3.1 Kerngegevens
| 2022 | 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal Deelnemers | |||||||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 36 | 41 | 47 | 52 | 64 | ||||
| Gewezen deelnemers | 4.524 | 4.749 | 4.929 | 5.104 | 5.264 | ||||
| Pensioengerechtigden | 2.853 | 2.748 | 2.632 | 2.540 | 2.439 | ||||
| Totaal | 7.413 | 7.538 | 7.608 | 7.696 | 7.767 | ||||
| Dekkingsgraad | |||||||||
| Beleidsdekkingsgraad | 125,2% | 119,9% | 105,5% | 109,0% | 110,0% | ||||
| Feitelijke dekkingsgraad | 117,2% | 125,0% | 110,5% | 113,0% | 107,3% | ||||
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,0% | 104,0% | 104,0% | 104,0% | 104,0% | ||||
| Vereiste dekkingsgraad | 114,3% | 115,0% | 114,7% | 118,4% | 118,6% | ||||
| Financiële positie (in € 1.000) | |||||||||
| Pensioenvermogen | 554.720 | 751.571 | 725.050 | 702.526 | 620.733 | ||||
| Technische voorzieningen risico Pensioenkring | 471.872 | 599.204 | 653.917 | 619.872 | 576.816 | ||||
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 1.407 | 1.962 | 2.171 | 2.039 | 1.859 | ||||
| Eigen vermogen | 81.441 | 150.405 | 68.962 | 80.615 | 42.058 | ||||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 18.916 | 24.015 | 26.217 | 24.858 | 23.172 | ||||
| Vereist eigen vermogen | 67.444 | 90.262 | 96.150 | 114.670 | 107.906 | ||||
| Premies en uitkeringen (in € 1.000) | |||||||||
| Kostendekkende premie * | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Gedempte premie * | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Feitelijke premie * | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Pensioenuitkeringen ** | 22.011 | 21.573 | 21.174 | 20.855 | 20.600 | ||||
| Toeslagen | |||||||||
| Deelnemers | 10,12% | 1,32% | 0,00% | 0,00% | 0,04% | ||||
| Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden | 10,12% | 1,32% | 0,00% | 0,00% | 0,04% | ||||
| Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) | 14,49% | 6,96% | 5,64% | 4,60% | 2,91% | ||||
| Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers en pensioengerechtigden (cumulatief) |
14,49% | 6,96% | 5,64% | 4,60% | 2,91% | ||||
| Beleggingsrendement | |||||||||
| Per jaar | -23,0% | 7,2% | 6,7% | 17,2% | -2,1% | ||||
| Kostenratio`s | |||||||||
| Pensioenuitvoeringskosten | 0,09% | 0,08% | 0,08% | 0,08% | 0,08% | ||||
| Vermogensbeheerkosten | 0,29% | 0,32% | 0,36% | 0,32% | 0,31% | ||||
| Transactiekosten | 0,08% | 0,07% | 0,10% | 0,08% | 0,13% | ||||
| Gemiddelde duration (in jaren) | |||||||||
| Actieve deelnemers | 15,2 | 17,1 | 17,7 | 17,0 | 16,2 | ||||
| Gewezen deelnemers | 18,0 | 20,2 | 21,0 | 20,8 | 20,5 | ||||
| Pensioengerechtigden | 9,2 | 10,6 | 11,1 | 10,9 | 10,6 | ||||
| Totaal gemiddelde duration | 12,3 | 14,4 | 15,2 | 15,1 | 14,6 | ||||
| Gemiddelde rekenrente | 2,79% | 0,49% | 0,04% | 0,59% | 1,26% |
3.2 Algemene informatie
Pensioenkring SVG is vanaf 1 december 2016 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics overgedragen aan Stap Pensioenkring SVG door middel van een collectieve waardeoverdracht.
De samenstelling en zittingstermijnen van het Belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:
| Naam lid Belanghebbendenorgaan | Ingangsdatum zittingstermijn | Einddatum 1ste zittingstermijn | Einddatum 1ste Herbenoeming | Laatste termijn eindigt op |
|---|---|---|---|---|
| Ab Ribbink (1957), voorzitter namens de gewezen deelnemers |
01-12-2016 | 01-12-2020 | 01-12-2024 | 01-12-2028 |
| Bert Mögelin (1950), secretaris namens de pensioengerechtigden |
01-12-2016 | 01-12-2019 | 01-12-2023 | 01-12-2027 |
| Ed de Bruijn (1967), lid namens de werkgever |
01-04-2017 | 01-12-2021 | 01-12-2025 | 01-12-2029 |
Het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG heeft in 2022 twee keer een overleg gehad met het Bestuur. In mei 2022 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2021 en het tweede overleg heeft in november 2022 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2023, het jaarplan 2023, de toeslagverlening per 31 december 2022, het communicatiejaarplan 2023 en het pensioenreglement 2023 behandeld. Naast de vergaderingen met het Bestuur heeft het Belanghebbendenorgaan in mei 2022 een overleg gehad met de Raad van Toezicht en acht eigen vergaderingen gehouden. Bij de eigen vergaderingen was een delegatie van het Bestuursbureau aanwezig.
3.3 Pensioen paragraaf
Kenmerken regeling
Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten zijn de pensioenreglementen zoals deze laatstelijk golden bij de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics van toepassing.
De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:
| Pensioenregeling | De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst. Het betreft een zogenoemde gesloten Pensioenkring. Er vindt geen actieve pensioenopbouw plaats met uitzondering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. |
|---|---|
| Pensioenleeftijd | De pensioenregeling kent verschillende pensioenaanspraken met verschillende pensioenleeftijden. |
| Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid | Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. |
Ontwikkelingen in aantallen deelnemers
In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.
| Deelnemers | Actief | AOP * / ** |
Ingegaan OP/NP | Ingegaan WzP | Gewezen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 31 december 2021 | 41 | 44 | 2.629 | 75 | 4.749 | 7.538 |
| Bij | 0 | 0 | 207 | 17 | 8 | 232 |
| Af | 5 | 44 | 71 | 4 | 233 | 357 |
| Per 31 december 2022 | 36 | 0 | 2.765 | 88 | 4.524 | 7.413 |
Financieringsbeleid
Binnen Pensioenkring SVG is geen sprake van opbouw van pensioen en daarmee geen sprake van premiebetaling. In Pensioenkring SVG zijn de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten van gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics overgenomen. Daarnaast wordt de premievrije pensioenopbouw wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, zoals deze laatstelijk werd genoten bij de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics, voorgezet bij Pensioenkring SVG. De daarvoor benodigde premie wordt gefinancierd uit een aparte voorziening voor arbeidsongeschiktheid. Deze voorziening voor de vrijgestelde premie bij arbeidsongeschiktheid is overgedragen vanuit de voormalige Stichting Voorzieningsfonds Getronics naar Pensioenkring SVG.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring SVG bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van de Pensioenkring.
Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring SVG, komen ten goede aan respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring SVG.
3.4 Vermogensbeheer
Beleggingsmix
In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2022 en 2021 opgenomen.
| 2022 | 2021 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in € miljoen | Actuele mix in % |
Strategische mix in % |
in € miljoen | Actuele mix in % |
Strategische mix in % |
|
| Aandelen | 168,8 | 30,7 | 31,2 | 248,6 | 33,4 | 31,2 |
| Opkomende markten | 29,6 | 5,4 | 5,5 | 41,5 | 5,6 | 5,5 |
| Europa | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 64,4 | 8,6 | 8,0 |
| Wereldwijd | 139,2 | 25,3 | 25,7 | 142,7 | 19,2 | 17,7 |
| Vastgoed | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,0 | 0,0 |
| Vastrentende waarden (inclusief liquiditeiten en overlay) * | 362,5 | 69,3 | 68,8 | 485,7 | 66,6 | 68,8 |
| Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) | 61,7 | 11,2 | 11,7 | 81,2 | 10,9 | 11,7 |
| Bedrijfsobligaties Europa | 64,7 | 11,8 | 11,7 | 84,0 | 11,3 | 11,7 |
| Hypotheken Nederland | 121,2 | 22,0 | 19,8 | 143,1 | 19,2 | 19,8 |
| Staatsleningen opkomende markten | 28,6 | 5,2 | 5,3 | 38,2 | 5,1 | 5,3 |
| Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties | 44,3 | 8,0 | 8,1 | 62,1 | 8,3 | 8,1 |
| Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties | 42,0 | 7,6 | 77,1 | 10,3 | ||
| Liquiditeiten | 63,8 | 11,6 | 10,9 | 1,5 | ||
| Overlay | -44,8 | -8,1 | 12,3 | 0,0 | 0,0 | 12,3 |
| Intrest Rate Swap | -49,7 | -9,0 | 0,0 | 0,0 | ||
| FX Forward | 4,9 | 0,9 | 0,0 | 0,0 | ||
| Totaal **/*** | 550,3 | 100,0 | 100,0 | 745,3 | 100,0 | 100,0 |
In december 2022 is, na goedkeuring van het Belanghebbendenorgaan, het beleggingsplan 2023 vastgesteld. Het beleggingsplan 2023 heeft als ingangsdatum 1 januari 2023.
Ten opzichte van het beleggingsplan 2022 zijn de volgende wijzigingen in de asset allocatie aangebracht voor het beleggingsplan 2023:
- De bandbreedte rondom de categorie discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties plus de exposure naar liquiditeiten wordt aangepast in: 20% van het strategisch gewicht van de categorie plus het verschil in het niveau tussen de maximale en neutrale fysieke kas die voortvloeit uit de onderpandbehoefte voor interest rate swap.
- De samenstelling en invulling van de portefeuille met bedrijfsobligaties wordt gewijzigd. Zo wordt de allocatie naar euro bedrijfsobligaties ingevuld met een belegging in een actief beheerde beleggingsoplossing om op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB) een volgende stap in ESG-integratie te bewerkstelligen. Ook is, mede gericht op het MVB-thema klimaat, een deel-allocatie naar Green Bonds toegevoegd.
- Er wordt een minimum allocatie naar discretionaire staatsobligaties (nominaal en inflatie-gerelateerd) geïntroduceerd om te kunnen voldoen aan de onderpand verplichtingen voor derivaten. Het dynamische renterisico-afdekkingsbeleid is reeds per 1 oktober 2022 aangepast. Op basis van uitkomsten van de uitgevoerde ALM-studie is er beleidsmatig voor gekozen om in de rentestaffel een ‘high-watermark’ te introduceren. Dit betekent dat de afdekking van het renterisico wel conform de rentestaffel wordt verhoogd, maar dat deze bij een daaropvolgende rentedaling niet meer wordt verlaagd.
Resultaten beleggingen
In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2022 weergegeven.
| Cijfers in % | Pensioenkring * | Benchmark | Relatief | Bijdrage aan totaal rendement |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | -15,8 | -15,2 | -0,7 | -4,7 |
| Aandelen opkomende markten (MM Emerging Markets Fund) |
-18,3 | -14,9 | -4,0 | -1,0 |
| Aandelen Europa (MM European Equity Fund) |
-6,1 | -5,8 | -0,3 | -0,2 |
| Aandelen Europa afgedekt (MM European Equity Afdekking Fund) |
-6,1 | -5,8 | -0,3 | -0,2 |
| Aandelen wereldwijd (MM World Equity Index Fund) |
-3,4 | -3,0 | -0,4 | -0,3 |
| Aandelen wereldwijd afgedekt (MM World Equity Index Fund) |
-3,7 | -3,3 | -0,4 | -0,3 |
| Aandelen wereldwijd (MM World Equity Index SRI Fund) |
-12,5 | -12,8 | 0,4 | -2,7 |
| Vastgoed | 21,5 | 21,5 | 0,0 | 0,0 |
| Vastgoed (CBRE Eurosiris Fund) |
21,5 | 21,5 | 0,0 | 0,0 |
| Vastrentende waarden | -16,3 | -17,2 | 1,1 | -10,4 |
| Bedrijfsobligaties Europa (MM Credit Fund) |
-13,2 | -13,9 | 0,9 | -1,0 |
| Bedrijfsobligaties Europa (MM Credit Index Fund) |
-13,8 | -13,9 | 0,2 | -0,4 |
| Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) (MM Global Credit Ex Financials Fund) |
-2,5 | -2,5 | 0,0 | -0,2 |
| Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) (MM Global Credit Ex Financials Fund – Unhedged) |
-11,0 | -11,0 | 0,0 | -1,2 |
| Hypotheken Nederland (MM Dutch Mortgage Fund) |
-16,8 | -20,1 | 4,2 | -3,4 |
| Staatsleningen opkomende markten (MM Emerging Market Debt Fund) |
-2,6 | -2,7 | 0,2 | -0,1 |
| Staatsleningen opkomende markten (MM Emerging Market Debt Fund - USD) |
-10,9 | -8,9 | -2,1 | -0,6 |
| Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties | -30,5 | -30,5 | 0,0 | -2,6 |
| Discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties | -10,5 | -10,5 | 0,0 | -0,8 |
| Liquiditeiten | 0,0 | |||
| Totaal exclusief overlay | -15,2 | -15,5 | 0,4 | -15,1 |
| Totaal overlay | -7,9 | |||
| Interest Rate Swap | -6,8 | |||
| FX Forward | -1,2 | |||
| Totaal inclusief overlay | -23,0 | -23,0 |
Toelichting resultaten beleggingen 2022
In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de Pensioenkring (1).
Het totaalresultaat van de beleggingen was in 2022 fors negatief. Voor een groot deel is dit resultaat toe te schrijven aan de beleggingen die worden ingezet voor de afdekking van het renterisico (de meeste vastrentende waarden en de interest rate swaps). Door de gestegen rente hebben deze beleggingen een negatief resultaat behaald. Dit is echter in lijn met de doelstelling van deze beleggingen om de waardeverandering van de pensioenverplichtingen te volgen. De gestegen rente heeft immers ook geleid tot een daling van de waarde van de pensioenverplichtingen. Omdat de Pensioenkring het renterisico niet volledig afdekt, heeft de gestegen rente ondanks het negatieve resultaat op de vastrentende beleggingen een positief effect gehad op de dekkingsgraad. Daarnaast zorgde een aantal belangrijke macro-economische en politieke gebeurtenissen in 2022, waaronder de oorlog in Oekraïne, voor dalende aandelenkoersen. Per saldo resulteerde een sterk negatief totaalrendement.
De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.
(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde fondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.
Toelichting resultaten aandelen
Door de sterke daling van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met -4,7%-punt negatief bij aan het totaal rendement. Het MM World Equity Index SRI Fund had met -2,7%-punt de grootste negatieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.
Ontwikkeling aandelen ontwikkelde markten
In januari 2022 zijn de beleggingen in het MM European Equity Fund en het MM European Equity Afdekking Fund verkocht. Daarnaast zijn de beleggingen in het MM World Equity Index Fund en het MM World Equity Index Fund - EUR omgezet naar het MM World Equity Index SRI Fund. Dit fonds belegt wereldwijd in aandelen van beursgenoteerde ondernemingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een best-in-class (ESG) benadering. Het terugvorderen van dividendbelasting droeg dit jaar positief bij en als gevolg hiervan behaalde het fonds een positief relatief rendement.
Ontwikkeling aandelen opkomende markten
Het MM Emerging Markets Fund belegt wereldwijd in aandelen van ondernemingen uit ontwikkelde en opkomende markten. Het merendeel van de managers in het beleggingsfonds maken gebruik van bottom-up aandelenselectie. Na het sterke relatieve rendement in de voorgaande jaren werd in 2022 een rendement behaald dat lager was dan het rendement van de benchmark. Het jaar kenmerkte zich door een aantal belangrijke macro-economische en politieke gebeurtenissen die zorgden voor dalende aandelenkoersen en welke per saldo een negatieve impact hadden op het relatieve rendement van de meeste externe managers in het fonds. De toegenomen spanningen tussen China en Taiwan hadden een negatieve invloed op de performance van met name Chinese en Taiwanese posities in de portefeuille. Daarnaast heeft aandelenselectie in India negatief aan de relatieve performance bijgedragen.
Toelichting resultaten vastgoed
De bijdrage aan het totaal rendement van de beleggingen in vastgoed was 0,0%-punt. Het onderliggende vastgoed van alle vastgoedfondsen van het CBRE Eurosiris Fund werd de afgelopen jaren stapsgewijs verkocht. 2022 stond daarom vooral in het teken van de afhandeling van eventuele garantietermijnen zodat daarna het resterende kapitaal van de vastgoedfondsen kon worden gedistribueerd naar CBRE Eurosiris. Op 30 december 2022 liet CBRE de participanten van het CBRE Eurosiris Fund weten dat ze op 29 december de laatste kapitaaluitkering tegemoet konden zien waarna de liquidatie van het fonds op 30 december 2022 een feit was. Het fonds behaalde in 2022 een rendement van 21,5%. Dit relatief hoge rendement wordt voornamelijk verklaard door de timing van de kapitaaluitkeringen in de afbouwfase van het fonds.
Toelichting resultaten vastrentende waarden
Vastrentende waarden droegen -10,4%-punt bij aan het totaal rendement. Het MM Dutch Mortgage Fund leverde met -3,4%-punt de grootste negatieve bijdrage aan deze beleggingscategorie, terwijl het MM Emerging Market Debt Fund juist de minst negatieve bijdrage liet zien van -0,1%-punt.
Ontwikkeling (inflatie-gerelateerde) discretionaire staatsobligaties
In de verslagperiode behaalden zowel de portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties als de portefeuille met discretionaire inflatie-gerelateerde staatsobligaties een negatief rendement. Europese staatsobligaties lieten een daling zien als gevolg van een sterk opgelopen rente. Een belangrijke reden voor de hogere rente was de scherp oplopende inflatie, welke vooral werd veroorzaakt door de voedsel- en energiecrisis voortkomend uit de Russische invasie in Oekraïne en de economische sancties hierop vanuit het westen. De Europese Centrale Bank heeft de rente met 2,5% punt verhoogd om zo een halt te roepen aan de inflatiecijfers. De inflatie-component van inflatie-gerelateerde staatsobligaties bracht hierdoor wel een positieve relatieve performance met zich mee, doordat de gerealiseerde inflatie over het jaar positief was. De reële rente steeg ook, maar lang niet zo veel als de nominale rente. Hierdoor ontstond een rendementsverschil van 20% punt tussen de twee soorten staatsobligaties, in het voordeel van de inflatie-gerelateerde staatsobligaties.
Ontwikkeling staatsobligaties opkomende markten
De sterk gestegen rente in combinatie met het uitlopen van de risicopremies zorgde voor negatieve absolute rendementen. Het rendement van het actief beheerde MM Emerging Market Debt Fund – USD, dat belegt in staatsleningen van opkomende markten, bleef in 2022 aanzienlijk achter bij het rendement van de benchmark. Het fonds nam beperkt meer risico dan de benchmark, dit werd echter in 2022 niet beloond daar de risicopremies vooral voor de landen met een high yield rating fors stegen. Het beleggingsfonds had meer dan de benchmark belegd in Oekraïne, Zambia en Ghana en minder in Bahrein, en de Filippijnen. Al deze posities droegen negatief bij aan het relatieve rendement. Vanwege het besluit dat eind 2021 genomen is om de valutarisico-afdekking via een overlay op naam van de Pensioenkring in te vullen, is begin 2022 de belegging in het ‘hedged’ fonds omgezet in het ‘unhedged’ fonds.
Ontwikkeling bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
Het MM Global Credit Ex Financials Fund – Unhedged kent een passieve beleggingsstijl. Het fonds kan, in tegenstelling tot de benchmark, naar BBB afgewaardeerde obligaties aanhouden om transactiekosten te beperken. Eind 2022 is 8% belegd in obligaties met een rating van BBB+ of BBB. Het aanhouden van deze obligaties had een licht positief effect op het rendement. Transactiekosten hadden een licht negatief effect.Vanwege het besluit dat eind 2021 genomen is om de valutarisico-afdekking via een overlay op naam van de Pensioenkring in te vullen, is begin 2022 de belegging in het ‘hedged’ fonds omgezet in het ‘unhedged’ fonds.
Ontwikkeling bedrijfsobligaties Europa
De sterk gestegen rente in combinatie met het uitlopen van de risicopremies zorgde voor negatieve absolute rendementen. Het MM Credit Fund heeft beter gerendeerd dan de benchmark en presteerde ook beter dan de lange termijn doelstelling. Zowel sector allocatie als de obligatie selectie binnen de sectoren droegen positief bij. Ook het feit dat het fonds, in tegenstelling tot de benchmark, geen posities had in Rusland droeg positief bij aan het relatieve rendement. De drie managers binnen het fonds behaalden allemaal een positief resultaat in 2022.
Het MM Credit Index Fund kent een passieve beleggingsstijl waardoor het rendement normaliter in lijn is met het rendement van de benchmark. In tegenstelling tot de benchmark maakt het fonds kosten bij de transacties om het fonds in lijn te houden met de benchmark waardoor het fonds over het algemeen wat achterblijft bij de benchmark. In 2022 was het rendement van het fonds beter dan van de benchmark. Reden hiervoor is het feit dat de obligaties in het fonds over het algemeen een betere liquiditeit hebben om transactiekosten te beperken en de meer liquide obligaties in 2022 een beperkt beter rendement kenden dan de minder liquide obligaties. Daarnaast had het fonds in het eerste kwartaal een licht lagere weging in Russische bedrijven. Deze licht lagere weging droeg ook positief bij aan het positieve relatieve rendement, omdat de Russische obligaties ook in de index zijn afgewaardeerd naar 0.
Ontwikkeling Nederlandse hypotheken
Het MM Dutch Mortgage Fund droeg -3,4%-punt negatief bij aan het beleggingsrendement van de Pensioenkring. Het rendement van de belegging in het MM Dutch Mortgage Fund was in 2022 wel beter dan dat van Nederlandse staatsobligaties. De risicopremie van hypotheken was per saldo stabiel in 2022. Het fonds profiteerde gedurende 2022 van de spread van hypotheken ten opzichte van staatsobligaties. Daarnaast was de wat lagere duratie van het fonds ten opzichte van de benchmark positief voor het relatief rendement gezien de aanzienlijke rentestijging in 2022. De huizenmarkt in Nederland was in de tweede helft van 2022 wat zwakker, maar het fonds is goed beschermd door de relatief lage loan-to-value (minder dan 60%). Betalingsachterstanden op hypotheken zijn zeer laag ondanks de gestegen prijzen voor energie.
Ontwikkelingen liquiditeiten
De liquiditeiten worden in een tweetal geldmarktfondsen belegd. Voor het Morgan Stanley Euro Liquidity Fund en het Fidelity Institutional Liquidity Fund was de primaire focus om te kunnen voorzien in liquiditeit vanwege de aanhoudende onzekerheden in de financiële markten. Om dit te bewerkstelligen hield men vast aan een relatief hoge allocatie naar dagelijks opvraagbare deposito’s en posities met een looptijd van maximaal één week. Om te profiteren van de oplopende rente werd gedurende het jaar door deze fondsen meer belegd in posities met een relatief korte looptijd. Het behaalde rendement was licht negatief.
Toelichting resultaten overlay
De overlay bestaat uit renteswaps en valutaforwards. Deze instrumenten beschermen de Pensioenkring tegen respectievelijk een rentedaling en daling van wisselkoersen. In 2022 stegen zowel de rente als de koers van de belangrijkste vreemde valuta (USD), waardoor de bescherming negatief bijdroeg aan het rendement (-7,9%-punt). De gestegen rente heeft er ook toe geleid dat de pensioenverplichtingen in waarde zijn gedaald. Daarom heeft de renteontwikkeling per saldo nog positief bijgedragen aan de dekkingsgraad.
Attributie analyse
De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:
- allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal;
- selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark.
| Attributie beleggingscategorieën eind 2022 | ||
|---|---|---|
| Cijfers in % * | Allocatie effect | Selectie effect |
| Aandelen | 0,0 | -0,3 |
| Vastgoed | 0,0 | 0,0 |
| Vastrentende waarden | 0,1 | 0,7 |
| Liquiditeiten | 0,0 | 0,0 |
| Totaal | 0,1 | 0,3 |
Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Dutch Mortgage Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 0,7%-punt. De andere fondsen droegen voornamelijk negatief bij aan het selectie effect, met het MM Emerging Markets Fund (-0,3%-punt) als uitschieter.
3.5 Kostentransparantie
Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (voor Stap 30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.
| 2022 | 2021 | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| Soort kosten | € | € | % * | % * |
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer | 560 | 556 | 0,09 | 0,08 |
| Kosten vermogensbeheer | 1.816 | 2.328 | 0,29 | 0,32 |
| Transactiekosten | 515 | 486 | 0,08 | 0,07 |
| Totaal ** | 2.891 | 3.370 | 0,46 | 0,47 |
De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.
Uitvoeringskosten pensioenbeheer
Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
| 2022 | 2021 | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| Soort kosten | € | € | % * | % * |
| Administratiekostenvergoeding | 322 | 316 | 0,05 | 0,04 |
| Administratiekostenvergoeding meerwerk | 22 | 19 | 0,00 | 0,00 |
| Exploitatiekosten Stap | 259 | 300 | 0,04 | 0,04 |
| Overige kosten | 38 | 11 | 0,01 | 0,00 |
| Allocatie naar kosten vermogensbeheer | -81 | -90 | -0,01 | -0,01 |
| Totaal ** | 560 | 556 | 0,09 | 0,07 |
De administratiekosten vergoeding is in 2022 toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 3,9% voor 2022. De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2022 uit een vergoeding voor onder meer het risicobereidheidsonderzoek en het informatieverzoek van AFM voor de toezichtrapportage tweedepijlerpensioen.
De exploitatiekosten zijn in 2022 met 41 afgenomen door de daling van het belegd vermogen. De overige kosten zijn in 2022 toegenomen door de onderzoeken die zijn uitgevoerd en doordat er meer mailingen, voor onder meer het risicobereidheidsonderzoek, zijn uitgestuurd.
Kosten per deelnemer
De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.
| 2022 | 2021 | |
|---|---|---|
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer | ||
| Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer (in € 1.000) | 560 | 556 |
| Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * | 194 | 199 |
De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2021 op totaalniveau iets gedaald door de toename van het aantal pensioengerechtigden.
Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigden is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Over 2021 is op basis van een analyse uit de markt (2) geconstateerd dat de kosten per deelnemer/pensioengerechtigde van de Pensioenkring lager waren dan voor een pensioenfonds van vergelijkbare omvang als de Pensioenkring.
(2) Bron: Rapport “Werk in uitvoering bij pensioenfondsen 2021” van LCP van 16 september 2021.
Kosten vermogensbeheer
Het bedrag van 1.816 betreft alle door de Pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).
| 2022 | 2021 | |||
|---|---|---|---|---|
| Kosten vermogensbeheer | € | € | ||
| Directe kosten vermogensbeheer | 1.032 | 1.136 | ||
| Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) | 784 | 1.192 | ||
| Totale kosten van vermogensbeheer | 1.816 | 2.328 |
De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:
- dienstverlening integraal balansbeheerder:
- beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie;
- vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst; - overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
- allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.
De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (1.032) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (1.086). Een deel van deze directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (20) en deze zijn hierna in het bestuursverslag in de paragraaf Transactiekosten verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (34) bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.
De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:
- beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
- performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager.
- overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.
De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.
| 2022 | 2021 | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| Categorie beleggingen | € | € | % * | % * |
| Aandelen | 353 | 686 | 0,06 | 0,09 |
| Vastgoed | 6 | 11 | 0,00 | 0,00 |
| Vastrentende waarden | 954 | 1.137 | 0,15 | 0,16 |
| Overig | 422 | 404 | 0,07 | 0,06 |
| Totaal | 1.735 | 2.238 | 0,28 | 0,31 |
| Allocatie vanuit pensioenbeheer | 81 | 90 | 0,01 | 0,01 |
| Totaal ** | 1.816 | 2.328 | 0,29 | 0,32 |
De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2022 0,03%-punt lager dan in 2021 (0,32%). Dit is voornamelijk veroorzaakt door de gedaalde prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de beleggingen in de categorie aandelen en is voor een deel teniet gedaan door de stijging van de overige kosten in de categorie aandelen. Begin 2022 is de samenstelling van de portefeuille binnen aandelen ontwikkelde markten gewijzigd. De portefeuille met wereldwijde aandelen ontwikkelde markten via het MM World Equity Index Fund en het MM World Equity Index Fund - EUR is gewijzigd naar wereldwijde beleggingen in aandelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een best-in-class (ESG) benadering, via het MM World Equity Index SRI Fund. De overige kosten van het laatstgenoemde beleggingsfonds zijn hoger dan die van de beleggingsfondsen waar de Pensioenkring gedurende 2021 in participeerde.
Transactiekosten
Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.
Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:
- aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn, worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
- vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen;
- niet-beursgenoteerd vastgoed: de transactiekosten zijn gebaseerd op werkelijke kosten, vanuit opgave van de manager. Voorbeelden van deze transactiekosten zijn acquisitie-, aan- en verkoopkosten en notariskosten.
De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.
| 2022 | 2021 | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| Categorie beleggingen | € | € | % * | % * |
| Aandelen | 176 | 102 | 0,03 | 0,01 |
| Vastrentende waarden | 257 | 274 | 0,04 | 0,04 |
| Overig | 82 | 110 | 0,01 | 0,02 |
| Totaal ** | 515 | 486 | 0,08 | 0,07 |
In bovenstaande kosten is een bedrag van 118 (2021: 56) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de Pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.
De transactiekosten zijn in 2022 0,01%-punt hoger dan vorig jaar (2021: 0,07%). Deze stijging is voornamelijk veroorzaakt door de wijziging in de samenstelling van de aandelenportefeuille. Hierdoor zijn de toe- en uittredingskosten binnen de aandelenportefeuille gestegen ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast zijn de transactiekosten van het MM World Equity Index SRI Fund hoger dan die van het MM World Equity Index Fund en het MM World Equity Index Fund - EUR.
Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten
De totale kosten vermogensbeheer in 2022 bedroegen 0,29% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat -0,01%-punt uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.
Het gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen was in 2022 negatief, waardoor de actieve beleggingen niet hebben bijgedragen aan een hoger rendement. Omdat de performance fee op transactiebasis wordt berekend, zijn de totale kosten uit prestatieafhankelijke vergoedingen dit jaar negatief.
Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2022 0,2% op jaarbasis. Een tracking error van 0,2% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,2% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,7% is. En er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,4% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark.
Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de Pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de Pensioenkring en welke kosten hier buitenvallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.
| Toelichting grafiek: | |
| Netto rendement | Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen. |
| Kosten niet in gerapporteerd rendement | Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn. |
| Gerapporteerd rendement | Gerapporteerd rendement van de beleggingen |
| Kosten in gerapporteerd rendement | Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten). |
| Bruto rendement | Rendement zonder het effect van kosten. |
Uitvoeringskosten en oordeel Bestuur
Het Bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het Bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het Bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.
Jaarlijks wordt voor de Pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het Bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.
Het Bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken en op basis van een analyse uit de markt (3).
(3) Bron: Rapport “Werk in uitvoering bij pensioenfondsen 2021” van LCP van 16 september 2021.
3.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)
Dekkingsgraden
In 2022 is de rentetermijnstructuur (RTS) gestegen, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de Pensioenkring zijn gedaald. De invoering van de tweede stap van de Ultimate Forward Rate (UFR) per 1 januari 2022 heeft dit effect licht getemperd. Per saldo heeft de rente in 2022 een positief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een negatief beleggingsrendement van -23,0% en de toeslagverlening die eind 2022 is toegekend, zorgden daarentegen voor een daling van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2022 gedaald van 125,0% naar 117,2%.
De beleidsdekkingsgraad is in 2022 gestegen van 119,9% naar 125,2% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 114,3%. Daarmee is ultimo 2022 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2022 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 117,1%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.
| Dekkingsgraad- en renteniveaus | ||
|---|---|---|
| Cijfers in % | 2022 | 2021 |
| Beleidsdekkingsgraad | 125,2 | 119,9 |
| Feitelijke Dekkingsgraad | 117,2 | 125,0 |
| Dekkingsgraad op basis van marktrente | 117,1 | 123,8 |
| Reële dekkingsgraad | 98,0 | 98,6 |
| Minimaal vereiste dekkingsgraad | 104,0 | 104,0 |
| Vereiste dekkingsgraad | 114,3 | 115,0 |
| Rekenrente vaststelling TV | 2,79 | 0,49 |
Herstelplan
De Pensioenkring hoefde in 2022 geen herstelplan meer in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (119,9%) per 31 december 2021 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen (115,0%) per 31 december 2021. Daarmee was Pensioenkring SVG uit herstel.
De situatie is eind 2022 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2022 (125,2%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2022 (114,3%).
Minimaal vereist vermogen
Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en -rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden gespreid over (maximaal) 10 jaar.
Ultimo 2022 is de beleidsdekkingsgraad (125,2%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2022 voor Pensioenkring SVG dus niet aan de orde.
Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)
Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid). De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI) is de grens waarbij de Pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring SVG per 30 september 2022 gelijk aan 137,5%.
Toeslagbeleid
Het toeslagbeleid van Pensioenkring SVG is voorwaardelijk. De toeslag op de pensioenaanspraken en -rechten van de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de toeslagverlening. Hiermee wordt bedoeld de stand van de consumentenprijsindex per 30 september van het voorafgaande jaar en de stand van dezelfde prijsindex per 30 september in het jaar van toekenning van de voorwaardelijke toeslag.
Een negatieve inflatie (deflatie) zal niet leiden tot een neerwaartse aanpassing. Het toeslagpercentage zal alsdan gesteld worden op 0. Het streven is een realistisch toeslagbeleid op basis van het consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid). Het beleid is erop gericht om op de lange termijn circa 70% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.
Per 31 december 2022 is een toeslag van 10,12% (2021: 1,32%) verleend aan de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring SVG. De gemiste toeslag bedraagt 7,04% per 31 december 2022.
Richtlijnen voor toeslagen
Voor het toeslagbeleid van Pensioenkring SVG worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Het toeslagbeleid is voorwaardelijk en afhankelijk van het behaalde beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van de Pensioenkring.
- Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement dat resteert na de toevoeging aan de technische voorzieningen van het benodigde rendement en de wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de Pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.
- Toeslagen worden gegeven op grond van een toekomstbestendige toeslagverlening. Dit houdt in beginsel het volgende in:
- Bij een BDG die lager is dan 110% worden er geen toeslagen verleend;
- Bij een BDG boven de toekomstbestendige toeslaggrens kan de volledige toeslag worden gegeven;
- Bij een BDG tussen de 110% en de toekomstbestendige toeslaggrens kan een toeslag worden gegeven die naar verwachting in de toekomst te realiseren is (ongeveer naar rato).
- De BDG wordt bepaald door het gemiddelde van de feitelijke dekkingsgraden te nemen over de afgelopen 12 maanden. De BDG per 30 september is leidend voor de bepaling van de toeslag.
- De toekomstbestendige toeslaggrens wordt jaarlijks bepaald door het vermogen vast te stellen wat nodig is boven een BDG van 110% om een levenslange samengestelde toeslag van de CPI te geven.
- Inhaaltoeslagen kunnen gegeven worden indien de BDG hoger is dan de toekomstbestendige toeslaggrens en het vereist vermogen.
- Het Bestuur heeft de discretionaire bevoegdheid om binnen de wettelijke grenzen van de berekende toeslag af te wijken.
Inhaaltoeslag
Wanneer de BDG boven de toekomstbestendige toeslaggrens uitkomt, mag 20% van het vermogen boven deze grens gebruikt worden voor het ongedaan maken van kortingen en of het inhalen van gemiste toeslagen. Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal in onderstaande volgorde worden toegepast:
- volledige toeslagverlening;
- herstel van kortingen;
- inhaal van indexatieachterstand (vanaf 1 december 2016).
3.7 Actuariële paragraaf
Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen en de verleende toeslagen.
In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de Pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de jaarrekening, die boekhoudkundig zijn bepaald.
| (bedragen x € 1.000) | ||
|---|---|---|
| Categorie resultaat | 2022 | 2021 |
| Resultaat op beleggingen | -168.052 | 52.633 |
| Resultaat op wijziging RTS | 139.287 | 35.723 |
| Resultaat op waardeoverdrachten | -46 | 3 |
| Resultaat op kosten | 23 | -17 |
| Resultaat op uitkeringen | -221 | -227 |
| Resultaat op kanssystemen | 3.693 | 1.077 |
| Resultaat op toeslagverlening | -42.495 | -7.657 |
| Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen | 233 | 377 |
| Resultaat op andere oorzaken | -1.386 | -469 |
| Totaal saldo van baten en lasten | -68.964 | 81.443 |
Toelichting actuarieel resultaat
In 2022 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.
Beleggingen
Onder beleggingsrendementen worden verstaan:
- alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
- de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.
Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt -168.052. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2022 negatief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad.
Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)
De RTS ultimo 2022 ligt gemiddeld genomen boven de RTS ultimo 2021. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2022 met circa 2,31%-punt gestegen. Dit heeft geleid tot een afname van de technische voorzieningen en dus tot een positief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt 139.410.
Daarnaast heeft DNB in 2020 besloten om de nieuwe UFR-methode gefaseerd in te voeren. De invoering van de tweede stap heeft per 1 januari 2022 plaatsgevonden. Hiervan is het resultaat -123. Het totaal resultaat van de wijziging van de rente bedraagt 139.287.
Kanssystemen
Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt 3.693.
Toeslagverlening
In het boekjaar is een (gedeeltelijke) toeslag verleend van 10,12% aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de Pensioenkring. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt -42.495.
Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen
Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 233. Dit resultaat wordt onder andere veroorzaakt door de overgang naar de Prognosetafel AG2022 (-2.363), de actualisatie van de ervaringssterfte (1.188) en de kostenvoorziening (1.408).
Vereist vermogen
Het vereist vermogen, gebaseerd op de strategische beleggingsportefeuille, is vastgesteld op 114,3%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen zou deze uitkomen op 114,1%.
3.8 Risicoparagraaf
Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het Bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het Bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de Pensioenkring. In 2022 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de Pensioenkring.
Integraal Risicomanagement
In het hoofdstuk Integraal Risicomanagement van Stap is de beschrijving van het Integraal Risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle Pensioenkringen.
Doelstellingen en risicobereidheid
Op het niveau van de Pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de Pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per Pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de Pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk Integraal Risicomanagement.
| Doelstelling niveau Pensioenkring | Risicobereidheid Pensioenkring SVG |
|---|---|
| Financiële doelstellingen | |
| Verantwoorde pensioenopbouw binnen de Pensioenkring. | Niet van toepassing, Pensioenkring SVG is namelijk een gesloten Pensioenkring. |
| Behoud nominale aanspraken binnen de Pensioenkring. | Risicobereidheid op korte termijn: De risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) met een bandbreedte van 12% en 18%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode. |
| Streven naar waardevast houden van pensioenrechten. Specifiek voor Pensioenkring SVG is dit vertaald naar: een toeslagambitie van 70 % van de maatstaf. De maatstaf wordt vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 30 september. |
Risicobereidheid op korte termijn: Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het VEV met een bandbreedte van 12% en 18%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode. Risicobereidheid lange termijn: Passend binnen de gestelde grenzen uit de “aanvang” haalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd: ⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau voor het verwacht pensioenresultaat 90% van de mediaan uit de HBT. ⚫ Vanuit de actuele financiële positie aan het einde van een boekjaar, is de ondergrens op fondsniveau voor het verwacht pensioenresultaat 90% van de mediaan uit de HBT op actuele financiële positie; ⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking voor het 5% worst case scenario maximaal 35%. |
| Doelstelling niveau Pensioenkring | Risicobereidheid Pensioenkring SVG |
|---|---|
| Niet-financiële doelstellingen | |
| Adequate communicatie. Specifiek voor Pensioenkring SVG is dit vertaald naar: en proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen. |
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden. |
Financieel crisisplan
Voor de Pensioenkring is een financieel crisisplan opgesteld. In dit financieel crisisplan zijn maatregelen beschreven die het Bestuur kan inzetten wanneer op korte termijn de financiële positie van de Pensioenkring zich bevindt op of snel beweegt richting kritische waarden, waardoor het realiseren van de doelstellingen van de Pensioenkring in gevaar komt. Het financieel crisisplan vormt hiermee een handleiding voor het Bestuur voor de wijze waarop het zal handelen. Het financieel crisisplan is onderdeel van de ABTN en wordt jaarlijks getoetst en waar nodig aangepast aan de actualiteit.
Risico-inschatting en -beheersing
Zoals in het hoofdstuk Integraal Risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het Bestuur van Stap de risico's van Stap en de Pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het Bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.
Voor boekjaar 2022 heeft de RSA begin 2022 plaatsgevonden op het niveau van Stap en op het niveau van de Pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.
Risico's met mogelijke impact op financiële positie Pensioenkring
Elke Pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het Bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. Hieronder wordt voor de belangrijkste financiële risico’s toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de Pensioenkring.
Solvabiliteitsrisico
Het belangrijkste risico van de Pensioenkring is het solvabiliteitsrisico. Dit is het risico dat de Pensioenkring op lange termijn de pensioenverplichtingen niet kan nakomen. Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient de Pensioenkring over voldoende buffers in het vermogen te beschikken. De vereiste buffers voor het vereist eigen vermogen worden vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets. Ook wordt door middel van een ALM-studie inzicht verkregen in de toekomstige ontwikkeling van de solvabiliteit. In een ALM-studie wordt namelijk het premiebeleid, het toeslagbeleid en het beleggingsbeleid integraal getoetst.
Matchings-/Renterisico
De Pensioenkring loopt renterisico over de verplichtingen, omdat de verplichtingen in waarde veranderen door mutaties in de marktrente. De waarde van de pensioenverlichtingen is gelijk aan de hoeveelheid geld die nu gereserveerd zou moeten worden om bij de gegeven rente precies te kunnen voldoen aan alle toekomstige uitkeringen. Hoe lager de rente, hoe minder het geld naar verwachting zal groeien en hoe meer geld er nu gereserveerd moet worden om de uitkering in de toekomst te kunnen verrichten. Omdat de uitkeringen zo ver in de toekomst liggen, heeft de rente een zeer grote invloed op de waarde van de pensioenverplichtingen. Om het renterisico af te dekken maakt de Pensioenkring gebruik van vastrentende waarden en renteswaps. Wanneer de rente daalt, zullen de verplichtingen toenemen, maar daar staat een waardestijging van de afdekkingsportefeuille tegenover. Hiermee wordt het renterisico dat de Pensioenkring loopt (deels) afgedekt.
De mate van afdekking van het renterisico is veruit het meest bepalend voor het resterend renterisico voor een Pensioenkring. Het rentafdekkingsbeleid voor de Pensioenkring wordt dynamisch vormgegeven door middel van een rentestaffel met een high watermark. Nadat de referentierente stijgt wordt de afdekking van het renterisico conform de rentestaffel verhoogd. Bij een rentedaling wordt de afdekking van het renterisico niet verlaagd. Rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico wordt een bandbreedte van 3%-punt boven en onder dit gewicht gehanteerd. Binnen deze marges kan de mate van afdekking van het renterisico vrij bewegen zonder aanvullende maatregelen te nemen. Wanneer de mate van afdekking van het renterisico zich buiten de marges bevindt, vindt bijsturing plaats.
Naast het risico dat het algehele renteniveau daalt, bestaat ook het risico dat de beleggingen de waarde mutatie van de verplichtingen niet kunnen opvangen vanwege rentemutaties die per looptijd verschillend zijn (curverisico). Rentes met korte looptijden (0 tot 5 jaar) kunnen namelijk anders bewegen dan rentes met langere looptijden (bijvoorbeeld 30 jaar). Om dit risico te beheersen maakt de Pensioenkring gebruik van bandbreedtes per looptijdbucket. Per looptijdbucket wordt gemonitord of de afdekking van het renterisico zich binnen de vooraf gestelde bandbreedtes bevindt. Wanneer de gestelde bandbreedte wordt overschreden vindt bijsturing plaats.
De volgende figuur toont de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2022 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte (+/- 3%-punt) bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.
Toelichting grafiek:
- De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
- De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
- De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement).
- De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.
Gedurende 2022 heeft zich de volgende gebeurtenis voor dit risico voorgedaan:
- De marktrente is in 2022 gestegen. Als gevolg van het dynamisch rente-afdekkingsbeleid is de afdekking van het renterisico verhoogd van 56% naar 100%.
Marktrisico
Marktrisico is het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten. Voor de Pensioenkring SVG heeft dit risico betrekking op de portefeuille zakelijke waarden. Het risico van de vastrentende waarden valt onder het krediet- en renterisico. De portefeuille zakelijke waarden bestaat voornamelijk uit aandelenbeleggingen. Bij aandelenbeleggingen vinden de beleggingen wereldwijd plaats. De Pensioenkring belegd nog een deel van de portefeuille in vastgoed door middel van een Europees vastgoedfonds in Europa. Het onderliggende vastgoed binnen deze vastgoedfondsen is inmiddels verkocht. Door de spreiding binnen de portefeuille (diversificatie) wordt het prijsrisico gedempt en dat is daarmee één van de belangrijkste mitigerende beheersmaatregelen.
Daarnaast is de periodieke ALM-studie een belangrijk beheersingsinstrument om vast te stellen of gekozen portefeuille met zakelijke waarden voldoet aan het gewenste risico versus rendementsafweging.
Scenario’s dekkingsgraad voor markt- en renterisico per eind 2022
De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.
| Rente | -1,50% | -1,00% | -0,50% | 0,00% | 0,50% | 1,00% | 1,50% |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | |||||||
| 20% | 120,3 | 121,5 | 122,9 | 124,4 | 125,9 | 127,6 | 129,3 |
| 10% | 117,3 | 118,4 | 119,5 | 120,8 | 122,2 | 123,6 | 125,1 |
| 0% | 114,3 | 115,2 | 116,1 | 117,2 | 118,4 | 119,6 | 120,9 |
| -10% | 111,3 | 112,0 | 112,8 | 113,6 | 114,6 | 115,6 | 116,7 |
| -20% | 108,3 | 108,8 | 109,4 | 110,1 | 110,8 | 111,6 | 112,5 |
Gedurende 2022 hebben zich de volgende gebeurtenissen voor dit risico voorgedaan:
- Naast het renterisico vormde het zakelijke waarden risico in 2022 het grootste risico voor de Pensioenkring. Een schok (volgens de in de standaardtoets van DNB gedefinieerde negatieve gebeurtenis), die zich met een kans van 2,5% geïsoleerd kan voordoen, leidt tot een significant effect op de dekkingsgraad op basis van de UFR. Van de geïsoleerde schokken vormt het zakelijke waarden risico het grootste risico voor de dekkingsgraad.
- Afgelopen jaar eindigden de aandelenmarkten op een verlies. Aandelenkoersen in ontwikkelde markten daalden met circa 13% (gemeten in lokale valuta). Het jaar 2022 stond in het teken van een negatief sentiment als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de opgelopen inflatie. De centrale banken verhoogden in 2022 de rente om de inflatie omlaag te brengen. Het verkrappende beleid van de centrale banken resulteerde in een ongunstig klimaat voor zakelijke waarden categorieën en dat leverde een negatieve bijdrage aan de dekkingsgraadontwikkeling. De flink gestegen rente had uiteindelijk een positief effect op de dekkingsgraad.
Valutarisico
De verplichtingen van de Pensioenkring luiden in euro’s. Binnen de beleggingsportefeuille wordt wereldwijd belegd. Hierdoor ontstaat valutarisico. Valutarisico is het risico dat de beleggingsportefeuille in waarde daalt als gevolg van het zwakker worden van vreemde valuta ten opzichte van de euro. Afhankelijk van de beleggingscategorie is de valuta van notering niet per definitie een goede indicatie voor het daadwerkelijke valutarisico. Voor obligaties geldt normaliter dat de valuta van notering een goede indicatie is van het daadwerkelijke valutarisico omdat de te verwachten kasstromen vaststaan in de valuta van notering. Dit pleit voor het afdekken van vreemde valuta voor obligaties. Binnen obligaties opkomende markten mag maximaal voor 20% in lokale valuta worden belegd. Beleggingen in lokale valuta worden voor de afdekking van het valutarisico beschouwd als USD beleggingen en worden dan ook conform het beleid voor de USD voor 100% afgedekt. Aandelen zijn aan meerdere directe en indirecte valutarisico’s onderhevig en de valuta van notering is steeds meer slechts een rapportagevaluta. Dit geldt vooral voor multinationals. Het internationale karakter van ondernemingsactiviteiten pleit voor het slechts deels afdekken van het valutarisico van aandelen. Daarom wordt binnen de categorie aandelen de exposure naar USD, GBP en JPY voor 50% afgedekt.
De Pensioenkring dekt valutarisico af door middel van een overlay. De bandbreedtes rondom de strategische afdekkingspercentages bedragen +/- 10%.
Het afdekken van valutarisico brengt verschillende kosten met zich mee. Deze zijn grofweg in vier categorieën onder te verdelen:
- Het renteverschil tussen de twee valuta. Indien de risicovrije rente in vreemde valuta hoger is, worden de kosten voor het afdekken ook hoger;
- Een cross currency basisspread, die het gevolg is van liquiditeit en vraag/aanbod;
- Transactiekosten voor het afsluiten/tegensluiten van de benodigde derivaten;
- Operationele kosten voor het mogelijk maken en beheer van valutarisico-afdekking.
Een belangrijke kostencomponent in de afdekking van het valutarisico is het renteverschil tussen de rente in het land van de betreffende valuta en de rente in de Eurozone. Hoe groter dit verschil, hoe groter de kosten. Omdat de theorie die stelt dat de wisselkoers dit renteverschil goed zal maken in praktijk niet volledig opgaat, kan dit renteverschil als een verwachte kostenpost of opbrengst bestempeld worden.
Kredietrisico
Kredietrisico is het risico dat tegenpartijen van de Pensioenkring hun verplichtingen niet of niet volledig nakomen. De Pensioenkring loopt tegenpartijrisico op de tegenpartijen voor derivaten en heeft het tegenpartijrisico voor derivaten deels gemitigeerd door gebruik te maken van central clearing en uitwisselen van onderpand.
Daarnaast loopt de Pensioenkring kredietrisico op de beleggingen in vastrentende waarden. Door te beleggen in breed gespreide portefeuilles met bedrijfsobligaties, staatsobligaties opkomende markten en Nederlandse hypotheken wordt het specifieke risico van individuele debiteuren beheerst. De risico’s van deze categorieën voor de balans van de Pensioenkring zijn meegewogen in de ALM-studie. Ter compensatie van de exposure naar kredietrisico wordt naar verwachting een risicopremie verdiend.
Liquiditeitsrisico gesloten Pensioenkring
Pensioenkringen kennen drie bronnen van liquiditeitsbehoefte: pensioenuitkeringen, onderpand voor derivaten en efficiënt portefeuillebeheer. Het primaire belang is om aan de financiële verplichtingen (pensioenuitkeringen en onderpand derivaten) te voldoen. De Pensioenkring is een gesloten Pensioenkring zonder premie inkomsten. Dit betekent dat de uitkeringen vanuit de kasstromen van de vastrentende waarden en het belegd vermogen gefinancierd dienen te worden.
De beleggingsportefeuille van de Pensioenkring is voor het grootste deel belegd in liquide beleggingscategorieën, die snel verkocht kunnen worden. Daarnaast worden kas buffers aangehouden voor de uitvoering van operationele activiteiten en het beheer van onderpand uit hoofde van het gebruik van derivaten. Eén keer per jaar, in het kader van de beleggingsplancyclus wordt voor de Pensioenkring een liquiditeitstoets uitgevoerd. Binnen de liquiditeitstoets wordt gekeken in hoeverre de portefeuille past binnen de grenzen van het liquiditeitsbudget
Verzekeringstechnisch risico
Het verzekeringstechnisch risico heeft betrekking op alle verzekeringstechnische grondslagen die voor de Pensioenkring een risico vormen. Het belangrijkste verzekeringstechnisch risico voor de Pensioenkring is het langlevenrisico. Dit betreft het risico dat deelnemers langer leven dan verondersteld bij de vaststelling van de technische voorzieningen. Bij de vaststelling van het verzekeringstechnisch risico als onderdeel van het vereist eigen vermogen wordt voor het sterfterisico onderscheid gemaakt tussen procesrisico, trendsterfteonzekerheid en negatieve stochastische afwijkingen.
ESG-risico
ESG-risico’s zijn risico’s die verband houden met milieu, sociale verhoudingen en ondernemingsbestuur. De risico’s vloeien voort uit de invloed die de activiteiten van een onderneming hebben op de omgeving (bijvoorbeeld land, water, lucht en ecosystemen), de maatschappij en de manier waarop ondernemingen beheerd zijn. Materialisatie van deze risico’s kan, naast reputatie schade, materiële invloed hebben op de waarde van een onderneming.
De mate waarin de Pensioenkring is blootgesteld aan de ESG-risico’s en de beheersing daarvan is afhankelijk van de samenstelling van de beleggingsportefeuille. In beginsel wordt een combinatie van meerdere instrumenten ingezet om deze risico’s te beperken, dan wel te mitigeren: stemmen, screening en dialoog, uitsluitingen en ESG-integratie. Het MVB-beleid van Stap bevat richtlijnen met betrekking tot ESG-risicobeheersing op portefeuilleniveau. Daarnaast is MVB een vast onderdeel van de investment cases, die gehanteerd worden voor het vaststellen van het strategisch beleid per beleggingscategorie.
Toelichting niet-financiële risico's
De niet financiële risico’s zijn voor Stap op instellingsniveau uitgewerkt in het hoofdstuk Integraal Risicomanagement. Op het niveau van de Pensioenkringen zijn de volgende belangrijkste niet-financiële risico´s onderkend.
Omgevingsrisico
De Pensioenkringen van Stap zijn, net als de hele pensioensector, onderhevig aan diverse ontwikkelingen, zoals de rente- en inflatieontwikkelingen, de volatiliteit op de financiële markten, de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, de overgang naar een CO₂ neutrale samenleving en overige nieuwe (Europese) wet- en regelgeving. Als omgevingsrisico is dan ook het risico van het niet tijdig of adequaat inspelen op van buiten Stap komende veranderingen op het gebied van reputatie en ondernemingsklimaat geïdentificeerd.
Met de oprichting en inrichting van Stap is reeds beoogd in te spelen op (toekomstige) ontwikkelingen in de pensioensector. Door het, in afstemming met de strategische partners, voortdurend monitoren van de ontwikkelingen in de pensioensector en financiële markten en het hierop inspelen in de uitvoering van het beleid, acht Stap het netto risico voldoende beheerst. Het Bestuur zorgt daarbij voor een adequate en tijdige communicatie naar de deelnemers, Belanghebbendenorganen en andere stakeholders van Stap.
Uitbestedingsrisico
Onder het uitbestedingsrisico voor de Pensioenkringen verstaat Stap het risico dat de continuïteit, integriteit en/of kwaliteit van de aan derden uitbestede werkzaamheden of door derden ter beschikking gestelde apparatuur en personeel wordt geschaad.
Voor de beheersing van het uitbestedingsrisico heeft Stap onder andere de volgende beheersmaatregelen getroffen:
- Stap beschikt over marktconforme uitbestedingsovereenkomsten met al haar uitbestedingspartners, die voldoen aan de wettelijke regels op het gebied van uitbesteding.
- De afspraken omtrent de uitbestede werkzaamheden en informatieverschaffing zijn contractueel vastgelegd in een Service Level Agreement met bijbehorende kritische performance indicatoren.
- Stap ontvangt en beoordeelt periodieke rapportages van haar strategische uitbestedingspartners (maand-, kwartaal-, SLA- en risicorapportages), die in de bestuursadviescommissies en bestuursvergaderingen worden besproken.
- Stap vormt een oordeel over de kwaliteit van de interne beheersing bij de uitbestedingspartijen en over de maatregelen die de uitbestedingspartijen nemen om de kwaliteit te verbeteren op basis van extern gecertificeerde ISAE 3402-type II verklaringen en aanvullende assurance verklaringen.
- Stap voert periodiek strategisch overleg met de uitbestedingspartners en monitort, mede met het oog op de transitie naar de Wet toekomst pensioenen, het verandermanagement van de uitbestedingspartners.
IT-risico
De beschikbaarheid en beveiliging van IT-systemen wordt onderkend als een belangrijk risico. Door het niet beschikbaar zijn van (belangrijke) IT systemen en/of de IT omgeving bestaat het risico van operationele verstoringen. Daarnaast bestaat het risico bij niet adequate IT beveiliging, dat informatie toegankelijk wordt voor niet-geautoriseerde gebruikers en/of dat niet geautoriseerde gebruikers het functioneren van de IT systemen verhinderen of veranderen. Dit risico beperkt zich niet tot de IT-omgeving van Stap, maar omvat tevens de IT-omgeving van de uitbestedingspartners. De genoemde IT-risico’s kunnen daarom van invloed zijn op de dienstverlening aan de deelnemers.
Voor de beheersing van het IT-risico heeft Stap onder andere de volgende beheersmaatregelen getroffen:
- Het ICT-beleid, het Informatiebeveiligingsbeleid en het privacy beleid van Stap worden periodiek geëvalueerd en geactualiseerd en er worden maatregelen ter beheersing van het risico. Het ICT-beleid en het Informatiebeveiligingsbeleid is gerelateerd aan het Uitbestedingsbeleid en hierin zijn adviezen van de externe partij Quint verwerkt.
- Gedurende het jaar monitort Stap of de beheersing van het IT-risico bij de uitbestedingspartners overeenkomt met het beleid aan de hand van onder meer de SLA- en risicorapportages. Daarnaast rapporteren de uitbestedingspartners over de voor het IT-risico getroffen maatregelen en de interne beheersing via de ISAE 3402 type II rapportages.
- Op basis van de ISAE 3402 type II rapportages en aanvullende assurance verklaringen vormt Stap zich een oordeel over de kwaliteit van de interne beheersing voor het IT-risico bij de uitbestedingspartners en over de maatregelen die de uitbestedingspartners nemen om de kwaliteit te verbeteren.
- Daarnaast wordt periodiek een RSA ICT uitgevoerd. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van het COBIT-raamwerk van de uitbestedingspartners en enkele belangrijke aandachtsgebieden betreffen cyberrisico’s en datakwaliteit. Medio 2022 is het self assessment informatiebeveiliging conform het Toetsingskader Informatiebeveiliging van DNB in samenwerking met de externe partij afgerond. Hierbij is vastgesteld dat de door Stap (13 beheersmaatregelen), TKP en Aegon AM getroffen beheersmaatregelen voldoen aan het gewenste volwassenheidsniveau van de 58 beheersmaatregelen uit het model van DNB.
Door de hoge mate van digitalisering van de bedrijfsvoering en de afhankelijkheid hiervan, onderkent Stap het toenemende risico op cyberaanvallen. De analyse van de verhoogde gevoeligheid voor cybercrime maakt deel uit van de RSA ICT en de SIRA. Om dit risico te mitigeren heeft Stap het ICT- en Informatiebeveiligings-beleid geïmplementeerd en maatregelen getroffen. Zo laat de uitvoeringsorganisatie periodiek penetratietesten uitvoeren en worden (mogelijke) beveiligingsproblemen direct opgevolgd. Zowel bij de uitbestedingspartners als bij Stap heeft dit in 2022 niet tot incidenten, gerichte aanvallen (zoals DDoS) of andere verstoringen van de dienstverlening geleid. Alle maatregelen in het kader van informatiebeveiliging zijn in werking en worden continu gemonitord. En met het oog op de thuiswerksituatie zijn er extra activiteiten op het gebied van bewustzijn uitgevoerd om medewerkers blijvend alert te houden.
In het kader van het nieuwe pensioenstelsel onderkent Stap het risico dat de IT-systemen hiervoor tijdig aangepast dienen te worden. TKP informeert Stap periodiek over de voortgang van de wijzigingen die doorgevoerd moeten worden in de (administratieve) systemen als gevolg van de Wet toekomst pensioenen en de herijking van haar veranderportfolio. Stap heeft binnen het programma “Pensioenakkoord binnen Stap” nadrukkelijk aandacht voor het TKP programma Wet toekomst pensioenen.
Juridisch risico
Stap opereert als financiële instelling in een omgeving die de sterk gereguleerd is en de komende jaren flink verandert. De pensioensector krijgt te maken met aangepaste wetgeving, zoals onder meer de Wet toekomst pensioenen. Daarnaast is sprake van toenemende vereisten op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen. Tevens lanceert de Europese Commissie (EC) de komende jaren regelgeving om de digitale weerbaarheid te vergroten en om financieel-economische criminaliteit effectiever tegen te gaan.
Voor het vergroten van de digitale weerbaarheid van de sector heeft de Europese Commissie (EC) een voorstel voor een verordening uitgebracht: de Digital Operational Resilience Act (DORA). DORA stelt eisen aan financiële organisaties ten aanzien van IT-risicomanagement, IT-incidenten, het periodiek testen van de digitale weerbaarheid en de beheersing van risico’s bij uitbesteding aan (kritieke) derden. Daarbij wordt rekening gehouden met de grootte, het risicoprofiel en het systeembelang van de individuele organisaties. DORA wordt met ingang van januari 2025 ingevoerd en Stap bereid zich hier samen met de uitbestedingspartners op voor.
Ook werkt de EC aan een nieuw kader voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Het doel hiervan is een gelijker speelveld te creëren tussen EU-jurisdicties voor het toezicht, gericht op het voorkomen van financieel-economische criminaliteit. Om te zorgen dat dit kader beter werkt, wil de EU een specifieke antiwitwasautoriteit oprichten. Ondertussen zet Nederland in op meer mogelijkheden voor instellingen om onderling informatie uit te wisselen. Kennisdeling vergroot het zicht op financieel-economische criminaliteit.
Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot een verhoogd risico dat Stap niet voldoet aan wet- en regelgeving. Ter beheersing van dit juridisch risico maakt Stap gebruik van de binnen het Bestuur, het Bestuursbureau en bij de uitbestedingspartners aanwezige (juridische) kennis en kunde. Tevens heeft Stap een externe Compliance Officer aangesteld die en wordt waar nodig juridische expertise ingehuurd.
Ontwikkelingen in 2023
Situatie Oekraïne en Rusland
De oorlog tussen Oekraïne en Rusland domineert op sinds 24 februari 2022 de wereldpolitiek, de financiële markten en de olie- en energieprijzen. De Pensioenkring verstrekt via Stap geen uitkeringen aan pensioengerechtigden uit Rusland, maar de Pensioenkring heeft wel beleggingen in Rusland en Oekraïne. Echter, de blootstelling aan beleggingen in Rusland en Oekraïne is relatief beperkt, onder andere door het uitsluitingsbeleid waardoor er sinds 2019 niet belegd is in Russische staatsobligaties.
De Pensioenkring belegt zeer beperkt in aandelen en obligaties van Russische en Oekraïense bedrijven en belegt niet in aandelen of obligaties uit Wit Rusland. Als gevolg van de ingestelde sancties mag er niet worden gehandeld in bepaalde (Russische) bedrijven. Daarnaast ligt de handel van aandelen die genoteerd staan in Rusland momenteel stil, waardoor waarderingen onzeker zijn en het onzeker is of de aandelen verkocht kunnen worden. Voor de beleggingen via de AIM MM fondsen is besloten dat alle nieuwe investeringen in Russische en Wit-Russische aandelen en obligaties zijn stopgezet. Een indirect effect is de toegenomen onzekerheid op de financiële markten en een daarmee gepaard gaand negatief sentiment. Stap zal de ontwikkelingen nauwgezet blijven volgen.
Wet toekomst pensioenen (Wtp)
In 2020 is het project Pensioenakkoord binnen Stap gestart. In de oriëntatiefase (2020/2021) zijn er door Stap drie werkgroepen gevormd: techniek, governance en propositie. Door de werkgroep techniek zijn verkennende kwantitatieve analyses uitgevoerd. De onderwerpen invaren en transitie FTK zijn uitvoerig aan bod gekomen. De werkgroep governance heeft voor de verschillende Pensioenkringen een inventarisatie gemaakt van de rollen en verantwoordelijkheden bij een overgang naar het nieuwe stelsel. De werkgroep propositie heeft een analyse uitgevoerd ten aanzien van de proposities die Stap aan gaat bieden. In 2021 zijn de uitkomsten van oriëntatiefase gepresenteerd aan de Belanghebbendenorganen. In februari 2021 heeft Stap ook gereageerd op de internetconsultatie ‘Wet toekomst pensioenen’, gepubliceerd op 16 december 2020. Stap onderschrijft en ondersteunt de noodzaak van de voorgestelde herziening van de tweede pijler.
In de complexe overgang van het oude stelsel naar het nieuwe stelsel ziet Stap voor algemeen pensioenfondsen een belangrijke rol weggelegd. Algemeen pensioenfondsen kunnen oplossingen bieden in het nieuwe stelsel en daarnaast ook collectiviteiten vanuit het verleden borgen. De wetgeving is op 30 mei 2023 definitief geworden en Stap gaat door met de projectmatige voorbereiding voor de Wet toekomst pensioenen. De Wtp is een vast agendapunt geworden bij alle commissievergaderingen en hiermee onderdeel van de governance van Stap. Er is een coördinatieteam gevormd dat bestaat uit twee bestuursleden en de directie van het Bestuursbureau en dat onder andere zorgt voor volledige dekking qua onderwerpen via de commissies en het binnen de gestelde kaders prioriteren van onderwerpen en uitzetten van opdrachten. Tevens bewaakt het coördinatieteam de tijdlijnen, afhankelijkheden en volledigheid van uitwerking.
Stap en haar uitbestedingspartners zijn er klaar voor om de komende jaren de bestaande en toekomstige klanten te begeleiden in een zorgeloze transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Stap faciliteert zowel solidaire als flexibele pensioenregelingen, alsmede een combinatie van de contracten en mogelijkheden voor niet-actieve verzekerde regelingen. Ook blijft Stap het huidige FTK uitvoeren voor collectiviteiten die in het huidige pensioenstelsel blijven.
Gewijzigde UFR per 1 januari 2023
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft eind 2022 aangegeven dat de nieuwe UFR-methode, zoals geadviseerd door de Commissie Parameters 2022, per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Het advies van de Commissie is om de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur dichter aan te laten sluiten bij de marktrente. Onder andere het startpunt voor het extrapoleren verschuift van 30 naar 50 jaar. Deze wijziging wordt in boekjaar 2023 verantwoord. Voor de Pensioenkring is de impact van de invoering van de nieuwe UFR-methode een minimale verlaging van de dekkingsgraad per 1 januari 2023.
3.9 Verslag van het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring SVG
Het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG is per 1 december 2016 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring SVG van start is gegaan.
Samenstelling Belanghebbendenorgaan Pensioenkring SVG
Het Belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de werkgever, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. Het Belanghebbendenorgaan bestaat uit drie leden.
Het afgelopen jaar hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van het Belanghebbendenorgaan.
Taken en bevoegdheden
De taken en bevoegdheden van het Belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Reglement Belanghebbendenorgaan SVG.
Vergaderingen van het Belanghebbendenorgaan in 2022
Het Belanghebbendenorgaan heeft in 2022 twee vergaderingen gehad met het Bestuur. De eerste vergadering met het Bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het jaarverslag 2021 en de financiële opstelling van Pensioenkring SVG. De tweede vergadering vond plaats in november. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2023, het pensioenreglement 2023, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2023 van de Pensioenkring behandeld.
Het Belanghebbendenorgaan heeft in 2022 zes eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het Bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het Bestuur op de agenda stonden.
Verder zijn onder meer de volgende onderwerpen behandeld:
- Wet toekomst pensioenen;
- risicobereidheidsonderzoek;
- haalbaarheidstoets;
- ervaringssterfte;
- MVB-beleid;
- de rapportages van Pensioenkring SVG.
Zelfevaluatie
Het Belanghebbendenorgaan heeft in april 2022 onder begeleiding van een externe een zelfevaluatie over 2021 uitgevoerd en vastgesteld. Hierbij is onder meer in kaart gebracht voor welke aandachtsgebieden de leden behoefte aan kennisverdieping hebben en is de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het Bestuur en het Bestuursbureau geëvalueerd. De zelfevaluatie over 2022 is besproken op 4 april 2023 en hierin zijn de acties en aandachtspunten uit de vorige evaluatie meegenomen.
Informatie-uitwisseling
Het Belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de Pensioenkring van het Bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het Belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Daarnaast hebben de leden van Belanghebbendenorgaan toegang SPO Perform.
Stap heeft in 2022 twee themadagen voor leden van Belanghebbendenorganen georganiseerd. Tijdens de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals de Wet toekomst pensioenen, het IMVB-convenant en thematisch beleggen, een bewustwordingssessie voor compliance en keuzebegeleiding. Een aantal leden van het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG heeft deze themadagen bijgewoond.
Verslag over 2022
Het Belanghebbendenorgaan heeft in 2022 goedkeuring verleend aan:
- het beleggingsplan 2023 van de Pensioenkring;
- het jaarplan 2023 van de Pensioenkring;
- de selectie van een externe partij en de opzet voor de zelfevaluatie van het Belanghebbendenorgaan;
- de selectie van een externe partij en de opzet voor het onderzoek naar de risicobereidheid van de deelnemers;
- toepassing van het alternatieve ingroeipad voor de prijsinflatie voor het Toekomst Bestendig Indexeren.
Het Belanghebbendenorgaan heeft in 2022 advies gegeven over:
- het deel-bestuursverslag en de financiële opstelling van de Pensioenkring over 2021;
- de ABTN 2022 van de Pensioenkring;
- de actuariële grondslagen voor de partnerfrequentie, het leeftijdsverschil met partners en de opslag voor het wezenpensioen;
- het pensioenreglement 2023 van de Pensioenkring;
- het communicatiejaarplan 2023 van de Pensioenkring.
In de eigen vergaderingen van het Belanghebbendenorgaan zijn de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages voor de Pensioenkring behandeld. Het Belanghebbendenorgaan heeft bij de behandeling hiervan verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze zijn door het Bestuursbureau naar tevredenheid beantwoord.
Bevindingen
Deze verklaring heeft betrekking op het verslagjaar 2022. Het Belanghebbendenorgaan heeft de volgende bevindingen.
Financieel
Het verloop van de dekkingsgraad werd in 2022 bepaald door drie factoren met elk afzonderlijk een bijzonder groot effect. Enerzijds is de rente sterk gestegen, anderzijds was het beleggingsrendement over alle beleggingscategorieën flink negatief. Per saldo was het effect van de rente en het beleggingsrendement op de dekkingsgraad positief. Eind november 2022 bedroeg de actuele dekkingsgraad 128,5% (125,0% eind 2021) en de beleidsdekkingsgraad 125,8% (119,9% eind 2021).
Door de toeslagverlening van 10,12% per eind december is 2022 uiteindelijk toch afgesloten met een lagere actuele dekkingsgraad dan het aan het begin van het jaar. De actuele dekkingsgraad is gedaald naar 117,2%. De beleidsdekkingsgraad is wel ruim 5%-punt hoger geëindigd op 125,2%.
Beleggingen
Het totale beleggingsrendement in 2022 bedroeg -23,0%. Vanwege de oplopende rente en de hoge inflatie zijn zowel vastrentende waarden als zakelijke waarden in waarde gedaald. In november is het beleggingsbeleid geëvalueerd. De gestegen rente had een negatief effect op het behaalde rendement van de Pensioenkring. De rente- en valutaoverlay had een negatief effect op het rendement.
Begin 2023 is de beleggingscategorie bedrijfsobligaties aangepast. Er is op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Beleggen een vervolgstap gemaakt, waarbij de beleggingen in Euro Bedrijfsobligaties deels zijn omgezet naar een actief mandaat en deels naar Green Bonds.
Toeslagverlening
De pensioenen zijn per 31 december 2022 verhoogd met 10,12%. Het verhogen van de pensioenen was te danken aan de verbeterde financiële positie van de Pensioenkring. Het Belanghebbendenorgaan was blij met deze verhoging en spreekt de hoop uit dat ook dit jaar de pensioenen verhoogd kunnen worden.
Verslaglegging en verantwoording
In 2022 is een ALM-studie uitgevoerd voor Pensioenkring SVG. Het Belanghebbendenorgaan heeft voorafgaand aan de ALM-studie de onderzoeksvragen en uitgangspunten beoordeeld. De uitkomsten van de ALM-studie zijn met het Bestuur en Bestuursbureau besproken en over de hieruit voortvloeiende beleidsaanpassingen is positief geadviseerd.
Gedurende het jaar is verder uitvoering gegeven aan het MVB-beleid in de beleggingsportefeuille, mede naar aanleiding van de enquête die door Stap is uitgevoerd bij alle deelnemers.
Ten aanzien van verslaglegging en verantwoording is het Belanghebbendenorgaan van mening dat er adequate maand- en kwartaalrapportages en risicomanagementrapportages worden verstrekt die ruim voldoende diepgang verschaffen om de taken en verantwoordelijkheden uit te voeren. Het Belanghebbendenorgaan heeft voorts een professionele indruk van het Bestuur en het Bestuursbureau.
Vooruitblik
Het Belanghebbendenorgaan blijft de ontwikkelingen met betrekking tot de Wet toekomst pensioenen op de voet volgen. Voor Pensioenkring SVG is, als gesloten Pensioenkring zijnde, op basis van het huidige wetsvoorstel nog niet duidelijk of de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel mogelijk, danwel wenselijk is. Hiertoe is ook overleg met de DNB en de voormalig werkgever KPN noodzakelijk.
Het totale oordeel
Op grond van het voorgaande komt het Belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel:
- het Bestuur heeft voldoende en tijdig informatie verstrekt waarmee het Belanghebbendenorgaan zich een positief oordeel heeft kunnen vormen over het gevoerde beleid in 2022;
- en waar van toepassing zijn de adviezen van het Belanghebbendenorgaan Pensioenkring SVG overgenomen.
Utrecht, 10 mei 2023
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring SVG
Ab Ribbink (voorzitter)
Ed de Bruijn
Bert Mögelin
Reactie Bestuur
Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het Belanghebbendenorgaan heeft het Bestuur kennis genomen van het verslag van het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG en het positieve oordeel over het in 2022 gevoerde beleid.
Het Bestuur bedankt het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring SVG voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het Belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.