezen deelnemers 1.854   1.907   1.868
Pensioengerechtigden 200   166   158
Totaal 2.570   2.578   2.526
           
Dekkingsgraad          
Beleidsdekkingsgraad 138,3%   125,6%   116,4%
Feitelijke dekkingsgraad 135,9%   129,4%   122,4%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,1%   104,1%   104,1%
Vereiste dekkingsgraad 126,0%   125,2%   127,6%
           
Financiële positie (in € 1.000)          
Pensioenvermogen 576.368   458.757   635.768
Technische voorzieningen risico pensioenkring* 420.659   351.836   515.857
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 2.530   1.899   2.503
Technische voorzieningen risico deelnemers 798   813   991
Eigen vermogen 152.381   104.209   116.417
Minimaal vereist eigen vermogen 17.269   14.483   21.121
Vereist eigen vermogen 110.071   89.280   143.162
           
Premies en uitkeringen (in € 1.000)          
Kostendekkende premie 29.864   14.796   9.684
Gedempte premie 34.908   12.560   7.766
Feitelijke premie ** 35.172   12.807   7.838
Pensioenuitkeringen 4.587   3.710   1.045
           
Toeslagen          
Deelnemers 6,31%   3,39%   2,00%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden *** 13,43%   0,00%   2,70%
Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) 0,00%   0,00%   0,00%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief)
0,00%   0,00%   0,00%
           
Beleggingsrendement ****          
Beleggingsrendement risico pensioenkring 14,2%   -27,4%   0,0%
Beleggingsrendement risico deelnemer 11,9%   -17,9%   13,3%
           
Kostenratio`s *****          
Pensioenuitvoeringskosten 0,13%   0,13%   0,04%
Vermogensbeheerkosten 0,21%   0,18%   0,06%
Transactiekosten 0,11%   0,01%   0,04%
           
Gemiddelde duration (in jaren)          
Actieven en arbeidsongeschikten 23,8   23,8   26,0
Gewezen deelnemers 23,8   24,8   26,7
Pensioengerechtigden 10,9   11,0   12,8
Totaal gemiddelde duration 21,5   22,4   24,7
           
Gemiddelde rekenrente 2,30%   2,48%   0,60%

7.2 Algemene informatie

Pensioenkring GE Nederland is vanaf 1 september 2021 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van Stichting Pensioenfonds General Electric Nederland in liquidatie overgedragen aan Stap Pensioenkring GE Nederland door middel van een collectieve waardeoverdracht. De aangesloten werkgevers en Stap zijn per 1 september 2021 een uitvoeringsovereenkomst aangegaan voor een periode van vijf jaar. De uitvoeringsovereenkomsten met de aangesloten ondernemingen zijn per 1 januari 2023 aangepast omdat het General Electric concern is opgesplitst in drie separate vennootschapsrechtelijke groepen (GE Healthcare, GE Vernova en GE Aerospace). De aangesloten ondernemingen behoren tot een van deze drie groepen.

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Nina Nijs (1953), voorzitter
namens de deelnemers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Taugir Sardar (1978), vice voorzitter
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Arjan van der Linde (1976), lid
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Sjoerd Lousberg (1981), lid
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Dirk van Unnik (1964), lid
namens de deelnemers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Fred Bos (1945), lid
namens de pensioengerechtigden
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland heeft in 2023 twee keer overleg gehad met het bestuur. In mei 2023 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2022 en het tweede overleg heeft in december 2023 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2024, het jaarplan 2024, de toeslagverlening per 31 december 2023, het communicatiejaarplan 2024 en het pensioenreglement 2024 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur, heeft het belanghebbendenorgaan ook zes eigen vergaderingen gehad waarbij een delegatie van het bestuursbureau aanwezig was.

7.3 Pensioen paragraaf

Kenmerken regeling

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een onvoorwaardelijke middelloonregeling voor actieve deelnemers en met voorwaardelijke toeslagen voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst.

Pensioenleeftijd Leeftijd 68 jaar

Toetredingsleeftijd Leeftijd 21 jaar

Pensioengevend salaris 12 maal het overeengekomen basissalaris en de overeengekomen ploegentoeslag, alsmede de door de werkgever schriftelijk aangewezen vaste (persoonlijke) toeslagen vermeerderd met de bijbehorende vakantietoeslag en de dertiende maand. Het pensioengevend salaris is gemaximeerd € 128.810 (2023).

Franchise € 16.402 (2023), verhoging volgt het bruto minimumloon.

Pensioengrondslag De pensioengrondslag bedraagt het pensioengevend salaris minus de franchise. De pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met de parttimefactor.

Opbouwpercentage ouderdomspensioen Het opbouwpercentage is 1,875%.

Partnerpensioen Het partnerpensioen bedraagt 70% van het bereikbare ouderdomspensioen.

Wezenpensioen Het wezenpensioen bedraagt per kind 14% van het bereikbare ouderdomspensioen. Het totale bedrag aan wezenpensioen bedraagt niet meer dan 70% van het bereikbare ouderdomspensioen.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Arbeidsongeschiktheids-pensioen 70% van het positieve verschil tussen het pensioengevend salaris en het maximum jaarloon waarover uitkeringen ingevolge de WIA worden genoten, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 31 december 2022 505 154 12 1.907 2.578
Bij 62 32 3 45 142
Af 51 1 0 98 150
Per 31 december 2023 516 185 15 1.854 2.570

In 2023 is de onderneming General Electric gesplitst in de groepen Healthcare, Vernova en Aerospace. In de volgende tabel zijn per groep de aangesloten ondernemingen en het aantal (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden vermeld.

Groep Aangesloten ondernemingen Actieven Pensioengerechtigden Gewezen
Healthcare • GE Healthcare B.V. (Medical systems)
• GE International (Benelux) B.V.
• GE Healthcare B.V. (MDx)
412 92 849
Vernova • GE Power Netherlands B.V.
• GE Albany G. Holding B.V.
• GE International INC. – Netherlands branch
• GE Global Services GmbH
• GE Renewable Holding
• GE Digital Netherlands B.V.
91 91 771
Aerospace • GE Captial Finance
• AerCap Aircraft Leasing Netherlands B.V.
• GE Aviation Netherlands B.V.
13 17 234

Financieringsbeleid

Pensioenfondsen zijn verplicht om een kostendekkende premie te berekenen. De kostendekkende premie is het (wettelijk) ijkpunt bij de beoordeling van de feitelijke premie. Bij de berekening van de kostendekkende premie moet worden uitgegaan van dezelfde grondslagen als die waarmee de technische voorzieningen worden vastgesteld volgens artikel 2 van het Besluit ftk. In afwijking daarvan mag de kostendekkende premie worden gedempt op basis van een voortschrijdend gemiddelde van de rente met een maximumperiode van 10 jaar of met het verwachte portefeuillerendement. Voor Pensioenkring GE Nederland wordt de premie gedempt op basis van het verwachte portefeuillerendement.

Feitelijke premie

De feitelijke premie is gelijk aan de gedempte premie. Om het weerstandsvermogen op peil te houden dient er tevens een bijdrage te worden geleverd aan het weerstandsvermogen. Deze opslag is geen onderdeel van de gedempte premie of het vermogen in de pensioenkring.

Basispremie Actuariële koopsom voor het in het jaar op te bouwen ouderdomspensioen en de toegekende toeslagen vermeerderd met de risicopremies voor nog niet opgebouwde aanspraken op partnerpensioenen en wezenpensioen en de premievrijstelling en het arbeidsongeschiktheidspensioen.

Premie extra pensioenaanspraken Dit betreft inkoop van een extra pensioenaanspraak op grond van het addendum bij het Pensioenreglement 67 jaar.

Aanvullende werkgeversbijdrage De premie wordt elk jaar verhoogd met een aanvullende werkgeversbijdrage van 0,8% van de brutoloonsom van alle actieve deelnemers in de pensioenkring. De brutoloonsom bestaat uit de som van de bruto jaarsalarissen van de actieve deelnemers. In dit bruto jaarsalaris wordt het vakantiegeld meegenomen, maar worden variabele emolumenten (zoals onder andere bonus betalingen, toeslagen, overwerk- en/of onregelmatigheidstoeslagen) buiten beschouwing gelaten. Peildatum is 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de aanvullende werkgeversbijdrage wordt betaald. Over deze bijdrage is geen opslag voor toekomstige uitvoeringskosten en solvabiliteitsopslag verschuldigd.

Rekenrente De berekening van de gedempte premie is gebaseerd op een disconteringvoet van 1,7%, die is vastgesteld op basis van:
• een verwacht nominaal rendement op basis van de huidige strategische beleggingsmix;
• een rendement op vastrentende waarden dat gelijk is aan de rentetermijnstructuur van 31 augustus 2019. Het rendement op vastrentende waarden staat voor de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025 vast;
• een opslag voor toekomstbestendig indexeren.

De risicopremies zijn gelijkgesteld aan de maximale rendementsparameters zoals vastgesteld in artikel 23a van het Besluit FTK en geldend per 1 januari 2020 inclusief nieuwe UFR.

Solvabiliteit De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het percentage dat behoort bij het vereist eigen vermogen op basis van het strategische beleggingsbeleid.

Sterftekansen Ontleend aan de meest recente prognosetafel, zoals gepubliceerd door het Koninklijke Actuarieel Genootschap. Bij gebruik van de prognosetafel wordt rekening gehouden met leeftijdsafhankelijke ervaringssterftefactoren die zijn vastgesteld met behulp van het Demographic HorizonsTM Model (Aon).

Gedempte premie

Om conform de Pensioenwet te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de pensioenkring de zogenoemde gedempte premie. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van onder andere de volgende uitgangspunten en wordt uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslagsom.

Kostendekkende premie

Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring GE Nederland bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Pensioenkring GE Nederland.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring GE Nederland, komen ten goede aan respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring GE Nederland.

Klachten

Stap vindt het belangrijk om te luisteren naar de deelnemers van de pensioenkring en daar ook naar te handelen. Daarmee volgt Stap de geactualiseerde versie (11 september 2023) van de Gedragslijn Goed omgaan met Klachten (gedragslijn). In deze gedragslijn hebben leden van de Pensioenfederatie vastgelegd wat het basisniveau is voor de wijze waarop de pensioenfondsensector wil omgaan met klachten. Stap sluit hiermee aan bij de verwachtingen van de deelnemers en is goed voorbereid op de verwachte toestroom van vragen en klachten door de stelselwijziging. De geactualiseerde versie van de gedragslijn sluit aan bij de Wet toekomst pensioenen. Daarin is een bredere definitie opgenomen van een klacht: elke uiting van ontevredenheid van een persoon gericht aan de pensioenuitvoerder. Met als vanzelfsprekend gevolg dat het aantal klachten toeneemt.

De klachtenregeling van Stap is in lijn gebracht met de nieuwe wetgeving en de gedragslijn. Met ingang van 1 januari 2024 verwijzen we in de klachtenregeling door naar de nieuw opgerichte Geschillen Instantie Pensioenfondsen (GIP).

In onderstaand schema staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2023 voor een aantal vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn. In 2023 zijn vier klachten afgehandeld en hiervan is één klacht niet naar tevredenheid van de deelnemer afgewikkeld. Onderverdeeld naar rubriek (AFM classificatie) geeft dat het volgende beeld.

Onderwerp Aantal klachten Geëscaleerde klachten
Afgehandelde klachten 2023 per onderwerp:    
- service en klantgerichtheid 0 0
- behandelingsduur 1 0
- informatieverstrekking 0 0
- deelnemersportaal 0 0
- keuzebegeleiding 0 0
- pensioenberekening en -betaling 2 1
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0
- financiële situatie 0 0
- duurzaamheid 0 0
- overig 0 0
Totaal 3 1

Op dit moment is TKP bezig met de inrichting van een periodieke meting van de klanttevredenheid over de behandeling van klachten. Deze wordt in de loop van 2024 operationeel. Ook zal dan op een stelselmatige wijze gekeken worden naar mogelijke verbeteringen die Stap kan doorvoeren op basis van de ontvangen klantsignalen. 

7.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2023 en 2022 opgenomen.

    2023     2022  
  in € miljoen Actuele
mix in %
Strategische
mix in %
in € miljoen Actuele
mix in %
Strategische
mix in %
Aandelen 305,1 50,3 50,0 256,6 51,6 50,0
Opkomende markten 36,8 6,1 6,5 35,2 7,1 6,5
Ontwikkelde markten 268,3 44,2 43,5 221,4 44,5 43,5
Vastrentende waarden * 267,4 49,7 50,0 227,1 48,4 50,0
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) 36,1 5,9 6,3 0,0 0,0 0,0
Bedrijfsobligaties Europa 36,8 6,1 6,3 0,0 0,0 0,0
Hypotheken Nederland 52,9 8,7 10,0 17,8 3,6 5,0
Green Bonds 14,3 2,4 2,5 0,0 0,0 0,0
Discretionaire bedrijfsobligaties 0,0 0,0 0,0 64,7 13,0 15,0
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 127,3 21,0   144,6 29,1  
Liquiditeiten 23,4 3,9   6,5 1,3  
Overlay 11,1 1,8 25,0 6,8 1,4 30,0
Interest Rate Swap 8,3 1,4   6,8 1,4  
FX Forward 2,8 0,5   0,0 0,0  
Totaal ** / *** 607,1 100,0 100,0 497,0 100,0 100,0

In december 2023 is het beleggingsplan 2024 vastgesteld. Het beleggingsplan 2024 heeft als ingangsdatum 1 januari 2024.

Ten opzichte van het beleggingsplan 2023 zijn de volgende wijzigingen in de portefeuille aangebracht:

  • De wereldaandelenportefeuille ontwikkelde markten wordt sinds 2023 geleidelijk omgezet naar de MSCI World SRI Index. Per eind 2023 resteerde nog een bedrag van 53,4 mln, wat in 2024 onder dezelfde voorwaarden wordt voortgezet.  

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2023 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 19,0 18,0 0,9 9,4
Aandelen opkomende markten
(Northern Trust - Emerging Markets Custom ESG EI FGR-HE)
5,1 5,9 -0,8 0,3
Aandelen ontwikkelde markten
(MM Developed World Equity Index Fund)
21,2 19,6 1,4 7,1
Aandelen ontwikkelde markten
(MM World Equity Index SRI Fund)
5,5 5,4 0,1 2,1
Vastrentende waarden 7,0 6,5 0,5 3,1
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Euro Credit ESG Fund)
7,5 6,5 0,9 0,5
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
(MM Global Credit Ex Financials Fund - Unhedged)
3,2 3,5 -0,3 0,2
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
2,3 5,7 -3,3 0,2
Green Bonds
(MM Global Green Bond Fund)
5,2 5,1 0,0 0,1
Discretionaire portefeuille bedrijfsobligaties 4,3 1,2 3,0 0,6
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 7,2 7,2 0,0 1,5
Liquiditeiten       0,1
Totaal exclusief overlay 12,7 12,3 0,4 12,6
Totaal overlay       1,5
Interest Rate Swap       1,4
FX Forward       0,2
Totaal inclusief overlay 14,2     14,2

Toelichting resultaten beleggingen 2023

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 9,4%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM Developed World Equity Index Fund had met 7,1%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Ontwikkeling aandelen opkomende markten
Het Northern Trust Emerging Markets ESG Fund is een passief beleggingsfonds dat als doel heeft het rendement van de benchmark zo nauwkeurig mogelijk te benaderen. Over 2023 behaalde het beleggingsfonds een rendement dat lager lag dan het rendement van de benchmark. Dit kan deels worden verklaard door een aantal meer technische factoren. Een deel wordt verklaard door de timing van het ontvangen van de fondswaardering en de methodiek die wordt gebruikt voor de fondswaardering. Zo loopt de fondswaardering één dag achter bij de benchmark omdat deze te laat was ontvangen. Daarnaast wordt het beleggingsfonds gewaardeerd tegen de ‘swing’ Net Asset Value (NAV), zijnde een waardering waarbij transactiekosten voor toe- en uittredingen zijn meegenomen. Gecorrigeerd voor deze posten bleef het beleggingsfonds circa 0,20% achter bij de benchmark. Daarbij wordt 0,15% gedreven door de lopende kostenfactor van het beleggingsfonds, en het overige deel door onder andere de impact van de kaspositie van het beleggingsfonds en transactiekosten voor het repliceren van de index. Hierdoor presteerde het beleggingsfonds in 2023 in lijn met de verwachting.

Ontwikkeling aandelen ontwikkelde markten
Het MM Developed World Equity Index Fund kent een passieve beleggingsstijl waardoor het rendement in lijn is met het rendement van de benchmark. Dat het beleggingsfonds een positief relatief rendement behaalde kwam vooral door het uitsluitingsbeleid. Daarnaast droeg het terugvorderen van dividendbelasting positief bij. Bij het berekenen van het benchmarkrendement wordt de mogelijkheid om dividendbelasting terug te vorderen niet meegenomen, terwijl dit door de fiscale status van het beleggingsfonds deels wel mogelijk is.  

In het derde kwartaal van 2023 heeft de toetreding tot het MM World Equity Index SRI Fund plaatsgevonden. Het beleggingsfonds kent een passieve beleggingsstijl waardoor het rendement in lijn is met het rendement van de benchmark. Het terugvorderen van dividendbelasting droeg dit jaar positief bij en als gevolg hiervan behaalde het beleggingsfonds een positief relatief rendement.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen 3,1%-punt bij aan het totaal rendement. De portefeuille met discretionaire nominale staatobligaties leverde met 1,5%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Begin 2023 is de samenstelling van de portefeuille met vastrentende waarden gewijzigd. De portefeuille met discretionaire bedrijfsobligaties is omgezet naar een breder gespreid mandaat inclusief een actieve strategie in euro bedrijfsobligaties, een passieve strategie in wereldwijde bedrijfsobligaties exclusief financials en Green Bonds.

Ontwikkeling bedrijfsobligaties Europa
Het MM Euro Credit ESG Fund heeft beter gerendeerd dan de benchmark en presteerde ook beter dan de lange termijn doelstelling, terwijl het risicoprofiel van het beleggingsfonds laag is. Het beleggingsfonds profiteerde vooral van de selectie van obligaties binnen de sectoren. Vooral posities in financiële waarden en nutsbedrijven droegen positief bij.

Ontwikkeling bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
Het MM Global Credit Ex Financials Fund – Unhedged kent een passieve beleggingsstijl. Het beleggingsfonds kan, in tegenstelling tot de benchmark naar BBB afgewaardeerde obligaties aanhouden om transactiekosten te beperken. Eind 2023 is 7% belegd in obligaties met een rating van BBB+ of BBB. Het aanhouden van deze obligaties had een licht positief effect op het rendement. Transactiekosten hadden een licht negatief effect.

Ontwikkeling Nederlandse hypotheken
Het rendement van de belegging in het MM Dutch Mortgage Fund wordt op de lange termijn vergeleken met het rendement van Nederlandse staatsobligaties, omdat een goede benchmark voor Nederlandse hypotheken ontbreekt. Het rendement was in 2023 fors lager dan dat van Nederlandse staatsobligaties. Sinds de start van het beleggingsfonds (oktober 2013) is er echter sprake van een geannualiseerd relatief rendement van 2%, terwijl de doelstelling ligt op het behalen van minimaal 1%. De risicopremie van hypotheken liep op van 1,6% naar een niveau net boven de 2% voor een 20-jaars hypotheek met NHG. De kredietopslag van 2% ligt dicht bij het gemiddelde over de afgelopen jaren. 

De huizenmarkt in Nederland was redelijk stabiel in 2023. Het beleggingsfonds is relatief goed beschermd tegen mindere economische periodes door de relatief lage loan-to-value (minder dan 60%). Betalingsachterstanden op hypotheken zijn nog steeds zeer laag ondanks de gestegen prijzen voor energie.

Ontwikkeling Green Bonds
Het MM Global Green Bond Fund belegt uitsluitend in erkende green bonds volgens strenge maatstaven. De opbrengst van deze obligaties wordt geheel gebruikt voor projecten met een aanwijsbaar positieve impact op het milieu op het gebied van schone energie, energiebesparing, waterbeheer en milieuvriendelijke transportmiddelen en gebouwen. Het beleggingsfonds behaalde een iets hoger rendement dan de benchmark.

Ontwikkeling discretionaire bedrijfsobligaties
In de verslagperiode behaalde de portefeuille met discretionaire bedrijfsobligaties een positief rendement. 

Ontwikkeling discretionaire staatsobligaties
In de verslagperiode behaalde de portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties een positief rendement. Europese staatsobligaties lieten een stijging zien als gevolg van een dalende rente, met name in december. Waar de rente in de eerste 11 maanden nog gestaag opliep, in lijn met het verkrappende beleid van de ECB, stond de maand december volledig in het teken van verwachtingen omtrent renteverlagingen voor het komend jaar en nam de rente hiervoor alvast een afslag op. Een belangrijke reden voor deze dalende rente was het einde van de reeks renteverhogingen van de centrale bank, als ook de verzwakkende economische indicatoren.

Ontwikkelingen liquiditeiten
De liquiditeiten worden in een drietal geldmarktfondsen belegd. Voor het Morgan Stanley Euro Liquidity Fund, het Fidelity Institutional Liquidity Fund en het BlackRock ICS Euro Liquidity Fund, was het de primaire focus om te kunnen voorzien in liquiditeit vanwege de aanhoudende onzekerheden in de financiële markten. Om dit te bewerkstelligen hield men vast aan een relatief hoge allocatie naar dagelijks opvraagbare deposito’s en posities met een looptijd van maximaal één week. Om te profiteren van de oplopende rente werd gedurende het jaar meer belegd in posities met een relatief korte looptijd. Het behaalde rendement was positief.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in 2023 1,5%-punt bij aan het rendement. Marktrentes zijn in 2023 tot en met december gedaald. Deze daling van de rente had een positief effect op de afdekking van het renterisico, die daardoor een positieve bijdrage had aan het totale beleggingsresultaat.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal;
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark.
Attributie beleggingscategorieën eind 2023    
Cijfers in % * Allocatie effect Selectie effect
Aandelen -0,10 0,40
Vastrentende waarden 0,00 0,20
Liquiditeiten -0,10 0,00
Totaal -0,20 0,60

Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Developed World Equity Index Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 0,5%-punt. Hier stond een negatieve bijdrage van het MM Dutch Mortgage Fund van -0,3%-punt tegenover.

Uitvoering MVB beleid

Voor de pensioenkring geldt dat, naast de genoemde uitvoering van het MVB beleid in het hoofdstuk ‘Beleggingen’, voor de beleggingen in het Northern Trust Emerging Markets Fund de volgende additionele activiteiten zijn uitgevoerd.

Voor de beleggingen in het Northern Trust Emerging Markets Fund voert de fondsbeheerder stem- en engagement activiteiten uit en bepaalt de fondsbeheerder de uitsluitingslijst. Het MVB-instrumentarium binnen het Northern Trust Emerging Markets Fund wordt hieronder toegelicht.

Uitsluitingen

  • Het Global Sustainable Investing Team van Northern Trust is verantwoordelijk voor het bepalen van de uitsluitingen van ondernemingen die deel uitmaken van de MSCI Emerging Markets. Op basis van de uitsluitingen construeert MSCI de MSCI Emerging Markets Custom ESG Index. Per eind 2023 werden 128 ondernemingen uitgesloten van het MSCI Emerging Markets universum met een gewicht van 5,9%.
  • Ondernemingen binnen het fonds worden uitgesloten op basis van onderstaande criteria:
    • Het niet voldoen aan de UN’s Global Compact Ten Principles;
    • Tabak (5% of meer van omzet);
    • Wapens;
    • Thermische kolen (productie & stroomopwekking) (5% of meer van omzet);
    • Unconventional Oil & Gas (>5% van de omzet) en Arctic Oil (>1% van de omzet);
    • Commerciële gevangenissen (5% of meer van omzet);
    • Governance restricties:
      - Individuele aandeelhouder mag max 30% van het stemrecht hebben;
      - Minimaal de helft van de raad van bestuur moet onafhankelijk zijn;
      - Minimaal de helft van de audit commissie moet onafhankelijk zijn;
      - Minimaal de helft van de remuneratie commissie moet onafhankelijk zijn;
      - De ondernemingen moeten een clean (non-qualified) auditor opinion hebben.

Screening en engagement

  • Het engagementbeleid van Northern Trust Asset Management is gericht op governance, risicobeheer, audit, bedrijfscultuur, energie, sociale & ethische waarden en duurzame waarde creatie. Engagement activiteiten worden uitgevoerd door een intern ESG team en via de stewardship service provider Hermes EOS. Per eind 2023 vinden er met 67 ondernemingen engagement activiteiten plaats.

Stembeleid

  • Northern Trust stemt namens de beleggingen in het beleggingsfonds. De Northern Trust Policy heeft specifiek betrekking op SRI-richtlijnen die mensenrechten, dierenrechten, aandacht voor vrouwen in raden van bestuur, diversiteit en gelijke werkgelegenheid, milieu en duurzaamheid en liefdadigheidsbijstand overwegen. De Northern Trust’s Proxy Committee is verantwoordelijk voor de inhoud, interpretatie en toepassing van de proxy voting guidelines.

7.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2023 2022 2023 2022
Soort kosten % * % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 719 731 0,13 0,13
Kosten vermogensbeheer 1.116 987 0,21 0,18
Transactiekosten 614 47 0,11 0,01
Totaal ** 2.449 1.765 0,45 0,32

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

  2023 2022 2023 2022
Soort kosten % * % *
Administratiekostenvergoeding 454 409 0,08 0,07
Administratiekostenvergoeding meerwerk 12 58 0,00 0,01
Exploitatiekosten 341 306 0,06 0,06
Overige kosten 18 48 0,00 0,01
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -106 -90 -0,02 -0,02
Totaal ** 719 731 0,13 0,13

De administratiekostenvergoeding is in 2023 toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 1,75% voor 2023. De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2023 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening.

De exploitatiekosten zijn in 2023 toegenomen. Deze kosten zijn in 2023 onder meer toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en een toename van de kosten voor het toezicht door DNB.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (341). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de externe accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. 

Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp opgenomen. De overige kosten zijn in 2023 afgenomen doordat er minder juridische advieskosten zijn gemaakt dan in 2022.

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

      2023 2022
Uitvoeringskosten pensioenbeheer        
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( in € 1.000)     719 731
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) *     1.004 1.089

De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2022 op totaalniveau met 8% gedaald door de afname van de totale uitvoeringskosten en een toename van het aantal actieve deelnemers en pensioengerechtigden.

Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigde is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 1.116 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

      2023 2022
Kosten vermogensbeheer    
Directe kosten vermogensbeheer     741 745
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat)     376 242
Totale kosten van vermogensbeheer *     1.116 987

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie; 
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst;
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (741) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (786).  Een deel van de directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (25) en deze zijn in het bestuursverslag in de paragraaf "Transactiekosten" verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (20) bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager.
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2023 2022 2023 2022
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 274 284 0,05 0,05
Vastrentende waarden 366 240 0,07 0,04
Overig 371 373 0,07 0,07
Totaal 1.011 897 0,19 0,16
Allocatie vanuit pensioenbeheer 106 90 0,02 0,02
Totaal ** 1.117 987 0,21 0,18

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2023 0,03%-punt hoger dan in 2022 (0,18%). De stijging van de kosten vermogensbeheer is voornamelijk het gevolg van de hogere kosten in de categorie vastrentende waarden. Dit kan worden verklaard doordat de portefeuille met vastrentende waarden begin 2023 gewijzigd is. De portefeuille met discretionaire bedrijfsobligaties is omgezet naar een breder gespreid mandaat inclusief een actieve strategie in euro bedrijfsobligaties, een passieve strategie in wereldwijde bedrijfsobligaties exclusief financials en Green Bonds.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen.

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2023 2022 2023 2022
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 65 20 0,01 0,00
Vastrentende waarden 500 20 0,09 0,00
Derivaten 48 7 0,01 0,00
Totaal ** 614 47 0,11 0,01

In bovenstaande kosten is een bedrag van 196 (2022: 9) begrepen voor toe-en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten in 2023 zijn 0,10%-punt hoger dan vorig jaar (2022: 0,01%). Deze stijging is voornamelijk veroorzaakt door de bovengenoemde wijziging in de samenstelling van de portefeuille met vastrentende waarden. Hierdoor zijn de toe- en uittredingskosten binnen de portefeuille met vastrentende waarden gestegen ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast zijn bij deze wijziging nieuwe beleggingsfondsen toegevoegd aan de portefeuille met vastrentende waarden, waardoor de transactiekosten van deze beleggingen gestegen zijn ten opzichte van vorig jaar.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2023 bedroegen 0,21% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,00%-punt (afgerond) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Hier stond een gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen van 0,05%-punt ten opzichte van de benchmarks tegenover. Deze percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde standen in 2023 en op basis van de totale portefeuille. In absolute getallen heeft het actief beheer een opbrengst opgeleverd van 294 ten opzichte van -18 aan kosten.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen.
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn.
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten).
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten.

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

7.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2023 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. De rente heeft in 2023 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 14,2% zorgde daarentegen voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2023 gestegen van 129,4% naar 135,9%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2023 gestegen van 125,6% naar 138,3% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 126,0%. Daarmee is ultimo 2023 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2023 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 136,2%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2023 2022
Beleidsdekkingsgraad 138,3 125,6
Feitelijke dekkingsgraad 135,9 129,4
Dekkingsgraad op basis van marktrente 136,2 129,1
Reële dekkingsgraad 99,5 92,9
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,1 104,1
Vereiste dekkingsgraad 126,0 125,2
Rekenrente vaststelling TV 2,30 2,48

Herstelplan

De pensioenkring hoefde in 2023 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (125,6%) per 31 december 2022 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen per 31 december 2022 (125,2%). Daardoor had Pensioenkring GE Nederland eind 2022 geen reservetekort.

De situatie is eind 2023 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2023 (138,3%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2023 (126,0%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2023 is de beleidsdekkingsgraad (138,3%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,1%). De MVEV-korting is per 31 december 2023 voor Pensioenkring GE Nederland daarom niet aan de orde.

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

De Nederlandsche Bank heeft aan Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor Pensioenkring GE Nederland ontheffing verleend van het bij of krachtens artikel 137, lid 2 van de Pensioenwet bepaalde onder de volgende voorwaarden:

  1. Het verlenen van de voorwaardelijke toeslagen is alleen mogelijk als de dekkingsgraad ligt boven het niveau behorend bij het minimaal vereist vermogen;
  2. De ontheffing vervalt met ingang van het moment dat de voorwaardelijke toeslagverlening niet langer wordt gefinancierd door een opslag op de premie;
  3. De ontheffing vervalt met ingang van het moment dat de verplichting van de aangesloten ondernemingen om herstelpremies te betalen, wordt aangepast, tenzij Stap ten genoegen van DNB kan onderbouwen dat de aanpassing geen gevolgen heeft voor de herstelpremies die Stap voor de Pensioenkring GE Nederland ontvangt of zal ontvangen.

De verleende ontheffing heeft tot doel dat Stap jaarlijks de door de ondernemingen betaalde premie voor toeslagverlening voor de inactieve deelnemers behorend bij Pensioenkring GE Nederland kan aanwenden voor toeslagverlening aan de inactieve deelnemers, voor zover de feitelijke dekkingsgraad boven het niveau behorend bij het minimaal vereist vermogen ligt. DNB kan de verleende ontheffing wijzigen of intrekken, bijvoorbeeld indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven of omstandigheden/feiten bekend worden, waar DNB op het tijdstip van het verlenen van de ontheffing, niet van op de hoogte was.

Toeslagbeleid

De indexatie van de aanspraken van actieve en arbeidsongeschikte deelnemers maakt deel uit van de pensioenovereenkomst, en is derhalve onvoorwaardelijk. De toeslag voor actieve deelnemers wordt gefinancierd uit de premie.

De indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken van gewezen deelnemers en van de ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden (waaronder arbeidsongeschiktheidspensioenen) is voorwaardelijk. De toeslag wordt gefinancierd uit de premie. De Nederlandsche Bank heeft voor Pensioenkring GE Nederland aan Stap ontheffing verleend voor de toepassing van de methodiek van toekomstbestendig indexeren (TBI), zoals vastgelegd in artikel 137 lid 2 van de Pensioenwet. Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken van gewezen deelnemers en de ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden voorwaardelijk (gedeeltelijk) kunnen worden verhoogd bij een feitelijke dekkingsgraad die hoger is dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen.

De opgebouwde pensioenen zijn per 1 januari 2024 voor actieve deelnemers met 6,31% (2022: 3,39%) verhoogd. Begin 2023 heeft het bestuur besloten om aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden per 1 januari 2023 een toeslag van 6,61% te verlenen. Deze toeslag is gefinancierd uit de premie en verantwoord in het jaarwerk over 2023. In het najaar van 2023 is het besluit genomen om per 1 januari 2023 een aanvullende toeslag van 6,61% toe te kennen aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden die gefinancierd is uit het eigen vermogen van het fonds. Ook deze aanvullende toeslag aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt verantwoord in het jaarwerk over 2023. De totale toeslag voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden per 1 januari 2023 is gelijk aan 13,22%. De opgebouwde pensioenen zijn per 1 januari 2024 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden met 0,21% verhoogd. 

Richtlijnen voor toeslagen

Zowel de onvoorwaardelijke toeslag voor de deelnemers als de voorwaardelijke toeslag voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt uit de premie gefinancierd. De aanvullende toeslag van 6,61% aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is gefinancierd uit het eigen vermogen van het fonds.

Eenmalige bijdrage bij uittreding (sub)onderneming

Indien en nadat een onderneming al dan niet als gevolg van een overdracht de status van aangesloten onderneming verliest, is deze onderneming aan de pensioenkring een eenmalige bijdrage verschuldigd ter dekking van de lasten voor de toekomstige toeslagverlening aan de gewezen deelnemers die op het moment waarop de onderneming niet langer kan worden aangemerkt als aangesloten onderneming, in dienst zijn van deze onderneming.

Inhaaltoeslag

De Nederlandsche Bank heeft voor Pensioenkring GE Nederland aan Stap ontheffing verleend voor de toepassing van de methodiek van toekomstbestendig indexeren (TBI). Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken voor gewezen deelnemers en ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden voorwaardelijk (gedeeltelijk) kunnen worden verhoogd bij een feitelijke dekkingsgraad die hoger is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen. Indien er een toeslag wordt gemist doordat de feitelijke dekkingsgraad lager is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen kan deze toeslag worden ingehaald op het moment dat de feitelijke dekkingsgraad hoger is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen. Voorwaarde hierbij is wel dat ook na de toekenning, de feitelijke dekkingsgraad hoger is dan (of gelijk aan) de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen.

Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal als volgt worden toegepast:

  • volledige toeslagverlening;
  • herstel van kortingen;
  • inhaal van indexatieachterstand (verjaringstermijn 10 jaar).

7.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen en de verleende toeslagen. 

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2023 2022
Resultaat op beleggingen 62.252 -180.024
Resultaat op wijziging RTS -11.561 171.722
Resultaat op premie 10.075 305
Resultaat op waardeoverdrachten -111 251
Resultaat op kosten 0 0
Resultaat op uitkeringen -122 143
Resultaat op kanssystemen 1.744 239
Resultaat op toeslagverlening -14.684 400
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen 509 -5.270
Resultaat op andere oorzaken 70 26
Totaal saldo van baten en lasten 48.172 -12.208

Toelichting actuarieel resultaat

In 2023 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 62.252. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2023 positief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad. 

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2023 ligt gemiddeld genomen onder de RTS ultimo 2022. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2023 met circa 0,25%-punt gedaald. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -13.301.

Daarnaast heeft DNB eind 2022 aangegeven dat de nieuwe UFR-methode per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Hiervan is het resultaat 1.740. Het totaal resultaat van de wijziging van de rente bedraagt -11.561.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt 1.744.

Toeslagverlening

Per 1 januari 2023 is aan de actieve deelnemers een toeslag van 3,39% en aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden een toeslag van 13,22% verleend. In eerste instantie is aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden een toeslag van 6,61% toegekend (welke gefinancierd is uit de premie). In het najaar van 2023 is het besluit genomen om per 1 januari 2023 een aanvullende toeslag van 6,61% toe te kennen (welke gefinancierd is uit het eigen vermogen van de pensioenkring). Deze aanvullende toeslag aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden verklaart een groot deel van het resultaat. Per 1 januari 2024 is aan de actieve deelnemers een toeslag van 6,31% en aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden een toeslag van 0,21% verleend. Beide worden gefinancierd uit premie. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt -14.684.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 509. In 2023 heeft de pensioenkring de partnerfrequentie gewijzigd. Her effect hiervan is 10. Naast deze wijziging heeft ook een actualisatie van de kostenvoorziening plaatsgevonden. Het resultaat hiervan is 499.

Kostendekkende premie

De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw, de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de solvabiliteitsopslag en de opslag voor directe en toekomstige uitvoeringskosten.

In de volgende tabel is een overzicht van de kostendekkende premie opgenomen. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. De gedempte premie bestaat uit dezelfde componenten als de kostendekkende premie. Bij de gedempte premie wordt uitgegaan van een vaste disconteringsvoet van 1,70%. Deze curve geldt voor de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025. De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het vereist vermogen gebaseerd op het strategische beleggingsbeleid ultimo 2022. Als peildatum voor het vereist eigen vermogen geldt het jaareinde van het jaar voorafgaand aan het gerapporteerde verslagjaar.

Premie voor risico pensioenkring        
(bedragen x € 1.000)   Premie
RTS
Premie
gedempt
Premie
feitelijk
Actuarieel benodigde premie voor inkoop
onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling
regulier 8.778 10.253 10.253
  risicopremie
overlijden
287 287 287
Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten   246 287 287
De risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit   156 156 156
Solvabiliteitsopslag   2.386 2.789 2.789
Toetswaarde premie *   11.853 13.772 13.772
         
Overige premie        
Directe uitvoeringskosten   1.860 1.860 1.860
Actuarieel benodigd voor inkoop voorwaardelijke onderdelen van de regeling   16.151 19.276 19.276
Extra bijdrage werkgever   0 0 264
Totaal *   29.864 34.908 35.172
         

De pensioenkring voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie. 

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 126,0%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele portefeuille zou deze uitkomen op 125,2%.

7.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring. In 2023 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring GE Nederland
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring GE Nederland voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding).
Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van vereist eigen vermogen (VEV). Deze is gelijk aan 25,5% met een bandbreedte tussen 20,5% en 30,5%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Bijstortingsverplichting
Op basis van de bijstortingsverplichting van de aangesloten onderneming is korting van aanspraken in principe nooit aan de orde. Uitsluitend indien de aangesloten ondernemingen onevenredig worden geschaad kan het Fonds het instrument van korten toepassen.
Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring GE Nederland is dit vertaald naar: een onvoorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf voor actieve en arbeidsongeschikte deelnemers en een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Hierbij is de maatstaf voor actieve en arbeidsongeschikte deelnemers gelijk aan de procentuele jaarstijging van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen per 30 september. De maatstaf voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is gelijk aan de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle bestedingen per 30 september (niet afgeleid).
Risicobereidheid op korte termijn
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV. Deze is gelijk aan 25,5% met een bandbreedte tussen 20,5% en 30,5%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit het HBT gelijk aan 90%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit het HBT gelijk aan 90%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 15%.
Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring GE Nederland is dit vertaald naar:
1. Een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.
2. Kennis en inzicht verschaffen aan de werkgever voor een passende arbeidsvoorwaarde pensioen.
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Financieel crisisplan

Voor de pensioenkring is een financieel crisisplan opgesteld. In dit financieel crisisplan zijn maatregelen beschreven die het bestuur kan inzetten wanneer op korte termijn de financiële positie van de pensioenkring zich bevindt op of snel beweegt richting kritische waarden, waardoor het realiseren van de doelstellingen van de pensioenkring in gevaar komt. Het financieel crisisplan vormt hiermee een handleiding voor het bestuur voor de wijze waarop het zal handelen. Het financieel crisisplan is onderdeel van de ABTN en wordt jaarlijks getoetst en waar nodig aangepast aan de actualiteit. 

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2023 is de RSA eind 2023 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. Hieronder wordt voor de belangrijkste financiële risico’s toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkring.

Solvabiliteitsrisico

Het belangrijkste risico van de pensioenkring is het solvabiliteitsrisico. Dit is het risico dat de pensioenkring op lange termijn de pensioenverplichtingen niet kan nakomen. Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient de pensioenkring over voldoende buffers in het vermogen te beschikken. De vereiste buffers voor het vereist eigen vermogen worden vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets. Ook wordt door middel van een ALM-studie inzicht verkregen in de toekomstige ontwikkeling van de solvabiliteit. In een ALM-studie wordt namelijk het premiebeleid, het toeslagbeleid en het beleggingsbeleid integraal getoetst.

Matching/Renterisico

De pensioenkring loopt renterisico over de verplichtingen, omdat de verplichtingen in waarde veranderen door mutaties in de marktrente. De waarde van de pensioenverplichtingen is gelijk aan de hoeveelheid geld die nu gereserveerd zou moeten worden om bij de gegeven rente precies te kunnen voldoen aan alle toekomstige uitkeringen. Hoe lager de rente, hoe minder het geld naar verwachting zal groeien en hoe meer geld er nu gereserveerd moet worden om de uitkering in de toekomst te kunnen verrichten. Omdat de uitkeringen zo ver in de toekomst liggen, heeft de rente een zeer grote invloed op de waarde van de pensioenverplichtingen. Om het renterisico af te dekken maakt de pensioenkring gebruik van vastrentende waarden en renteswaps. Wanneer de rente daalt, zullen de verplichtingen toenemen, maar daar staat een waardestijging van de afdekkingsportefeuille tegenover. Hiermee wordt het renterisico dat de pensioenkring loopt (deels) afgedekt.

De pensioenkring dekt strategisch 70% van het renterisico van de nominale verplichtingen af. Hierbij geldt een marge van 3%-punt boven en onder het gewenste niveau van de afdekking van het renterisico. Het gewenste niveau van de afdekking van het renterisico is gebaseerd op de rentegevoeligheid van de verplichtingen onder de swapcurve zonder UFR.

Naast het risico dat het algehele renteniveau daalt, bestaat ook het risico dat de beleggingen de waarde mutatie van de verplichtingen niet kunnen opvangen vanwege rentemutaties die per looptijd verschillend zijn (curverisico). Rentes met korte looptijden (0 tot 5 jaar) kunnen namelijk anders bewegen dan rentes met langere looptijden (bijvoorbeeld 30 jaar). Om dit risico te beheersen maakt de pensioenkring gebruik van bandbreedtes per looptijdbucket. Per looptijdbucket wordt gemonitord of de afdekking van het renterisico zich binnen de vooraf gestelde bandbreedtes bevindt. Wanneer de gestelde bandbreedte wordt overschreden vindt bijsturing plaats.

De volgende figuur toont de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2023 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek:

  • De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
  • De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
  • De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement). 
  • De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.

Gedurende 2023 is de renterisico-afdekking verhoogd naar een nieuw strategisch niveau van 70,0%.

Marktrisico

Marktrisico is het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten. Voor de pensioenkring heeft dit risico betrekking op de zakelijke waarden. Het risico voor de vastrentende waarden valt onder het krediet- en renterisico. De zakelijke waarden bestaan uit aandelenbeleggingen. Bij aandelenbeleggingen vinden de beleggingen wereldwijd plaats. Door de spreiding binnen de portefeuille (diversificatie) wordt het prijsrisico gedempt en dat is daarmee één van de belangrijkste mitigerende beheersmaatregelen.

Daarnaast is de periodieke ALM-studie een belangrijke beheersmaatregel om vast te stellen of gekozen portefeuille met allocatie naar zakelijke waarden voldoet aan de gewenste afweging van risico versus rendement.

Scenario’s dekkingsgraad voor markt- en renterisico per eind 2023
De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 127,5 134,7 142,3 150,3 158,8 167,5 176,7
10% 122,4 128,9 135,9 143,1 150,7 158,7 167,0
0% 117,2 123,1 129,4 135,9 142,7 149,8 157,2
-10% 112,0 117,3 122,9 128,7 134,7 141,0 147,5
-20% 106,9 111,5 116,4 121,5 126,7 132,1 137,7

Gedurende 2023 hebben zich de volgende gebeurtenissen voor dit risico voorgedaan:

  • Naast het renterisico vormde het risico van zakelijke waarden in 2023 het grootste risico voor de pensioenkring. Een schok (volgens de in de standaardtoets van DNB gedefinieerde negatieve gebeurtenis), die zich met een kans van 2,5% geïsoleerd kan voordoen, leidt tot een significant effect op de dekkingsgraad op basis van de UFR. Van de geïsoleerde schokken vormt het zakelijke waarden risico het grootste risico voor de dekkingsgraad.
  • De centrale banken verhoogden in 2023 de rente om de inflatie omlaag te brengen. Ondanks het verkrappende beleid van de centrale banken hebben de categorieën binnen de zakelijke waarden goed gepresteerd, onder andere als gevolg van beter dan verwachte macro-economische omstandigheden en ontwikkelingen op het vlak van AI. Afgelopen jaar eindigden de aandelenmarkten in de plus. De rente liet een stijgende trend zien tot oktober 2023, waarna de rente weer begon te dalen.

Valutarisico

De verplichtingen van de pensioenkring luiden in euro’s. Binnen de beleggingsportefeuille wordt wereldwijd belegd. Hierdoor ontstaat valutarisico. Valutarisico is het risico dat de beleggingsportefeuille in waarde daalt als gevolg van het zwakker worden van vreemde valuta ten opzichte van de euro. Afhankelijk van de beleggingscategorie is de valuta van notering niet per definitie een goede indicatie voor het daadwerkelijke valutarisico. Voor obligaties geldt normaliter dat de valuta van notering een goede indicatie is van het daadwerkelijke valutarisico omdat de te verwachten kasstromen vaststaan in de valuta van notering. Dit pleit voor het afdekken van vreemde valuta voor obligaties. 

Binnen obligaties opkomende markten mag maximaal voor 20% in lokale valuta worden belegd. Beleggingen in lokale valuta worden voor de afdekking van het valutarisico beschouwd als USD beleggingen en worden dan ook conform het beleid voor de USD voor 100% afgedekt. Aandelen zijn aan meerdere directe en indirecte valutarisico’s onderhevig en de valuta van notering is steeds meer slechts een rapportagevaluta. Dit geldt vooral voor multinationals. Het internationale karakter van ondernemingsactiviteiten pleit voor het slechts deels afdekken van het valutarisico van aandelen. Daarom wordt binnen de categorie aandelen de exposure naar USD, GBP en JPY voor 50% afgedekt.

De pensioenkring dekt valutarisico af door middel van een overlay. De bandbreedtes rondom de strategische afdekkingspercentages bedragen +/- 10%.

Het afdekken van valutarisico brengt verschillende kosten met zich mee. Deze zijn grofweg in vier categorieën onder te verdelen:

  • Het renteverschil tussen de twee valuta. Indien de risicovrije rente in vreemde valuta hoger is, worden de kosten voor het afdekken ook hoger;
  • Een cross currency basisspread, die het gevolg is van liquiditeit en vraag/aanbod;
  • Transactiekosten voor het afsluiten/tegensluiten van de benodigde derivaten;
  • Operationele kosten voor het mogelijk maken en beheer van valutarisico-afdekking.

Een belangrijke kostencomponent in de afdekking van het valutarisico is het renteverschil tussen de rente in het land van de betreffende valuta en de rente in de Eurozone. Hoe groter dit verschil, hoe hoger de kosten. Omdat de theorie die stelt dat de wisselkoers dit renteverschil goed zal maken in praktijk niet volledig opgaat, kan dit renteverschil als een verwachte kostenpost of opbrengst bestempeld worden.

Kredietrisico

Kredietrisico is het risico dat tegenpartijen van de pensioenkring hun verplichtingen niet of niet volledig nakomen. De pensioenkring loopt tegenpartijrisico op de tegenpartijen voor derivaten en heeft het tegenpartijrisico voor derivaten deels gemitigeerd door gebruik te maken van central clearing en uitwisselen van onderpand.

Daarnaast loopt de pensioenkring kredietrisico op de beleggingen in vastrentende waarden. Door te beleggen in breed gespreide portefeuilles wordt het specifieke risico van individuele debiteuren beheerst. De risico’s van deze categorieën voor de balans van de pensioenkring zijn meegewogen in de ALM-studie. Ter compensatie van de exposure naar kredietrisico wordt naar verwachting een risicopremie verdiend.

Liquiditeitsrisico open pensioenkring

Pensioenkringen kennen drie bronnen van liquiditeitsbehoefte: pensioenuitkeringen, onderpand voor derivaten en efficiënt portefeuillebeheer. Het primaire belang is om aan de financiële verplichtingen (pensioenuitkeringen en onderpand derivaten) te voldoen. De pensioenkring is een open pensioenkring met premie-inkomsten. Dit betekent dat de uitkeringen vanuit de premie-inkomsten en aanvullend vanuit de kasstromen van de vastrentende waarden en het belegd vermogen gefinancierd dienen te worden. 

De beleggingsportefeuille van de pensioenkring is voor het grootste deel belegd in liquide beleggingscategorieën, die snel verkocht kunnen worden. Daarnaast worden kasbuffers aangehouden voor de uitvoering van operationele activiteiten en het beheer van onderpand uit hoofde van het gebruik van derivaten. Eén keer per jaar, in het kader van de beleggingsplancyclus, wordt voor de pensioenkring een liquiditeitstoets uitgevoerd. Binnen de liquiditeitstoets wordt gekeken in hoeverre de portefeuille past binnen de grenzen van het liquiditeitsbudget.

Verzekeringstechnisch risico

Het verzekeringstechnisch risico heeft betrekking op alle verzekeringstechnische grondslagen die voor de pensioenkring een risico vormen. Het belangrijkste verzekeringstechnisch risico voor de pensioenkring is het langlevenrisico. Dit betreft het risico dat deelnemers langer leven dan verondersteld bij de vaststelling van de technische voorzieningen. Bij de vaststelling van het verzekeringstechnisch risico als onderdeel van het vereist eigen vermogen wordt voor het sterfterisico onderscheid gemaakt tussen procesrisico, trendsterfteonzekerheid en negatieve stochastische afwijkingen.

ESG-risico

ESG-risico’s zijn risico’s die verband houden met milieu, sociale verhoudingen en ondernemingsbestuur. De risico’s vloeien voort uit de invloed die de activiteiten van een onderneming hebben op de omgeving (bijvoorbeeld land, water, lucht en ecosystemen), de maatschappij en de manier waarop ondernemingen beheerd zijn. Materialisatie van deze risico’s kan, naast reputatie schade, materiële invloed hebben op de waarde van een onderneming.

De mate waarin de pensioenkring is blootgesteld aan de ESG-risico’s en de beheersing daarvan is afhankelijk van de samenstelling van de beleggingsportefeuille. In beginsel wordt een combinatie van meerdere instrumenten ingezet om deze risico’s te beperken, dan wel te mitigeren: stemmen, screening en dialoog, uitsluitingen en ESG-integratie. Het MVB-beleid van Stap bevat richtlijnen met betrekking tot ESG-risicobeheersing op portefeuilleniveau. Daarnaast is MVB een vast onderdeel van de investment cases, die gehanteerd worden voor het vaststellen van het strategisch beleid per beleggingscategorie.

​Toelichting niet-financiële risico's

De niet financiële risico’s zijn voor Stap op instellingsniveau uitgewerkt in het hoofdstuk integraal risicomanagement. Op het niveau van de pensioenkringen zijn de volgende belangrijkste niet-financiële risico´s onderkend.

Omgevingsrisico

De pensioenkringen van Stap zijn, net als de hele pensioensector, onderhevig aan diverse ontwikkelingen, zoals de rente- en inflatieontwikkelingen, de volatiliteit op de financiële markten, de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, de overgang naar een CO₂ neutrale samenleving en overige nieuwe (Europese) wet- en regelgeving. Als omgevingsrisico is dan ook het risico van het niet tijdig of adequaat inspelen op van buiten Stap komende veranderingen op het gebied van reputatie en ondernemingsklimaat geïdentificeerd.

Met de oprichting en inrichting van Stap is reeds beoogd in te spelen op (toekomstige) ontwikkelingen in de pensioensector. Door het, in afstemming met de strategische partners, voortdurend monitoren van de ontwikkelingen in de pensioensector en financiële markten en het hierop inspelen in de uitvoering van het beleid, acht Stap het netto risico voldoende beheerst. Het bestuur zorgt daarbij voor een adequate en tijdige communicatie naar de deelnemers, belanghebbendenorganen en andere stakeholders van Stap.

Uitbestedingsrisico

Onder het uitbestedingsrisico voor de pensioenkringen verstaat Stap het risico dat de continuïteit, integriteit en/of kwaliteit van de aan derden uitbestede werkzaamheden of door derden ter beschikking gestelde apparatuur en personeel wordt geschaad.

Voor de beheersing van het uitbestedingsrisico heeft Stap onder andere de volgende beheersmaatregelen getroffen:

  • Stap beschikt over marktconforme uitbestedingsovereenkomsten met al haar uitbestedingspartners, die voldoen aan de wettelijke regels op het gebied van uitbesteding.
  • De afspraken omtrent de uitbestede werkzaamheden en informatieverschaffing zijn contractueel vastgelegd in een Service Level Agreement met bijbehorende kritische performance-indicatoren. 
  • Stap ontvangt en beoordeelt periodieke rapportages van haar strategische uitbestedingspartners (maand-, kwartaal-, SLA- en risicorapportages), die in de bestuursadviescommissies en bestuursvergaderingen worden besproken.
  • Stap vormt een oordeel over de kwaliteit van de interne beheersing bij de uitbestedingspartijen en over de maatregelen die de uitbestedingspartijen nemen om de kwaliteit te verbeteren op basis van extern gecertificeerde ISAE 3402-type II-verklaringen en aanvullende assurance verklaringen.
  • Stap voert periodiek strategisch overleg met de uitbestedingspartners en monitort, mede met het oog op de transitie naar de Wet toekomst pensioenen, het verandermanagement van de uitbestedingspartners. Specifiek voor de implementatie van de Wet toekomst pensioenen ontvangt Stap van TKP per kwartaal zowel een voortgangsrapportage als een risicorapportage.

IT-risico

De beschikbaarheid en beveiliging van IT-systemen wordt onderkend als een belangrijk risico. Door het niet beschikbaar zijn van (belangrijke) IT-systemen en/of de IT-omgeving bestaat het risico van operationele verstoringen. Daarnaast bestaat het risico bij niet adequate IT-beveiliging, dat informatie toegankelijk wordt voor niet geautoriseerde gebruikers en/of dat niet geautoriseerde gebruikers het functioneren van de IT-systemen verstoren of veranderen. Dit risico beperkt zich niet tot de IT-omgeving van Stap, maar omvat tevens de IT-omgeving van de uitbestedingspartners. De genoemde IT-risico’s kunnen daarom van invloed zijn op de dienstverlening aan de deelnemers.

Voor de beheersing van het IT-risico heeft Stap onder andere de volgende beheersmaatregelen getroffen:

  • Het ICT-beleid, het Informatiebeveiligingsbeleid en het privacy beleid van Stap worden periodiek geëvalueerd en geactualiseerd en er worden maatregelen getroffen ter beheersing van het risico. Het ICT-beleid en het informatiebeveiligingsbeleid zijn gerelateerd aan het Uitbestedingsbeleid en hierin zijn adviezen van de externe partij Quint verwerkt.
  • Gedurende het jaar monitort Stap of de beheersing van het IT-risico bij de uitbestedingspartners overeenkomt met het beleid aan de hand van onder meer de SLA- en risicorapportages. Daarnaast rapporteren de uitbestedingspartners over de voor het IT-risico getroffen maatregelen en de interne beheersing via de ISAE 3402 type II-rapportages.
  • Op basis van de ISAE 3402 type II-rapportages en aanvullende assuranceverklaringen vormt Stap zich een oordeel over de kwaliteit van de interne beheersing voor het IT-risico bij de uitbestedingspartners en over de maatregelen die de uitbestedingspartners nemen om de kwaliteit te verbeteren.
  • Daarnaast wordt periodiek een RSA ICT uitgevoerd. Daarbij wordt onder andere gebruikgemaakt van het COBIT-raamwerk van de uitbestedingspartners. Belangrijke aandachtsgebieden zijn onder meer cyberrisico’s en datakwaliteit.
  • Zowel TKP als Aegon Asset Management hebben in 2023 gerapporteerd dat zij (blijvend) voldoen aan de DNB good practice op het gebied van informatiebeveiliging.

Stap onderkent het toenemende risico op cyberaanvallen gezien de hoge mate van digitalisering van de bedrijfsvoering en de afhankelijkheid hiervan. De analyse van de verhoogde gevoeligheid voor cybercrime maakt deel uit van de RSA ICT en de SIRA. Om dit risico te mitigeren, heeft Stap het ICT- en informatiebeveiligings-beleid geïmplementeerd en maatregelen getroffen. Zo laat de uitvoeringsorganisatie periodiek penetratietesten uitvoeren en worden (mogelijke) beveiligingsproblemen direct opgevolgd. Zowel bij de uitbestedingspartners als bij Stap hebben in 2023 geen incidenten, gerichte aanvallen (zoals DDoS) of andere verstoringen van de dienstverlening plaatsgevonden. Alle maatregelen in het kader van informatiebeveiliging zijn in werking en worden continu gemonitord. En met het oog op de thuiswerksituatie zijn er extra activiteiten op het gebied van bewustzijn uitgevoerd om medewerkers blijvend alert te houden.

In het kader van het nieuwe pensioenstelsel onderkent Stap het risico dat de IT-systemen hiervoor tijdig aangepast dienen te worden. TKP informeert Stap periodiek over de voortgang van de wijzigingen die doorgevoerd moeten worden in de (administratieve) systemen als gevolg van de Wet toekomst pensioenen en de herijking van haar veranderportfolio. Stap heeft binnen de governance nadrukkelijk aandacht voor het TKP programma Wet toekomst pensioenen.

Juridisch risico

Stap opereert als financiële instelling in een omgeving die de sterk gereguleerd is en de komende jaren flink verandert. De pensioensector heeft te maken met aangepaste wetgeving, zoals de Wet toekomst pensioenen. Daarnaast is sprake van toenemende vereisten op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen. Tevens heeft de Europese Commissie (EC) regelgeving ingevoerd om de digitale weerbaarheid te vergroten en is begin 2024 een voorlopig akkoord bereikt over een pakket wetgevingsvoorstellen om de financieel-economische criminaliteit effectiever tegen te gaan.

Voor het vergroten van de digitale weerbaarheid van de sector heeft de Europese Commissie (EC) begin 2023 een verordening ingevoerd: de digital operational resilience act (DORA). DORA stelt eisen aan financiële organisaties ten aanzien van IT-risicomanagement, IT-incidenten, het periodiek testen van de digitale weerbaarheid en de beheersing van risico’s bij uitbesteding aan (kritieke) derden. Daarbij wordt rekening gehouden met de grootte, het risicoprofiel en het systeembelang van de individuele organisaties. DORA wordt met ingang van 17 januari 2025 van kracht.

Ook werkt de EC aan een nieuw kader voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Het doel hiervan is een gelijker speelveld te creëren tussen EU-jurisdicties voor het toezicht, gericht op het voorkomen van financieel-economische criminaliteit. Om te zorgen dat dit kader beter werkt, wil de EU een specifieke antiwitwasautoriteit oprichten. Ondertussen zet Nederland in op meer mogelijkheden voor instellingen om onderling informatie uit te wisselen. Kennisdeling vergroot het zicht op financieel-economische criminaliteit.

Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot een verhoogd risico dat Stap niet voldoet aan wet- en regelgeving. Ter beheersing van dit juridisch risico maakt Stap gebruik van de binnen het bestuur, het bestuursbureau en bij de uitbestedingspartners aanwezige (juridische) kennis en kunde en bereidt Stap zich samen met de uitbestedingspartners op voor op de gewijzigde wetgeving. Daarnaast heeft Stap een externe Compliance Officer aangesteld en wordt waar nodig juridische expertise ingehuurd.

Ontwikkelingen in 2024

Wijziging opnameleeftijd pensioenregeling

Met ingang van 1 januari 2024 is voor werknemers de opnameleeftijd in de pensioenregeling gewijzigd in 18 jaar. Tot nu toe was de opnameleeftijd 21 jaar. Deze wijziging komt voort uit de Wet toekomst pensioenen. Voor jongeren betekent dit dat ze langer pensioen op kunnen bouwen.

Voorbereiding transitie Wet toekomst pensioenen

Stap is in overleg met sociale partners en het belanghebbendenorgaan van de pensioenkring de voorbereidingen gestart voor de mogelijke overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit houdt in dat Stap de sociale partners faciliteert bij de totstandkoming van het transitieplan opdat dit uiterlijk op 1 januari 2025 vastgesteld kan worden. Bij overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is de beoogde transitiedatum voor de pensioenkring 1 januari 2026 en wordt de transitie tot die datum verder voorbereid.

7.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland is per 1 september 2021 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring GE Nederland van start is gegaan. 

Samenstelling Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de aangesloten werkgevers, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

  • Nina Nijs (voorzitter) - namens de deelnemers
  • Taugir Sardar - namens de werkgevers
  • Sjoerd Lousberg - namens de werkgevers
  • Dirk van Unnik - namens de deelnemers
  • Fred Bos - namens de pensioengerechtigden
  • Arjan van der Linde - namens de werkgevers
  • Herman van der Breggen - aspirant lid belanghebbendenorgaan

Aspirant lid Herman van der Breggen heeft in oktober 2023 het leertraject "Geschikt worden op niveau A" bij SPO Nyenrode afgerond.

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. 

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2023

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2023 twee vergaderingen gehad met het bestuur. De eerste vergadering met het bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het deel-jaarverslag 2022 met de financiële opstelling van Pensioenkring GE Nederland. De tweede vergadering vond plaats in december. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2024, de pensioenopbouw en premie voor 2024, het pensioenreglement 2024, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2024 van de pensioenkring behandeld.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2023 zeven eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Verder zijn onder meer de volgende onderwerpen behandeld:

Wet toekomst pensioenen;

  • Wet toekomst pensioenen
  • ontheffing van DNB voor toekomstbestendig indexeren
  • keuzebegeleiding door middel van videobellen
  • vommunicatiecampagne najaar 2023
  • haalbaarheidstoets
  • beleggingsplan 2024 
  • rapportages over Pensioenkring GE Nederland

Informatie-uitwisseling

Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Daarnaast hebben de leden van belanghebbendenorgaan toegang tot SPO-Perform.

Stap heeft in 2023 twee themadagen voor leden van belanghebbendenorganen georganiseerd. Tijdens de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals het invaren en het nabestaandenpensioen in het nieuwe stelsel en was er een bewustwordingssessie voor compliance. Een aantal leden van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland heeft deze themadagen bijgewoond.

Verslag over 2023

Het belanghebbendenorgaan heeft goedkeuring verleend aan:

  • toeslagverlening inactieven
  • beleggingsplan 2024
  • jaarplan 2024 van de pensioenkring
  • toeslagbesluit 2024.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2023 advies gegeven over:

  • deel-jaarverslag 2022 met de financiële opstelling van de pensioenkring over 2022
  • pensioenreglement 2024 van de pensioenkring
  • communicatiejaarplan 2024 van de pensioenkring
  • ABTN 2023 van de pensioenkring

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder onder meer de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze zijn door het bestuursbureau beantwoord.

Bevindingen

De bevindingen hebben betrekking op het verslagjaar 2023. Het belanghebbendenorgaan heeft de volgende bevindingen:

Financieel

Het verloop van de dekkingsgraad werd in 2023 bepaald door twee factoren. Enerzijds is de rente licht gedaald, anderzijds was het beleggingsrendement over alle beleggingscategorieën positief. Per saldo was het effect van de rente en het beleggingsrendement op de dekkingsgraad positief. Per eind december 2023 bedroeg de actuele dekkingsgraad 135,9% (129,4% per eind 2022) en de beleidsdekkingsgraad 138,3% (125,6% per eind 2022). Ook is er een aanvullende toeslag verleend aan inactieven.

Toeslagverlening

Het definitieve besluit voor de toeslagverlening aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is na 31 december 2022 genomen. Hierdoor is de toeslagverlening van 6,61% niet verwerkt in 2022, maar meegenomen in 2023. Het belanghebbendenorgaan adviseerde een aanvullende toeslagverlening die in overleg met DNB is gerealiseerd. Met terugwerkende kracht is per 1 januari 2023 een aanvullende toeslag toegekend van 6,61%. Tot slot is een toeslag toegekend per 1 januari 2024 van 0,21%. Aan de actieven is per 1 januari 2024 een onvoorwaardelijke toeslag verleend van 6,31%.

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in 2023 bedroeg 14,2%. De categorie aandelen droeg 9,4%-punt bij aan het totaalrendement en de categorie vastrentend 3,1%-punt. Verder leverde de overlay nog een bijdrage van 1,5%-punt. 

Over 2023 is een goed beleggingsrendement behaald van 14.2%. Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 9,4%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het belanghebbendenorgaan heeft het beleggingsrendement beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel is in het licht van de marktontwikkelingen.

Verslaglegging en verantwoording

Het belanghebbendenorgaan is van mening dat de verslaglegging en het afleggen van verantwoording goed en professioneel geregeld zijn. De maandelijkse verslaglegging en de kwartaalrapportages stellen het belanghebbendenorgaan voldoende in staat het bestuur en de uitvoerders te beoordelen. 

Communicatie

Gezien de complexe pensioenregeling is er regelmatig overleg geweest over voldoende maatwerk in onder andere de communicatie naar de (gewezen) deelnemers maar ook in de projectaanpak van de transitie naar de Wtp.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel.

Het belanghebbendenorgaan heeft de samenwerking met Stap, het bestuur en het bestuursbureau als constructief en plezierig ervaren. Er is altijd bereidheid voor meer overleg en aanvullende expertise om tot het beste besluit te kunnen komen. Binnen het belanghebbendenorgaan is de samenwerking goed en harmonieus verlopen.

Rotterdam, 13 mei 2024
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Nina Nijs (voorzitter)
Taugir Sardar
Sjoerd Lousberg
Dirk van Unnik
Fred Bos
Arjan van der Linde   

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland en het positieve oordeel over het in 2023 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.

Versie:
v6.2.36

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report