Spring naar inhoud

12. Financiële opstelling Pensioenkring SVG

12.1 Balans per 31 december 2022

(na resultaatbestemming)

(bedragen x € 1.000)       31-12-2022       31-12-2021
                 
ACTIVA                
                 
Beleggingen voor risico Pensioenkring SVG 1              
Vastgoed beleggingen   0       61    
Aandelen   168.791       248.541    
Vastrentende waarden   362.449       485.745    
Derivaten   8.087       414    
Overige beleggingen   63.841       10.899    
        603.168       745.660
                 
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 2     1.407       1.962
                 
Vorderingen en overlopende activa 3     3.387       4.711
                 
Overige activa 4     468       798
                 
TOTAAL ACTIVA       608.430       753.131
                 
PASSIVA                
                 
Algemene reserve Pensioenkring SVG 5     81.441       150.405
                 
Technische voorzieningen                
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG 6     473.279       601.166
                 
Derivaten 7     52.909       373
                 
Overige schulden en overlopende passiva 8     801       1.187
                 
TOTAAL PASSIVA       608.430       753.131

12.2 Staat van baten en lasten

(bedragen x € 1.000)       2022       2021
                 
BATEN                
                 
Beleggingsresultaten risico Pensioenkring SVG 9     -170.985       49.379
                 
Baten uit herverzekering 10     -555       -209
                 
TOTAAL BATEN       -171.540       49.170
                 
LASTEN                
                 
Pensioenuitkeringen 11     22.011       21.573
                 
Pensioenuitvoeringskosten 12     560       556
                 
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG 13              
Toeslagverlening   42.495       7.657    
Wijziging pensioenregeling   0       0    
Rentetoevoeging   -2.852       -3.164    
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -22.454       -21.975    
Wijziging marktrente   -139.287       -35.723    
Wijziging actuariële grondslagen   1.175       -1.255    
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -1.473       -184    
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   -4.936       -69    
        -127.332       -54.713
                 
Mutatie herverzekeringsdeel technisch voorzieningen 14     -555       -209
                 
Saldo herverzekering 15     1.216       335
                 
Saldo overdrachten van rechten 16     1.519       181
                 
Overige lasten 17     5       4
                 
TOTAAL LASTEN       -102.576       -32.273
                 
Saldo van baten en lasten       -68.964       81.443
                 
Bestemming van het saldo van baten en lasten                
Algemene reserve Pensioenkring SVG       -68.964       81.443
Totaal saldo van baten en lasten       -68.964       81.443

12.3 Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode.

(bedragen x € 1.000)       2022        2021 
                 
KASSTROOM UIT PENSIOENACTIVITEITEN                
                 
Ontvangsten                
Ontvangen in verband met overdracht van rechten   0       0    
Ontvangen uitkeringen van herverzekeraars   0       0    
Ontvangst inzake weerstandsvermogen   357       0    
Overig ontvangsten   0       0    
        357       0
Uitgaven                
Betaalde pensioenuitkeringen   -21.867       -21.504    
Betaald in verband met overdracht van rechten   -1.519       -181    
Betaalde pensioenuitvoeringskosten   -987       -366    
Afrdracht inzake weerstandvermogen   0       -94    
Overige uitgaven   0       0    
        -24.373       -22.145
                 
Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten       -24.016       -22.145
                 
KASSTROOM UIT BELEGGINGSACTIVITEITEN                
                 
Ontvangsten                
Directe beleggingsopbrengsten voor risico Pensioenkring SVG   1.451       2.073    
Verkopen en aflossingen van beleggingen voor risico Pensioenkring SVG   412.168       67.400    
        413.619       69.473
Uitgaven                
Aankopen beleggingen voor risico Pensioenkring SVG   -339.821       -37.210    
Betaalde kosten van vermogensbeheer   -1.048       -910    
        -340.869       -38.120
                 
Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten       72.750       31.353
                 
Netto kasstroom       48.734       9.208
Koers-/omrekenverschillen       -748       -19
Mutatie liquide middelen       47.986       9.189
                 
Liquide middelen per 1 januari       11.700       2.511
Liquide middelen per 31 december       59.686       11.700
Mutatie liquide middelen       47.986       9.189
                 
Waarvan:                
Voor risico Pensioenkring (4)       468       798
Binnen de beleggingsportefuille       59.218       10.902
Liquide middelen per 31 december       59.686       11.700

Liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille

Liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille:                
- Money Market Fund       0       10.276 
- Cash collateral       46.105       (66)
- Liquide middelen bij de vermogensbeheerder       13.113       692 
Totaal (1)       59.218       10.902 

12.4 Toelichting op de financiële opstelling van Pensioenkring SVG

Algemeen

Activiteiten
Pensioenkring SVG is een Pensioenkring met een eigen afgescheiden positie binnen Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap (Stap). Pensioenkring SVG is 1 december 2016 opgericht en ontstaan na een collectieve waardeovername van Stichting Voorzieningsfonds Getronics. Deze collectieve waardeovername betreft gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Er zijn, met uitzondering van enkele arbeidsongeschikten, geen actieve deelnemers overgenomen.

Het doel van Pensioenkring SVG is het nu en in de toekomst verstrekken van uitkeringen aan gepensioneerden en nabestaanden voor ouderdom en overlijden; tevens verstrekt Pensioenkring SVG uitkeringen aan arbeidsongeschikte deelnemers. De Belastingdienst hanteert voor een algemeen pensioenfonds (inclusief de Pensioenkringen) één fiscaal nummer. Daarom treedt Stap voor bepaalde geldstromen, zoals uitkeringen, als kassier op voor Pensioenkring SVG. Pensioenkring SVG geeft invulling aan de uitvoering van de pensioenregeling van gewezen deelnemers.

Overeenstemmingsverklaring
De financiële opstelling is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW en met inachtneming van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Het Bestuur heeft op 31 mei 2023 deze financiële opstelling vastgesteld.

Referenties
In de balans en de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen waarmee wordt verwezen naar de toelichting.

Grondslagen

Algemene grondslagen
Alle bedragen in de financiële opstelling van Pensioenkring SVG zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven. De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de toegepaste stelsel- en schattingswijzigingen zoals opgenomen in de desbetreffende paragrafen.

Continuïteitsveronderstelling
De financiële opstelling van Pensioenkring SVG is opgesteld met inachtneming van de continuïteitsveronderstelling. Voor de toelichting op de continuïteit wordt verwezen naar de toelichting op het eigen vermogen.

Opname van een actief of een verplichting
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Pensioenkring SVG zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Verantwoording van baten en lasten
Baten worden in de rekening van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Saldering van een actief en een verplichting
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen indien sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen en bovendien de intentie bestaat om de posten op deze wijze af te wikkelen. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.

Vreemde valuta
Functionele valuta
De financiële opstelling van Pensioenkring SVG is opgesteld in euro's, zijnde de functionele en presentatievaluta van Pensioenkring SVG.

Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de financiële opstelling van Pensioenkring SVG verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro's tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en lasten.

De koersen van de belangrijkste valuta in euro's zijn:

    31 december 2022   Gemiddeld 2022   31 december 2021   Gemiddeld 2021
                 
USD   0,9370   0,9495   0,8794   0,8454
GBP   1,1271   1,1726   1,1910   1,1632
JPY   0,0071   0,0072   0,0076   0,0077

Schattingswijziging
De financiële opstelling is in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW opgesteld en dit vereist dat het Bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. 

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.

Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende posten in de financiële opstelling. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

In september 2022 heeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap de Prognosetafel AG2022 gepubliceerd. De Pensioenkring is per 30 september 2022 overgegaan op deze prognosetafel en dit heeft een verhogend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 2.363 en daardoor een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,6%-punt. Ook heeft een aanpassing van de correctiefactoren op sterftekansen, ofwel de ervaringssterfte, plaatsgevonden. Deze aanpassing is doorgevoerd per 31 december 2022 en heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 1.188 en daardoor een positief effect op de dekkingsgraad van 0,3%-punt. 

Dekkingsgraden
De feitelijke dekkingsgraad van Pensioenkring SVG wordt berekend door op balansdatum het pensioenvermogen te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De reële dekkingsgraad wordt berekend als de dekkingsgraad gedeeld door de grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) per 30 september 2022. De TBI-grens per 30 september van een jaar is bepalend voor het besluit of de volledige toeslag op basis van Toekomst Bestendig Indexeren kan worden toegekend.

De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Beleggingen voor risico Pensioenkring SVG

Algemeen
De beleggingen worden gewaardeerd tegen actuele waarde. Onder waardering op actuele waarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.

De waardering van participaties in beleggingsinstellingen geschiedt tegen actuele waarde. Voor beursgenoteerde beleggingsinstellingen is dit de marktnotering per balansdatum. De waardering in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen geschiedt tegen de netto vermogenswaarde per balansdatum, die is gebaseerd op de actuele waarde.

Slechts indien de actuele waarde van een belegging niet betrouwbaar kan worden vastgesteld vindt waardering plaats op basis van geamortiseerde kostprijs.

Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen.

Vastgoedbeleggingen
Niet-beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende taxatiewaarde. De marktwaarde van niet-beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen is gebaseerd op het aandeel dat Pensioenkring SVG heeft in het eigen vermogen van de niet-beursgenoteerde vastgoedbelegging per balansdatum.

Aandelen
Beursgenoteerde aandelen en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de marktnotering per balansdatum. De waardering in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen geschiedt tegen de netto vermogenswaarde per balansdatum, die gebaseerd is op de actuele waarde.

Vastrentende waarden
Beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de beurswaarde per balansdatum.

Indien vastrentende waarden of participaties in beleggingsinstellingen niet-beursgenoteerd zijn, vindt waardebepaling plaats op basis van de geschatte toekomstige netto kasstromen (rente en aflossingen) die uit de beleggingen zullen voortvloeien, contant gemaakt tegen de ultimo boekjaar geldende marktrente en rekening houdend met het risicoprofiel (kredietrisico; oninbaarheid) en de looptijden.

De beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund worden gekwalificeerd als beleggingen waarvan de waarde is vastgesteld op basis van een waarderingsmodel. De bepaling van de waarde van de hypothecaire vorderingen binnen de onderliggende hypotheekfondsen geschiedt door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren en rekening houdend met vervroegde aflossingen.

De lopende interest op vastrentende waarden wordt gepresenteerd als onderdeel van de marktwaarde van de vastrentende waarden.

Derivaten
Derivaten worden gewaardeerd op reële marktwaarde, te weten de relevante marktnoteringen of, als die niet beschikbaar zijn, de waarde die wordt bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen. 

Indien een derivatenpositie negatief is wordt het bedrag onder de schulden verantwoord.

Overige beleggingen
Overige beleggingen worden gewaardeerd op marktwaarde. De actuele waarde van niet-beursgenoteerde participaties in beleggingsinstellingen is gebaseerd op het aandeel dat Pensioenkring SVG heeft in het eigen vermogen van de betreffende beleggingsinstellingen per balansdatum.

Onder de overige beleggingen worden tevens vorderingen en schulden voor de beleggingen gepresenteerd.

Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Bij de waardering worden de bij een verzekeraar verzekerde pensioenuitkeringen contant gemaakt met de rentetermijnstructuur en de actuariële grondslagen van Pensioenkring SVG.

Conform RJ 610 paragraaf 224 is de latente vordering op de verzekeraar gelijkgesteld aan het herverzekeringsdeel technische voorzieningen. De kredietwaardigheid van de verzekeraar is dusdanig dat het Bestuur van mening is dat een eventueel kredietrisico niet significant is en daardoor afwaardering voor het kredietrisico niet benodigd is.

Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien sprake is van oninbaarheid.

Overige activa
Liquide middelen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Onder de liquide middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn dan wel een looptijd korter dan twaalf maanden hebben. De liquide middelen van tegoeden in verband met beleggingstransacties behoren niet tot de overige activa

Algemene reserve Pensioenkring SVG
De algemene reserve van Pensioenkring SVG wordt bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG en het herverzekeringsdeel technische voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen.

Technische voorzieningen

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG
De voorziening pensioenverplichtingen voor risico van Pensioenkring SVG wordt gewaardeerd op actuele waarde (marktwaarde). De actuele waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.

Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toezeggingen tot) toeslagen. De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de marktrente, waarvoor de actuele rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB wordt gebruikt.

Bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen is uitgegaan van het op de balansdatum geldende pensioenreglement en van de over de verstreken deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het Bestuur besloten of toeslagen op de opgebouwde pensioenaanspraken worden verleend. Alle per balansdatum bestaande besluiten tot toeslagverlening (ook voor besluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex-ante-condities) zijn in de berekening begrepen. 

De actuariële grondslagen en veronderstellingen van Pensioenkring SVG zijn vastgesteld conform de bepalingen in de Pensioenwet, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzienbare trend in overlevingskansen.

De berekeningen voor de voorziening pensioenverplichtingen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen:

  • De voorziening pensioenverplichtingen wordt berekend als de contante waarde van de op de balansdatum opgebouwde pensioenen inclusief de eventueel op 31 december toe te kennen verhoging in verband met toeslagverlening; voor zover hiertoe besloten is voor 31 december.
  • Voor arbeidsongeschikte deelnemers wordt de voorziening pensioenverplichtingen voor het arbeidsongeschikte deel berekend als de contante waarde van de op de pensioendatum in uitzicht gestelde pensioenen bij een tot die datum voortgezette pensioenopbouw.
  • Voor mannen en vrouwen is gebruik gemaakt van de in 2022 door het Koninklijk Actuarieel Genootschap gepubliceerde Prognosetafel AG2022 (2021: Prognosetafel AG2020). Om rekening te houden met het gegeven dat de populatie van de Pensioenkring af kan wijken van de totale populatie waarop de prognosetafel is gebaseerd, worden leeftijdsafhankelijke correctiefactoren op de sterftekansen toegepast. Deze correctiefactoren zijn in 2022 vastgesteld met het Demographic Horizons™ model van Aon (Aon ervaringssterfte 2022, 2021: Aon ervaringssterfte 2020).
  • De leeftijd per berekeningsdatum wordt vastgesteld in maanden nauwkeurig, waarbij de geboortedatum gelijk wordt gesteld aan de 1e dag van de geboortemaand (2021: leeftijd per balansdatum is gelijk aan de reglementaire pensioenleeftijd verminderd met de toekomstige duur).
  • Het leeftijdsverschil tussen man en vrouw wordt gesteld op 3 jaar. Het leeftijdsverschil tussen vrouw en man wordt gesteld op 2 jaar.
  • De reservering voor het partnerpensioen wordt voor pensioendatum bepaald op basis van partnerfrequenties (2021: de partnerfrequenties gebaseerd op data van het CBS uit 2020). Na pensioendatum wordt uitgegaan van een bepaalde partner.
  • Ter dekking van toekomstige administratiekosten en excassokosten is een separate kostenvoorziening gevormd.
  • Voor het latent wezenpensioen wordt 1,5% van de voorziening pensioenverplichtingen voor het latent nabestaandenpensioen van actieve, premievrije en arbeidsongeschikte deelnemers gereserveerd.
  • Als rekenrente voor de voorziening pensioenverplichtingen wordt de rentetermijnstructuur per 31 december van het betreffende boekjaar, zoals die door DNB is gepubliceerd, gehanteerd.

Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Bij de waardering worden de verzekerde pensioenuitkeringen contant gemaakt met de rentetermijnstructuur en de actuariële grondslagen van Pensioenkring SVG.

Overige schulden en overlopende passiva
Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).

Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan een jaar.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen
De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de technische voorzieningen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat van het betreffende boekjaar.

Beleggingsresultaten risico Pensioenkring SVG

Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde en ongerealiseerde waardewijzigingen en valutaresultaten van financiële instrumenten. In de financiële opstelling van Pensioenkring SVG wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. (In)directe beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten worden in dit verband rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten verstaan.

Dividend wordt verantwoord op het moment van betaalbaarstelling.

Kosten vermogensbeheer
Onder kosten vermogensbeheer worden de kosten voor fiduciair beheer verstaan. Deze kosten worden verantwoord op basis van de opgave van de vermogensbeheerder.

Verrekening van kosten
Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn verrekend de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen en dergelijke. Deze kosten worden verantwoord op basis van de opgave van de vermogensbeheerder.

Mutatie weerstandsvermogen

  • Een opslag van 0,2% op de koopsom bij een collectieve waardeoverdracht, danwel vanuit de vrijval van de kostenvoorziening; 
  • Een afslag van 0,2% op het bruto beleggingsrendement bij autonome groei van het belegd vermogen; 
  • Een onttrekking ter grootte van 0,2% van de wettelijke overdrachtswaarde bij inkomende individuele waardeoverdrachten; 
  • Saldering van het rendement op het belegde weerstandsvermogen ten gunste of ten laste van het bruto beleggingsrendement; 
  • Een onttrekking als gevolg van een uitgaande collectieve waardeoverdracht. 

Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Pensioenuitvoeringskosten
De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Stap berekent kosten door aan Pensioenkring SVG. Het gaat daarbij om de volgende componenten:

  • Uitvoeringskosten pensioenbeheer: administratiekostenvergoeding voor de pensioenadministratie bij TKP en meerwerk-activiteiten die conform afspraak worden doorbelast.
  • Exploitatiekosten Stap: een percentage van het belegd vermogen, die op maandbasis in rekening wordt gebracht en kosten gemaakt door derde partijen die conform gemaakte afspraken worden doorbelast.
  • Overige pensioenuitvoeringskosten die conform afspraak door de Pensioenkring danwel een aangesloten werkgever worden betaald.

Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG

Toeslagverlening
Pensioenkring SVG streeft ernaar de ingegane pensioenen en de premievrije pensioenrechten (gewezen deelnemers) jaarlijks aan te passen. Het toeslagbeleid van Pensioenkring SVG is voorwaardelijk. De toeslag op de aanspraken op ouderdomspensioen van de gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en uitkeringsgerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens (afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de verlening. Hiermee wordt bedoeld de stand van de consumentenprijsindex per 30 september van het voorafgaande jaar en de stand van dezelfde prijsindex per 30 september in het jaar van toekenning van de voorwaardelijke toeslag.

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met -0,486% (2021: -0,533%) op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2021 (2021: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2020).

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitvoeringskosten (met name excassokosten) en pensioenuitkeringen die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval voor de financiering van de kosten en uitkeringen van het verslagjaar.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder het hoofd wijziging marktrente.

Wijzigingen actuariële grondslagen
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen voor sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van de Pensioenkring.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het Bestuur. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
Een resultaat op overdrachten kan ontstaan doordat de vrijval van de voorziening pensioenverplichtingen plaatsvindt op basis van de actuariële grondslagen van Pensioenkring SVG, terwijl het bedrag dat wordt overgedragen gebaseerd is op de wettelijke factoren voor waardeoverdrachten. De actuariële grondslagen van Pensioenkring SVG wijken af van de wettelijke tarieven.

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
De overige mutaties ontstaan door mutaties in de aanspraken door overlijden, arbeidsongeschiktheid en pensioneren.

Saldo herverzekeringen
De inkomende en uitgaande geldstromen worden gesaldeerd opgenomen en verantwoord in de periode waarop de herverzekering betrekking heeft.

Saldo overdrachten van rechten
De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.

Overige baten en lasten
Overige baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is volgens de directe methode opgesteld. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen onder de overige activa, de liquide middelen en de op korte termijn zeer liquide activa onder de overige beleggingen. De op korte termijn zeer liquide activa zijn die beleggingen die zonder beperkingen en zonder materieel risico van waardeverminderingen als gevolg van de transactie kunnen worden omgezet in geldmiddelen.

12.5 Toelichting op de balans per 31 december 2022

ACTIVA

1. Beleggingen voor risico Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Vastgoed beleggingen   0   61
Aandelen   168.791   248.541
Vastrentende waarden   362.449   485.745
Derivaten   8.087   414
Overige beleggingen   63.841   10.899
Totaal   603.168   745.660
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2022   61   248.541   485.745   41   10.899   745.287
Aankopen   0   195.425   132.124   271   12.000   339.820
Verkopen   -84   -239.602   -178.692   14.633   -18.700   -422.445
Herwaardering   23   -35.573   -76.728   -59.767   -760   -172.805
Overige mutaties   0   0   0   0   60.402   60.402
Stand per 31 december 2022   0   168.791   362.449   -44.822   63.841   550.259
Schuldpositie derivaten (credit)                       52.909
Totaal                       603.168

De overige mutaties bij overige beleggingen bestaan uit toe- en afname van liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille en de mutaties binnen de vorderingen en schulden voor de beleggingen, die onder de overige beleggingen worden gepresenteerd.

De overige beleggingen hebben betrekking op participaties in het Money Market fund (3.564), Cash collateral (46.105)  en liquide middelen bij de vermogensbeheerder (13.113). Deze vorderingen zijn kortlopend.

De overige vorderingen onder de overige beleggingen bestaan uit nog terug te vorderen belasting (1.023) en een bedrag aan nog te ontvangen rente (36) en zijn kortlopend.

Het economisch risico van de beleggingen ligt bij Pensioenkring SVG. Het juridisch eigendom is ondergebracht bij Stap.

(bedragen x € 1.000)   Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2021   243   245.734   466.063   3.929   1.939   717.908
Aankopen   0   0   41.226   -4.016   0   37.210
Verkopen   -183   -48.705   -18.639   127   0   -67.400
Herwaardering   1   51.512   -2.905   1   -18   48.591
Overige mutaties   0   0   0   0   8.978   8.978
Stand per 31 december 2021   61   248.541   485.745   41   10.899   745.287
Schuldpositie derivaten (credit)                       373
Totaal                       745.660

Vastgoed

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijn de participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed   0   61
Totaal   0   61

Ultimo boekjaar zijn er geen posities binnen de betreffende beleggingscategorie met een belang groter dan 5%.

Aandelen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Beursgenoteerde en niet beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen   168.791   248.541
Totaal   168.791   248.541

Pensioenkring SVG belegt niet in de werkgever.

Ultimo boekjaar zijn er geen posities binnen de betreffende beleggingscategorie met een belang groter dan 5%.

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Obligatiefondsen   86.255   139.219
Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden   154.975   203.411
Hypothekenfondsen   121.219   143.115
Totaal   362.449   485.745

De waarde in de Hypothekenfondsen betreffen beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund.

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Duitse staatsobligaties   67.722   18,7%   102.419   21,1%
Totaal   67.722   18,7%   102.419   21,1%

De totale waarde van de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund bedraagt 121.219 en is meer dan 5% van de totale beleggingscategorie. De beleggingen in deze vastrentende waarden zijn uiteindelijk verspreid over meerdere beleggingsfondsen.

Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Valutaderivaten   4.901   0
Rentederivaten   -49.723   41
Totaal   -44.822   41

In de bovenstaande weergave zijn zowel de positieve als de negatieve derivatenposities meegenomen. Een toelichting op de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Money Market fund   3.564   10.276
Cash collateral   46.105   -66
Overige vorderingen   1.059   0
Nog te betalen rente   0   -3
Liquide middelen bij de vermogensbeheerder   13.113   692
Totaal   63.841   10.899

De vorderingen en schulden voor de beleggingen worden niet separaat op de balans onder de overige vorderingen en schulden gepresenteerd, maar zijn onder de overige beleggingen opgenomen. De vorderingen en schulden voor de beleggingen zijn kortlopend.

Ultimo boekjaar zijn er geen posities binnen de betreffende beleggingscategorie met een belang groter dan 5%.

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Morgan Stanley Liquidity Funds   2.523   4,0%   5.030   46,2%
Fidelity Institutional Liquidity Fund PLC   1.041   1,6%   5.246   48,1%
Totaal   3.564   5,6%   10.276   94,3%

Securities lending
Pensioenkring SVG participeert niet in securities lending programma's.

Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van Pensioenkring SVG gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het korte termijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van Pensioenkring SVG kan gebruik worden gemaakt van afgeleide marktnoteringen. Echter, voor het MM Dutch Mortgage Fund wordt gebruik gemaakt van waarderingsmodellen en - technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

(bedragen x € 1.000)   Genoteerde marktprijzen   Afgeleide
markt-noteringen
  Waarderings-modellen   Overig   Totaal
                     
Vastgoed beleggingen   0   0   0   0   0
Aandelen   0   168.791   0   0   168.791
Vastrentende waarden   86.255   154.975   121.219   0   362.449
Derivaten   0   -44.822   0   0   -44.822
Overige beleggingen   0   3.564   0   60.277   63.841
Stand per 31 december 2022   86.255   282.508   121.219   60.277   550.259

De posities uit hoofde van de derivaten betreffen zowel positieve als negatieve posities. Een toelichting over de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

(bedragen x € 1.000)   Genoteerde marktprijzen   Afgeleide
markt-noteringen
  Waarderings-modellen   Overig   Totaal
                     
Vastgoed beleggingen   0   61   0   0   61
Aandelen   0   248.541   0   0   248.541
Vastrentende waarden   139.219   203.411   143.115   0   485.745
Derivaten   0   41   0   0   41
Overige beleggingen   0   10.276   0   623   10.899
Stand per 31 december 2021   139.219   462.330   143.115   623   745.287

2. Herverzekeringsdeel technische voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen   1.407   1.962
Totaal   1.407   1.962

Pensioenkring SVG heeft voor een deel van de populatie nog verzekerde pensioenrechten uit een garantiecontract bij Zwitserleven. De verplichtingen voor deze verzekerde pensioenrechten zijn opgenomen in het herverzekeringsdeel technische voorzieningen.

De kredietwaardigheid van de herverzekeraar is dusdanig dat het Bestuur van mening is dat een eventueel kredietrisico niet significant is en daardoor afwaardering voor het kredietrisico niet benodigd is.

3. Vorderingen en overlopende activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Vorderingen uit verzekeringen   3.330   4.711
Overige vorderingen en overlopende activa   57   0
Totaal   3.387   4.711

De vordering uit verzekeringen heeft betrekking op deelnemers die niet bij de populatie van Pensioenkring SVG horen, maar waarvoor Pensioenkring SVG wel een uitkering van de verzekeraar ontvangt vanaf het moment dat de deelnemer 65 wordt en met pensioen gaat. Deze vordering wordt elk kwartaal herrekend.

Van de vorderingen uit verzekeringen heeft 3.211 (2021: 4.597) een looptijd van langer dan één jaar. Het restant van de vorderingen uit verzekeringen heeft een resterende looptijd van korter dan één jaar.

De overige vorderingen bestaan uit de voorlopige afrekening voor de administratiekostenvergoeding 2022 (50) en de vordering op Stap voor het weerstandsvermogen (7).

4. Overige activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Liquide middelen   468   798
Totaal   468   798

Pensioenkring SVG heeft twee bankrekeningen, waarvan één met name wordt gebruikt voor de financiële verrekening met Stap. Stap betaalt de pensioenuitkeringen de pensioengerechtigden van Pensioenkring SVG en betaalt een deel van de pensioenuitvoeringskosten aan crediteuren. De tweede bankrekening wordt gebruikt voor de verwerking van waardeoverdrachten klein pensioen.

De liquide middelen bij banken staan ter vrije beschikking van Pensioenkring SVG.

De liquide middelen komen economisch toe aan Pensioenkring SVG. Het juridisch eigendom ligt bij Stap.

PASSIVA

5. Algemene reserve Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   150.405   68.962
Bestemming saldo van baten en lasten boekjaar   -68.964   81.443
Stand per 31 december   81.441   150.405

Dekkingsgraad, vermogenspositie en herstelplan

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Feitelijke dekkingsgraad   117,2%   125,0%
Reële dekkingsgraad   98,0%   98,6%
Beleidsdekkingsgraad   125,2%   119,9%

De feitelijke dekkingsgraad van Pensioenkring SVG wordt berekend door op de balansdatum het pensioenvermogen te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De reële dekkingsgraad wordt berekend door de grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) per 30 september 2022. De TBI-grens per 30 september van een jaar is bepalend voor het besluit of de volledige toeslag op basis van Toekomst Bestendig Indexeren kan worden toegekend.

De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt Pensioenkring SVG gebruik van het standaard model. Het Bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van Pensioenkring SVG. De uit komsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de paragraaf 'Risicobeheer'.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist eigen vermogen op 31 december:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Algemene reserve Pensioenkring SVG   81.441   17,2%   150.405   25,0%
Minimaal vereist eigen vermogen   18.916   4,0%   24.015   4,0%
Vereist eigen vermogen   67.444   14,3%   90.262   15,0%

De vermogenspositie van de Pensioenkring wordt gekarakteriseerd als een situatie met een toereikende solvabiliteit (2021: idem).

Herstelplan
De Pensioenkring hoefde in 2022 geen herstelplan meer in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (119,9%) per 31 december 2021 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen (115,0%). Daarmee was Pensioenkring SVG uit herstel.

De situatie is eind 2022 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2022 (125,2%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2022 (114,3%).

Minimaal vereist vermogen
Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen horende bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en -rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2022 is de beleidsdekkingsgraad (125,2%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2022 voor Pensioenkring SVG dus niet aan de orde.

Statutaire regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten
Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het negatief saldo van de staat van baten en lasten van 68.964 over het boekjaar, verlaagt de algemene reserve van Pensioenkring SVG.

6. Technische voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG   471.872   599.204
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen   1.407   1.962
Totaal   473.279   601.166

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   599.204   653.917
Toeslagverlening   42.495   7.657
Rentetoevoeging   -2.852   -3.164
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -22.454   -21.975
Wijziging marktrente   -139.287   -35.723
Wijziging actuariële grondslagen   1.175   -1.255
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -1.473   -184
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   -4.936   -69
Stand per 31 december   471.872   599.204

Toeslagverlening
Pensioenkring SVG streeft er naar de pensioenaanspraken en -rechten van de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden jaarlijks aan te passen aan de ontwikkeling van het consumentenprijsindex alle huishoudens (afgeleid). Het beleid is er op gericht om op de lange termijn circa 70% van de stijging van deze prijsindex door middel van toeslagen te compenseren. Deze toeslagverlening heeft een voorwaardelijk karakter. Per 31 december 2022 is een toeslag verleend van 10,12%  (2021: 1,32%) aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring SVG. De gemiste toeslag bedraagt 7,04% per 31 december 2022 (2021: 1,25%) .

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met -0,486% (2021: -0,533%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2021 (2021: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2020).

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.

Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitvoeringskosten in de verslagperiode.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de voorzieningen pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder wijziging marktrente.

Daarnaast heeft DNB er in 2020 voor gekozen om de nieuwe UFR-methode gefaseerd in te voeren. De tweede aanpassing heeft per 1 januari 2022 plaatsgevonden. Het totale effect van de wijziging van de rente heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen en bedraagt -139.287. Hiervan wordt -139.410 veroorzaakt door de reguliere wijziging van de (markt)rente en 123 door de aanpassing van de UFR-methodiek.

Rentepercentage per   31-12-2022   31-12-2021
         
    2,79%   0,49%

Wijziging actuariële grondslagen
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van de veronderstellingen voor sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van de Pensioenkring. 

In september 2022 heeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap de Prognosetafel AG2022 gepubliceerd. De Pensioenkring is per 30 september 2022 overgegaan op deze prognosetafel en dit heeft een verhogend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 2.363. Ook heeft een aanpassing van de correctiefactoren op de sterftekansen, ofwel de ervaringssterfte, plaatsgevonden. Deze aanpassing is doorgevoerd per 31 december 2022 en heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van -1.188.

Wijziging uit hoofde overdracht van rechten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Onttrekking aan de technische voorzieningen   -1.473   -184
Totaal   -1.473   -184

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Resultaat op kanssystemen:        
- Sterfte   -3.504   -771
- Mutaties   -24   -176
Overige technische grondslagen   -1.408   878
Totaal   -4.936   -69

Onder sterfte is de afwijking tussen de werkelijke sterfte ten opzichte van de veronderstelde sterfte weergegeven.

Onder de overige technische grondslagen is het effect voor de mutatie van de kostenvoorziening in de voorziening pensioenverplichtingen opgenomen. De kostenvoorziening wordt jaarlijks per 31 december vastgesteld, waarbij de verwachte kosten, de inflatie, de schalingsfactor en de discontovoet op basis van de gegevens per 31 december worden geactualiseerd. Ultimo 2022 heeft de mutatie van de kostenvoorziening een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 1.408.

De voorziening pensioenverplichtingen, inclusief het herverzekerde deel van de technische voorzieningen is naar categorieën deelnemers als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
    Voorziening   Aantallen   Voorziening   Aantallen
                 
Actieven   6.961   36   10.332   41
Pensioengerechtigden   297.465   2.853   352.223   2.748
Gewezen   158.007   4.524   223.964   4.749
    462.433   7.413   586.519   7.538
Overig   10.846   0   14.647   0
Voorziening pensioenverplichtingen   473.279   7.413   601.166   7.538

'Overig' bestaat voornamelijk uit de reservering voor toekomstige uitvoeringskosten voor de uitvoering van de pensioenregeling.

Korte beschrijving pensioenregeling
Pensioenkring SVG is een zogenoemde gesloten Pensioenkring en voert een pensioenregeling voor arbeidsongeschikten, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden uit. De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst en kent verschillende pensioenaanspraken.

Er vindt geen actieve pensioenopbouw plaats met uitzondering van de pensioenopbouw vanuit de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Toeslagverlening
De toeslagverlening voor de pensioenaanspraken en -rechten wordt jaarlijks vastgesteld door het Bestuur. Pensioenkring SVG streeft er naar de pensioenaanspraken en -rechten jaarlijks aan te passen aan de ontwikkeling van het consumentenprijsindex alle huishoudens (afgeleid). Het beleid is er op gericht om op de lange termijn circa 70% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.

De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslag en er kan op de langere termijn geen zekerheid worden gegeven of en in hoeverre toeslagverlening kan plaatsvinden. Of een toeslag kan worden verleend en hoe hoog de toeslag wordt, is afhankelijk van de financiële positie van Pensioenkring SVG. Het Bestuur van Stap beslist jaarlijks in hoeverre de pensioenaanspraken en -rechten worden aangepast.

Per 31 december 2022 is een toeslag verleend van 10,12% (2021: 1,32%) aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring SVG. De gemiste toeslag bedraagt 7,04% per 31 december 2022 (2021: 1,25%).

Inhaaltoeslagen
Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Om inhaaltoeslagen te kunnen toekennen is een hoge dekkingsgraad vereist. Inhaaltoeslagen zijn daarom op korte termijn niet te verwachten. Het Bestuur geeft in de financiële opstelling elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen.

Voor de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden is deze specificatie in de volgende tabel opgenomen.

Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden   Volledige
toeslag-
verlening
  Toegekende
toeslagen
  Verschil   Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
                 
 1 januari 2017   -0,01%   0,00%   -0,01%   -0,01%
 1 januari 2018   1,47%   0,00%   1,47%   1,46%
 1 januari 2019   1,47%   0,04%   1,43%   2,91%
 1 januari 2020   1,64%   0,00%   1,64%   4,60%
31 december 2020   0,99%   0,00%   0,99%   5,64%
31 december 2021   2,57%   1,32%   1,25%   6,96%
31 december 2022   17,16%   10,12%   7,04%   14,49%

Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Bij Zwitserleven zijn de aanspraken van enkele gewezen deelnemers en het ingegaan nabestaandenpensioen voor enkele nabestaanden ondergebracht.

Mutatie overzicht herverzekeringsdeel technische voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   1.962   2.171
Rentetoevoeging   -9   0
Wijziging marktrente   -490   -210
Onttrekking pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -45   0
Wijzigingen actuariële grondslagen   4   1
Overige wijzigingen   -15   0
Stand per 31 december   1.407   1.962

7. Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Derivaten   52.909   373
Totaal   52.909   373

Een uitgebreide toelichting op de derivatenpositie is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

8. Overige schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Belastingen en premie sociale verzekeringen   399   409
Overige schulden en overlopende passiva   402   778
Totaal   801   1.187

De post 'Belastingen en premies sociale verzekeringen' betreft de nog af te dragen loonheffing aan Stap, die hoort bij de pensioenuitkeringen voor de periode december 2022. Deze afdracht heeft in januari 2023 plaatsgevonden.

De overige schulden en overlopende posten bestaan uit de overlopende kosten uit 2022 (245), niet opgevraagde pensioenen (100), de met Stap af te rekenen exploitatiekosten over het vierde kwartaal van 2022 (56), nog te betalen facturen (3) en terug te vorderen pensioenuitkeringen (-2).

Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.

Risicobeheer

Pensioenkring SVG wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van Pensioenkring SVG is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Het solvabiliteitsrisico is daarmee het belangrijkste risico voor Pensioenkring SVG.

Het risicobeleid is verwoord in de ABTN van Pensioenkring SVG. Het Bestuur beschikt over een aantal beleidsinstrumenten voor het beheersen van de risico's. Deze beleidsinstrumenten betreffen:

  • beleggingsbeleid;
  • verzekeringsbeleid;
  • toeslagbeleid.

De keuze en toepassing van beleidsinstrumenten vindt plaats na uitvoerige analyses voor te verwachten ontwikkelingen van de verplichtingen en de financiële markten. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de meest recent uitgevoerde Asset Liability Management-studie (ALM-studie) en (aanvangs)haalbaarheidstoets(en). Ook het financieel crisisplan, dat jaarlijks door het Bestuur wordt getoetst en waar nodig aangepast aan de actualiteit, is verwerkt in de onderstaande toelichting op de risico's, het risicobeleid en de ingezette beheersmaatregelen/afdekkinginstrumenten.

De uitkomsten van deze analyses vinden hun weerslag in jaarlijks door het Bestuur vast te stellen beleggingsrichtlijnen als basis voor het uit te voeren beleggingsbeleid. De beleggingsrichtlijnen geven normen en limieten aan waarbinnen de uitvoering van het beleggingsbeleid door de vermogensbeheerders moet plaatsvinden. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in mandaatovereenkomsten met de vermogensbeheerders.

Solvabiliteitsrisico's

Het belangrijkste risico voor Pensioenkring SVG betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel het risico dat Pensioenkring SVG niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit wordt gemeten op basis van zowel algemeen geldende normen als specifieke normen die door de toezichthouder worden opgelegd.

Indien de solvabiliteit van Pensioenkring SVG zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat er geen ruimte beschikbaar is voor een eventuele toeslagverlening op de pensioenaanspraken en -rechten. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat Pensioenkring SVG verworven pensioenaanspraken en -rechten moet verminderen.

De aanwezige dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:

Ontwikkeling dekkingsgraad   2022   2021
         
Dekkingsgraad per 1 januari   125,0%   110,5%
Premie   0,0%   0,0%
Uitkeringen   0,9%   0,3%
Toeslagverlening   -8,2%   -1,3%
Korting van aanspraken en rechten   0,0%   0,0%
Beleggingsrendementen (excl. renteafdekking)   -27,9%   8,1%
Renteafdekking   0,0%   0,0%
Wijziging rentetermijnstructuur voorziening pensioenverplichtingen   37,8%   6,4%
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   0,1%   0,0%
Wijziging actuariële grondslagen   0,0%   -0,2%
Kanssystemen   0,8%   0,0%
Overige (incidentele) mutaties   0,1%   0,0%
Overige mutaties   -0,1%   1,2%
Kruiseffecten   -11,3%   0,0%
Dekkingsgraad per 31 december   117,2%   125,0%

Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient Pensioenkring SVG buffers in het vermogen aan te houden. De omvang van deze buffers (buffers plus de pensioenverplichtingen heten samen het vereist vermogen) wordt vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets (S-toets). Deze toets bevat een kwantificering van de bestuursvisie op de Pensioenkring specifieke restrisico's (na afdekking).

De bepaling van de procentuele effecten van de diverse resultaatbronnen op de dekkingsgraad zijn conform de richtlijnen van DNB alle uitgedrukt ten opzichte van de dekkingsgraad primo jaar. Dit zorgt ervoor dat de optelling van dekkingsgraad primo jaar plus alle afzonderlijke procentuele effecten niet leidt tot de dekkingsgraad ultimo jaar.

Het verschil tussen deze twee wordt verantwoord onder de noemer kruiseffecten; in het algemeen geldt dat deze post groter wordt naarmate de uitschieters in de afzonderlijke resultaatcomponenten groter worden. 

De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende surplus aan het einde van het boekjaar is als volgt:

Vereist Eigen Vemogen   2022   2021
         
S1 Renterisico   0,0%   0,7%
S2 Risico zakelijke waarden   10,8%   10,9%
S3 Valutarisico   3,6%   3,5%
S4 Grondstoffenrisico   0,0%   0,0%
S5 Kredietrisico   4,3%   4,8%
S6 Verzekeringstechnische risico   3,0%   3,0%
S7 Liquiditeitsrisico   0,0%   0,0%
S8 Concentratierisico   0,0%   0,0%
S9 Operationeel risico   0,0%   0,0%
S10 Actief beheerrisico   0,6%   0,6%
Diversificatie-effect   -8,0%   -8,5%
Totaal   14,3%   15,0%
(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Vereist pensioenvermogen   540.723   691.428
Voorziening pensioenverplichtingen -/-   473.279   601.166
Vereist eigen vermogen   67.444   90.262
Aanwezig pensioenvermogen (totaal activa -/- schulden)   81.441   150.405
Surplus   13.997   60.143

De buffers zijn berekend op basis van het standaard model, waarbij voor de samenstelling van de beleggingen wordt uitgegaan van de strategische beleggingsmix in de evenwichtssituatie. Het surplus wordt bepaald op basis de vermogensstand ultimo 2022. De beleidsdekkingsgraad (125,2%) is per 31 december 2022 hoger dan de dekkingsgraad op basis van het vereist vermogen (114,3%).

Beleggingsrisico's

De belangrijkste beleggingsrisico's betreffen het markt-, krediet- en liquiditeitsrisico. Het marktrisico is uit te splitsen in renterisico, valutarisico en prijs(koers)risico. Marktrisico wordt gelopen op de verschillende beleggingsmarkten waarin Pensioenkring SVG op basis van het vastgestelde beleggingsbeleid actief is. De beheersing van het risico is geïntegreerd in het beleggingsproces. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid kunnen zich voorts risico's manifesteren uit hoofde van de geselecteerde managers en bewaarbedrijven (zogeheten manager- en custody risico), en de juridische bepalingen omtrent gebruikte instrumenten en de uitvoeringsovereenkomst (juridisch risico). Het marktrisico wordt beheerst doordat met de vermogensbeheerder specifieke mandaten zijn afgesproken, die in overeenstemming zijn met de beleidskaders en richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld door het Bestuur. Het Bestuur monitort de mate van naleving van deze mandaten. De marktposities worden periodiek gerapporteerd.

Renterisico (S1)
Pensioenkring SVG loopt renterisico over de verplichtingen, omdat de verplichtingen in waarde veranderen als gevolg van mutaties in de marktrente. Maatstaf voor het meten van rentegevoeligheid is de duration. De duration is de gewogen gemiddelde resterende looptijd in jaren. Met de duration kan worden berekend in hoeverre de waarde van een portefeuille of van de verplichtingen verandert met een verandering in de rente van één basispunt (0,01%). Als de waardeverandering van de portefeuille met vastrentende waarden wordt afgezet tegen de waarde verandering van de verplichtingen, dan wordt hiermee de afdekking van het renterisico bedoeld.

De duration en het effect van de afdekking van het renterisico kan als volgt worden samengevat:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
    Waarde   Duration   Waarde   Duration
                 
Vastrentende waarden (exclusief derivaten)       6,6       8,5
Vastrentende waarden (inclusief derivaten)       15,4       11,6
(nominale) Pensioenverplichtingen   473.279   12,3   601.166   14,4

Het renteafdekkingspercentage van 92,1% leidt ertoe dat de duration van de vastrentende waarden na afdekking van het renterisico stijgt met 8,8 naar 15,4.

De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Resterende looptijd < 1 jaar   11.720   3,2%   13.855   2,9%
Resterende looptijd > 1 < 5 jaar   81.967   22,6%   107.517   22,1%
Resterende looptijd > 5 < 10 jaar   72.385   20,0%   101.112   20,8%
Resterende looptijd > 10 < 20 jaar   124.056   34,2%   155.050   31,9%
Resterende looptijd > 20 jaar   72.321   20,0%   108.211   22,3%
Totaal   362.449   100,0%   485.745   100,0%

De presentatie van de vastrentende waarden naar bovenstaande looptijden hangt samen met het lange termijn karakter van de investeringen van Pensioenkring SVG en het hiermee samenhangende beleid. Ter vergelijking zijn de resterende looptijden van de pensioenverplichtingen (inclusief herverzekerd deel) in onderstaand overzicht weergegeven:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Resterende looptijd < 5 jaar   123.638   26,2%   121.392   20,2%
Resterende looptijd > 5 < 10 jaar   107.059   22,6%   122.273   20,3%
Resterende looptijd > 10 < 20 jaar   144.093   30,4%   197.587   32,9%
Resterende looptijd > 20 jaar   98.489   20,8%   159.914   26,6%
Totaal   473.279   100,0%   601.166   100,0%

Risico zakelijke waarden (S2)
Prijsrisico is het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten. Voor Pensioenkring SVG heeft dit risico betrekking op de portefeuille met zakelijke waarden.

De portefeuille met zakelijke waarden bestaat uit aandelen en voor een beperkt deel uit onroerend goed. Hierbij vinden de beleggingen in aandelen wereldwijd plaats. Door de spreiding binnen de portefeuille (diversificatie) wordt het prijsrisico gedempt en de spreiding is daarmee één van de belangrijkste mitigerende beheersmaatregelen. Daarnaast is de ALM-studie een belangrijk beheersingsinstrument om vast te stellen of gekozen portefeuille met zakelijke waarden voldoet aan de gewenste afweging van risico versus rendement.

Valutarisico (S3)
Voor alle beleggingscategorieën wordt een actief valutabeleid gevoerd. Uitgangspunt hiervoor is een gedeeltelijke afdekking van de Amerikaanse dollar, het Britse pond en de Japanse yen.

Het totaalbedrag dat in 2022 in euro's is belegd, bedraagt vóór afdekking 332.600 ofwel 61% (2021: 63%) en na afdekking 451.815 ofwel 82% (2021: 82%).

Per einde boekjaar is de waarde van de uitstaande valutatermijncontracten 4.902 (2021: nihil).

De valutapositie per 31 december 2022 is vóór en na afdekking door valutaderivaten als volgt weer te geven:

        31-12-2022    
    Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
             
EUR   332.600   119.215   451.815
             
GBP   5.398   -2.667   2.731
JPY   9.346   -4.950   4.396
USD   148.790   -106.696   42.094
Overige   49.225   0   49.225
Totaal niet EUR   212.759   -114.313   98.446
Totaal   545.359   4.902   550.261

De valutapositie per 31 december 2021 is vóór en na afdekking door valutaderivaten als volgt weer te geven:

        31-12-2021    
    Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
             
EUR   468.619   139.287   607.906
             
GBP   18.480   -9.913   8.567
JPY   9.054   -4.320   4.734
USD   177.883   -124.938   52.945
Overige   71.135   0   71.135
Totaal niet EUR   276.552   -139.171   137.381
Totaal   745.171   116   745.287

Prijsrisico 
Prijsrisico is het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten. Voor Pensioenkring SVG heeft dit risico betrekking op de portefeuille met zakelijke waarden.

Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie en dat is onder meer vastgelegd in de strategische beleggingsmix van Pensioenkring SVG. In aanvulling hierop maakt Pensioenkring SVG voor de afdekking van het prijsrisico gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar regio is, op look through basis, als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Europa   310.937   56,5%   472.228   63,4%
Noord-Amerika   144.491   26,3%   166.304   22,3%
Zuid-amerika   16.408   3,0%   18.304   2,5%
Azië-Pacific   53.090   9,6%   69.225   9,3%
Afrika   6.314   1,1%   8.286   1,0%
Subtotaal vastgoed, aandelen en vastrentende waarden   531.240   96,5%   734.347   98,5%
Derivaten   -44.822   -8,1%   41   0,0%
Overige beleggingen   63.841   11,6%   10.899   1,5%
Totaal   550.259   100,0%   745.287   100,0%

De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar sectoren is, op look through basis, als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Energie   16.505   3,0%   23.755   3,2%
Bouw- en grondstoffen   8.438   1,5%   12.391   1,7%
Industrie   35.783   6,5%   49.709   6,7%
Duurzame Consumentengoederen   37.453   6,8%   50.966   6,8%
Consumentengebruiksgoederen   33.996   6,2%   43.427   5,8%
Gezondheidszorg   32.095   5,8%   35.850   4,8%
Hypotheken   119.463   21,7%   141.028   18,9%
Informatietechnologie   38.679   7,0%   66.617   8,9%
Telecommunicatie   15.780   2,9%   31.841   4,3%
Nutsbedrijven   12.676   2,3%   16.379   2,2%
Overheid en overheidsinstellingen   111.356   20,3%   168.503   22,6%
Financiële instellingen   58.739   10,7%   75.279   10,1%
Vastgoed   4.423   0,8%   5.324   0,7%
Liquiditeiten   3.500   0,6%   12.808   1,7%
Overige   2.354   0,4%   470   0,1%
Subtotaal vastgoed, aandelen en vastrentende waarden   531.240   96,5%   734.347   98,5%
Derivaten   -44.822   -8,1%   41   0,0%
Overige beleggingen   63.841   11,6%   10.899   1,5%
Totaal   550.259   100,0%   745.287   100,0%

Kredietrisico (S5)
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor Pensioenkring SVG als gevolg van faillissement of betalingsonmacht van tegenpartijen waarop Pensioenkring SVG (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee Over The Counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan en aan bijvoorbeeld verzekeraars.

Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft betrekking op het risico dat partijen waarmee Pensioenkring SVG transacties is aangegaan niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten waardoor Pensioenkring SVG financiële verliezen lijdt.

Pensioenkring SVG heeft voor vastrentende waarden een 'categorieën'-beleid opgesteld voor het kredietrisico. De fiduciair beheerder monitort de uitvoering van dit beleid op dagbasis.

Het kredietrisico (S5) in de berekening van het vereist eigen vermogen is een samenloop van allocatie en kredietwaardigheid (rating) van de beleggingen.

Er is geen minimum- of target rating bepaald voor staatsobligatieleningen. Er wordt echter gewerkt met een landenverdeling als percentage van de portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties. De volgende landen zijn toegestaan, met achtereenvolgens de bijbehorende percentages voor het minimum, neutraal en maximum gewicht:

Land   Minimum gewicht   Neutraal   Maximum gewicht
             
Duitsland   50,0%   32,5%   52,0%
Nederland   26,7%   24,7%   43,0%
Finland   13,3%   11,3%   15,3%
Oostenrijk   10,0%   8,0%   12,0%

Voor de beleggingen in discretionaire inflatie gerelateerde obligaties wordt volledig belegd in Duitsland.

Voor de beleggingen in bedrijfsobligaties wordt het kredietrisico door middel van restricties op de minimale krediet rating van de portefeuille beheerst. Voor de hypothekenportefeuille worden eisen gesteld met betrekking tot de maximale Loan-to-Value (LtV) ratio en het minimale percentage van hypotheken met staatsgarantie (NHG).

Ultimo 2022 voldeed Pensioenkring SVG aan het opgestelde beleid voor de beheersing van het kredietrisico binnen de vastrentende waarden categorieën. Het resultaat hiervan is opgenomen in de onderstaande overzichten met segmentatie naar regio, bedrijfstak en creditrating.

De samenstelling van de vastrentende waarden naar regio's kan, op look through basis, als volgt worden samengevat:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Europa   282.280   77,8%   382.557   78,8%
Noord-Amerika   47.514   13,1%   62.692   12,9%
Zuid-Amerika   12.874   3,6%   13.797   2,8%
Azië-Pacific   14.766   4,1%   19.719   4,1%
Afrika   5.015   1,4%   6.980   1,4%
Totaal   362.449   99,9%   485.745   100,0%

De samenstelling van de vastrentende waarden naar sectoren is, op look through basis, als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Energie   12.101   3,3%   16.462   3,4%
Bouw- en grondstoffen   521   0,1%   567   0,1%
Industrie   17.447   4,8%   25.326   5,2%
Duurzame Consumentengoederen   16.604   4,6%   20.910   4,3%
Consumentengebruiksgoederen   16.453   4,5%   22.689   4,7%
Gezondheidszorg   6.279   1,7%   6.231   1,3%
Hypotheken   119.463   33,1%   141.028   29,0%
Informatietechnologie   9.103   2,5%   12.544   2,6%
Telecommunicatie   8.815   2,4%   12.850   2,7%
Nutsbedrijven   9.284   2,6%   10.991   2,3%
Overheid en overheidsinstellingen   111.356   30,8%   168.504   34,6%
Financiele instellingen   30.491   8,4%   38.966   8,0%
Liquiditeiten   2.178   0,6%   8.088   1,7%
Overige   2.354   0,6%   589   0,1%
Totaal   362.449   100,2%   485.745   100,0%

Een kredietrating wordt toegekend door een ratingbureau. De drie belangrijkste ratingbureau's zijn Standard & Poor’s, Moody's en Fitch.

Indien er meerdere ratings beschikbaar zijn, hanteert de Pensioenkring de volgende methodiek:

  • Drie ratings: de mediaan is leidend
  • Twee ratings: de laagste rating is leidend

Op het moment dat er geen rating beschikbaar is, zal er een gefundeerde inschatting van de rating worden gemaakt die overeenkomt met het kredietrisico van de desbetreffende obligatie.

De samenvatting van de vastrentende waarden op basis van de ratings zoals eind 2022 gepubliceerd is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
AAA   102.896   28,4%   152.648   31,4%
AA   121.225   33,4%   150.885   31,0%
A   67.827   18,7%   87.037   17,9%
BBB   47.780   13,2%   58.330   12,0%
BB   10.762   3,0%   14.353   3,0%
B   4.222   1,2%   9.730   2,0%
CCC   1.021   0,3%   1.780   0,4%
CC   1.592   0,4%   1.191   0,2%
D   776   0,2%   671   0,1%
Geen rating   4.348   1,2%   9.120   1,9%
Totaal   362.449   100,0%   485.745   100,0%

De beleggingen met 'Geen rating' betreffen met name cash en nog afgewikkelde transacties in vastrentende waarden.

Verzekeringstechnische risico's (actuariële risico's, S6)
Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat voortvloeit uit mogelijke afwijkingen van actuariële inschattingen die worden gebruikt voor de vaststelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie. De belangrijkste actuariële risico's zijn de risico's van langleven, overlijden (kortleven) en het toeslagrisico.

Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het belangrijkste verzekeringstechnische risico. Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de technische voorzieningen. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichting. Door toepassing van prognosetafels met een adequaat vastgestelde ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verdisconteerd in de waardering van de pensioenverplichtingen.

Met de publicatie van de Prognosetafel AG2022 op 13 september 2022 geeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) haar meest recente inschatting van de toekomstige overlevingskansen voor de Nederlandse bevolking. De Prognosetafel AG2022 vervangt de Prognosetafel AG2020. Volgens de nieuwe prognosetafel neemt de levensverwachting bij geboorte voor mannen met ongeveer een half jaar toe. Voor vrouwen is deze toename ongeveer één jaar. De resterende levensverwachting voor een 65-jarige stijgt met een paar maanden.

Verondersteld is dat de COVID-19 pandemie nog enkele jaren van invloed is op de overlevingskansen. Deze invloed neemt echter snel af. Voor de langere termijn verwacht het Koninklijk Actuarieel Genootschap dat COVID-19 geen rol meer speelt bij de verwachte overlevingskansen. 

Het toepassen van de Prognosetafel AG2022 leidt bij de Pensioenkring tot een daling van de dekkingsgraad. 

Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat Pensioenkring SVG in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen, waarvoor door Pensioenkring SVG geen voorzieningen zijn getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen.

Toeslagrisico
Het toeslagrisico omvat het risico dat de ambitie van het Bestuur om toeslagen op pensioen toe te kennen in relatie tot de algemene prijsontwikkeling niet kan worden gerealiseerd. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, beleggingsrendementen, looninflatie en demografie (beleggings- en actuariële resultaten) en van de hoogte van de dekkingsgraad van Pensioenkring SVG. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toeslagverlening voorwaardelijk is.

De zogenoemde reële dekkingsgraad geeft inzicht in de mate waarin toeslagen kunnen worden toegekend (ook wel aangeduid als de toeslagruimte). Voor het bepalen van de reële dekkingsgraad worden onvoorwaardelijke nominale pensioenverplichtingen verdisconteerd tegen een reële, in plaats van nominale, rentetermijnstructuur. Omdat er op dit moment geen markt voor financiële instrumenten aanwezig is waaruit de reële rentetermijnstructuur kan worden afgeleid, wordt gebruik gemaakt van een benaderingswijze.

Ultimo 2022 bedraagt de reële dekkingsgraad 98,0% (2021: 98,6%). Pensioenkring SVG heeft deze risico's verwerkt in de buffer voor het verzekeringstechnisch risico ultimo 2022.

Liquiditeitsrisico (S7)
Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor Pensioenkring SVG op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische en tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er moet eveneens rekening worden gehouden met de directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten.

Concentratierisico (S8)
Concentraties kunnen ertoe leiden dat Pensioenkring SVG bij grote veranderingen in bijvoorbeeld de waardering (marktrisico) of de financiële positie van een tegenpartij (kredietrisico) grote (veelal financiële) gevolgen hiervan ondervindt. Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie in de beleggingsportefeuille in producten, regio's of landen, economische sectoren of tegenpartijen. Naast concentraties in de beleggingsportefeuille kan ook sprake zijn van concentraties in de verplichtingen en de uitvoering.

Om concentratierisico's in de beleggingsportefeuille te beheersen maakt het Bestuur gebruik van diversificatie en limieten voor beleggen in landen, regio's, landen, sectoren en tegenpartijen. Deze uitgangspunten zijn door Pensioenkring SVG vastgesteld op basis van de ALM-studie. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de contractuele afspraken met de vermogensbeheerders en het Bestuur monitort op kwartaalbasis de naleving hiervan.

De spreiding in de portefeuille met vastrentende waarden is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico. Grote posten kunnen een post van concentratierisico zijn. Om te bepalen welke posten dit betreft worden per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur opgeteld. Als grote post wordt aangemerkt elke post die meer dan 2% van het balanstotaal uitmaakt. 

Ultimo 2022 zijn de volgende posten met meer dan 2% van het balanstotaal aanwezig:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Duitse staatsobligaties   67.722   11,1%   102.419   13,6%
Nederlandse staatsobligaties   12.158   2,0%   21.199   2,8%
Totaal   79.880   13,1%   123.618   16,4%

De totale waarde van de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund bedraagt 121.219 en is meer dan 2% van het balanstotaal. De beleggingen zijn uiteindelijk verspreid over meerdere beleggingsfondsen.

Operationeel risico (S9)
Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Deze risico's worden door Pensioenkring SVG beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering betrokken zijn.

Het Bestuur zorgt voor een zodanige vormgeving van de uitbesteding dat de aansluiting tussen de (informatie over) de uitbestede processen en de overige bedrijfsprocessen altijd gewaarborgd is. En tevens dat de verantwoordelijkheid van het Bestuur voor de organisatie, uitvoering en beheersing van de uitbestede werkzaamheden en het toezicht daarop niet worden ondermijnd en in lijn is met het uitbestedingsbeleid.

Het Bestuur zorgt voor voldoende waarborgen om volledig in control te kunnen zijn. Deze waarborgen behelzen onder andere het schriftelijk vastleggen van alle gemaakte afspraken en het verkrijgen van uitgebreide management informatie met een schriftelijke verantwoording over de uitvoering door de uitvoerder aan het Bestuur.

De pensioenuitvoering is uitbesteed aan TKP. Met TKP is een uitbestedingsovereenkomst en een service level agreement (SLA) gesloten. Het fiduciair beheer is uitbesteed aan Aegon AM en hiervoor is eveneens een uitbestedingsovereenkomst en een SLA overeengekomen.

Het Bestuur beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van de uitvoering door middel van performancerapportages (alleen vermogensbeheerders), SLA-rapportages, het In Control Statement en onafhankelijk getoetste interne beheersingsrapportages (ISAE 3402 rapportages). Pensioenkring SVG valt onder de reikwijdte van de ISAE 3402 controle bij Aegon AM en TKP, waardoor op deze rapportage gesteund kan worden. Voor Stap laat TKP jaarlijks een aparte ISAE 3402 rapportage opstellen. Het Bestuursbureau van Stap beoordeelt deze ISAE 3402 rapportages jaarlijks en bespreekt de uitkomsten van de analyse met het Bestuur van Stap.

Actief risico (S10)
Een actief beleggingsrisico ontstaat wanneer met het beleggingsbeleid binnen de beleggingscategorieën afgeweken wordt van het beleid volgens de benchmark. Een maatstaf voor de mate waarin actief wordt belegd is de zogenoemde 'tracking error'. De tracking error geeft aan hoe groot de afwijkingen van het rendement kunnen zijn ten opzichte van het benchmarkrendement. Hoe hoger de tracking error, hoe hoger het actief risico.

Voor Pensioenkring SVG bedraagt de tracking error van de aandelenportefeuille per eind december 0,58% (2021: 0,63%). Het actief risico is in de berekening van het vereist eigen vermogen opgenomen als S10. S10 heeft een omvang van twee maal de tracking error van de portefeuille (97,5% zekerheid). Er is verondersteld dat het actief risico niet samenhangt met de andere risicofactoren.

Systeemrisico
Systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van Pensioenkring SVG niet langer verhandelbaar zijn en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen, is dit risico voor Pensioenkring SVG niet beheersbaar. Het systeemrisico maakt geen onderdeel uit van de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets.

Derivaten
Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van financiële derivaten. De hoofdregel die hierbij geldt, is dat derivaten uitsluitend worden gebruikt voor zover dit passend is binnen het beleggingsbeleid van Pensioenkring SVG. Derivaten worden hoofdzakelijk gebruikt om de hiervoor vermelde vormen van marktrisico zo veel mogelijk af te dekken.

Derivaten hebben als voornaamste risico het kredietrisico. Dit risico wordt beperkt door alleen transacties aan te gaan met goed te boek staande partijen en door zoveel mogelijk te werken met onderpand. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van onder meer de volgende instrumenten:

  • Futures: dit zijn standaard beursgenoteerde instrumenten waarmee snel posities kunnen worden gewijzigd. Futures worden gebruikt voor het tactische beleggingsbeleid. Tactisch beleggingsbeleid is slechts zeer beperkt mogelijk binnen de grenzen van het strategische beleggingsbeleid.
  • Valutatermijncontracten: dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van valutatermijncontracten worden valutarisico's afgedekt.
  • Swaps: dit betreft met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het uitwisselen van rentebetalingen over een nominale hoofdsom. Door middel van swaps kan Pensioenkring SVG de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden.

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenposities op 31 december 2022:

(bedragen x € 1.000)
Type contract
  Maximum looptijd   Contract-omvang   Saldo
waarde
  Positieve waarde   Negatieve waarde
                     
Valutaderivaten   6 maart 2023   119.215   4.901   4.958   -57
Rentederivaten   7 oktober 2072   249.800   -49.723   3.129   -52.852
Totaal       369.015   -44.822   8.087   -52.909

Ultimo 2022 zijn voor een bedrag van 2.607 zekerheden ontvangen voor de derivatenposities (2021: 66 ontvangen) en voor 48.600 aan zekerheden gesteld (2021: geen). Dit is niet in de balans verwerkt.

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenposities op 31 december 2021:

(bedragen x € 1.000)
Type contract
  Maximum looptijd   Contract-omvang   Saldo
waarde
  Positieve waarde   Negatieve waarde
                     
Valutaderivaten       0   0   0   0
Rentederivaten   4 oktober 2071   91.000   41   414   373
Totaal       91.000   41   414   373

12.6 Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Langlopende contractuele verplichtingen

Bij de Akte van Overdracht tussen SVG en Stap is een Uitvoeringsovereenkomst overeengekomen. Het contract is aangegaan voor onbepaalde tijd. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de vaste kosten die in mindering worden gebracht op het vermogen. De vaste kosten die hieronder vallen zijn, kosten vermogensbeheer (2022: 971, 2021: 1.095), uitvoeringskosten pensioenbeheer (2022: 322, 2021: 316) en exploitatiekosten (2022: 259, 2021: 292).

Zolang Pensioenkring SVG is aangesloten bij Stap, is Pensioenkring SVG continu gehouden het benodigd weerstandsvermogen beschikbaar te stellen aan Stap.

Investeringsverplichtingen

Pensioenkring SVG heeft ultimo 2022 geen investeringsverplichtingen (2021: 2.500 voor hypotheken).

Verbonden partijen

Identiteit van verbonden partijen
Behoudens vaste bestuursvergoedingen vinden er geen andere transacties tussen de aangesloten partijen plaats.

Transacties met (voormalige) bestuurders
Er zijn geen leningen verstrekt aan, noch is er sprake van vorderingen op, (voormalige) bestuurders. De bestuurders zijn geen deelnemer van de pensioenregeling van Pensioenkring SVG.

12.7 Toelichting op de staat van baten en lasten

9. Beleggingsresultaten risico Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   Directe beleggings-
opbrengsten
  Indirecte beleggings-
opbrengsten
  Kosten vermogens-beheer   Totaal    
                     
2022                    
Vastgoed beleggingen   0   23   0   23    
Aandelen   0   -35.573   -166   -35.739    
Vastrentende waarden   1.280   -76.728   -396   -75.844    
Derivaten   1.016   -60.515   -20   -59.519    
Overige beleggingen   217   -12   0   205    
Kosten vermogensbeheer   -   -   -504   -504    
Totaal   2.513   -172.805   -1.086   -171.378    
Mutatie weerstandsvermogen               393    
                -170.985    

De kosten vermogensbeheer omvatten de kosten die door de vermogensbeheerder direct in rekening zijn gebracht. Daarnaast wordt in het kader van de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie een deel van de totale pensioenuitvoeringskosten toegerekend aan vermogensbeheer.

De transactiekosten van het vermogensbeheer zijn inbegrepen in de indirecte beleggingsopbrengsten. Dit geldt ook voor de kosten vermogensbeheer die binnen de beleggingsinstellingen worden verrekend.

De mutatie van het weerstandsvermogen, het bedrag dat in 2022 is ontvangen van Stap, bedraagt 393 (2021: -65) en is toegevoegd aan het totale beleggingsresultaat na aftrek van kosten.

(bedragen x € 1.000)   Directe beleggings-
opbrengsten
  Indirecte beleggings-
opbrengsten
  Kosten vermogens-beheer   Totaal
                 
2021                
Vastgoed beleggingen   0   1   -1   0
Aandelen   0   51.513   -204   51.309
Vastrentende waarden   1.681   -2.906   -471   -1.696
Derivaten   429   1   -50   380
Overige beleggingen   -37   -18   0   -55
Kosten vermogensbeheer   -   -   -494   -494
Totaal   2.073   48.591   -1.220   49.444
Mutatie weerstandsvermogen               -65
                49.379

10. Baten uit herverzekering

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen   -555   -209
Totaal   -555   -209

11. Pensioenuitkeringen

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Ouderdomspensioen   17.943   17.467
Partnerpensioen   3.502   3.476
Wezenpensioen   62   70
Arbeidsongeschiktheidspensioen   45   75
WAO-aanvulling   187   212
Anw-aanvulling   81   85
Afkopen   191   188
Totaal   22.011   21.573

12. Pensioenuitvoeringskosten

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Administratiekostenvergoeding   344   335
Exploitatiekosten   259   300
Dwangsommen en boetes   0   0
Overige kosten   38   11
Algemene kosten toegerekend aan kosten vermogensbeheer   -81   -90
Totaal   560   556

De administratiekostenvergoeding bestaat, naast de kosten die voortvloeien uit de uitbestedingsovereenkomst met TKP voor Pensioenkring SVG (322), uit kosten voor meerwerk activiteiten vanuit wet- en regelgeving en aanvullende dienstverlening (22).

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de Pensioenkring wordt betaald aan Stap voor governance (259). Deze kosten bestaan uit vaste exploitatiekosten, kosten voor de actuariële functie en kosten voor het Belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van deze kosten worden toegerekend aan de kosten vermogensbeheer.

Onder overige kosten zijn de bankkosten, de AON postcode analyse, contributies en kosten voor communicatie-uitingen opgenomen.

Aantal personeelsleden
Bij Pensioenkring SVG zijn geen werknemers in dienst. De werkzaamheden worden verricht door het Bestuursbureau van Stap. De hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van Stap.

13. Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring SVG

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Toeslagverlening   42.495   7.657
Wijziging pensioenregeling   0   0
Rentetoevoeging   -2.852   -3.164
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -22.454   -21.975
Wijziging marktrente   -139.287   -35.723
Wijziging actuariële grondslagen   1.175   -1.255
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -1.473   -184
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   -4.936   -69
Totaal   -127.332   -54.713

14. Mutatie herverzekeringsdeel technisch voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen   -555   -209
Totaal   -555   -209

15. Saldo herverzekering

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Uitkeringen uit herverzekering   -165   -130
Mutatie vordering herverzekering   1.381   465
Totaal   1.216   335

16. Saldo overdrachten van rechten

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Inkomende waardeoverdrachten   0   0
Uitgaande waardeoverdrachten   1.519   181
Totaal   1.519   181

17. Overige lasten

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Betaalde interest   2   4
Overig   3   0
Totaal   5   4

12.8 Gebeurtenissen na balansdatum

Gewijzigde UFR per 1 januari 2023

DNB heeft eind 2022 aangegeven dat de nieuwe UFR-methode zoals geadviseerd door de Commissie Parameters 2022, per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Het advies van de Commissie is om de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur dichter aan te laten sluiten bij de marktrente. Onder andere het startpunt voor het extrapoleren verschuift van 30 naar 50 jaar. Deze wijziging wordt in boekjaar 2023 verantwoord. Met de invoering van deze nieuwe UFR-methode komt de vorige UFR-methode, die vanaf 1 januari 2021 in vier gelijke stappen werd ingevoerd, te vervallen.

Voor de Pensioenkring is de impact van de invoering van de nieuwe UFR-methode een minimale verlaging van de dekkingsgraad per 31 december 2022. Het toepassen van de nieuwe UFR-methode heeft per 1 januari 2023 een effect van ongeveer -0,1%-punt op de dekkingsgraad van Pensioenkring SVG.

Bankencrisis

In maart 2023 is een aantal Amerikaanse banken in de problemen gekomen. Als gevolg hiervan heeft de Amerikaanse overheid bij twee banken ingegrepen. Dit betreft Silicon Valley Bank (SVB) en Signature Bank. Enige tijd later kwamen ook andere banken in moeilijkheden, waaronder Credit Suisse dat gedwongen werd overgenomen door branchegenoot UBS. De directe exposure naar de genoemde Amerikaanse banken in de beleggingsportefeuilles van de Pensioenkringen van Stap is zeer beperkt. Binnen de portefeuilles met vastrentende waarden is er geen exposure naar SVB en Signature Bank. Binnen aandelen is een beperkte exposure aanwezig naar Signature bank en SVB, maar dit is beperkt tot minder dan 0,1% van de portefeuilles met aandelen. Credit Suisse is geen bancaire tegenpartij van Stap en komt niet voor in de geldmarktfondsen die voor de Pensioenkringen worden ingezet. De directe exposure naar Credit Suisse in de vorm van aandelen en bedrijfsobligaties is niet groot. Zie onder de exposures van de verschillende beleggingsfondsen die voor de Pensioenkringen van Stap zijn ingezet ten tijde van de escalatie van de situatie bij Credit Suisse in maart 2023.

Credit Suisse

Fund Fund Index
MM Credit Fund 2,07% 0,94%
MM Global Green bond 0,00% 0,07%
MM Credit Index 0,60% 0,65%
MM High Yield 0,21% 0,00%
MM European Equitiy Fund 0,10% 0,09%
MM World Equity Index Fund 0,02% 0,02%
MM World Equity Index SRI Fund 0,00% 0,00%

De gebeurtenissen bij de Amerikaanse banken en bij Credit Suisse zorgen in 2023 voor onzekerheid in de financiële markten. De markten maakten in de eerste maanden van 2023 bewegingen die typisch zijn als reactie op de ontwikkelingen. Banken en financiële waarden in het algemeen werden stevig afgestraft. Er werd afscheid genomen van meer risicovolle beleggingen (aandelen dalen, credit spreads lopen uit) en er was sprake van een vlucht naar veilige havens (de rente daalt, de US Dollar en de goudkoers stijgen). Aan de andere kant reageerde de markten ook positief op het moment dat centrale banken adequaat intervenieerden, zoals na de lening van de Zwitserse centrale bank aan Credit Suisse. 

Naar verwachting zal er nog wel enige tijd een onrustig marktsentiment blijven bestaan. Markten zullen volatiel blijven zolang het vertrouwen breekbaar is en het onzeker is hoe centrale banken zullen handelen. Het feit dat de bewegingen in dit geval typisch zijn (de waarde van aandelen dalen, die van staatsobligaties en swaps stijgen) betekent dat diversificatie in de portefeuille van de Pensioenkring op dit moment werkt. Het langetermijnbeleid van de Pensioenkring, waaronder ook de afdekking van het renterisico, wordt nog steeds als robuust beschouwd en zodoende wordt vastgehouden aan de reguliere regels voor herbalancering.

Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap

Het Bestuur

Huub Popping
Danielle Melis
Fred Ooms
Marga Schaap

Versie:
v6.2.36

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report