Spring naar inhoud

5. Verslag Pensioenkring Douwe Egberts

5.1 Kerngegevens

  2023   2022   2021   2020   2019
Aantal deelnemers                  
Actieven en arbeidsongeschikten 69   77   85   94   100
Gewezen deelnemers 4.318   4.748   4.956   5.151   5.319
Pensioengerechtigden 4.335   4.294   4.285   4.284   4.272
Totaal 8.722   9.119   9.326   9.529   9.691
                   
Dekkingsgraad                  
Beleidsdekkingsgraad 128,1%   135,8%   129,0%   108,5%   114,8%
Feitelijke dekkingsgraad 129,2%   122,5%   134,9%   116,6%   117,6%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,0%   104,0%   104,0%   104,0%   104,0%
Vereiste dekkingsgraad 118,7%   118,6%   119,4%   119,3%   120,0%
                   
Financiële positie (in € 1.000)                  
Pensioenvermogen 1.712.099   1.602.566   2.149.555   2.000.181   1.925.188
Technische voorzieningen risico pensioenkring 1.325.171   1.308.109   1.593.518   1.715.170   1.636.851
Eigen vermogen 386.928   294.457   556.037   286.112   297.430
Minimaal vereist eigen vermogen 53.168   52.514   63.899   68.775   65.705
Vereist eigen vermogen 248.058   243.214   308.887   330.667   327.317
                   
Premies en uitkeringen (in € 1.000)                  
Kostendekkende premie * 0   0   0   0   0
Gedempte premie * 0   0   0   0   0
Feitelijke premie * 0   0   0   0   0
Pensioenuitkeringen ** 67.260   57.819   56.130   55.988   55.379
                   
Toeslagen                  
Basis (alle deelnemers) 0,00%   15,79%   2,57%   0,00%   0,88%
Aanvullend (Tra-gerechtigd) 0,00%   0,00%   0,25%   1,92%   0,00%
Inhaal (actieve deelnemers per 1-1-2012) 0,00%   0,00%   0,08%   0,00%   0,00%
Inhaal (inactieve deelnemers per 1-1-2012) 0,00%   0,00%   0,21%   0,00%   0,00%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief) ***
3,58%   5,67%   6,31%   8,79%   9,21%
                   
Beleggingsrendement                  
Per jaar 11,0%   -22,9%   10,5%   6,9%   16,0%
                   
Kostenratio`s                  
Pensioenuitvoeringskosten 0,06%   0,05%   0,04%   0,04%   0,04%
Vermogensbeheerkosten 0,19%   0,19%   0,24%   0,27%   0,24%
Transactiekosten 0,12%   0,07%   0,05%   0,06%   0,07%
                   
Gemiddelde duration (in jaren)                  
Actieven en arbeidsongeschikten 16,4   17,0   18,9   19,6   19,8
Gewezen deelnemers 21,0   21,5   23,3   23,8   23,6
Pensioengerechtigden 8,6   8,5   9,7   10,1   10,0
Totaal gemiddelde duration 13,5   13,9   16,1   16,9   16,6
                   
Gemiddelde rekenrente 2,38%   2,70%   0,52%   0,11%   0,66%

5.2 Algemene informatie

Pensioenkring Douwe Egberts is vanaf 1 april 2018 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting Pensioenfonds Douwe Egberts overgedragen aan Stap Pensioenkring Douwe Egberts door middel van een collectieve waardeoverdracht. 

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Elvin van den Hoek (1965), voorzitter
namens de gewezen deelnemers
01-04-2018 01-07-2021 01-07-2025 01-07-2029
Wim Bakkers (1949), secretaris
namens pensioengerechtigden
01-04-2018 01-07-2020 01-07-2024 01-07-2028
Willem Krul (1968), lid
namens de gewezen deelnemers
01-07-2023 01-07-2027 01-07-2031 01-07-2035
Louis Haring (1955), lid
namens pensioengerechtigden
01-07-2022 01-07-2026 01-07-2030 01-07-2034

Op 1 juli 2023 eindigde de tweede zittingstermijn van Menno Vink als lid van het belanghebbendenorgaan namens de gewezen deelnemers. Menno Vink heeft zichzelf niet herkiesbaar gesteld. De vacature die door het vertrek van Menno Vink per 1 juli 2023 in het Belanghebbendenorgaan is ontstaan, is ingevuld door de benoeming van Willem Krul als lid van het belanghebbendenorgaan namens de gewezen deelnemers. Met het oog op toekomstige vacatures is het belanghebbendenorgaan gedurende 2023 uitgebreid met een aspirant lid, die de vergaderingen als toehoorder bijwoont.

Het belanghebbendenorgaan van pensioenkring Douwe Egberts heeft in 2023 twee keer een overleg gehad met het bestuur. In mei 2023 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2022 en het tweede overleg heeft in november 2023 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2024, het jaarplan 2024, de toeslagverlening per 31 december 2023, het communicatiejaarplan 2024 en het pensioenreglement 2024 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur heeft het belanghebbendenorgaan in mei 2023 een overleg gehad met de raad van toezicht en vijf eigen vergaderingen gehouden. Bij de eigen vergaderingen was een delegatie van het bestuursbureau aanwezig.

Op donderdag 7 maart 2024 is Elvin van den Hoek onverwacht overleden. Elvin was sinds de start van Pensioenkring Douwe Egberts bij Stap betrokken als lid van het belanghebbendenorgaan en was sinds 1 juli 2022 actief als voorzitter van het belanghebbendenorgaan. Voordat de pensioenen van het Douwe Egberts Pensioenfonds zijn overgedragen aan Pensioenkring Douwe Egberts bij Stap, was Elvin directeur van het bestuursbureau bij het Douwe Egberts Pensioenfonds.Naast zijn voorzittersrol van het belanghebbendenorgaan was hij actief in de pensioensector vanuit zijn eigen onderneming Pensioen3Hoek. Met hem verliest Stap een betrokken en deskundige voorzitter. Samen met het belanghebbendenorgaan had hij, vooruitlopend op het geplande overleg met het bestuur, voor dit jaarverslag het verslag van het belanghebbendenorgaan al voorbereid. Hij vervulde zijn rol op een plezierige en opbouwende wijze, waarin het belang van de deelnemer voorop stond. 

5.3 Pensioen paragraaf

Kenmerken regeling

Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten zijn de pensioenreglementen zoals deze laatstelijk golden bij de voormalige Stichting Pensioenfonds Douwe Egberts van toepassing. 

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst. Het betreft een zogenoemde gesloten pensioenkring. Er vindt geen actieve pensioenopbouw plaats met uitzondering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.

Pensioenleeftijd De pensioenregelingen kennen verschillende pensioenaanspraken met verschillende pensioenleeftijden.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief * Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen ** Totaal
Per 31 december 2022 77 4.249 45 4.748 9.119
Bij 0 230 8 6 244
Af 8 192 5 436 641
Per 31 december 2023 69 4.287 48 4.318 8.722

Financieringsbeleid

Binnen Pensioenkring Douwe Egberts is geen sprake van opbouw van pensioen en daarmee geen sprake van premiebetaling. In Pensioenkring Douwe Egberts zijn de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten van gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds overgenomen. Daarnaast wordt de premievrije pensioenopbouw wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, zoals deze laatstelijk werd genoten bij de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds voorgezet bij Pensioenkring Douwe Egberts. De daarvoor benodigde premie wordt gefinancierd uit een aparte voorziening voor arbeidsongeschiktheid. Deze voorziening voor de vrijgestelde premie bij arbeidsongeschiktheid is overgedragen vanuit de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds naar Pensioenkring Douwe Egberts.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor de Pensioenkring Douwe Egberts bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van de pensioenkring.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring Douwe Egberts, komen ten goede aan, respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring Douwe Egberts.

Klachten

Stap vindt het belangrijk om te luisteren naar de deelnemers van de pensioenkring en daar ook naar te handelen. Daarmee volgt Stap de geactualiseerde versie (11 september 2023) van de Gedragslijn Goed omgaan met Klachten (gedragslijn). In deze gedragslijn hebben leden van de Pensioenfederatie vastgelegd wat het basisniveau is voor de wijze waarop de pensioenfondsensector wil omgaan met klachten. Stap sluit hiermee aan bij de verwachtingen van de deelnemers en is goed voorbereid op de verwachte toestroom van vragen en klachten door de stelselwijziging. De geactualiseerde versie van de gedragslijn sluit aan bij de Wet toekomst pensioenen. Daarin is een bredere definitie opgenomen van een klacht: elke uiting van ontevredenheid van een persoon gericht aan de pensioenuitvoerder. Met als vanzelfsprekend gevolg dat het aantal klachten toeneemt.

De klachtenregeling van Stap is in lijn gebracht met de nieuwe wetgeving en de gedragslijn. Met ingang van 1 januari 2024 verwijzen we in de klachtenregeling door naar de nieuw opgerichte Geschillen Instantie Pensioenfondsen (GIP).

In onderstaand schema staan de aantallen klachten en geëscaleerde klachten over 2023 voor een aantal vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn. In 2023 zijn drie klachten afgehandeld en deze zijn allemaal naar tevredenheid van de deelnemers afgewikkeld. Onderverdeeld naar rubriek (AFM classificatie) geeft dat het volgende beeld.

Onderwerp Aantal klachten Geëscaleerde klachten
Afgehandelde klachten 2023 per onderwerp:    
- service en klantgerichtheid 0 0
- behandelingsduur 0 0
- informatieverstrekking 1 0
- deelnemersportaal 0 0
- keuzebegeleiding 0 0
- pensioenberekening en -betaling 2 0
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0
- financiële situatie 0 0
- duurzaamheid 0 0
- overig 0 0
Totaal 3 0

Op dit moment is TKP bezig met de inrichting van een periodieke meting van de klanttevredenheid over de behandeling van klachten. Deze wordt in de loop van 2024 operationeel. Ook zal dan op een stelselmatige wijze gekeken worden naar mogelijke verbeteringen die Stap kan doorvoeren op basis van de ontvangen klantsignalen. 

5.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2023 en 2022 opgenomen.

    2023     2022  
  in € miljoen Actuele mix in % Strategische mix in % in € miljoen Actuele mix in % Strategische mix in %
Aandelen 729,1 42,5 43,0 679,6 42,4 43,0
Ontwikkelde markten 605,6 35,3 35,5 560,9 35,0 35,5
Opkomende markten 123,4 7,2 7,5 118,7 7,4 7,5
Vastrentende waarden * 911,4 57,5 57,0 861,4 57,6 57,0
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) 139,5 8,1 8,5 0,0 0,0 0,0
Bedrijfsobligaties Europa 140,7 8,2 8,5 319,8 19,9 20,0
Hypotheken Nederland 266,1 15,5 15,0 260,1 16,2 15,0
Green bonds 49,9 2,9 3,0 0,0 0,0 0,0
Staatsleningen opkomende markten 81,9 4,8 5,0 80,0 5,0 5,0
Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties 154,2 9,0 9,5 149,7 9,3 9,5
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 79,0 4,6   51,8 3,2  
Liquiditeiten 193,6 11,3   204,5 12,8  
Overlay -120,6 -7,0 7,5 -142,0 -8,9 7,5
Interest Rate Swap -321,1 ,7,7   -159,4 -9,9  
FX Forward 11,4 0,7   17,4 1,1  
Totaal ** / *** 1.713,5 100,0 100,0 1.603,5 100,0 100,0

In december 2023 is het beleggingsplan 2024 vastgesteld. Het beleggingsplan 2024 heeft als ingangsdatum 1 januari 2024. 

Ten opzichte van het beleggingsplan 2023 zijn er voor het beleggingsplan 2024 geen wijzigingen in de allocatie van de assets aangebracht.

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2023 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 18,8 18,1 0,6 7,8
Aandelen opkomende markten
(MM Global Emerging Markets Fund)
8,4 6,1 2,2 0,6
Aandelen wereldwijd
(MM World Equity Index SRI Fund)
21,1 20,8 0,3 7,2
Vastrentende waarden 5,1 5,8 -0,6 2,8
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Euro Credit ESG Fund)
7,8 6,8 0,9 0,6
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Credit Index Fund)
1,3 1,6 -0,3 0,3
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
(MM Global Credit Ex Financials Fund - Unhedged)
3,8 3,9 -0,1 0,3
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
2,3 5,7 -3,2 0,3
Green Bonds
(MM Global Green Bond Fund)
4,1 4,3 -0,2 0,1
Staatsleningen opkomende markten
(MM Global Emerging Market Debt Fund)
10,8 7,7 2,9 0,5
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 7,2 7,2 0,0 0,3
Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties 3,0 3,0 0,0 0,3
Liquiditeiten       0,5
Totaal exclusief overlay 10,2 10,3 -0,1 11,0
Totaal overlay       -0,1
Interest Rate Swap       0,2
FX Forward       -0,3

Toelichting resultaten beleggingen 2023

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de sterke stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 7,8%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM World Equity Index SRI Fund had met 7,2%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Ontwikkeling aandelen opkomende markten
Het MM Global Emerging Markets Fund belegt wereldwijd in aandelen van ondernemingen uit ontwikkelde en opkomende markten. Het merendeel van de managers in het beleggingsfonds maken gebruik van bottom-up aandelenselectie. Het beleggingsfonds behaalde in 2023 een rendement dat hoger was dan het rendement van de benchmark. Het afgelopen jaar kenmerkte zich door onverwachte gebeurtenissen op het macro economische en het geopolitieke vlak. De hoge volatiliteit van de rente en de sterke stijging van de rente hadden periodiek een grote invloed op de wereldwijde aandelenmarkten. Desalniettemin was het rendement van de belangrijkste opkomende markten over het jaar positief en wisten ook de meeste managers in het beleggingsfonds de benchmark voor te blijven. De managers zaten per saldo onderwogen in China wat een positieve bijdrage heeft geleverd. Daarnaast leverde goede aandelenselectie in een aantal landen, zoals in Mexico, Brazilië en Taiwan een positieve bijdrage.

Ontwikkeling aandelen ontwikkelde markten
Het MM World Equity Index SRI Fund kent een passieve beleggingsstijl waardoor het rendement in lijn is met het rendement van de benchmark. Het terugvorderen van dividendbelasting droeg dit jaar positief bij en als gevolg hiervan behaalde het beleggingsfonds een positief relatief rendement.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen 2,8%-punt bij aan het totaal rendement. Het MM Euro Credit ESG Fund leverde met 0,6%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Ontwikkeling bedrijfsobligaties Europa
Begin 2023 zijn de beleggingen in het MM Credit Index Fund omgezet naar beleggingen in het actief beheerde MM Euro Credit ESG Fund. Het beleggingsfonds heeft beter gerendeerd dan de benchmark en presteerde ook beter dan de lange termijn doelstelling, terwijl het risicoprofiel van het beleggingsfonds laag is. Het beleggingsfonds profiteerde vooral van de selectie van obligaties binnen de sectoren. Vooral posities in financiële waarden en nutsbedrijven droegen positief bij. 

Het MM Credit Index Fund kent een passieve beleggingsstijl waardoor het rendement normaliter in lijn is met het rendement van de benchmark. In tegenstelling tot de benchmark maakt het beleggingsfonds kosten bij de transacties om het beleggingsfonds in lijn te houden met de benchmark waardoor het beleggingsfonds over het algemeen wat achterblijft bij de benchmark. Beperkte afwijkingen van het rendement ten opzichte van de benchmark worden veroorzaakt door liquiditeit, de uitsluitingenlijst en de timing van aan- en verkopen voor herijking.

Ontwikkeling bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
In januari 2023 is de pensioenkring gestart met beleggen in het MM Global Credit Ex Financials Fund – Unhedged. Het beleggingsfonds kent een passieve beleggingsstijl en kan, in tegenstelling tot de benchmark, naar BBB afgewaardeerde obligaties aanhouden om transactiekosten te beperken. Eind 2023 is 7% belegd in obligaties met een rating van BBB+ of BBB. Het aanhouden van deze obligaties had een licht positief effect op het rendement. Transactiekosten hadden een licht negatief effect.

Ontwikkeling Nederlandse hypotheken
Het rendement van de belegging in het MM Dutch Mortgage Fund wordt op de lange termijn vergeleken met het rendement van Nederlandse staatsobligaties, omdat een goede benchmark voor Nederlandse hypotheken ontbreekt. Het rendement was in 2023 fors lager dan dat van Nederlandse staatsobligaties. Sinds de start van het beleggingsfonds (oktober 2013) is er echter sprake van een geannualiseerd relatief rendement van 2%, terwijl de doelstelling ligt op het behalen van minimaal 1%. De risicopremie van hypotheken liep op van 1,6% naar een niveau net boven de 2% voor een 20-jaars hypotheek met NHG. De kredietopslag van 2% ligt dicht bij het gemiddelde over de afgelopen jaren.

De huizenmarkt in Nederland was redelijk stabiel in 2023. Het beleggingsfonds is relatief goed beschermd tegen mindere economische periodes door de relatief lage loan-to-value (minder dan 60%). Betalingsachterstanden op hypotheken zijn nog steeds zeer laag ondanks de gestegen prijzen voor energie.

Ontwikkeling Green Bonds 
In januari 2023 is de pensioenkring gestart met beleggen in het MM Global Green Bond Fund. Het beleggingsfonds belegt uitsluitend in erkende green bonds volgens strenge maatstaven. De opbrengst van deze obligaties wordt geheel gebruikt voor projecten met een aanwijsbaar positieve impact op het milieu op het gebied van schone energie, energiebesparing, waterbeheer en milieuvriendelijke transportmiddelen en gebouwen. Het beleggingsfonds bleef licht achter bij de benchmark.

Ontwikkeling staatsleningen opkomende markten
De sterke daling van de risicopremies zorgde voor positieve absolute rendementen. Het rendement van het actief beheerde MM Global Emerging Market Debt Fund, dat belegt in staatsleningen van opkomende markten, behaalde in 2023 een duidelijk beter rendement dan de benchmark. Het beleggingsfonds nam meer risico dan de benchmark, en dit werd in het afgelopen jaar beloond daar de risicopremies van vooral de landen met een high yield rating sterk daalden. Het beleggingsfonds had meer dan de benchmark belegd in landen als El Salvador, Argentinië, Sri Lanka, en Zambia. Al deze posities droegen positief bij aan het relatieve rendement.

Ontwikkeling (inflatie-gerelateerde) discretionaire staatsobligaties
In de verslagperiode behaalden zowel de portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties als de portefeuille met discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties een positief rendement. Europese staatsobligaties lieten een stijging zien als gevolg van een dalende rente, met name in december. Waar de rente in de eerste 11 maanden nog gestaag opliep, in lijn met het verkrappende beleid van de ECB, stond de maand december volledig in het teken van verwachtingen omtrent renteverlagingen voor het komend jaar en nam de rente hiervoor alvast een afslag op. Een belangrijke reden voor deze dalende rente was het einde van de reeks renteverhogingen van de centrale bank, als ook de verzwakkende economische indicatoren. De inflatie-component van inflatie-gerelateerde staatsobligaties bracht wel een negatieve performance mee, aangezien de inflatie dankzij alle renteverhogingen flink daalde gedurende het jaar. De reële rente daalde, ondanks de dalende inflatie, minder hard dan de nominale rente. Hierdoor ontstond een rendementsverschil van ongeveer 4%-punt tussen de twee soorten staatsobligaties, in het voordeel van de nominale staatsobligaties. Dit was het jaar hiervoor nog andersom met 21%-punt.

Ontwikkelingen liquiditeiten
De liquiditeiten worden in een drietal geldmarktfondsen belegd. Voor het Morgan Stanley Euro Liquidity Fund, het Fidelity Institutional Liquidity Fund en het BlackRock ICS Euro Liquidity Fund, was het de primaire focus om te kunnen voorzien in liquiditeit vanwege de aanhoudende onzekerheden in de financiële markten. Om dit te bewerkstelligen hield men vast aan een relatief hoge allocatie naar dagelijks opvraagbare deposito’s en posities met een looptijd van maximaal één week. Om te profiteren van de oplopende rente werd gedurende het jaar meer belegd in posities met een relatief korte looptijd. Het behaalde rendement was positief.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in 2023 -0,1%-punt bij aan het rendement. De renteswaps droegen met 0,2%-punt positief bij aan het totale beleggingsresultaat, omdat marktrentes in 2023 tot en met december zijn gedaald. Deze daling van de rente had een positief effect op de afdekking van het renterisico, die daardoor een positieve bijdrage had aan het totale beleggingsresultaat.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal;
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark.
Attributie beleggingscategorieën eind 2023    
Cijfers in % * Allocatie effect Selectie effect
Aandelen 0,0 0,3
Vastrentende waarden 0,0 -0,4
Liquiditeiten 0,1 0,0
Totaal 0,1 -0,1

Het negatieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Dutch Mortgage Fund zorgde voor de grootste negatieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met -0,6%-punt.

5.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (voor Stap 30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2023 2022 2023 2022
Soort kosten % * % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 986 870 0,06 0,05
Kosten vermogensbeheer 3.176 3.439 0,19 0,19
Transactiekosten 1.901 1.194 0,12 0,07
Totaal ** 6.063 5.503 0,37 0,31

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 

  2023 2022 2023 2022
Soort kosten % * % *
Administratiekostenvergoeding 484 458 0,03 0,03
Administratiekostenvergoeding meerwerk 17 17 0,00 0,00
Exploitatiekosten 572 477 0,04 0,03
Overige kosten 85 65 0,00 0,00
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -172 -147 -0,01 -0,01
Totaal ** 986 870 0,05 0,05

De administratiekostenvergoeding is in 2023 toegenomen als gevolg van een hoger aantal uren actuariële advisering en de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 1,75% voor 2023. De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2023 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening.

De exploitatiekosten zijn in 2023 toegenomen. Deze kosten zijn samen met de overige kosten in 2023 onder meer toegenomen door de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en een toename van de kosten voor het toezicht door DNB.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (572). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de externe accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. 

Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp opgenomen.

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

      2023 2022
Uitvoeringskosten pensioenbeheer        
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( x 1.000)     986 870
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) *     224 199

De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2022 op totaalniveau met 13% gestegen door de toename van de totale uitvoeringskosten pensioenbeheer.

Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigden is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 3.176 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

      2023 2022
Kosten vermogensbeheer    
Directe kosten vermogensbeheer     1.390 1.430
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat)     1.787 2.009
Totale kosten van vermogensbeheer *     3.176 3.439

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie;
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst;
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (1.390) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (1.483). Een deel van deze directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (17) en deze zijn hierna in het bestuursverslag in de paragraaf "Transactiekosten" verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (76) bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag verantwoord onder indirecte kosten. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager.
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten. 

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2023 2022 2023 2022
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 838 1.166 0,05 0,06
Vastrentende waarden 1.717 1.669 0,11 0,09
Overig 449 458 0,03 0,03
Totaal ** 3.004 3.293 0,18 0,18
Allocatie vanuit pensioenbeheer 172 147 0,01 0,01
Totaal ** 3.176 3.439 0,19 0,19

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2023 hetzelfde als in 2022 (0,19%). De stijging van de kosten voor vastrentende waarden is meer dan tenietgedaan door de daling van de overige kosten binnen met name de aandelenportefeuille. Deze daling is vooral veroorzaakt doordat er sprake was van lagere ‘lopende kosten’ binnen het MM World Equity Index SRI Fund. De stijging van de vastrentende vermogensbeheerkosten kan worden verklaard doordat de samenstelling van de portefeuille met vastrentende waarden begin 2023 is gewijzigd.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen.

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2023 2022 2023 2022
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 346 719 0,02 0,04
Vastrentende waarden 1.529 318 0,09 0,02
Derivaten 26 156 0,00 0,01
Totaal ** 1.901 1.194 0,12 0,07

In bovenstaande kosten is een bedrag van 506 (2022: 414) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten in 2023 zijn 0,05%-punt hoger dan vorig jaar (2022: 0,07%). Deze stijging is voornamelijk het gevolg van de hogere kosten in de categorie vastrentende waarden. Dit kan worden verklaard doordat de portefeuille met vastrentende waarden begin 2023 gewijzigd is. De beleggingen in het MM Credit Index Fund zijn omgezet naar het actief beheerde MM Euro Credit ESG Fund, er zijn wereldwijde bedrijfsobligaties exclusief financials toegevoegd en een deel van de beleggingen is gealloceerd naar Green Bonds. Hierdoor zijn de toe- en uittredingskosten binnen de portefeuille met vastrentende waarden gestegen ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast zijn bij deze wijziging nieuwe beleggingsfondsen toegevoegd aan de portefeuille met vastrentende waarden, waardoor de transactiekosten van deze beleggingen gestegen zijn ten opzichte van vorig jaar.

Daarentegen zijn de transactiekosten van derivaten gedaald ten opzichte van vorig jaar, omdat er minder bijsturingtransacties hebben plaatsgevonden.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2023 bedroegen 0,19% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,00%-punt (afgerond; 2022: -0,01%-punt) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Hier stond een gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen van 0,38%-punt ten opzichte van de benchmarks tegenover. Deze percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde standen in 2023 en op basis van de totale portefeuille. In absolute getallen heeft het actief beheer een opbrengst opgeleverd van 6.267 ten opzichte van 27 aan kosten.

Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2023 0,3% op jaarbasis. Een tracking error van 0,3% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,3% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,67% is. En er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,6% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen.
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn.
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten).
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten.

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

5.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2023 is de rentetermijnstructuur (RTS) gedaald, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gestegen. De rente heeft in 2023 een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een positief beleggingsrendement van 11,0% zorgde daarentegen voor een stijging van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2023 gestegen van 122,5% naar 129,2%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2023 gedaald van 135,8% naar 128,1% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 118,7%. Daarmee is ultimo 2023 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2023 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 129,2%. De dekkingsgraad op basis van de marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2023 2022
Beleidsdekkingsgraad 128,1 135,8
Feitelijke dekkingsgraad 129,2 122,5
Dekkingsgraad op basis van marktrente 129,2 122,3
Reële dekkingsgraad 97,7 105,5
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,0 104,0
Vereiste dekkingsgraad 118,7 118,6
Rekenrente vaststelling TV 2,38 2,70

Herstelplan

De pensioenkring hoefde in 2023 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (135,8%) per 31 december 2022 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoorde bij het vereist vermogen per 31 december 2022 (118,6%). Daardoor had Pensioenkring Douwe Egberts eind 2022 geen reservetekort.

De situatie is eind 2023 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2023 (128,1%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2023 (118,7%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2023 is de beleidsdekkingsgraad (128,1%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2023 voor Pensioenkring Douwe Egberts daarom niet aan de orde. 

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid). De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) is de grens waarop de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring Douwe Egberts per 30 september 2023 gelijk aan 137,6%.  

Toeslagbeleid

Het toeslagbeleid van Pensioenkring Douwe Egberts is voorwaardelijk. De toeslag op de pensioenaanspraken en -rechten van de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de toeslagverlening. Hiermee wordt bedoeld de stand van de consumentenprijsindex per 30 september van het voorafgaande jaar en de stand van dezelfde prijsindex per 30 september in het jaar van toekenning van de voorwaardelijke toeslag.

Een negatieve inflatie (deflatie) zal niet leiden tot een neerwaartse aanpassing. Het toeslagpercentage zal alsdan gesteld worden op 0. Een eventuele deflatie in enig jaar zal bij het vaststellen van de cumulatieve toeslagachterstand wel in aanmerking genomen worden. Het streven is een realistisch toeslagbeleid op basis van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Het beleid is erop gericht om op de lange termijn 100% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.

Per 31 december 2023 is geen toeslag (2022: 15,79%) verleend aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring Douwe Egberts. 

Richtlijnen voor toeslagen

Voor het toeslagbeleid van Pensioenkring Douwe Egberts worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Het toeslagbeleid is voorwaardelijk en is afhankelijk van het behaalde beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring.
  • Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement dat resteert na de toevoeging aan de technische voorzieningen van het benodigde rendement en de wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.
  • Toeslagen worden gegeven op grond van een toekomstbestendige toeslagverlening. Dit houdt in beginsel het volgende in:
    • Bij een BDG die lager is dan 110% worden er geen toeslagen verleend;
    • Bij een BDG boven de TBI-grens kan de volledige toeslag worden gegeven;
    • Bij een BDG tussen de 110% en de TBI-grens kan een toeslag worden gegeven die naar verwachting in de toekomst te realiseren is (ongeveer naar rato). 
  • De BDG wordt bepaald door het gemiddelde van de feitelijke dekkingsgraden te nemen over de afgelopen 12 maanden. De BDG per 30 september is leidend voor de bepaling van de toeslag per 31 december.
  • De TBI-grens wordt jaarlijks bepaald door het vermogen vast te stellen wat nodig is boven een BDG van 110% om een levenslange samengestelde toeslag van de CPI te geven.
  • Inhaaltoeslagen kunnen gegeven worden indien de BDG hoger is dan de TBI-grens en het vereist vermogen.
  • Het bestuur heeft de discretionaire bevoegdheid om binnen de wettelijke grenzen van de berekende toeslag af te wijken.

Inhaaltoeslag

Wanneer de BDG boven de TBI-grens uitkomt, mag 20% van het vermogen boven deze grens gebruikt worden voor het ongedaan maken van kortingen en of het inhalen van gemiste toeslagen. Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal in onderstaande volgorde worden toegepast:

  • volledige toeslagverlening;
  • herstel van kortingen;
  • inhaal van indexatieachterstand (verjaringstermijn 10 jaar).

5.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorziening werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen.

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2023 2022
Resultaat op beleggingen 137.991 -479.464
Resultaat op wijziging RTS -46.723 455.491
Resultaat op premie 0 0
Resultaat op waardeoverdrachten 99 10
Resultaat op kosten -164 -41
Resultaat op uitkeringen -45 -9
Resultaat op kanssystemen -147 2.905
Resultaat op toeslagverlening -92 -234.437
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen 1.509 -6.035
Resultaat op andere oorzaken 43 0
Totaal saldo van baten en lasten 92.471 -261.580

Toelichting actuarieel resultaat

In 2023 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt 137.991. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2023 positief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad. 

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2023 ligt gemiddeld genomen onder de RTS ultimo 2022. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2023 met circa 0,32%-punt gedaald. Dit heeft geleid tot een toename van de technische voorzieningen en dus tot een negatief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt -49.074.

Daarnaast heeft DNB eind 2022 aangegeven dat de nieuwe UFR-methode per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Hiervan is het resultaat 2.351. Het totale resultaat van de wijziging van de rente bedraagt -46.723.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt -147.

Toeslagverlening

In het boekjaar is geen toeslag verleend aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de pensioenkring. Het resultaat op toeslagverlening bedraagt -92. Dit resultaat wordt veroorzaakt door mutaties met terugwerkende kracht.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 1.509. In 2023 heeft de pensioenkring zowel de partnerfrequentie als de opslag voor wezenpensioen gewijzigd. Het effect van de wijziging van de partnerfrequentie is 22. Het effect van de wijziging in opslag voor wezenpensioen is 397. Naast deze wijzigingen heeft ook een actualisatie van de kostenvoorziening plaatsgevonden. Het resultaat hiervan is 1.090.

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 118,7%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen zou deze uitkomen op 119,7%.

5.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring. In 2023 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring Douwe Egberts
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. Niet van toepassing, Pensioenkring Douwe Egberts is namelijk een gesloten pensioenkring.

Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) met een bandbreedte van 15% tot 22%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring Douwe Egberts is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf. De maatstaf wordt jaarlijks vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 30 september.
Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV met een bandbreedte van 15% tot 22%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 96%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 95%;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 35%.

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring Douwe Egberts
Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring Douwe Egberts is dit vertaald naar: een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.


De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Financieel crisisplan

Voor de pensioenkring is een financieel crisisplan opgesteld. In dit financieel crisisplan zijn maatregelen beschreven die het bestuur kan inzetten wanneer op korte termijn de financiële positie van de pensioenkring zich bevindt op of snel beweegt richting kritische waarden, waardoor het realiseren van de doelstellingen van de pensioenkring in gevaar komt. Het financieel crisisplan vormt hiermee een handleiding voor het bestuur voor de wijze waarop het zal handelen. Het financieel crisisplan is onderdeel van de ABTN en wordt jaarlijks getoetst en waar nodig aangepast aan de actualiteit. 

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2023 is de RSA eind 2023 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. Hieronder wordt voor de belangrijkste financiële risico’s toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkring.

Solvabiliteitsrisico

Het belangrijkste risico van de pensioenkring is het solvabiliteitsrisico. Dit is het risico dat de pensioenkring op lange termijn de pensioenverplichtingen niet kan nakomen. Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient de pensioenkring over voldoende buffers in het vermogen te beschikken. De vereiste buffers voor het vereist eigen vermogen worden vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets. Ook wordt door middel van een ALM-studie inzicht verkregen in de toekomstige ontwikkeling van de solvabiliteit. In een ALM-studie wordt namelijk het premiebeleid, het toeslagbeleid en het beleggingsbeleid integraal getoetst.

Matchings-/Renterisico

De pensioenkring loopt renterisico over de verplichtingen, omdat de verplichtingen in waarde veranderen als gevolg van mutaties in de marktrente. Om het renterisico af te dekken maakt de pensioenkring gebruik van vastrentende waarden en renteswaps. Wanneer de rente daalt, zullen de verplichtingen toenemen, maar daar staat een waardestijging van de afdekkingsportefeuille tegenover. Hiermee wordt het renterisico dat de pensioenkring loopt (deels) afgedekt. Het percentage van het renterisico van de verplichtingen dat wordt afgedekt is afhankelijk van het renteniveau. Via een rentestaffel wordt bij lagere renteniveaus een lager percentage van het renterisico afgedekt en vice versa bij hogere renteniveaus. Rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico wordt een bandbreedte van 3%-punt boven en onder dit gewicht gehanteerd. Binnen deze marges kan de mate van afdekking van het renterisico vrij bewegen zonder aanvullende maatregelen te nemen. Wanneer de mate van afdekking van het renterisico zich buiten deze marges bevindt vindt bijsturing plaats

Naast het risico dat het algehele renteniveau daalt, bestaat ook het risico dat de beleggingen de waarde mutatie van de verplichtingen niet kunnen opvangen vanwege rentemutaties die per looptijd verschillend zijn (curverisico). Rentes met korte looptijden (0 tot 5 jaar) kunnen namelijk anders bewegen dan rentes met langere looptijden (bijvoorbeeld 30 jaar). Om dit risico te beheersen maakt de pensioenkring gebruik van bandbreedtes per looptijdbucket. Per looptijdbucket wordt gemonitord of de afdekking van het renterisico zich binnen de vooraf gestelde bandbreedtes bevindt. Wanneer de gestelde bandbreedte wordt overschreden vindt bijsturing plaats.

De volgende figuur toont de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2023 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek:

  • De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
  • De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
  • De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement). 
  • De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.

Gedurende 2023 hebben zich de volgende gebeurtenissen voor dit risico voorgedaan: 

  • Het bestuur van Stap heeft in 2022 met instemming van het belanghebbendenorgaan van de pensioenkring besloten om voorlopig de afdekking van het renterisico niet verder te verhogen dan het neutrale niveau van 70% voor de pensioenkring. Deze niveau van strategische renterisico afdekking is gedurende 2023 gehandhaafd.

Marktrisico

Marktrisico is het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten. Voor de pensioenkring heeft dit risico betrekking op de zakelijke waarden. Het risico voor de vastrentende waarden valt onder het krediet- en renterisico. De zakelijke waarden bestaan uit aandelenbeleggingen. Bij aandelenbeleggingen vinden de beleggingen wereldwijd plaats. Door de spreiding binnen de portefeuille (diversificatie) wordt het prijsrisico gedempt en dat is daarmee één van de belangrijkste mitigerende beheersmaatregelen.

Daarnaast is de periodieke ALM-studie een belangrijke beheersmaatregel om vast te stellen of gekozen portefeuille met allocatie naar zakelijke waarden voldoet aan de gewenste afweging van risico versus rendement.

Scenario’s dekkingsgraad voor markt- en renterisico per eind 2023
De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 126,4 131,0 135,6 140,2 144,8 149,5 154,1
10% 122,0 126,2 130,5 134,7 138,9 143,2 147,5
0% 117,6 121,4 125,3 129,2 133,1 137,0 140,8
-10% 113,1 116,7 120,2 123,7 127,2 130,7 134,2
-20% 108,7 111,9 115,1 118,2 121,3 124,5 127,6

Gedurende 2023 hebben zich de volgende gebeurtenissen voor dit risico voorgedaan:

  • Naast het renterisico vormde het risico van zakelijke waarden in 2023 het grootste risico voor de pensioenkring. Een schok (volgens de in de standaardtoets van DNB gedefinieerde negatieve gebeurtenis), die zich met een kans van 2,5% geïsoleerd kan voordoen, leidt tot een significant effect op de dekkingsgraad op basis van de UFR. Van de geïsoleerde schokken vormt het zakelijke waarden risico het grootste risico voor de dekkingsgraad.
  • De centrale banken verhoogden in 2023 de rente om de inflatie omlaag te brengen. Ondanks het verkrappende beleid van de centrale banken hebben de categorieën binnen de zakelijke waarden goed gepresteerd, onder andere als gevolg van beter dan verwachte macro-economische omstandigheden en ontwikkelingen op het vlak van AI. Afgelopen jaar eindigden de aandelenmarkten in de plus. De rente liet een stijgende trend zien tot oktober 2023, waarna de rente weer begon te dalen.

Valutarisico

De verplichtingen van de pensioenkring luiden in euro’s. Binnen de beleggingsportefeuille wordt wereldwijd belegd. Hierdoor ontstaat valutarisico. Valutarisico is het risico dat de beleggingsportefeuille in waarde daalt als gevolg van het zwakker worden van vreemde valuta ten opzichte van de euro. Afhankelijk van de beleggingscategorie is de valuta van notering niet per definitie een goede indicatie voor het daadwerkelijke valutarisico. Voor obligaties geldt normaliter dat de valuta van notering een goede indicatie is van het daadwerkelijke valutarisico omdat de te verwachten kasstromen vaststaan in de valuta van notering. Dit pleit voor het afdekken van vreemde valuta voor obligaties. 

Binnen obligaties opkomende markten mag maximaal voor 20% in lokale valuta worden belegd. Beleggingen in lokale valuta worden voor de afdekking van het valutarisico beschouwd als USD beleggingen en worden dan ook conform het beleid voor de USD voor 100% afgedekt. Aandelen zijn aan meerdere directe en indirecte valutarisico’s onderhevig en de valuta van notering is steeds meer slechts een rapportagevaluta. Dit geldt vooral voor multinationals. Het internationale karakter van ondernemingsactiviteiten pleit voor het slechts deels afdekken van het valutarisico van aandelen. Daarom wordt binnen de categorie aandelen de exposure naar USD, GBP en JPY voor 50% afgedekt.

De pensioenkring dekt valutarisico af door middel van een overlay. De bandbreedtes rondom de strategische afdekkingspercentages bedragen +/- 10%.

Het afdekken van valutarisico brengt verschillende kosten met zich mee. Deze zijn grofweg in vier categorieën onder te verdelen:

  • Het renteverschil tussen de twee valuta. Indien de risicovrije rente in vreemde valuta hoger is, worden de kosten voor het afdekken ook hoger;
  • Een cross currency basisspread, die het gevolg is van liquiditeit en vraag/aanbod;
  • Transactiekosten voor het afsluiten/tegensluiten van de benodigde derivaten;
  • Operationele kosten voor het mogelijk maken en beheer van valutarisico-afdekking.

Een belangrijke kostencomponent in de afdekking van het valutarisico is het renteverschil tussen de rente in het land van de betreffende valuta en de rente in de Eurozone. Hoe groter dit verschil, hoe hoger de kosten. Omdat de theorie die stelt dat de wisselkoers dit renteverschil goed zal maken in praktijk niet volledig opgaat, kan dit renteverschil als een verwachte kostenpost of opbrengst bestempeld worden.

Kredietrisico

Kredietrisico is het risico dat tegenpartijen van de pensioenkring hun verplichtingen niet of niet volledig nakomen. De pensioenkring loopt tegenpartijrisico op de tegenpartijen voor derivaten en heeft het tegenpartijrisico voor derivaten deels gemitigeerd door gebruik te maken van central clearing en uitwisselen van onderpand.

Daarnaast loopt de pensioenkring kredietrisico op de beleggingen in vastrentende waarden. Door te beleggen in breed gespreide portefeuilles wordt het specifieke risico van individuele debiteuren beheerst. De risico’s van deze categorieën voor de balans van de pensioenkring zijn meegewogen in de ALM-studie. Ter compensatie van de exposure naar kredietrisico wordt naar verwachting een risicopremie verdiend.

Liquiditeitsrisico gesloten pensioenkring

Pensioenkringen kennen drie bronnen van liquiditeitsbehoefte: pensioenuitkeringen, onderpand voor derivaten en efficiënt portefeuillebeheer. Het primaire belang is om aan de financiële verplichtingen (pensioenuitkeringen en onderpand derivaten) te voldoen. De pensioenkring is een gesloten pensioenkring zonder premie inkomsten. Dit betekent dat de uitkeringen vanuit de kasstromen van de vastrentende waarden en het belegd vermogen gefinancierd dienen te worden.

De beleggingsportefeuille van de pensioenkring is voor het grootste deel belegd in liquide beleggingscategorieën, die snel verkocht kunnen worden. Daarnaast worden kas buffers aangehouden voor de uitvoering van operationele activiteiten en het beheer van onderpand uit hoofde van het gebruik van derivaten. Eén keer per jaar, in het kader van de beleggingsplancyclus wordt voor de pensioenkring een liquiditeitstoets uitgevoerd. Binnen de liquiditeitstoets wordt gekeken in hoeverre de portefeuille past binnen de grenzen van het liquiditeitsbudget.

Verzekeringstechnisch risico

Het verzekeringstechnisch risico heeft betrekking op alle verzekeringstechnische grondslagen die voor de pensioenkring een risico vormen. Het belangrijkste verzekeringstechnisch risico voor de pensioenkring is het langlevenrisico. Dit betreft het risico dat deelnemers langer leven dan verondersteld bij de vaststelling van de technische voorzieningen. Bij de vaststelling van het verzekeringstechnisch risico als onderdeel van het vereist eigen vermogen wordt voor het sterfterisico onderscheid gemaakt tussen procesrisico, trendsterfteonzekerheid en negatieve stochastische afwijkingen.

ESG-risico

ESG-risico’s zijn risico’s die verband houden met milieu, sociale verhoudingen en ondernemingsbestuur. De risico’s vloeien voort uit de invloed die de activiteiten van een onderneming hebben op de omgeving (bijvoorbeeld land, water, lucht en ecosystemen), de maatschappij en de manier waarop ondernemingen beheerd zijn. Materialisatie van deze risico’s kan, naast reputatie schade, materiële invloed hebben op de waarde van een onderneming.

De mate waarin de pensioenkring is blootgesteld aan de ESG-risico’s en de beheersing daarvan is afhankelijk van de samenstelling van de beleggingsportefeuille. In beginsel wordt een combinatie van meerdere instrumenten ingezet om deze risico’s te beperken, dan wel te mitigeren: stemmen, screening en dialoog, uitsluitingen en ESG-integratie. Het MVB-beleid van Stap bevat richtlijnen met betrekking tot ESG-risicobeheersing op portefeuilleniveau. Daarnaast is MVB een vast onderdeel van de investment cases, die gehanteerd worden voor het vaststellen van het strategisch beleid per beleggingscategorie.

​Toelichting niet-financiële risico's

De niet financiële risico’s zijn voor Stap op instellingsniveau uitgewerkt in het hoofdstuk integraal risicomanagement. Op het niveau van de pensioenkringen zijn de volgende belangrijkste niet-financiële risico´s onderkend.

Omgevingsrisico

De pensioenkringen van Stap zijn, net als de hele pensioensector, onderhevig aan diverse ontwikkelingen, zoals de rente- en inflatieontwikkelingen, de volatiliteit op de financiële markten, de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, de overgang naar een CO₂ neutrale samenleving en overige nieuwe (Europese) wet- en regelgeving. Als omgevingsrisico is dan ook het risico van het niet tijdig of adequaat inspelen op van buiten Stap komende veranderingen op het gebied van reputatie en ondernemingsklimaat geïdentificeerd.

Met de oprichting en inrichting van Stap is reeds beoogd in te spelen op (toekomstige) ontwikkelingen in de pensioensector. Door het, in afstemming met de strategische partners, voortdurend monitoren van de ontwikkelingen in de pensioensector en financiële markten en het hierop inspelen in de uitvoering van het beleid, acht Stap het netto risico voldoende beheerst. Het bestuur zorgt daarbij voor een adequate en tijdige communicatie naar de deelnemers, belanghebbendenorganen en andere stakeholders van Stap.

Uitbestedingsrisico

Onder het uitbestedingsrisico voor de pensioenkringen verstaat Stap het risico dat de continuïteit, integriteit en/of kwaliteit van de aan derden uitbestede werkzaamheden of door derden ter beschikking gestelde apparatuur en personeel wordt geschaad.

Voor de beheersing van het uitbestedingsrisico heeft Stap onder andere de volgende beheersmaatregelen getroffen:

  • Stap beschikt over marktconforme uitbestedingsovereenkomsten met al haar uitbestedingspartners, die voldoen aan de wettelijke regels op het gebied van uitbesteding.
  • De afspraken omtrent de uitbestede werkzaamheden en informatieverschaffing zijn contractueel vastgelegd in een Service Level Agreement met bijbehorende kritische performance-indicatoren. 
  • Stap ontvangt en beoordeelt periodieke rapportages van haar strategische uitbestedingspartners (maand-, kwartaal-, SLA- en risicorapportages), die in de bestuursadviescommissies en bestuursvergaderingen worden besproken.
  • Stap vormt een oordeel over de kwaliteit van de interne beheersing bij de uitbestedingspartijen en over de maatregelen die de uitbestedingspartijen nemen om de kwaliteit te verbeteren op basis van extern gecertificeerde ISAE 3402-type II-verklaringen en aanvullende assurance verklaringen.
  • Stap voert periodiek strategisch overleg met de uitbestedingspartners en monitort, mede met het oog op de transitie naar de Wet toekomst pensioenen, het verandermanagement van de uitbestedingspartners. Specifiek voor de implementatie van de Wet toekomst pensioenen ontvangt Stap van TKP per kwartaal zowel een voortgangsrapportage als een risicorapportage.

IT-risico

De beschikbaarheid en beveiliging van IT-systemen wordt onderkend als een belangrijk risico. Door het niet beschikbaar zijn van (belangrijke) IT-systemen en/of de IT-omgeving bestaat het risico van operationele verstoringen. Daarnaast bestaat het risico bij niet adequate IT-beveiliging, dat informatie toegankelijk wordt voor niet geautoriseerde gebruikers en/of dat niet geautoriseerde gebruikers het functioneren van de IT-systemen verstoren of veranderen. Dit risico beperkt zich niet tot de IT-omgeving van Stap, maar omvat tevens de IT-omgeving van de uitbestedingspartners. De genoemde IT-risico’s kunnen daarom van invloed zijn op de dienstverlening aan de deelnemers.

Voor de beheersing van het IT-risico heeft Stap onder andere de volgende beheersmaatregelen getroffen:

  • Het ICT-beleid, het Informatiebeveiligingsbeleid en het privacy beleid van Stap worden periodiek geëvalueerd en geactualiseerd en er worden maatregelen getroffen ter beheersing van het risico. Het ICT-beleid en het informatiebeveiligingsbeleid zijn gerelateerd aan het Uitbestedingsbeleid en hierin zijn adviezen van de externe partij Quint verwerkt.
  • Gedurende het jaar monitort Stap of de beheersing van het IT-risico bij de uitbestedingspartners overeenkomt met het beleid aan de hand van onder meer de SLA- en risicorapportages. Daarnaast rapporteren de uitbestedingspartners over de voor het IT-risico getroffen maatregelen en de interne beheersing via de ISAE 3402 type II-rapportages.
  • Op basis van de ISAE 3402 type II-rapportages en aanvullende assuranceverklaringen vormt Stap zich een oordeel over de kwaliteit van de interne beheersing voor het IT-risico bij de uitbestedingspartners en over de maatregelen die de uitbestedingspartners nemen om de kwaliteit te verbeteren.
  • Daarnaast wordt periodiek een RSA ICT uitgevoerd. Daarbij wordt onder andere gebruikgemaakt van het COBIT-raamwerk van de uitbestedingspartners. Belangrijke aandachtsgebieden zijn onder meer cyberrisico’s en datakwaliteit.
  • Zowel TKP als Aegon Asset Management hebben in 2023 gerapporteerd dat zij (blijvend) voldoen aan de DNB good practice op het gebied van informatiebeveiliging.

Stap onderkent het toenemende risico op cyberaanvallen gezien de hoge mate van digitalisering van de bedrijfsvoering en de afhankelijkheid hiervan. De analyse van de verhoogde gevoeligheid voor cybercrime maakt deel uit van de RSA ICT en de SIRA. Om dit risico te mitigeren, heeft Stap het ICT- en informatiebeveiligings-beleid geïmplementeerd en maatregelen getroffen. Zo laat de uitvoeringsorganisatie periodiek penetratietesten uitvoeren en worden (mogelijke) beveiligingsproblemen direct opgevolgd. Zowel bij de uitbestedingspartners als bij Stap hebben in 2023 geen incidenten, gerichte aanvallen (zoals DDoS) of andere verstoringen van de dienstverlening plaatsgevonden. Alle maatregelen in het kader van informatiebeveiliging zijn in werking en worden continu gemonitord. En met het oog op de thuiswerksituatie zijn er extra activiteiten op het gebied van bewustzijn uitgevoerd om medewerkers blijvend alert te houden.

In het kader van het nieuwe pensioenstelsel onderkent Stap het risico dat de IT-systemen hiervoor tijdig aangepast dienen te worden. TKP informeert Stap periodiek over de voortgang van de wijzigingen die doorgevoerd moeten worden in de (administratieve) systemen als gevolg van de Wet toekomst pensioenen en de herijking van haar veranderportfolio. Stap heeft binnen de governance nadrukkelijk aandacht voor het TKP programma Wet toekomst pensioenen.

Juridisch risico

Stap opereert als financiële instelling in een omgeving die de sterk gereguleerd is en de komende jaren flink verandert. De pensioensector heeft te maken met aangepaste wetgeving, zoals de Wet toekomst pensioenen. Daarnaast is sprake van toenemende vereisten op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen. Tevens heeft de Europese Commissie (EC) regelgeving ingevoerd om de digitale weerbaarheid te vergroten en is begin 2024 een voorlopig akkoord bereikt over een pakket wetgevingsvoorstellen om de financieel-economische criminaliteit effectiever tegen te gaan.

Voor het vergroten van de digitale weerbaarheid van de sector heeft de Europese Commissie (EC) begin 2023 een verordening ingevoerd: de digital operational resilience act (DORA). DORA stelt eisen aan financiële organisaties ten aanzien van IT-risicomanagement, IT-incidenten, het periodiek testen van de digitale weerbaarheid en de beheersing van risico’s bij uitbesteding aan (kritieke) derden. Daarbij wordt rekening gehouden met de grootte, het risicoprofiel en het systeembelang van de individuele organisaties. DORA wordt met ingang van 17 januari 2025 van kracht.

Ook werkt de EC aan een nieuw kader voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Het doel hiervan is een gelijker speelveld te creëren tussen EU-jurisdicties voor het toezicht, gericht op het voorkomen van financieel-economische criminaliteit. Om te zorgen dat dit kader beter werkt, wil de EU een specifieke antiwitwasautoriteit oprichten. Ondertussen zet Nederland in op meer mogelijkheden voor instellingen om onderling informatie uit te wisselen. Kennisdeling vergroot het zicht op financieel-economische criminaliteit.

Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot een verhoogd risico dat Stap niet voldoet aan wet- en regelgeving. Ter beheersing van dit juridisch risico maakt Stap gebruik van de binnen het bestuur, het bestuursbureau en bij de uitbestedingspartners aanwezige (juridische) kennis en kunde en bereidt Stap zich samen met de uitbestedingspartners op voor op de gewijzigde wetgeving. Daarnaast heeft Stap een externe Compliance Officer aangesteld en wordt waar nodig juridische expertise ingehuurd.

Ontwikkelingen in 2024

Voorbereiding transitie Wet toekomst pensioenen

Stap is in overleg met sociale partners en het belanghebbendenorgaan van de pensioenkring de voorbereidingen gestart voor de mogelijke overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit houdt in dat Stap de sociale partners ondersteunt bij de totstandkoming van het transitieplan opdat dit uiterlijk op 1 januari 2025 vastgesteld kan worden. Bij overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is de beoogde transitiedatum voor de pensioenkring 1 januari 2027 en wordt de transitie tot die datum verder voorbereid.

5.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Douwe Egberts

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts is per 1 april 2018 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring Douwe Egberts van start is gegaan. Daarmee is 2023 het vijfde volledige verslagjaar voor Pensioenkring Douwe Egberts.

Samenstelling van het belanghebbendenorgaan

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de gewezen deelnemers enerzijds en de pensioengerechtigden anderzijds. Het belanghebbendenorgaan heeft vier leden, twee namens de pensioengerechtigden en twee namens de gewezen deelnemers.

Op 26 juni 2023 heeft het belanghebbendenorgaan afscheid genomen van Menno Vink, die een functie buiten JDE heeft aanvaard. Het belanghebbendenorgaan en het bestuur van Stap hebben hun waardering uitgesproken over de inbreng van Menno, eerst vijf jaar in het bestuur van voormalig Pensioenfonds DEPF en vanaf 1 april 2018 ruim vijf jaar in het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts bij Stap. In het bijzonder werd gerefereerd aan zijn aandacht voor het risicobeheer en het diversiteitsbeleid.

De Ondernemingsraad van JDE heeft Willem Krul voorgedragen als nieuw lid. Sinds 1 juli 2023 is de samenstelling van het belanghebbendenorgaan als volgt:

  • Wim Bakkers (secretaris) – namens de pensioengerechtigden
  • Louis Haring – namens de pensioengerechtigden
  • Elvin van den Hoek (voorzitter) – namens de gewezen deelnemers
  • Willem Krul – namens de gewezen deelnemers

Met het oog op continuïteit in de vertegenwoordiging van pensioengerechtigden en gewezen deelnemers heeft het belanghebbendenorgaan aspirant-leden die opleiding volgen op pensioen-gebied en als toehoorder betrokken zijn bij de vergaderingen van het belanghebbendenorgaan. Willem Krul was gedurende de eerste helft van 2023 aspirant-lid namens de gewezen deelnemers. In het najaar van 2022 is Stef van Leeuwe aspirant-lid namens de pensioengerechtigden geworden.

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijk kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap.

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2023

Het belanghebbendenorgaan ontvangt stukken voor vergaderingen, informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een digitale omgeving. Elk (aspirant) lid van het belanghebbendenorgaan is hiervoor geautoriseerd.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2023 twee keer vergaderd met het bestuur. De eerste vergadering vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het jaarverslag 2022. De tweede vergadering vond plaats in november. In deze vergadering zijn met name de onderwerpen beleggingsplan 2024, pensioenreglement 2024, toeslagverlening en het communicatie- en jaarplan 2024 van de pensioenkring behandeld. In beide vergaderingen met het bestuur is ook aandacht geweest voor de Wet toekomst pensioenen, de kostenbeheersing en verder groei van Stap en de samenvoeging van Aegon NL met a.s.r.

In mei 2023 heeft het belanghebbendenorgaan overleg gevoerd met de raad van toezicht. Aan de hand van de jaarverslagen en de zelfevaluatierapporten van beide organen is een open gesprek gevoerd over de gang van zaken bij Stap en de voorbereiding op de implementatie van de Wet toekomst pensioenen. Hierbij is o.a. stilgestaan bij de wijze van verantwoording door de raad van toezicht, de risicobeheersing en het beleid t.a.v. Maatschappelijk Verantwoord Beleggen door Stap, het implementatieplan Wet toekomst pensioenen en de eventuele behoefte van de raad van toezicht en het belanghebbendenorgaan om hierbij een externe adviseur in te schakelen.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2023 vijf eigen vergaderingen gehouden, waarbij altijd een delegatie van het bestuursbureau aanwezig was. Daarnaast heeft het belanghebbendenorgaan, indien gewenst, onderling overleg.

In de eigen vergaderingen zijn de vergaderingen met het bestuur voorbereid. Verder zijn onder meer de volgende onderwerpen behandeld:

  • Evaluatie van het beleggingsbeleid en de rente-afdekking
  • Zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
  • De haalbaarheidstoets
  • De Wet toekomst pensioenen
  • Het onderzoek naar marktconformiteit van de dienstverlening door Aegon Asset Management
  • De pilot videobellen in het kader van keuzebegeleiding deelnemers
  • De rapportages van de Pensioenkring Douwe Egberts
  • Continuering van het niveau van de renteafdekking op 70%
  • Het beleggingsplan 2024

Verslag over 2023

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2023 goedkeuring verleend aan de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van de Pensioenkring Douwe Egberts:

  • De opzet van de zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
  • Deelname aan de pilot videobellen in het kader van de keuzebegeleiding deelnemers
  • Het jaarplan 2024 

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2023 positief advies gegeven over de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Douwe Egberts:

  • Het jaarverslag en de financiële opstelling over 2022
  • De Actuariële- en Bedrijfstechnische Nota (ABTN) 2023
  • Het besluit om geen toeslag te verlenen per 31 december 2023
  • Het pensioenreglement 2024 en reglementsfactoren
  • Het communicatiejaarplan 2024

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn de maand- en kwartaalrapportages en de risicorapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze zijn naar tevredenheid door het bestuursbureau van Stap beantwoord.

Beoordeling en bevindingen

De beoordeling en bevindingen hebben betrekking op het verslagjaar 2023. Het Belanghebbendenorgaan heeft over deze periode het volgende oordeel en bevindingen.

Financieel

De financiële markten lieten in 2023 een beeld zien dat tegengesteld was aan dat van 2022. De rente daalde in 2023 van 2,70% naar 2,38%, het beleggingsrendement was 11,19% positief. Per saldo steeg de dekkingsgraad van 122,5% naar 129,1%. De beleidsdekkingsgraad daalde echter van 135,8% naar 128,0% wat voornamelijk een na-ijleffect is van de hoge toeslagverlening per einde 2022.

Toeslagverlening

Maatstaf voor de toeslagverlening is de ontwikkeling van de afgeleide Consumenten Prijs Index (CPI). Per september 2023 is deze uitgekomen op -1,39%. Conform het toeslagbeleid wordt dan een toeslag van 0% verleend. Het belanghebbendenorgaan heeft positief geadviseerd over het voorgestelde toeslagbesluit.

Het negatieve niveau van de CPI van -1,39% verdient wel enige toelichting. Het CBS heeft halverwege 2023 de verwerking van de energieprijzen in de CPI veranderd. Het komt erop neer dat het CPI-cijfer van vorig jaar (+17,16 %) eigenlijk te hoog was en het cijfer van dit jaar (-1,39%) daardoor te laag. Over twee jaar samen gerekend komt de CPI ontwikkeling op ongeveer +15% uit. De verhoging van de pensioenen per 1 januari 2023 met 15,79% kan daarmee gezien worden als (iets meer dan) volledige indexatie over twee jaar.

Omdat de dekkingsgraad per 30 september 2023 lager was dan de TBI-grens was het niet toegestaan om een inhaaltoeslag te verlenen. De negatieve CPI heeft wel een verlagende impact op het niveau van de gemiste toeslagen over de afgelopen 10 jaar.

Operationeel

Vanwege de extra werkzaamheden voor de Wet toekomst pensioenen en de gerealiseerde en voorziene groei heeft Stap een scheiding aangebracht tussen projectmanagement en de going-concern activiteiten en het aantal medewerkers van het bestuursbureau uitgebreid. Het belanghebbendenorgaan vindt dit een goede zaak, maar waakzaamheid voor de kostenontwikkeling is op zijn plaats.

In 2023 heeft Stap door een externe partij een marktconformiteitsonderzoek laten uitvoeren naar het fiduciair vermogensbeheer. Stap heeft de conclusies, aanbevelingen en voorgenomen acties gedeeld met het belanghebbendenorgaan. Op basis daarvan heeft het belanghebbendenorgaan vertrouwen dat de dienstverlening door de fiduciair vermogensbeheerder ook in de toekomst op het gewenste niveau zal zijn.

In 2023 voldeed de snelheid van de beantwoording van deelnemersvragen door TKP Pensioen niet aan de gestelde norm. Gelet op de vele extra werkzaamheden rondom de Wet toekomst pensioenen beveelt het belanghebbendenorgaan aan om de capaciteit bij TKP Pensioen kritisch te monitoren.

Voor zover bekend zijn er geen andere noemenswaardige operationele issues geweest. Het vertrouwen van het belanghebbendenorgaan in Stap en de externe dienstverleners blijft onverminderd hoog.

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in 2023 bedroeg +11,19%. Het belegd vermogen is toegenomen van € 1.603 miljoen naar € 1.714 miljoen.

In november is het beleggingsbeleid geëvalueerd. Het belanghebbendenorgaan heeft hierbij aangegeven vast te willen houden aan de toeslagambitie en het streven naar inhaaltoeslagen. Geconcludeerd werd dat de neutrale risicohouding passend is bij deze ambitie, gelet op de actuele macro-economische omstandigheden. Het strategisch beleid hoeft niet te worden aangepast en de vaste afdekking van het renterisico op 70% blijft gehandhaafd.

In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Beleggen heeft Stap onze beleggingsportefeuille afgezet tegenover het “de-carbonisatie pad” dat nodig is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Dankzij de overgang naar een SRI-variant van de aandelenportefeuille en een meer actief beheer van de bedrijfsobligaties loopt de pensioenkring voor op dat pad.

Wet toekomst pensioenen (Wtp)

De projectaanpak Wtp met globale tijdslijnen is met het belanghebbendenorgaan besproken, alsmede de rollen en bevoegdheden van de diverse betrokken partijen. In juni heeft een kick-off meeting plaatsgevonden met de sociale partners. Hierin zijn projectaanpak en rolverdeling afgestemd en is een keuze gemaakt voor de in een eerste analyse te onderzoeken scenario’s. In november zijn de uitkomsten van deze eerste analyse gedeeld met de sociale partners. De uiterste datum dat sociale partners een transitieplan moeten indienen is 1 januari 2025, maar de streefdatum is 1 oktober 2024. Leden van het belanghebbendenorgaan zijn bij beide vergaderingen aanwezig geweest. Het is begrijpelijk dat sociale partners de trajecten bij PGB en Stap zoveel mogelijk parallel willen laten lopen. Maar juist daarom is het van belang dat Stap de sociale partners actief blijft benaderen om ervoor te zorgen dat we tijdig over een compleet transitieplan beschikken.

In januari en september hebben leden van het belanghebbendenorgaan deelgenomen aan door Stap georganiseerde studiemiddagen. Op beide studiedagen vormde de Wet toekomst pensioenen het hoofdthema met als onderwerpen invaren, het beleggingsbeleid, solidariteit en het nabestaandenpensioen.

Zelfevaluatie

Het belanghebbendenorgaan heeft in maart 2023 een zelfevaluatie uitgevoerd aan de hand van een vragenlijst vanuit Stap. In mei zijn de uitkomsten in onderling overleg besproken en vastgesteld. Samengevat luidden de conclusies:

  • Het belanghebbendenorgaan is uitgebalanceerd qua samenstelling en functioneert goed
  • De relatie met het bestuur is transparant, direct en goed. Het belanghebbendenorgaan wordt door het bestuur goed meegenomen in de afwegingen m.b.t. onderwerpen waar het advies- en goedkeuringsrechten heeft
  • Het contact met de raad van toezicht is open en goed

Wij hebben Stap verzocht om een inwerkprogramma voor nieuwe leden van belanghebbendenorganen op te zetten, waaronder ook een site-visit bij TKP Pensioen. Het bestuur heeft aangegeven dit een goed idee te vinden.

Verslaglegging en verantwoording

Het belanghebbendenorgaan is van mening dat de verslaglegging en het afleggen van verantwoording goed en professioneel geregeld zijn. De maandelijkse verslaglegging en de kwartaalrapportages stellen het belanghebbendenorgaan voldoende in staat het bestuur en de uitvoerders te beoordelen. Ook op het niveau van de pensioenkring wordt periodiek uitvoerig gerapporteerd over risicomanagement. Om piekbelasting te voorkomen is het wenselijk, voor zover mogelijk, om vergaderstukken meer in de tijd gespreid aan te leveren.

Communicatie

Het belanghebbendenorgaan is tevreden over de communicatie van Stap met de deelnemers van onze pensioenkring. Wij volgen met belangstelling de verdere ontwikkelingen rond de keuzebegeleiding, zodat op korte termijn aan de nieuwe normen hieromtrent wordt voldaan.  Voor de komende jaren zien wij bijzondere uitdagingen, waarbij het belangrijk is om de juiste balans te vinden bij de communicatie met de deelnemers over de Wet toekomst pensioenen. Hiervoor zal tijdig een Wtp-communicatieplan opgesteld moeten worden, zodat de deelnemers tijdig meegenomen kunnen worden in het proces.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel. Het belanghebbendenorgaan concludeert dat het bestuur en bestuursbureau van Stap professioneel, constructief en transparant opereren. Vooralsnog lijkt het aantal kringen dat Stap bedient goed behapbaar. 

Het vertrouwen van het belanghebbendenorgaan in Stap blijft door de transparante en open houding van het bestuur onverminderd hoog. Wij vertrouwen op voortzetting van onze goede samenwerking in de toekomst.


Utrecht, 1 maart 2024
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Douwe Egberts

Elvin van den Hoek (voorzitter)
Wim Bakkers (secretaris)
Louis Haring
Willem Krul

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts en het positieve oordeel over het in 2023 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.

Versie:
v6.2.36

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report