Spring naar inhoud

7. Verslag Pensioenkring GE Nederland

7.1 Kerngegevens

  2022   2021
Aantal Deelnemers      
Actieven en arbeidsongeschikten 505   500
Gewezen deelnemers 1.907   1.868
Pensioengerechtigden 166   158
Totaal 2.578   2.526
       
Dekkingsgraad      
Beleidsdekkingsgraad 125,6%   116,4%
Feitelijke dekkingsgraad 129,4%   122,4%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,1%   104,1%
Vereiste dekkingsgraad 125,2%   127,6%
       
Financiële positie (in € 1.000)      
Pensioenvermogen 458.757   635.768
Technische voorzieningen risico Pensioenkring* 351.836   515.857
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 1.899   2.503
Technische voorzieningen risico deelnemers 813   991
Eigen vermogen 104.209   116.417
Minimaal vereist eigen vermogen 14.483   21.121
Vereist eigen vermogen 89.280   143.162
       
Premies en uitkeringen (in € 1.000)      
Kostendekkende premie 14.796   9.684
Gedempte premie 12.560   7.766
Feitelijke premie ** 12.807   7.838
Pensioenuitkeringen 3.710   1.045
       
Toeslagen      
Deelnemers 3,39%   2,00%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 0,00%   2,70%
Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) 0,00%   0,00%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief)
0,00%   0,00%
       
Beleggingsrendement ***      
Beleggingsrendement risico pensioenkring -27,4%   0,0%
Beleggingsrendement risico deelnemer -17,9%   13,3%
       
Kostenratio`s ****      
Pensioenuitvoeringskosten 0,13%   0,04%
Vermogensbeheerkosten 0,18%   0,06%
Transactiekosten 0,01%   0,04%
  2022   2021
Gemiddelde duration (in jaren)      
Actieve deelnemers 23,8   26,0
Gewezen deelnemers 24,8   26,7
Pensioengerechtigden 11,0   12,8
Totaal gemiddelde duration 22,4   24,7
       
Gemiddelde rekenrente 2,48%   0,60%

7.2 Algemene informatie

Pensioenkring GE Nederland is vanaf 1 september 2021 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van Stichting Pensioenfonds General Electric Nederland in liquidatie overgedragen aan Stap Pensioenkring GE Nederland door middel van een collectieve waardeoverdracht. De aangesloten werkgevers en Stap zijn per 1 september 2021 een uitvoeringsovereenkomst aangegaan voor een periode van vijf jaar.

De samenstelling en zittingstermijnen van het Belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid Belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste Herbenoeming Laatste termijn eindigt op
Nina Nijs (1953), voorzitter
namens de deelnemers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Taugir Sardar (1978), vice voorzitter
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Arjan van der Linde (1976), lid
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Sjoerd Lousberg (1981), lid
namens de werkgevers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Dirk van Unnik (1964), lid
namens de deelnemers
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033
Fred Bos (1945), lid
namens de pensioengerechtigden
01-09-2021 01-09-2025 01-09-2029 01-09-2033

Voor vijf van de zeven leden van het Belanghebbendenorgaan eindigde de eerste zittingstermijn op 1 september 2022. Op dat moment zijn er nadere afspraken gemaakt over de samenstelling van het Belanghebbendenorgaan en is het Belanghebbendenorgaan terug gegaan van 8 leden naar 6 leden. Daarbij zijn Nina Nijs, Dirk van Unnik en Fred Bos definitief benoemd en is Arjan van der Linde als lid namens de werkgevers toegetreden tot het Belanghebbendenorgaan. Nina Nijs heeft de functie van voorzitter overgenomen van Yvonne den Bakker en Taugir Sardar heeft de functie van vice-voorzitter op zich genomen. En Sjoerd Lousberg vertegenwoordigt met ingang van deze datum de werkgevers. Met het oog op toekomstige vacatures is het Belanghebbendenorgaan eind 2022 uitgebreid met een aspirant lid, die de vergadering als toehoorder bijwoont.

Het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland heeft in 2022 twee keer overleg gehad met het Bestuur. In mei 2022 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2021 en het tweede overleg heeft in december 2022 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2023, het jaarplan 2023, de toeslagverlening per 31 december 2022, het communicatiejaarplan 2023 en het pensioenreglement 2023 behandeld. Naast de vergaderingen met het Bestuur, heeft het Belanghebbendenorgaan ook zeven eigen vergaderingen gehad waarbij een delegatie van het Bestuursbureau aanwezig was.

7.3 Pensioen paragraaf

Kenmerken regeling

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een onvoorwaardelijke middelloonregeling voor actieve deelnemers en met voorwaardelijke toeslagen voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst.

Pensioenleeftijd Leeftijd 68 jaar

Toetredingsleeftijd Leeftijd 21 jaar

Pensioengevend salaris 12 maal het overeengekomen basissalaris en de overeengekomen ploegentoeslag, alsmede de door de werkgever schriftelijk aangewezen vaste (persoonlijke) toeslagen vermeerderd met de bijbehorende vakantietoeslag en de dertiende maand. Het pensioengevend salaris is gemaximeerd € 114.866 (2022).

Franchise € 14.891 (2022), verhoging volgt het bruto minimumloon.

Pensioengrondslag De pensioengrondslag bedraagt het pensioengevend salaris minus de franchise. De pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met de parttimefactor.

Opbouwpercentage ouderdomspensioen Het opbouwpercentage is 1,875%.

Partnerpensioen Het partnerpensioen bedraagt 70% van het bereikbare ouderdomspensioen.

Wezenpensioen Het wezenpensioen bedraagt per kind 14% van het bereikbare ouderdomspensioen. Het totale bedrag aan wezenpensioen bedraagt niet meer dan 70% van het bereikbare ouderdomspensioen.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Arbeidsongeschiktheids-pensioen 70% van het positieve verschil tussen het pensioengevend salaris en het maximum jaarloon waarover uitkeringen ingevolge de WIA worden genoten, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief AOP
* / **
Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 31 december 2021 500 8 138 12 1.868 2.526
Bij 81 0 21 0 72 174
Af 76 8 5 0 33 122
Per 31 december 2022 505 0 154 12 1.907 2.578

Financieringsbeleid

Pensioenfondsen zijn verplicht om een kostendekkende premie te berekenen. De kostendekkende premie is het (wettelijk) ijkpunt bij de beoordeling van de feitelijke premie.

Feitelijke premie

De feitelijke premie is gelijk aan de gedempte premie. Om het weerstandsvermogen op peil te houden dient er tevens een bijdrage te worden geleverd aan het weerstandsvermogen. Deze opslag is geen onderdeel van de gedempte premie of het vermogen in de Pensioenkring.

Gedempte premie

Om conform de Pensioenwet te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de Pensioenkring de zogenoemde gedempte premie. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van onder andere de volgende uitgangspunten en wordt uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslagsom.

Basispremie Actuariële koopsom voor het in het jaar op te bouwen ouderdomspensioen en de toegekende toeslagen vermeerderd met de risicopremies voor nog niet opgebouwde aanspraken op partnerpensioenen en wezenpensioen en de premievrijstelling en het arbeidsongeschiktheidspensioen.

Premie extra pensioenaanspraken Dit betreft inkoop van een extra pensioenaanspraak op grond van het addendum bij het Pensioenreglement 67 jaar.

Aanvullende werkgeversbijdrage De premie wordt elk jaar verhoogd met een aanvullende werkgeversbijdrage van 0,8% van de brutoloonsom van alle actieve deelnemers in de Pensioenkring. De brutoloonsom bestaat uit de som van de bruto jaarsalarissen van de actieve deelnemers. In dit bruto jaarsalaris wordt het vakantiegeld meegenomen, maar worden variabele emolumenten (zoals onder andere bonus betalingen, toeslagen, overwerk- en/of onregelmatigheidstoeslagen) buiten beschouwing gelaten. Peildatum is 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de aanvullende werkgeversbijdrage wordt betaald. Over deze bijdrage is geen opslag voor toekomstige uitvoeringskosten en solvabiliteitsopslag verschuldigd.

Rekenrente De berekening van de gedempte premie is gebaseerd op een disconteringvoet van 1,7%, die is vastgesteld op basis van:
• een verwacht nominaal rendement op basis van de huidige strategische beleggingsmix;
• een rendement op vastrentende waarden dat gelijk is aan de rentetermijnstructuur van 31 augustus 2019. Het rendement op vastrentende waarden staat voor de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025 vast;
• een opslag voor toekomstbestendig indexeren.

De risicopremies zijn gelijkgesteld aan de maximale rendementsparameters zoals vastgesteld in artikel 23a van het Besluit FTK en geldend per 1 januari 2020 inclusief nieuwe UFR.

Solvabiliteit De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het percentage dat behoort bij het vereist eigen vermogen op basis van het strategische beleggingsbeleid.

Sterftekansen Ontleend aan de meest recente prognosetafel, zoals gepubliceerd door het Koninklijke Actuarieel Genootschap. Bij gebruik van de prognosetafel wordt rekening gehouden met leeftijdsafhankelijke ervaringssterftefactoren die zijn vastgesteld met behulp van het Demographic HorizonsTM Model (Aon).

Kostendekkende premie

Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring GE Nederland bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Pensioenkring GE Nederland.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring GE Nederland, komen ten goede aan respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring GE Nederland.

7.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2022 en 2021 opgenomen.

    2022     2021  
  in € miljoen Actuele
mix in %
Strategische
mix in %
in € miljoen Actuele
mix in %
Strategische
mix in %
Aandelen 256,6 51,6 50,0 350,8 52,3 50,0
Opkomende markten 35,2 7,1 6,5 41,7 6,2 6,5
Ontwikkelde markten 221,4 44,5 43,5 309,1 46,1 43,5
Vastrentende waarden * 227,1 48,4 50,0 314,6 47,7 50,0
Hypotheken Nederland 17,8 3,6 5,0 21,4 3,2 5,0
Discretionaire bedrijfsobligaties 64,7 13,0 15,0 90,0 13,4 15,0
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 144,6 29,1   203,2 30,3  
Liquiditeiten 6,5 1,3 30,0 7,3 1,1 30,0
Overlay 6,8 1,4   -1,4 -0,2  
Interest Rate Swap 6,8 1,4   -1,4 -0,2  
Totaal ** / *** 497,0 100,0 100,0 671,2 100,0 100,0

In december 2022 is, na goedkeuring van het Belanghebbendenorgaan, het beleggingsplan 2023 vastgesteld. Het beleggingsplan 2023 heeft als ingangsdatum 1 januari 2023.

Ten opzichte van het beleggingsplan 2022 zijn de volgende wijzigingen in de strategische asset allocatie aangebracht voor het beleggingsplan 2023:

  • De bandbreedte rondom de categorie discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties plus de exposure naar liquiditeiten wordt aangepast in: 20% van het strategisch gewicht van de categorie plus het verschil in het niveau tussen de maximale en neutrale fysieke kas die voortvloeit uit de onderpandbehoefte voor interest rate swaps.
  • De samenstelling en invulling van de portefeuille met bedrijfsobligaties wordt gewijzigd. Zo wordt de allocatie naar euro bedrijfsobligaties ingevuld met een belegging in een actief beheerde beleggingsoplossing om op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB) een volgende stap in ESG-integratie te bewerkstelligen. Ook is een allocatie naar wereldwijde bedrijfsobligaties zonder financials en met een minimum kredietrating van A toegevoegd om de matchingkwaliteit te waarborgen. Ten slotte is, mede gericht op het MVB-thema klimaat, een deel-allocatie naar Green Bonds toegevoegd.
  • Er worden staatsobligaties toegevoegd met de introductie van een minimum allocatie naar discretionaire staatsobligaties (nominaal en inflatie-gerelateerd) om te kunnen voldoen aan de onderpand verplichtingen voor derivaten.
  • De afdekking van het renterisico wordt verhoogd naar het neutrale afdekkingsniveau (70%) met behulp van een swap-overlay. De introductie van een swap-overlay vermindert de afhankelijkheid van langlopende (staats)obligaties met bijbehorend kredietrisico. De verhoging van de afdekking van het renterisico vindt gefaseerd plaats. Gedurende elk kwartaaleinde dient het afdekkingspercentage met 5%-punt te worden verhoogd, totdat het nieuwe strategische afdekkingspercentage van 70% is bereikt. De laatste 5% punt ophoging zal begin december worden uitgevoerd. Gedurende een kwartaal wordt er een bandbreedte van +/- 3%- punt rondom het verhoogde rente afdekkingsniveau gehanteerd.
  • De allocatie naar hypotheken wordt met 5%-punt verhoogd ten laste van de allocatie naar staatsobligaties met een lagere credit rating (Frankrijk en België).
  • De valuta-afdekking voor aandelen wordt verlaagd van 100% naar 50% en voor de gehele portefeuille vindt de afdekking alleen nog plaats voor de USD, GBP en JPY.
  • De wereldaandelenportefeuille ontwikkelde markten wordt omgezet naar MSCI World SRI Index.
  • De allocatie-bandbreedtes worden aangepast conform de risicobeginselen van Stap . De bandbreedtes rondom de strategische gewichten zijn in beginsel +/- 20%. Op de standaard uitgangspunten kunnen uitzonderingen gelden. Categorieën die zeer beweeglijk zijn, relatief hoge transactiekosten kennen of minder goed verhandelbaar zijn, kunnen een grotere bandbreedte krijgen, namelijk +/- 25%. Voor de categorie hypotheken geldt een minimum gewicht van 0% vanwege de opbouwfase. Tenslotte is de bandbreedte op nominale staatsobligaties en kas afgestemd op DV01 van de te introduceren swap portefeuille.
  • Vanwege de introductie van de swap-overlay is de bandbreedte rondom de renterisico-afdekking aangescherpt (van +/-5% punt naar +/-3% punt). Tevens is het hierdoor mogelijk geworden om looptijdrestricties te implementeren waarbij in enig looptijdbucket de renterisico-afdekking in de bucket niet meer dan 5% van de DV01 van de totale verplichtingen mag afwijken (met uitzondering van de twee langstlopende buckets met looptijden van 35 jaar en langer).

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2022 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen -14,1 -13,2 -1,1 -7,1
Aandelen opkomende markten
(Northern Trust - Emerging Markets Custom ESG EI FGR-HE)
-15,4 -15,6 0,2 -1,2
Aandelen ontwikkelde markten
(MM World Equity Index Fund)
-13,9 -12,8 -1,2 -5,9
Vastrentende waarden -36,5 -33,6 -4,3 -18,0
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
-16,8 -20,1 4,2 -0,6
Discretionaire portefeuille bedrijfsobligaties -26,5 -13,9 -14,6 -3,4
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties -42,3 -42,3 0,0 -14,0
Liquiditeiten       -0,1
Totaal exclusief overlay -25,1 -23,1 -2,6 -25,2
Totaal overlay       -2,2
FX Forward       -2,2
Totaal inclusief overlay -27,4     -27,4

Toelichting resultaten beleggingen 2022

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de Pensioenkring.

Het totaalresultaat van de beleggingen was in 2022 fors negatief. Voor een groot deel is dit resultaat toe te schrijven aan de beleggingen die worden ingezet voor de afdekking van het renterisico (de meeste vastrentende waarden en de interest rate swaps). Door de gestegen rente hebben deze beleggingen een negatief resultaat behaald. Dit is echter in lijn met de doelstelling van deze beleggingen om de waardeverandering van de pensioenverplichtingen te volgen. De gestegen rente heeft immers ook geleid tot een daling van de waarde van de pensioenverplichtingen. Omdat de Pensioenkring het renterisico niet volledig afdekt, heeft de gestegen rente ondanks het negatieve resultaat op de vastrentende beleggingen een positief effect gehad op de dekkingsgraad. Daarnaast zorgde een aantal belangrijke macro-economische en politieke gebeurtenissen in 2022, waaronder de oorlog in Oekraïne, voor dalende aandelenkoersen. Per saldo resulteerde een sterk negatief totaalrendement.

De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.

Toelichting resultaten aandelen

Door de sterke daling van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met -7,1%-punt negatief bij aan het totaal rendement. Het MM World Equity Index Fund had met -5,9%-punt de grootste negatieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Ontwikkeling aandelen ontwikkelde markten
Het MM World Equity Index Fund belegt wereldwijd in aandelen van ondernemingen uit ontwikkelde markten. Het uitsluitingenbeleid behorend bij het beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Beleggen had dit jaar een negatieve impact op het relatieve rendement van circa 2%. Als gevolg hiervan behaalde het fonds een negatief relatief rendement.

Ontwikkeling aandelen opkomende markten
Het Northern Trust Emerging Markets ESG fonds is een passief beleggingsfonds dat als doel heeft het rendement van de benchmark zo nauwkeurig mogelijk te benaderen. Over 2022 behaalde het fonds een rendement dat beperkt hoger lag dan het rendement van de benchmark en presteerde hiermee in lijn met de verwachting. 

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen -18,0%-punt bij aan het totaal rendement. De portefeuille met discretionaire nominale staatobligaties leverde met -14,0%-punt de grootste negatieve bijdrage aan deze beleggingscategorie, terwijl het MM Dutch Mortgage Fund de minst negatieve bijdrage liet zien van -0,6%-punt.

Ontwikkeling discretionaire staatsobligaties
In de verslagperiode behaalde de portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties een negatief rendement. Europese staatsobligaties lieten een daling zien als gevolg van een sterk opgelopen rente. Een belangrijke reden voor de hogere rente was de scherp oplopende inflatie, welke vooral werd veroorzaakt door de voedsel- en energiecrisis voortkomend uit de Russische invasie in Oekraïne en de economische sancties hierop vanuit het westen. De Europese Centrale Bank heeft de rente met 2,5%-punt verhoogd om zo een halt te roepen aan de inflatiecijfers.

Ontwikkeling discretionaire bedrijfsobligaties
In de verslagperiode behaalde de portefeuille met discretionaire bedrijfsobligaties een negatief rendement. Na de Russische invasie in Oekraïne en de hierop volgende economische sancties vanuit het Westen, kreeg vooral Europa te maken met een voedsel- en energiecrisis welke doorwerkte in een enorm inflatiecijfer. De centrale bank was genoodzaakt om met enorme renteverhogingen te komen waardoor de spreads op bedrijfsobligaties een flinke tik kregen. De economie werd mede door deze renteverhogingen richting een recessie geduwd om zo de inflatie onder controle te krijgen, waardoor de bedrijfsobligaties ook een herprijzing kregen.

Ontwikkeling Nederlandse hypotheken
Het MM Dutch Mortgage Fund droeg -0,6%-punt negatief bij aan het beleggingsrendement van de Pensioenkring. Het rendement van de belegging in het MM Dutch Mortgage Fund was in 2022 wel beter dan dat van Nederlandse staatsobligaties. De risicopremie van hypotheken was per saldo stabiel in 2022. Het fonds profiteerde gedurende 2022 van de spread van hypotheken ten opzichte van staatsobligaties. Daarnaast was de wat lagere duratie van het fonds ten opzichte van de benchmark positief voor het relatief rendement gezien de aanzienlijke rentestijging in 2022. De huizenmarkt in Nederland was in de tweede helft van 2022 wat zwakker, maar het fonds is goed beschermd door de relatief lage loan-to-value (minder dan 60%). Betalingsachterstanden op hypotheken zijn zeer laag ondanks de gestegen prijzen voor energie. 

Ontwikkelingen liquiditeiten
Voor het BlackRock ICS Euro Liquidity Fund was de primaire focus om te kunnen voorzien in liquiditeit vanwege de aanhoudende onzekerheden in de financiële markten. Om dit te bewerkstelligen hield men vast aan een relatief hoge allocatie naar dagelijks opvraagbare deposito’s en posities met een looptijd van maximaal één week. De gemiddelde allocatie naar deze instrumenten lag rond de 50%. Om te profiteren van de oplopende rente werd gedurende het jaar meer belegd in posities met een relatief korte looptijd. Het behaalde rendement, vanaf april 2022, was licht positief.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de Pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in 2022 -2,2%-punt bij aan het rendement. De valuta-afdekking droeg negatief bij, aangezien de Amerikaanse dollar sterker werd ten opzichte van de euro. De Japanse yen en het Britse pond werden juist iets zwakker ten opzichte van de euro.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal;
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark.
Attributie beleggingscategorieën eind 2022    
Cijfers in % * Allocatie effect Selectie effect
Aandelen 0,10 -0,60
Vastrentende waarden -0,10 -1,90
Liquiditeiten 0,00 -0,10
Totaal 0,00 -2,60

Het negatieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het discretionaire beleggingsfonds met bedrijfsobligaties zorgde voor de grootste negatieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met -2,1%-punt.

Uitvoering MVB beleid

Voor de Pensioenkring geldt dat, naast de genoemde uitvoering van het MVB beleid in het hoofdstuk ‘Beleggingen’, voor de beleggingen in het NT Emerging Markets Fund de volgende additionele activiteiten zijn uitgevoerd.

Voor de beleggingen in het Northern Trust Emerging Markets Fund voert de fondsbeheerder stem- en engagement activiteiten uit en bepaalt het de uitsluitingslijst. Het MVB-instrumentarium binnen het Northern Trust Emerging Markets Fund wordt hieronder toegelicht.

Uitsluitingen

  • Het Global Sustainable Investing Team van Northern Trust is verantwoordelijk voor het bepalen van de uitsluitingen van ondernemingen die deel uitmaken van de MSCI Emerging Markets. Op basis van de uitsluitingen construeert MSCI de MSCI Emerging Markets Custom ESG Index.
  • Ondernemingen binnen het fonds worden uitgesloten op basis van onderstaande criteria:
    • Het niet voldoen aan de UN’s Global Compact Ten Principles;
    • Tabak (5% of meer van omzet);
    • Wapens;
    • Thermische kolen (productie & stroomopwekking) (5% of meer van omzet);
    • Unconventional Oil & Gas (>5% van de omzet) en Arctic Oil (>1% van de omzet);
    • Commerciële gevangenissen (5% of meer van omzet);
    • Governance restricties:
      - Individuele aandeelhouder mag max 30% van het stemrecht hebben;
      - Minimaal de helft van de Raad van Bestuur moet onafhankelijk zijn;
      - Minimaal de helft van de audit commissie moet onafhankelijk zijn;
      - Minimaal de helft van de remuneratie commissie moet onafhankelijk zijn;
      - De ondernemingen moeten een clean (non-qualified) auditor opinion hebben.

Screening en engagement

  • Het engagementbeleid van Northern Trust Asset Management is gericht op governance, risicobeheer, audit, bedrijfscultuur, energie, sociale & ethische waarden en duurzame waarde creatie. Engagement activiteiten worden uitgevoerd door een intern ESG team en via de stewardship service provider Hermes EOS.

Stembeleid

  • Northern Trust stemt namens de beleggingen in het fonds. De Northern Trust Policy heeft specifiek betrekking op SRI-richtlijnen die mensenrechten, dierenrechten, aandacht voor vrouwen in raden van bestuur, diversiteit en gelijke werkgelegenheid, milieu en duurzaamheid en liefdadigheidsbijstand overwegen. De Northern Trust’s Proxy Committee is verantwoordelijk voor de inhoud, interpretatie en toepassing van de proxy voting guidelines.

7.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (voor Stap 30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2022 2021 2022 2021
Soort kosten € ** % * % * / **
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 731 240 0,13 0,04
Kosten vermogensbeheer 987 369 0,18 0,06
Transactiekosten 47 262 0,01 0,04
Totaal *** 1.765 871 0,32 0,14

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

  2022 2021 2022 2021
Soort kosten € ** % * % * / **
Administratiekostenvergoeding 409 137 0,07 0,02
Administratiekostenvergoeding meerwerk 58 26 0,01 0,00
Exploitatiekosten Stap 306 105 0,06 0,02
Overige kosten 48 3 0,01 0,00
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -90 -31 -0,02 0,00
Totaal *** 731 240 0,13 0,04

De administratiekostenvergoeding is in 2022 toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 3,9% voor 2022. De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2022 uit een vergoeding voor onder meer de begeleiding en voorbereiding van het risicobereidheidsonderzoek, de herstructurering van de aangesloten ondernemingen en het informatieverzoek van AFM voor de toezichtrapportage tweedepijlerpensioen.

De overige kosten zijn in 2022 toegenomen door het advies voor de herstructurering van de aangesloten ondernemingen en voor de onderzoeken die zijn uitgevoerd en doordat er meer mailingen, voor onder meer het risicobereidheidsonderzoek, zijn uitgestuurd.

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

      2022 2021 *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer        
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( in € 1.000)     731 240
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) **     1.089 365

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde bedragen 1.089 in 2022. De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2021 op totaalniveau flink gestegen. Dit wordt namelijk veroorzaakt door het feit dat de kosten en het gemiddeld belegd vermogen in 2021 bepaald zijn over de periode van 1 september 2021 tot en met 31 december 2021. Hierdoor geven de uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde voor 2021 een vertekend beeld.

Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigden is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. 

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 987 betreft alle door de Pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

      2022 2021
Kosten vermogensbeheer     € *
Directe kosten vermogensbeheer     745 274
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat)     242 95
Totale kosten van vermogensbeheer     987 369

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    - beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie; 
    - vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst;
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten;
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer.

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (745) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (773). Een deel van de overige kosten (28) bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag wordt onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie.
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager.
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten.

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2022 2021 2022 2021
Categorie beleggingen € ** % * % * / **
Aandelen 284 118 0,05 0,02
Vastrentende waarden 240 98 0,04 0,01
Overig 373 122 0,07 0,02
Totaal 897 338 0,16 0,05
Allocatie vanuit pensioenbeheer 90 31 0,02 0,01
Totaal *** 987 369 0,18 0,06

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen en zijn in 2022 0,12%-punt hoger dan in 2021 (0,06%). Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de kosten en het gemiddeld belegd vermogen in 2021 bepaald zijn over de periode van 1 september 2021 tot en met 31 december 2021. 

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen;
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen.

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2022 2021 2022 2021
Categorie beleggingen € ** % * % * / **
Aandelen 20 252 0,00 0,04
Vastrentende waarden 20 1 0,00 0,00
Derivaten 7 9 0,00 0,00
Totaal *** 47 262 0,01 0,04

In bovenstaande kosten is een bedrag van 9 (2021: 173) begrepen voor toe-en uittredingskosten van de Pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten zijn in 2022 0,03%-punt lager dan vorig jaar (2021: 0,04%). Deze daling wordt verklaard, doordat er bij de start van de Pensioenkring in september 2021 meer transactiekosten gemaakt zijn. 

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2022 bedroegen 0,18% van het gemiddeld belegd vermogen. De Pensioenkring belegde in 2022 niet actief in aandelen en obligaties. Als gevolg daarvan is er geen prestatieafhankelijke vergoeding betaald.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de Pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de Pensioenkring en welke kosten hier buitenvallen. 

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen.
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn.
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten).
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten.

Uitvoeringskosten en oordeel Bestuur

Het Bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het Bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het Bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de Pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het Bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het Bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

7.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2022 is de rentetermijnstructuur (RTS) gestegen, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de Pensioenkring zijn gedaald. De invoering van de tweede stap van de Ultimate Forward Rate (UFR) per 1 januari 2022 heeft dit effect licht getemperd. Per saldo heeft de rente in 2022 een positief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een negatief beleggingsrendement van -27,4% zorgde daarentegen voor een daling van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2022 gestegen van 122,4% naar 129,4%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2022 gestegen van 116,4% naar 125,6% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 125,2%. Daarmee is ultimo 2022 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2022 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 129,1%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2022 2021
Beleidsdekkingsgraad 125,6 116,4
Feitelijke dekkingsgraad 129,4 122,4
Dekkingsgraad op basis van marktrente 129,1 117,9
Reële dekkingsgraad 92,9 93,1
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,1 104,1
Vereiste dekkingsgraad 125,2 127,6
Rekenrente vaststelling TV 2,48 0,60

Herstelplan

De Pensioenkring heeft op 30 maart 2022 een actualisatie van het herstelplan ingediend bij DNB. In dat herstelplan werd voor 2022 een stijging van de feitelijke dekkingsgraad verwacht naar 126,7% en een stijging van de beleidsdekkingsgraad naar 124,6%. Op 19 mei 2022 heeft DNB ingestemd met het in 2022 geactualiseerde herstelplan.

Door de stijging van de rente, is de feitelijke dekkingsgraad (129,4%) per eind 2022 hoger uitgekomen dan werd verwacht. De beleidsdekkingsgraad is ook hoger geëindigd op 125,6%.

DNB heeft in januari 2023 laten weten dat voor Pensioenkring GE Nederland geen geactualiseerd herstelplan ingediend hoefde te worden. De beleidsdekkingsgraad per 31 december 2022 (125,6%) is hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen (125,2%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2022 is de beleidsdekkingsgraad (125,6%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,1%). De MVEV-korting is per 31 december 2022 voor Pensioenkring GE Nederland dus niet aan de orde.

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

De Nederlandsche Bank heeft aan Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap voor Pensioenkring GE Nederland ontheffing verleend van het bij of krachtens artikel 137, lid 2 van de Pensioenwet bepaalde onder de volgende voorwaarden:

  1. Het verlenen van de voorwaardelijke toeslagen is alleen mogelijk als de dekkingsgraad ligt boven het niveau behorend bij het minimaal vereist vermogen;
  2. De ontheffing vervalt met ingang van het moment dat de voorwaardelijke toeslagverlening niet langer wordt gefinancierd door een opslag op de premie;
  3. De ontheffing vervalt met ingang van het moment dat de verplichting van de aangesloten ondernemingen om herstelpremies te betalen, wordt aangepast, tenzij Stap ten genoegen van DNB kan onderbouwen dat de aanpassing geen gevolgen heeft voor de herstelpremies die Stap voor de Pensioenkring GE Nederland ontvangt of zal ontvangen.

De verleende ontheffing heeft tot doel dat Stap jaarlijks de door de ondernemingen betaalde premie voor toeslagverlening voor de inactieve deelnemers behorend bij Pensioenkring GE Nederland kan aanwenden voor toeslagverlening aan de inactieve deelnemers, voor zover de feitelijke dekkingsgraad boven het niveau behorend bij het minimaal vereist vermogen ligt. DNB kan de verleende ontheffing wijzigen of intrekken, bijvoorbeeld indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven of omstandigheden/feiten bekend worden, waar DNB op het tijdstip van het verlenen van de ontheffing, niet van op de hoogte was.

Toeslagbeleid

De indexatie van de aanspraken van actieve en arbeidsongeschikte deelnemers maakt deel uit van de pensioenovereenkomst, en is derhalve onvoorwaardelijk. De toeslag voor actieve deelnemers wordt gefinancierd uit de premie.

De indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken van gewezen deelnemers en van de ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden (waaronder arbeidsongeschiktheidspensioenen) is voorwaardelijk. De toeslag wordt gefinancierd uit de premie. De Nederlandsche Bank heeft voor Pensioenkring GE Nederland aan Stap ontheffing verleend voor de toepassing van de methodiek van toekomstbestendig indexeren (TBI), zoals vastgelegd in artikel 137 lid 2 van de Pensioenwet. Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken van gewezen deelnemers en de ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden voorwaardelijk (gedeeltelijk) kunnen worden verhoogd bij een feitelijke dekkingsgraad die hoger is dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen.

Ultimo 2022 is een volledige toeslag van 3,39% (2021: 2,00%) verleend aan de actieve deelnemers van Pensioenkring GE Nederland. Aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is eind 2022 nog geen toeslag verleend. Deze wordt begin 2023 toegekend. Per 1 januari 2023 wordt aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden een toeslag verleend van 6,61% (2021: 2,70%).

Richtlijnen voor toeslagen

Zowel de onvoorwaardelijke toeslag voor de deelnemers als de voorwaardelijke toeslag voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt uit de premie gefinancierd.

Eenmalige bijdrage bij uittreding (sub)onderneming

Indien en nadat een onderneming al dan niet als gevolg van een overdracht de status van aangesloten onderneming verliest, is deze onderneming aan de Pensioenkring een eenmalige bijdrage verschuldigd ter dekking van de lasten voor de toekomstige toeslagverlening aan de gewezen deelnemers die op het moment waarop de onderneming niet langer kan worden aangemerkt als aangesloten onderneming, in dienst zijn van deze onderneming.

Inhaaltoeslag

De Nederlandsche Bank heeft voor Pensioenkring GE Nederland aan Stap ontheffing verleend voor de toepassing van de methodiek van toekomstbestendig indexeren (TBI). Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken voor gewezen deelnemers en ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden voorwaardelijk (gedeeltelijk) kunnen worden verhoogd bij een feitelijke dekkingsgraad die hoger is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen. Indien er een toeslag wordt gemist doordat de feitelijke dekkingsgraad lager is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen kan deze toeslag worden ingehaald op het moment dat de feitelijke dekkingsgraad hoger is dan behorend bij het minimaal vereist vermogen. Voorwaarde hierbij is wel dat ook na de toekenning, de feitelijke dekkingsgraad hoger is dan (of gelijk aan) de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen.

Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal als volgt worden toegepast:

  • volledige toeslagverlening;
  • herstel van kortingen;
  • inhaal van indexatieachterstand (verjaringstermijn 10 jaar).

7.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen en de verleende toeslagen. 

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de Pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de jaarrekening, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2022 2021
Resultaat op beleggingen -180.024 -497
Resultaat op wijziging RTS 171.722 20.371
Resultaat op premie 305 1.349
Resultaat op waardeoverdrachten 251 95.879
Resultaat op kosten 0 0
Resultaat op uitkeringen 143 81
Resultaat op kanssystemen 239 768
Resultaat op toeslagverlening 400 -1.531
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen -5.270 0
Resultaat op andere oorzaken 26 -3
Totaal saldo van baten en lasten -12.208 116.417

Toelichting actuarieel resultaat

In 2022 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt -180.024. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2022 negatief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad. 

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2022 ligt gemiddeld genomen boven de RTS ultimo 2021. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2022 met circa 1,89%-punt gestegen. Dit heeft geleid tot een afname van de technische voorzieningen en dus tot een positief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt 172.301.

Daarnaast heeft DNB in 2020 besloten om de nieuwe UFR-methode gefaseerd in te voeren. De invoering van de tweede stap heeft per 1 januari 2022 plaatsgevonden. Hiervan is het resultaat -579. Het totaal resultaat van de wijziging van de rente bedraagt 171.722.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt 239.

Toeslagverlening

In het boekjaar is aan de actieve deelnemers een toeslag van 3,39% verleend per 1 januari 2023. Door de gestegen rente is deze verhoging van de voorziening pensioenverplichtingen risico Pensioenkring GE Nederland lager dan de door de werkgever betaalde premie. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt 400.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt -5.270. Dit resultaat wordt onder andere veroorzaakt door de overgang naar de Prognosetafel AG2022 (-2.934), de actualisatie van de ervaringssterfte (393) en de kostenvoorziening (-2.729). 

Kostendekkende premie

De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw, de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de solvabiliteitsopslag en de opslag voor directe en toekomstige uitvoeringskosten.

In de volgende tabel is een overzicht van de kostendekkende premie opgenomen. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. De gedempte premie bestaat uit dezelfde componenten als de kostendekkende premie. Bij de gedempte premie wordt uitgegaan van een vaste disconteringsvoet van 1,70%. Deze curve geldt voor de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025. De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het vereist vermogen gebaseerd op het strategische beleggingsbeleid ultimo 2021. Als peildatum voor het vereist eigen vermogen geldt het jaareinde van het jaar voorafgaand aan het gerapporteerde verslagjaar.

Premie voor risico Pensioenkring        
(bedragen x € 1.000)   Premie
RTS
Premie
gedempt
Premie
feitelijk
Actuarieel benodigde premie voor inkoop
onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling
regulier 9.111 7.567 7.567
  risicopremie
overlijden
356 292 292
Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten   279 231 231
De risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit   505 407 407
Solvabiliteitsopslag   2.829 2.346 2.346
Toetswaarde premie *   13.080 10.844 10.844
         
Overige premie        
Directe uitvoeringskosten   1.716 1.716 1.716
Actuarieel benodigd voor inkoop voorwaardelijke onderdelen van de regeling   0 0 0
Extra bijdrage werkgever   0 0 247
Opslag weerstandsvermogen   0 0 0
Totaal *   14.796 12.560 12.807

De Pensioenkring voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie. 

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op de strategische portefeuilles en is vastgesteld op 125,2%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele portefeuille zou deze uitkomen op 129,6%.

7.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het Bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het Bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de Pensioenkring. In 2022 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de Pensioenkring.

Integraal Risicomanagement

In het hoofdstuk Integraal Risicomanagement van Stap is de beschrijving van het Integraal Risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op  alle Pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de Pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de Pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per Pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de Pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk Integraal Risicomanagement. 

Doelstelling niveau Pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring GE Nederland
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de Pensioenkring. De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring GE Nederland voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding).
Behoud nominale aanspraken binnen de Pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van vereist eigen vermogen (VEV). Deze is gelijk aan 25,5% met een bandbreedte tussen 20,5% en 30,5%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Bijstortingsverplichting
Op basis van de bijstortingsverplichting van de aangesloten onderneming is korting van aanspraken in principe nooit aan de orde. Uitsluitend indien de aangesloten ondernemingen onevenredig worden geschaad kan het Fonds het instrument van korten toepassen.
Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring GE Nederland is dit vertaald naar: een onvoorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf voor actieve en arbeidsongeschikte deelnemers en een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Hierbij is de maatstaf voor actieve en arbeidsongeschikte deelnemers gelijk aan de procentuele jaarstijging van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen per 30 september. De maatstaf voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is gelijk aan de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle bestedingen per 30 september (niet afgeleid).
Risicobereidheid op korte termijn
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV. Deze is gelijk aan 25,5% met een bandbreedte tussen 20,5% en 30,5%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de “aanvang” haalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
⚫ Vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat 90% voor de mediaan uit de HBT.
⚫ Vanuit de actuele financiële positie aan het einde van een boekjaar, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat 90% voor de mediaan uit de HBT op actuele financiële positie;
⚫ Vanuit de actuele financiële positie is de afwijking voor het 5% worst case scenario maximaal 15%.
Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring GE Nederland is dit vertaald naar:
1. Een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.
2. Kennis en inzicht verschaffen aan de werkgever voor een passende arbeidsvoorwaarde pensioen.
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Financieel crisisplan

Voor de Pensioenkring is een financieel crisisplan opgesteld. In dit financieel crisisplan zijn maatregelen beschreven die het Bestuur kan inzetten wanneer op korte termijn de financiële positie van de Pensioenkring zich bevindt op of snel beweegt richting kritische waarden, waardoor het realiseren van de doelstellingen van de Pensioenkring in gevaar komt. Het financieel crisisplan vormt hiermee een handleiding voor het Bestuur voor de wijze waarop het zal handelen. Het financieel crisisplan is onderdeel van de ABTN en wordt jaarlijks getoetst en waar nodig aangepast aan de actualiteit. 

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk Integraal Risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het Bestuur van Stap de risico's van Stap en de Pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het Bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2022 heeft de RSA begin 2022 plaatsgevonden op het niveau van Stap en op het niveau van de Pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie Pensioenkring

Elke Pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het Bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. Hieronder wordt voor de belangrijkste financiële risico’s toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de Pensioenkring.

Solvabiliteitsrisico

Het belangrijkste risico van de Pensioenkring is het solvabiliteitsrisico. Dit is het risico dat de Pensioenkring op lange termijn de pensioenverplichtingen niet kan nakomen. Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient de Pensioenkring over voldoende buffers in het vermogen te beschikken. De vereiste buffers voor het vereist eigen vermogen worden vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets. Ook wordt door middel van een ALM-studie inzicht verkregen in de toekomstige ontwikkeling van de solvabiliteit. In een ALM-studie wordt namelijk het premiebeleid, het toeslagbeleid en het beleggingsbeleid integraal getoetst.

Matchings-/Renterisico

De Pensioenkring loopt renterisico over de verplichtingen omdat de verplichtingen in waarde veranderen als gevolg van mutaties in de marktrente. Om het renterisico af te dekken maakt de Pensioenkring gebruik van producten in vastrentende waarden. Wanneer de rente daalt zullen de verplichtingen toenemen, maar daar staat een waardestijging van de portefeuille voor de afdekking van het renterisico tegenover. Hiermee wordt het renterisico dat de Pensioenkring loopt (deels) afgedekt. De Pensioenkring dekt strategisch 50% van het renterisico van de nominale verplichtingen af. Hierbij geldt een marge van 5%-punt boven en onder het gewenste niveau van de afdekking van het renterisico. Het gewenste niveau van de afdekking van het renterisico is gebaseerd op de rentegevoeligheid van de verplichtingen onder de swapcurve zonder UFR.

De volgende figuur toont de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2022 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte (+/- 5%-punt) bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek:

  • De blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daarop volgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as.
  • De rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt.
  • De gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement). 
  • De afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen.

Gedurende 2022 heeft zich de volgende gebeurtenis voor dit risico voorgedaan: 

  • De marktrente is in 2022 per saldo gestegen. De Pensioenkring hanteert een vaste afdekking van het renterisico, waardoor het afdekkingspercentage onafhankelijk is van het renteniveau.

Marktrisico

Marktrisico is het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten. Voor de Pensioenkring heeft dit risico betrekking op de portefeuille zakelijke waarden. Het risico van de vastrentende waarden valt onder het krediet- en renterisico. De portefeuille zakelijke waarden bestaat uit beleggingen in aandelen die wereldwijd zijn belegd. Door de spreiding binnen de portefeuille (diversificatie) wordt het prijsrisico gedempt en dat is daarmee één van de belangrijkste mitigerende beheersmaatregelen. 

Daarnaast is de periodieke ALM-studie een belangrijk beheersingsinstrument om vast te stellen of gekozen portefeuille met zakelijke waarden voldoet aan het gewenste risico versus rendementsafweging.

Scenario’s dekkingsgraad voor markt- en renterisico per eind 2022
De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 122,6 129,1 136,3 144,0 152,3 161,3 170,9
10% 117,1 123,1 129,6 136,7 144,3 152,5 161,4
0% 111,7 117,1 123,0 129,4 136,3 143,8 151,8
-10% 106,2 111,0 116,3 122,1 128,4 135,1 142,3
-20% 100,7 105,0 109,7 114,8 120,4 126,3 132,8

Gedurende 2022 hebben zich de volgende gebeurtenissen voor dit risico voorgedaan:

  • Naast het renterisico vormde het zakelijke waarden risico in 2022 het grootste risico voor de Pensioenkring. Een schok (volgens de in de standaardtoets van DNB gedefinieerde negatieve gebeurtenis), die zich met een kans van 2,5% geïsoleerd kan voordoen, leidt tot een significant effect op de dekkingsgraad op basis van de UFR. Van de geïsoleerde schokken vormt het zakelijke waarden risico het grootste risico voor de dekkingsgraad.
  • Afgelopen jaar eindigden de aandelenmarkten op een verlies. Aandelenkoersen in ontwikkelde markten daalden met circa 13% (gemeten in lokale valuta). Het jaar 2022 stond in het teken van een negatief sentiment als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de opgelopen inflatie. De centrale banken verhoogden in 2022 de rente om de inflatie omlaag te brengen. Het verkrappende beleid van de centrale banken resulteerde in een ongunstig klimaat voor zakelijke waarden categorieën en dat leverde een negatieve bijdrage aan de dekkingsgraadontwikkeling. De flink gestegen rente had uiteindelijk een positief effect op de dekkingsgraad.

Valutarisico

De verplichtingen van de Pensioenkring luiden in euro’s. Binnen de beleggingsportefeuille wordt wereldwijd belegd. Valutarisico is het risico dat de beleggingsportefeuille in waarde daalt als gevolg van het zwakker worden van vreemde valuta ten opzichte van de euro. Binnen het strategisch beleggingsbeleid wordt rekening gehouden met het valutarisico. Voor obligaties geldt normaliter dat de valuta van notering een goede indicatie is van het daadwerkelijke valutarisico omdat de te verwachten kasstromen vaststaan in de valuta van notering. Dit pleit voor het afdekken van vreemde valuta voor obligaties. Binnen obligaties opkomende markten mag maximaal voor 20% in lokale valuta worden belegd. Beleggingen in lokale valuta worden voor de afdekking van het valutarisico beschouwd als USD beleggingen en worden dan ook conform het beleid voor de USD voor 100% afgedekt. Binnen de categorie aandelen ontwikkelde markten wordt de exposure naar de USD, JPY, GBP, CHF, AUD, CND en HKD voor 100% afgedekt.

De Pensioenkring dekt valutarisico af door middel van een overlay. De bandbreedtes rondom de strategische afdekkingspercentages bedragen +/- 10%.

Het afdekken van valutarisico brengt verschillende kosten met zich mee. Deze zijn grofweg in vier categorieën onder te verdelen:

  • Het renteverschil tussen de twee valuta. Indien de risicovrije rente in vreemde valuta hoger is, worden de kosten voor het afdekken ook hoger;
  • Een cross currency basisspread, die het gevolg is van liquiditeit en vraag/aanbod;
  • Transactiekosten voor het afsluiten/tegensluiten van de benodigde derivaten;
  • Operationele kosten voor het mogelijk maken en beheer van valutarisico-afdekking.

Een belangrijke kostencomponent in de afdekking van het valutarisico is het renteverschil tussen de rente in het land van de betreffende valuta en de rente in de Eurozone. Hoe groter dit verschil, hoe groter de kosten. Omdat de theorie die stelt dat de wisselkoers dit renteverschil goed zal maken in praktijk niet volledig opgaat, kan dit renteverschil als een verwachte kostenpost of opbrengst bestempeld worden.

Kredietrisico

Kredietrisico is het risico dat tegenpartijen van de Pensioenkring hun verplichtingen niet of niet volledig nakomen. De Pensioenkring loopt tegenpartijrisico op de tegenpartijen voor derivaten en heeft het tegenpartijrisico voor derivaten deels gemitigeerd door gebruik te maken van central clearing en uitwisselen van onderpand.

Daarnaast loopt de Pensioenkring kredietrisico op de beleggingen in vastrentende waarden. Door te beleggen in breed gespreide portefeuilles met bedrijfsobligaties, staatsobligaties opkomende markten en Nederlandse hypotheken wordt het specifieke risico van individuele debiteuren beheerst. De risico’s van deze categorieën voor de balans van de Pensioenkring zijn meegewogen in de ALM-studie. Ter compensatie van de exposure naar kredietrisico wordt naar verwachting een risicopremie verdiend.

Liquiditeitsrisico open Pensioenkring

Pensioenkringen kennen drie bronnen van liquiditeitsbehoefte: pensioenuitkeringen, onderpand voor derivaten en efficiënt portefeuillebeheer. Het primaire belang is om aan de financiële verplichtingen (pensioenuitkeringen en onderpand derivaten) te voldoen. De Pensioenkring is een open Pensioenkring met premie-inkomsten. Dit betekent dat de uitkeringen vanuit de premie-inkomsten en aanvullend vanuit de kasstromen van de vastrentende waarden en het belegd vermogen gefinancierd dienen te worden. 

De beleggingsportefeuille van de Pensioenkring is voor het grootste deel belegd in liquide beleggingscategorieën, die snel verkocht kunnen worden. Daarnaast worden kasbuffers aangehouden voor de uitvoering van operationele activiteiten en het beheer van onderpand uit hoofde van het gebruik van derivaten. Eén keer per jaar, in het kader van de beleggingsplancyclus, wordt voor de Pensioenkring een liquiditeitstoets uitgevoerd. Binnen de liquiditeitstoets wordt gekeken in hoeverre de portefeuille past binnen de grenzen van het liquiditeitsbudget.

Verzekeringstechnisch risico

Het verzekeringstechnisch risico heeft betrekking op alle verzekeringstechnische grondslagen die voor de Pensioenkring een risico vormen. Het belangrijkste verzekeringstechnisch risico voor de Pensioenkring is het langlevenrisico. Dit betreft het risico dat deelnemers langer leven dan verondersteld bij de vaststelling van de technische voorzieningen. Bij de vaststelling van het verzekeringstechnisch risico als onderdeel van het vereist eigen vermogen wordt voor het sterfterisico onderscheid gemaakt tussen procesrisico, trendsterfteonzekerheid en negatieve stochastische afwijkingen.

ESG-risico

ESG-risico’s zijn risico’s die verband houden met milieu, sociale verhoudingen en ondernemingsbestuur. De risico’s vloeien voort uit de invloed die de activiteiten van een onderneming hebben op de omgeving (bijvoorbeeld land, water, lucht en ecosystemen), de maatschappij en de manier waarop ondernemingen beheerd zijn. Materialisatie van deze risico’s kan, naast reputatie schade, materiële invloed hebben op de waarde van een onderneming.

De mate waarin de Pensioenkring is blootgesteld aan de ESG-risico’s en de beheersing daarvan is afhankelijk van de samenstelling van de beleggingsportefeuille. In beginsel wordt een combinatie van meerdere instrumenten ingezet om deze risico’s te beperken, dan wel te mitigeren: stemmen, screening en dialoog, uitsluitingen en ESG-integratie. Het MVB-beleid van Stap bevat richtlijnen met betrekking tot ESG-risicobeheersing op portefeuilleniveau. Daarnaast is MVB een vast onderdeel van de investment cases, die gehanteerd worden voor het vaststellen van het strategisch beleid per beleggingscategorie.

​Toelichting niet-financiële risico's

De niet financiële risico’s zijn voor Stap op instellingsniveau uitgewerkt in het hoofdstuk Integraal Risicomanagement. Op het niveau van de Pensioenkringen zijn de volgende belangrijkste niet-financiële risico´s onderkend.

Omgevingsrisico

De Pensioenkringen van Stap zijn, net als de hele pensioensector, onderhevig aan diverse ontwikkelingen, zoals de rente- en inflatieontwikkelingen, de volatiliteit op de financiële markten, de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, de overgang naar een CO₂ neutrale samenleving en overige nieuwe (Europese) wet- en regelgeving. Als omgevingsrisico is dan ook het risico van het niet tijdig of adequaat inspelen op van buiten Stap komende veranderingen op het gebied van reputatie en ondernemingsklimaat geïdentificeerd.

Met de oprichting en inrichting van Stap is reeds beoogd in te spelen op (toekomstige) ontwikkelingen in de pensioensector. Door het, in afstemming met de strategische partners, voortdurend monitoren van de ontwikkelingen in de pensioensector en financiële markten en het hierop inspelen in de uitvoering van het beleid, acht Stap het netto risico voldoende beheerst. Het Bestuur zorgt daarbij voor een adequate en tijdige communicatie naar de deelnemers, Belanghebbendenorganen en andere stakeholders van Stap.

Uitbestedingsrisico

Onder het uitbestedingsrisico voor de Pensioenkringen verstaat Stap het risico dat de continuïteit, integriteit en/of kwaliteit van de aan derden uitbestede werkzaamheden of door derden ter beschikking gestelde apparatuur en personeel wordt geschaad.

Voor de beheersing van het uitbestedingsrisico heeft Stap onder andere de volgende beheersmaatregelen getroffen:

  • Stap beschikt over marktconforme uitbestedingsovereenkomsten met al haar uitbestedingspartners, die voldoen aan de wettelijke regels op het gebied van uitbesteding.
  • De afspraken omtrent de uitbestede werkzaamheden en informatieverschaffing zijn contractueel vastgelegd in een Service Level Agreement met bijbehorende kritische performance indicatoren.
  • Stap ontvangt en beoordeelt periodieke rapportages van haar strategische uitbestedingspartners (maand-, kwartaal-, SLA- en risicorapportages), die in de bestuursadviescommissies en bestuursvergaderingen worden besproken.
  • Stap vormt een oordeel over de kwaliteit van de interne beheersing bij de uitbestedingspartijen en over de maatregelen die de uitbestedingspartijen nemen om de kwaliteit te verbeteren op basis van extern gecertificeerde ISAE 3402-type II verklaringen en aanvullende assurance verklaringen.
  • Stap voert periodiek strategisch overleg met de uitbestedingspartners en monitort, mede met het oog op de transitie naar de Wet toekomst pensioenen, het verandermanagement van de uitbestedingspartners.

IT-risico

De beschikbaarheid en beveiliging van IT-systemen wordt onderkend als een belangrijk risico. Door het niet beschikbaar zijn van (belangrijke) IT systemen en/of de IT omgeving bestaat het risico van operationele verstoringen. Daarnaast bestaat het risico bij niet adequate IT beveiliging, dat informatie toegankelijk wordt voor niet-geautoriseerde gebruikers en/of dat niet geautoriseerde gebruikers het functioneren van de IT systemen verhinderen of veranderen. Dit risico beperkt zich niet tot de IT-omgeving van Stap, maar omvat tevens de IT-omgeving van de uitbestedingspartners. De genoemde IT-risico’s kunnen daarom van invloed zijn op de dienstverlening aan de deelnemers.

Voor de beheersing van het IT-risico heeft Stap onder andere de volgende beheersmaatregelen getroffen:

  • Het ICT-beleid, het Informatiebeveiligingsbeleid en het privacy beleid van Stap worden periodiek geëvalueerd en geactualiseerd en er worden maatregelen ter beheersing van het risico. Het ICT-beleid en het Informatiebeveiligingsbeleid is gerelateerd aan het Uitbestedingsbeleid en hierin zijn adviezen van de externe partij Quint verwerkt. 
  • Gedurende het jaar monitort Stap of de beheersing van het IT-risico bij de uitbestedingspartners overeenkomt met het beleid aan de hand van onder meer de SLA- en risicorapportages. Daarnaast rapporteren de uitbestedingspartners over de voor het IT-risico getroffen maatregelen en de interne beheersing via de ISAE 3402 type II rapportages. 
  • Op basis van de ISAE 3402 type II rapportages en aanvullende assurance verklaringen vormt Stap zich een oordeel over de kwaliteit van de interne beheersing voor het IT-risico bij de uitbestedingspartners en over de maatregelen die de uitbestedingspartners nemen om de kwaliteit te verbeteren.
  • Daarnaast wordt periodiek een RSA ICT uitgevoerd. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van het COBIT-raamwerk van de uitbestedingspartners en enkele belangrijke aandachtsgebieden betreffen cyberrisico’s en datakwaliteit. Medio 2022 is het self assessment informatiebeveiliging conform het Toetsingskader Informatiebeveiliging van DNB in samenwerking met de externe partij  afgerond. Hierbij is vastgesteld dat de door Stap (13 beheersmaatregelen), TKP en Aegon AM getroffen beheersmaatregelen voldoen aan het gewenste volwassenheidsniveau van de 58 beheersmaatregelen uit het model van DNB.

Door de hoge mate van digitalisering van de bedrijfsvoering en de afhankelijkheid hiervan, onderkent Stap het toenemende risico op cyberaanvallen. De analyse van de verhoogde gevoeligheid voor cybercrime maakt deel uit van de RSA ICT en de SIRA. Om dit risico te mitigeren heeft Stap het ICT- en Informatiebeveiligings-beleid geïmplementeerd en maatregelen getroffen. Zo laat de uitvoeringsorganisatie periodiek penetratietesten uitvoeren en worden (mogelijke) beveiligingsproblemen direct opgevolgd. Zowel bij de uitbestedingspartners als bij Stap heeft dit in 2022 niet tot incidenten, gerichte aanvallen (zoals DDoS) of andere verstoringen van de dienstverlening geleid. Alle maatregelen in het kader van informatiebeveiliging zijn in werking en worden continu gemonitord. En met het oog op de thuiswerksituatie zijn er extra activiteiten op het gebied van bewustzijn uitgevoerd om medewerkers blijvend alert te houden.

In het kader van het nieuwe pensioenstelsel onderkent Stap het risico dat de IT-systemen hiervoor tijdig aangepast dienen te worden. TKP informeert Stap periodiek over de voortgang van de wijzigingen die doorgevoerd moeten worden in de (administratieve) systemen als gevolg van de Wet toekomst pensioenen en de herijking van haar veranderportfolio. Stap heeft binnen het programma “Pensioenakkoord binnen Stap” nadrukkelijk aandacht voor het TKP programma Wet toekomst pensioenen.

Juridisch risico

Stap opereert als financiële instelling in een omgeving die de sterk gereguleerd is en de komende jaren flink verandert. De pensioensector krijgt te maken met aangepaste wetgeving, zoals onder meer de Wet toekomst pensioenen. Daarnaast is sprake van toenemende vereisten op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen. Tevens lanceert de Europese Commissie (EC) de komende jaren regelgeving om de digitale weerbaarheid te vergroten en om financieel-economische criminaliteit effectiever tegen te gaan. 

Voor het vergroten van de digitale weerbaarheid van de sector heeft de Europese Commissie (EC) een voorstel voor een verordening uitgebracht: de Digital Operational Resilience Act (DORA). DORA stelt eisen aan financiële organisaties ten aanzien van IT-risicomanagement, IT-incidenten, het periodiek testen van de digitale weerbaarheid en de beheersing van risico’s bij uitbesteding aan (kritieke) derden. Daarbij wordt rekening gehouden met de grootte, het risicoprofiel en het systeembelang van de individuele organisaties. DORA wordt met ingang van januari 2025 ingevoerd en Stap bereid zich hier samen met de uitbestedingspartners op voor.

Ook werkt de EC aan een nieuw kader voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Het doel hiervan is een gelijker speelveld te creëren tussen EU-jurisdicties voor het toezicht, gericht op het voorkomen van financieel-economische criminaliteit. Om te zorgen dat dit kader beter werkt, wil de EU een specifieke anti­witwas­autoriteit oprichten. Ondertussen zet Nederland in op meer mogelijkheden voor instellingen om onderling informatie uit te wisselen. Kennisdeling vergroot het zicht op financieel-economische criminaliteit.

Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot een verhoogd risico dat Stap niet voldoet aan wet- en regelgeving. Ter beheersing van dit juridisch risico maakt Stap gebruik van de binnen het Bestuur, het Bestuursbureau en bij de uitbestedingspartners aanwezige (juridische) kennis en kunde. Tevens heeft Stap een externe Compliance Officer aangesteld die en wordt waar nodig juridische expertise ingehuurd.

​Ontwikkelingen in 2023

Situatie Oekraïne en Rusland

De oorlog tussen Oekraïne en Rusland domineert op sinds 24 februari 2022 de wereldpolitiek, de financiële markten en de olie- en energieprijzen. De Pensioenkring verstrekt via Stap geen uitkeringen aan pensioengerechtigden uit Rusland, maar de Pensioenkring heeft wel beleggingen in Rusland en Oekraïne. Echter, de blootstelling aan beleggingen in Rusland en Oekraïne is relatief beperkt, onder andere door het uitsluitingsbeleid waardoor er sinds 2019 niet belegd is in Russische staatsobligaties.

De Pensioenkring belegt zeer beperkt in aandelen en obligaties van Russische en Oekraïense bedrijven en belegt niet in aandelen of obligaties uit Wit Rusland. Als gevolg van de ingestelde sancties mag er niet worden gehandeld in bepaalde (Russische) bedrijven. Daarnaast ligt de handel van aandelen die genoteerd staan in Rusland momenteel stil, waardoor waarderingen onzeker zijn en het onzeker is of de aandelen verkocht kunnen worden. Voor de beleggingen via de AIM MM fondsen is besloten dat alle nieuwe investeringen in Russische en Wit-Russische aandelen en obligaties zijn stopgezet. Een indirect effect is de toegenomen onzekerheid op de financiële markten en een daarmee gepaard gaand negatief sentiment. Stap zal de ontwikkelingen nauwgezet blijven volgen.

Wet toekomst pensioenen (Wtp)

In 2020 is het project Pensioenakkoord binnen Stap gestart. In de oriëntatiefase (2020/2021) zijn er door Stap drie werkgroepen gevormd: techniek, governance en propositie. Door de werkgroep techniek zijn verkennende kwantitatieve analyses uitgevoerd. De onderwerpen invaren en transitie FTK zijn uitvoerig aan bod gekomen. De werkgroep governance heeft voor de verschillende Pensioenkringen een inventarisatie gemaakt van de rollen en verantwoordelijkheden bij een overgang naar het nieuwe stelsel. De werkgroep propositie heeft een analyse uitgevoerd ten aanzien van de proposities die Stap aan gaat bieden. In 2021 zijn de uitkomsten van oriëntatiefase gepresenteerd aan de Belanghebbendenorganen. In februari 2021 heeft Stap ook gereageerd op de internetconsultatie ‘Wet toekomst pensioenen’, gepubliceerd op 16 december 2020. Stap onderschrijft en ondersteunt de noodzaak van de voorgestelde herziening van de tweede pijler.

In de complexe overgang van het oude stelsel naar het nieuwe stelsel ziet Stap voor algemeen pensioenfondsen een belangrijke rol weggelegd. Algemeen pensioenfondsen kunnen oplossingen bieden in het nieuwe stelsel en daarnaast ook collectiviteiten vanuit het verleden borgen. De wetgeving is op 30 mei 2023 definitief geworden en Stap gaat door met de projectmatige voorbereiding voor de Wet toekomst pensioenen. De Wtp is een vast agendapunt geworden bij alle commissievergaderingen en hiermee onderdeel van de governance van Stap. Er is een coördinatieteam gevormd dat bestaat uit twee bestuursleden en de directie van het Bestuursbureau en dat onder andere zorgt voor volledige dekking qua onderwerpen via de commissies en het binnen de gestelde kaders prioriteren van onderwerpen en uitzetten van opdrachten. Tevens bewaakt het coördinatieteam de tijdlijnen, afhankelijkheden en volledigheid van uitwerking. 

Stap en haar uitbestedingspartners zijn er klaar voor om de komende jaren de bestaande en toekomstige klanten te begeleiden in een zorgeloze transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Stap faciliteert zowel solidaire als flexibele pensioenregelingen, alsmede een combinatie van de contracten en mogelijkheden voor niet-actieve verzekerde regelingen. Ook blijft Stap het huidige FTK uitvoeren voor collectiviteiten die in het huidige pensioenstelsel blijven. 

Gewijzigde UFR per 1 januari 2023

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft eind 2022 aangegeven dat de nieuwe UFR-methode, zoals geadviseerd door de Commissie Parameters 2022, per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Het advies van de Commissie is om de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur dichter aan te laten sluiten bij de marktrente. Onder andere het startpunt voor het extrapoleren verschuift van 30 naar 50 jaar. Deze wijziging wordt in boekjaar 2023 verantwoord. Voor de Pensioenkring is de impact van de invoering van de nieuwe UFR-methode een minimale verlaging van de dekkingsgraad per 1 januari 2023.

7.9 Verslag van het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland is per 1 september 2021 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring GE Nederland van start is gegaan.

Samenstelling Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Het Belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de aangesloten werkgevers, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. De samenstelling van het  Belanghebbendenorgaan is op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt: 

  • Nina Nijs (voorzitter)– namens de deelnemers
  • Taugir Sardar – namens de werkgevers
  • Sjoerd Lousberg – namens de werkgevers
  • Dirk van Unnik – namens de deelnemers
  • Fred Bos – namens de pensioengerechtigden
  • Arjan van der Linde- namens de werkgevers

Bij de start van het Belanghebbendenorgaan is afgesproken dat mevrouw Yvonne Den Bakker en de heer Bas Vroegh na één jaar zouden terugtreden uit het Belanghebbendenorgaan. Het Belanghebbendenorgaan is Yvonne den Bakker en de heer Bas Vroegh zeer erkentelijk voor hun bijdrage om de continuiteit te waarborgen.

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het Belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. 

Vergaderingen van het Belanghebbendenorgaan in 2022

Het Belanghebbendenorgaan heeft in 2022 twee vergaderingen gehad met het Bestuur. De eerste vergadering met het Bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het deel-jaarverslag 2021 met de financiële opstelling van Pensioenkring GE Nederland. De tweede vergadering vond plaats in november. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2023, de pensioenopbouw en premie voor 2023, het pensioenreglement 2023, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2023 van de Pensioenkring behandeld.

Het Belanghebbendenorgaan heeft in 2022 zes eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het Bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het Bestuur op de agenda stonden. Verder zijn onder meer de volgende onderwerpen behandeld:

  • Wet toekomst pensioenen;
  • risicobereidheidsonderzoek;
  • ALM-studie;
  • haalbaarheidstoets;
  • Beleggingsplan 2023;
  • rapportages van Pensioenkring GE Nederland.

Informatie-uitwisseling

Het Belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de Pensioenkring van het Bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het Belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Daarnaast hebben de leden van Belanghebbendenorgaan toegang tot SPO Perform. 

Stap heeft in 2022 twee themadagen voor leden van Belanghebbendenorganen georganiseerd. Tijdens de themadagen zijn onderwerpen behandeld zoals de Wet toekomst pensioenen, het IMVB-convenant en thematisch beleggen, een bewustwordingssessie voor compliance en keuzebegeleiding. Een aantal leden van het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland heeft deze themadagen bijgewoond.

Verslag over 2022

Het Belanghebbendenorgaan heeft goedkeuring verleend aan:

  • het herstelplan 2022;
  • Beleggingsplan 2023;
  • Jaarplan 2023 van de Pensioenkring;
  • de toetreding van GE Aviation Netherlands B.V.;
  • de nieuwe uitvoeringsovereenkomsten voor de splitsing;
  • de selectie van een externe partij en de opzet voor het onderzoek naar de risicobereidheid van de deelnemers;
  • het toeslagbesluit 2023.

Het Belanghebbendenorgaan heeft in 2022 advies gegeven over:

  • het deel-jaarverslag 2021 met de financiële opstelling van de Pensioenkring over 2021;
  • het pensioenreglement 2023 van de Pensioenkring;
  • het communicatiejaarplan 2023 van de Pensioenkring;
  • de actuariële grondslagen, waaronder de ervaringssterfte;
  • de ABTN 2023 van de Pensioenkring;
  • de ALM-studie van de Pensioenkring.

In de eigen vergaderingen van het Belanghebbendenorgaan zijn verder onder meer de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de Pensioenkring behandeld. Het Belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze zijn door het Bestuursbureau beantwoord.

Bevindingen

Deze verklaring heeft betrekking op het verslagjaar 2022. Het Belanghebbendenorgaan heeft over deze periode de volgende bevindingen:

Financieel

Gedurende 2022 is de dekkingsgraad gestegen van 122,4% ultimo 2021 naar 129,7% op 31 december 2022. Zowel de beleggingsresultaten als de rente hadden een groot effect. Het beleggingsrendement kwam over 2022 uit op -27,4%. De rekenrente steeg in diezelfde periode van 0,60% naar 2,48 %, zodat de daardoor veroorzaakte daling van de benodigde technische voorzieningen het beleggingseffect overtrof. Ook de beleidsdekkingsgraad toonde over het gehele jaar een stijging van 116,4% naar 125,6%.

Toeslagverlening

De financiële situatie van de Pensioenkring was per 30 september 2022 de basis voor het Bestuur om aan de actieven per 1 januari 2023 een onvoorwaardelijke toeslag te verlenen van 3,39%. De explosieve groei van de premiekosten voor de werkgever zijn meegenomen in de evenwichtige belangenoverweging van het Bestuur voor een gedeeltelijke toeslag aan de inactieven per 1 januari 2023 van 6,61%. Het Belanghebbendenorgaan heeft gezien de gezonde financiële situatie van de Pensioenkring aangedrongen om voor de inactieven te onderzoeken om hier dichter bij de daadwerkelijke inflatie te komen. Hier wordt in 2023 verder overleg over gevoerd, onder andere met DNB.

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in 2022 bedroeg -27,4%. Vanwege de oplopende rente en de hoge inflatie zijn zowel vastrentende waarden als zakelijke waarden in waarde gedaald. Zowel bij aandelen (-14,1%) als bij vastrentende waarden (-36,5%) kwam het resultaat onder de benchmark te liggen.

Het Belanghebbendenorgaan heeft het beleggingsrendement beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel is in het licht van de oplopende rente en de ontwikkelingen op de aandelenmarkt. De rentestijging heeft bijgedragen aan het herstel van de dekkingsgraad aan de verplichting kant.

Begin 2023 is de beleggingscategorie bedrijfsobligaties aangepast. Er is op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Beleggen een vervolgstap gemaakt waarbij de Euro Bedrijfsobligaties is deels omgezet naar een actief mandaat, deels naar een passief wereldwijd mandaat (exclusief financials) en deels naar Green Bonds. Daarnaast zal in 2023 de afdekking van het renterisico gefaseerd wordt opgehoogd naar een afdekking van 70%.

Verslaglegging en verantwoording

Het Belanghebbendenorgaan is van mening dat de verslaglegging en het afleggen van verantwoording goed en professioneel geregeld zijn. De maandelijkse verslaglegging en de kwartaalrapportages stellen het Belanghebbendenorgaan voldoende in staat het Bestuur en de uitvoerders te beoordelen.

Wet toekomst pensioenen

De verwachting is dat per 1 juli 2023 de Wet toekomst pensioenen van kracht wordt. Dit heeft tot gevolg dat de komende jaren een besluit moet worden genomen door de sociale partners over de toekomstige pensioenregeling. Daarnaast moet een besluit worden genomen over het wel of niet invaren van de opgebouwde pensioenen. Stap heeft in 2022 een risicobereidheidsonderzoek uitgevoerd onder de deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring GE Nederland. De uitkomsten geven inzicht in de huidige risicobereidheid van de deelnemers en pensioengerechtigden. Mede gezien het sociaal akkoord afgesloten bij de overgang naar Stap is dit een vast onderdeel van de overleggen met Stap en vindt het Belanghebbendenorgaan het belangrijk dat alle belanghebbenden goed zijn aangesloten op dit traject.

Splitsing GE

De verwachting is dat GE tegen eind 2023 naar de volgende fase van de nieuwe structuur zal overgaan. Het Belanghebbendenorgaan zal de voortgang van dit project tijdens het overleg blijven volgen.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het Belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel.

Zoals ook in de voorgaande jaren heeft het Belanghebbendenorgaan de samenwerking met Stap, het Bestuur en het Bestuursbureau, als constructief en plezierig ervaren. Met name in gevallen waar al of niet ingrijpende veranderingen moesten worden beoordeeld en/of besloten, hebben interne en externe experts het Belanghebbendenorgaan goed van aanvullende informatie voorzien en het Belanghebbendenorgaan voorgelicht. Binnen het Belanghebbendenorgaan is de samenwerking constructief en in goede harmonie verlopen.

Rotterdam, 17 mei 2023

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring GE Nederland

Nina Nijs
Taugir Sardar
Sjoerd Lousberg
Dirk van Unnik
Fred Bos
Arjan van der Linde   

Reactie Bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het Belanghebbendenorgaan heeft het Bestuur kennis genomen van het verslag van het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland en het positieve oordeel over het in 2022 gevoerde beleid.

Het Bestuur bedankt het Belanghebbendenorgaan van Pensioenkring GE Nederland voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het Belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.

Versie:
v6.2.36

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report